Gepost op

Elspeter krijgt postuum oorlogskruis

Het Mobilisatie-Oorlogskruis is uitgereikt aan militairen die actief waren tijdens het begin van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Het versiersel bestaat uit een vierarmig bronzen kruis met op de achterzijde de tekst ”Den Vaderlant ghetrouwe”. Het lint van de onderscheiding is paars met oranje. De eerste is de liturgische kleur van rouw waarmee de donkere periode van oorlog wordt gesymboliseerd. Met oranje wordt de trouw aan het Huis van Oranje weerspiegeld.

Dat Bronkhorst de onderscheiding bij leven nooit ontving, heeft er volgens Meijering mee te maken dat Defensie direct na de oorlog niet alle informatie kon achterhalen van militairen die tijdens de Meidagen van 1940 actief waren. „Dankzij een neef is nu nieuwe informatie gevonden, waardoor de uitreiking alsnog kon plaatshebben.”

Die neef is J. W. Toonstra, zelf ook een veteraan. Volgens hem ging het balletje rollen dankzij een persoonlijk oorlogszakboekje van zijn oom. „Ik ben vervolgens naar Defensie gestapt. Na het opvragen van onder andere zijn staat van dienst werd duidelijk dat hij in aanmerking kwam voor een Mobilisatie-Oorlogskruis.”

Nooit gepraat
De uitreiking van de onderscheiding door burgemeester Van Hemmen van Nunspeet had woensdagmiddag plaats in het gemeentehuis van Nunspeet. Dochter G. Smit-Bronkhorst, die de medaille voor haar vader in ontvangst nam, zegt ook nauwelijks iets te weten over de gevechten van haar vader. „Er werd nooit over gepraat. We bevroegen hem er ook niet over. Hij had het op zijn eigen manier verwerkt. Zo ging hij elk jaar samen met zijn zoon en kleinzoon een keer naar de begraafplaats op de Grebbeberg. Zijn kameraden liggen daar begraven.”

Voor de dochter van de in februari overleden Bronkhorst geeft de onderscheiding een dubbel gevoel. „Toen vader nog leefde was hij te bescheiden om zelf een onderscheiding aan te vragen. Nu is het er dankzij een oomzegger toch van gekomen. Enerzijds is het een mooie erkenning. Anderzijds gaan de gedachten terug. Jammer dat vader het niet heeft beleefd. Hij zou vandaag namelijk 95 jaar zijn geworden.”
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Britse diplomaat wilde akkoord met nazi’s

Bryans, die fascistische sympathieën had, sprak volgens vrijgegeven memo’s van de Britse geheime dienst in het begin van de oorlog in Italië met de Duitse ambassadeur in dat land, Ulrich von Hassell. Met hem sprak hij over de opdeling van de wereld, waarbij Duitsland Europa zou krijgen en Groot-Brittannië over de rest van de wereld zou heersen.

Uit de stukken blijkt dat Bryans contact had met lord Halifax, de toenmalige Britse minister van Buitenlandse Zaken. Het is echter niet duidelijk of hij met toestemming van het ministerie met de Duitse ambassadeur sprak. Ook probeerde hij zijn plannen te bespreken met Amerikaanse regeringsvertegenwoordigers, onder wie generaal Dwight Eisenhower. Dat zette de Britten ertoe de Amerikanen te laten weten dat Bryans „onbetrouwbaar, maar niet trouweloos” was.

Volgens de memo’s was Bryans een „praatziek en indiscreet” persoon die met zijn verhalen het ministerie in verlegenheid bracht. Toch werd hij nooit opgepakt, omdat zijn contacten met het ministerie en zijn aanwezigheid in Italië onherroepelijk tot vragen zouden hebben geleid.

Uit andere vrijgegeven documenten blijkt dat Britse spionnen tijdens de oorlog postduiven wilden gebruiken om vlak voor de invasie in Normandië valse informatie te verspreiden en zo verwarring te stichten onder de Duitsers. Het plan werd nooit uitgevoerd. Om informatie in te winnen, werden wel duizenden postduiven met vragenlijsten losgelaten om door de bezette Franse bevolking te worden ingevuld. Slechts 10 procent van deze duiven keerde terug.

Gepost op

Begraafplaats zoekt adoptanten vermiste Amerikanen

Dat bestaat volgens de organisatie van Margraten Requiem uit muziek van Glenn Miller, de legermuzikant die sinds 1944 ook vermist is. Nu alle 8302 graven van gesneuvelde Amerikaanse militairen in Margraten aan een adoptiegezin zijn geholpen, wordt met dit concert een begin gemaakt om ook de vermiste Amerikaanse militairen aan een adoptant te helpen. Deze vermisten worden herdacht op the Walls of the Missing, de twee hoge muren die de toegang tot de begraafplaats vormen.

Gepost op

Gewone leven ging door tijdens de oorlog

Dat was voor de meesten toch het voornaamste streven. Een expositie van foto’s van het gewone leven in Parijs in de Tweede Wereldoorlog, gemaakt door de voor het nazipropagandablad Signal werkende André Zucca, zorgde dit jaar voor een rel. Ze toonden vooral een onbezorgd schijnend Parijs, waar de bevolking zich nauwelijks van de oorlog bewust lijkt. De kritiek was dat de vrolijke foto’s niet in het juiste kader waren geplaatst.

Volgens projectleider Pascal Viskil ligt dat in ’s-Hertogenbosch anders. Er zijn onbezorgde foto’s van mensen die van hun vrije tijd genieten (in 1942 gingen ze nog gewoon naar de kermis), maar het totaal van foto’s en films is een mix. „De oorlog is aanwezig als decor van de tentoonstelling. Als mensen op de foto in de rij staan voor groente, dan is dat wegens de schaarste door de oorlog.”

De foto’s en films (ook in kleur), gemaakt door amateurs en beroepsfotografen, werden verzameld uit bekende archieven maar ook actief geworven onder de bevolking. Er is ook vrij veel materiaal uit de laatste jaren van de bezetting, toen de meeste filmpjes op waren en de laatste bewaard werden voor de bevrijding.

Gepost op

Pastorie als bolwerk van verzet

„Het was een warme dag in juli 1943, de terrasdeuren van de pastorie stonden open. Ik hoorde zware stappen in het grind, keek door het raam naar buiten en zag een grote groep SS’ers onze kant op komen. Mijn moeder poogde nog wapens in de dakgoot te verstoppen, maar het was al te laat.” De moeder van de toen 19-jarige B. Hettinga werd afgevoerd, nadat een halfjaar eerder haar vader de cel in verdween. Ze bleef in de pastorie achter met haar twee broertjes van 10 en 11 jaar.

Het is het beginpunt van haar actieve ’carrière’ in het verzet. Van der Woude-Hettinga weet zich die dag nog goed te herinneren. Nu 84 en woonachtig in het Friese Dronrijp vertelt ze honderduit over het ”oranjehuis” in Hasselt, zoals de pastorie in die dagen genoemd werd.

„Ik was destijds in de kost in Zetten, waar ik op school zat. Toen mijn moeder werd opgepakt, was ik net een dag terug in Hasselt.” Ze besloot abrupt haar studie te staken om voor haar overgebleven twee broers te zorgen. Ook zonder de dominee en zijn vrouw bleef de pastorie een middelpunt van verzet in die omgeving.

Weinig weten
Zelf bracht ze de verzetskrant Trouw rond en deed ze koerierswerk. „Ik wilde niet weten wat er in die pakketjes zat. Hoe minder je wist, hoe veiliger je was.”

Haar vader, dominee J. Hettinga, wist zijn detentie te overleven door te veinzen krankzinnig te zijn. Nadat de Duitsers capituleerden, gingen zij, haar twee jonge broers en haar vader terug naar de pastorie in Hasselt. Ook haar drie broers die elders in het verzet zaten, keerden terug. Alleen haar moeder en oudste broer waren onvindbaar. Ze keerden maanden na de oorlog terug, na diverse concentratiekampen te hebben overleefd.

In 1946 besloten dominee Hettinga en zijn herenigde gezin in Harlingen een nieuw leven te beginnen. „Mijn ouders hebben met geen woord meer over de oorlog gerept”, zegt ze. In 1983 werd ze verrast toen ze voor haar ouders, broers en zichzelf zes verzetsherdenkingskruisen kreeg uitgereikt.

Haar werd bij die gelegenheid gevraagd of ze voorlichting wilde geven over de oorlogsjaren voor de stichting Samenwerkend Verzet 1940-1945. Ze besloot haar verhaal te doen en bij nagenoeg elke lezing kreeg ze dezelfde vraag. „Of ik mijn verhaal op ging schrijven. Ik moest er niet aan denken.”

Niet onderuit
Een toevallige ontmoeting met de voorzitter van de Historische Vereniging van Hasselt deed haar echter beseffen dat ze wel moest. „Ik kon er niet meer onderuit.” Het boek, tot stand gekomen met geld van onder meer het Prins Bernhard Cultuurfonds, is vandaag gepresenteerd en onder meer bij Goedhart Boeken in Hasselt verkrijgbaar.

Gepost op

Ex-SS’er verliest beroep tegen uitzetting

Geiser, die nu 83 jaar is, werkte in de oorlog als kampbewaker voor de SS in concentratiekamp Sachsenhausen. Daarna werd hij omgeschoold en begeleidde hij gevangenen naar vernietigingskamp Buchenwald.

Geiser ontkent dat hij gevangen kwaad heeft gedaan, al heeft hij wel toegegeven dat hij opdracht had te schieten op gevangenen die probeerden te vluchten. Hij kreeg in 1956 een verblijfsvergunning voor de VS. Zes jaar later werd hij Amerikaans staatsburger. Omdat hij op zijn aanvraagformulier zijn naziverleden niet vermeldde terwijl dat indertijd wel verplicht was, kan hij nu worden uitgezet.

Zijn advocaat was gisteren niet bereikbaar voor commentaar

Gepost op

Unilever overleefde spagaat in WO II

In zijn boek ”International Business and National War Interests. Unilever between Reich and Empire”, neemt Ben Wubs van de Erasmus Universiteit Rotterdam het optreden van Unilever in oorlogstijd onder de loep. „Unilever, destijds een van de grootste bedrijven van Europa, was zowel in Engeland als in Duitsland heel sterk aanwezig”, zegt Wubs. „Dat is een heel confronterende positie. Hoe ga je daarmee om als bedrijf?”

De basisproducten van Unilever waren vetten, nodig voor het overleven van de bevolking in zware tijden, en zeep tegen infecties. In dit pluspunt lag meteen een grote bedreiging voor het concern: het was in de oorlog vanwege de geallieerde blokkade voor Europa steeds lastiger om aan de grondstoffen olie en vetten te komen. Het grootste gedeelte daarvan kwam namelijk van ver weg, uit Azië, Afrika en Noord-Amerika.

Ook bestond de kans dat Unilever geliquideerd zou worden door de Duitse machthebber. „Volgens de naziwetgeving kon het concern als een Joods bedrijf gedefinieerd worden”, zegt Wubs. „Dat komt omdat het bedrijf Joodse bestuursleden had.” De plannen om van het bedrijf een Duits syndicaat te maken gingen uiteindelijk niet door.

Unilever, dat in totaal in zo’n veertig landen aanwezig was, nam een uitgekookt pakket aan maatregelen om alle bedreigingen het hoofd te bieden. Het bedrijf sloeg heel veel grondstoffen in en al in 1938 zette het holdings op in Zuid-Afrika, waar het overzeese vermogen werd ondergebracht. Zo kon Duitsland nooit over die bezittingen beschikken.

Tijdens de oorlog schakelde het bedrijf over op andere grondstoffen en veranderde het zijn recepten voor voedingsmiddelen. Ook zocht het concern contact met de hoogste Duitse ambtenaren en had het veel politieke contacten, zegt Wubs. „Unilever kreeg door zijn grootte een eigen rijkscommissaris, net als Nederland Seyss-Inquart kreeg. Doordat het bedrijf die voor zijn karretje wist te spannen, werkte dat in zijn voordeel”, meent Wubs.

In tegenstelling tot bedrijven als het destijds kleinere Philips en het eveneens grote Shell, die hun zetel vlak voor het uitbreken van de oorlog verplaatsten naar Curaçao, koos Unilever ervoor om steun te zoeken bij Engeland. „Het bedrijf ondersteunde de Nederlandse regering in ballingschap met geld en menskracht”, aldus Wubs. „Unilever had internationale topmensen in dienst, die de regering gingen adviseren.”

Al met al slaagde Unilever erin met een aangepaste structuur te blijven produceren in zowel Nederland, Engeland als Duitsland. Van de circa 5000 werknemers in Nederland zijn er bijgevolg weinig naar Duitsland gestuurd om daar als arbeider te worden gebruikt.

Aan het Engelstalige boek, dat nu ook in Nederland verschijnt, is vijf jaar gewerkt. Unilever noemt het onderzoek in een reactie „evenwichtig.”

Gepost op

Struikelblokken herinneren aan de Holocaust

„Moeders leven was getekend door verdriet”, zegt Grethes dochter Selma Schoenmakers (62). Samen met haar zus Loes Hindriks (65) reist ze maandag naar Bad Berleburg. Kunstenaar Gunter Demnig, die de gedenkstenen ontwierp, brengt ze aan in de stoep voor Grethes geboortehuis. Het zijn de eerste Stolpersteine in deze stad.

Stolpersteine (letterlijk: struikelblokken) zijn kleine messingstenen met de tekst: „Hier wohnte…” en dan volgt de naam, het geboortejaar en plaats en jaar van deportatie en overlijden, voor zover bekend. Demnig haalt een tegel uit de stoep, legt een steentje erin en giet ze in beton.

Inmiddels liggen er zo’n 13.000 Stolpersteine in 300 verschillende, meest Duitse, gemeenten. „De kunstenaar is niet-Joods, maar heel betrokken bij wat er tijdens de Holocaust gebeurd is”, zegt Schoenmakers. Demnig ontving daarvoor in mei dit jaar van de Duitse regering een prijs voor democratie en tolerantie.

In Nederland zijn er alleen in Borne en Hilversum enkele stenen gelegd. „Het is in ons land nog erg onbekend. Het zou fantastisch zijn als er meer zouden worden aangebracht.”

De steentjes liggen op gelijke hoogte met het plaveisel. „Het is niet de bedoeling dat mensen er letterlijk over struikelen. Maar in figuurlijke zin wel: voor voorbijgangers is het een indringende herinnering aan de nazitijd. Sommige Duitsers hebben dat echt nodig.”

Té indringend, vond de gemeenteraad van Bad Berleburg. Het kan toch niet zo zijn dat de huidige inwoners daarmee geconfronteerd moeten worden…? Nadat juristen zich ermee bemoeiden en de beide zussen de burgemeester een brief schreven, ging de meerderheid van de bestuurders toch akkoord. „Dat voelt als een overwinning. Wij hebben geen familie in Duitsland meer, maar willen deze herinnering graag aanbrengen. In een plaats niet ver van Bad Berleburg waren we er een paar jaar geleden ook bij toen daar een steen voor een ander familielid werd gelegd”, zegt Schoenmakers.

Haar moeder ontsnapte aan deportatie. Ze was in 1937 als dienstmeisje naar Nederland vertrokken en met een niet-Joodse Nederlander getrouwd. Daardoor hoefde ze aanvankelijk niet weg. Later dreigde alsnog deportatie, maar toen bleek ze in verwachting te zijn van haar eerste kind, en omdat dat half-Joods was, mocht de moeder -mede door de inspanningen van de huisarts- bij haar man blijven. Haar twee zussen die ook naar Nederland waren uitgeweken, trouwden met een Jood en werden daarom wel weggevoerd en vermoord.

Tragiek
Een broer was rond 1935 naar Zuid-Amerika geëmigreerd. „Hij heeft hard gewerkt om de overkomst van de rest van de familie te kunnen betalen. Door een motorongeluk raakte hij echter in coma. Daardoor heeft hij het geld niet op tijd bij elkaar kunnen krijgen. Toen hij weer opgeknapt was, was het te laat: de Joden konden Duitsland niet meer uit. Eén stuk tragiek”, zegt Schoenmakers.

Zes van haar ooms en tantes kwamen om in de gaskamers van Sobibor en Auschwitz. Grootmoeder overleed door de ontberingen in concentratiekamp Theresienstadt.

Grootvader overleefde dat kamp. Na de oorlog reisde hij naar zijn zoon in Zuid-Amerika, maar vanwege heimwee keerde hij terug en ging toch weer in Bad Berleburg wonen. „Wij zijn ook naar Zuid-Amerika gegaan, maar moeder kreeg eveneens heimwee. We gingen terug naar Amsterdam en bezochten grootvader een paar keer per jaar. Hij had weinig wrokgevoelens. Hij is 92 geworden, net als moeder. Nu ze allebei zijn weggevallen, is het aanbrengen van de Stolpersteine voor ons een soort afsluiting.”

Gepost op

Joop Bloemhof op TV

Het programma gaat over een serie reportages.  Aan de hand van portretten van ogenschijnlijk onbekende Nederlanders   vertellen een tiental makers met verschillende culturele achtergronden  een persoonlijk verhaal in beelden.

Met eigenzinnige portretten, krachtige
statements en scherpe observaties tonen ze herkenbare verhalen, die  een afspiegeling zijn van wat er in de maatschappij aan de hand is.

Joop is auteur van de boeken Amersfoort ’40-’45 deel 1 en deel 2, daarin de oorlog in Amersfoort tot in detail belicht wordt.

Ook aan Kamp Amersfoort besteedde Joop veel aandacht.

Bovendien heeft hij een enorme collectie voorwerpen en documenten uit die periode die hij regelmatig tentoon stelt.

Joop beschikt over enorm veel kennis en is een echte specialist op dit gebied.

Joop is lid van de Documentatiegroep ’40-’45.

Annemiek Littlejohn