Gepost op

Marokkanen vertellen over Auschwitz

Dat zei bestuurslid A. Betti van de werkgroep Marokkaanse Ouderen uit Amsterdam-Slotervaart zaterdag. Die organisatie nam het initiatief voor de reis om de deelnemers zich meer bewust te laten worden van de gebeurtenissen in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zo moeten zij deelgenoot worden van dit belangrijke onderdeel van de Nederlandse geschiedenis. Het bezoek moet hen ook meer betrekken bij herdenkings- en bevrijdingsdagen als 4 en 5 mei.

De groep bezocht zaterdag Auschwitz I, het eerst gebouwde deel van het concentratiekamp, waar 70.000 verzetsmensen en krijgsgevangenen de dood vonden.

Gisteren bezochten ze ook Auschwitz-Birkenau met zijn gaskamers, waar circa 1,1 miljoen Joden en andere mensen omkwamen. Daar legden ze een krans.

De belangstelling voor de reis was bijzonder groot. De organisatie ontving circa 250 aanmeldingen, terwijl er maar plaats was voor circa 30 man.

Eerder bezochten al groepen Amsterdamse scholieren, onder wie veel moslims, het concentratiekamp in het zuiden van Polen. In de hoofdstad deden zich de afgelopen jaren enkele incidenten voor rond dodenherdenking, waarbij jongeren herdenkingsbijeenkomsten verstoorden of kransen vernielden.

Twee bestuursleden van het Nederlands Auschwitz Comité begeleidden het gezelschap de afgelopen dagen. Beiden zijn van Joodse komaf. Zij hebben ervoor gezorgd dat de moslims tijdens de reis aan hun religieuze verplichtingen konden voldoen. Toen ze voor het eerst gezamenlijk baden in het hotel, moesten kompassen uitwijzen waar het oosten was.

„Die straf was niet genoeg”, zei een deelnemer aan de reis bij het schavot waar de commandant van Auschwitz na de oorlog werd opgehangen.

„Waarom pakte Hitler juist de Joden aan?” wilde een van de mannen weten. „Het is een beproefde tactiek”, antwoordde J. Grishaver van het Auschwitz Comité. „Als het niet zo goed gaat in een land, geef je een bepaalde groep de schuld. Dit keer waren het de Joden, maar het hadden net zo goed de Marokkanen kunnen zijn.”

Docent Arabisch Ali el Karaz (40) filmde vrijwel alles wat hij zag. „Voor mijn vrienden en familieleden. Die willen ook weten wat hier is gebeurd. Dit is een zwart blad in de geschiedenis.”
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Vliegtuigbommen bij vliegbasis met succes ontmanteld

Het gaat om twee Engelse 500-ponders en een Amerikaanse 1000-ponder. Ze lagen op 2 tot 3 meter diepte onder het boerenland verscholen, op een steenworp afstand van de vliegbasis Gilze-Rijen.

De inwoners van het dorp Hulten zelf hoefden hun bed er niet voor uit, maar de A58 was een groot deel van de dag alleen via een grote omweg te bereiken. En dat leidde bij menig automobilist uit Hulten of Tilburg tot verbazing en ergernis. Militairen van de vliegbasis hadden de bommen op drie locaties afgeschermd met gestapelde containers. "Was er eentje ontploft, dan was er niet veel van overgebleven", zegt Wietse te Lintel Hekkert. Samen met drie andere gespecialiseerde militairen heeft hij op afstand de ontstekingen uit de bommen gehaald. "Daar gebruiken wij raketklemmen voor. Die klemmen plaatsen we om de ontstekingen heen en bedienen we vervolgens op afstand. Zo worden de ontstekingen er langzaamaan uitgedraaid." De twee Engelse bommen wegen elk 250 kilo, waarvan de helft bestaat uit springstof. De Amerikaan is twee keer zo zwaar en heeft ook twee keer zoveel springstof. Een zware jongen dus, deze Yank. De bommen werden gevonden doordat er ter plaatse grondonderzoek plaatsvindt voor de aanleg van het toekomstige bedrijventerrein Wijkevoort. De projectielen worden tijdelijk opgeslagen op de vliegbasis en zullen uiteindelijk op de Oirschotse Heide tot ontploffing worden gebracht.

Bommen bij vliegbasis

Voor de tweede keer in ruim een maand werden er bommen geruimd in de nabijheid van vliegbasis Gilze-Rijen. De bewoners van een handvol huizen moesten op 12 april hun huis tijdelijk verlaten omdat er twee vijfhonderdponders onschadelijk werden gemaakt in de buurt van stalhouderij Bien Venue aan de Bredaseweg. De geallieerden hebben de vliegbasis in de Tweede Wereldoorlog veel gebombardeerd omdat de Duitsers de basis in handen hadden.
bron: www.brabantsdagblad.nl

Gepost op

„Oorlog overleefd dankzij ouderling en diens vrouw”

Hannie Hof-Lugtigheid nam donderdagmiddag in het Joods Historisch Museum in Amsterdam de onderscheiding in ontvangst voor haar oom en tante, Johannes en Elisabeth Lugtigheid-Bijsterveld uit Heemstede. Het kinderloze echtpaar twijfelde midden in oorlogstijd geen moment toen het werd gevraagd een Joods meisje in huis te nemen.

Het meisje, Bep Rie Gomperts-Gerritse, is nog in leven en heeft onlangs de onderscheiding voor haar pleegouders uit de Tweede Wereldoorlog aangevraagd. Ze was enig kind in een Joods middenstandsgezin in Amsterdam, waarvan de vader werd opgepakt op de Dam en linea recta naar Auschwitz werd getransporteerd en vergast. Haar moeder overleefde de oorlog in Kamp Westerbork, maar moest Bep afstaan om onder te duiken.

In april 1944 kwam de kleine Bep terecht bij het echtpaar Lugtigheid in Heemstede. „Ze hebben geen moment getwijfeld: vanuit hun diepe geloof was het iets vanzelfsprekends. Elisabeth zei altijd: „Dit kind kwam nu eenmaal op ons pad””, aldus Gomperts.

Naar eigen zeggen werd Bep behandeld als een prinsesje. „Deze mensen deelden alles met mij, er waren geen andere kinderen. Mijn pleegvader was ouderling in de Nederlandse Hervormde Kerk; daarom ging ik ook mee naar de kerk en zelfs een poosje naar de zondagsschool. Toen daar op een keer het Bijbelverhaal van Rebecca werd verteld, zei ik spontaan: „Zo heet mijn oma ook!”” Een riskante opmerking, vindt Gomperts achteraf, omdat Rebecca een typisch Joodse naam is.

De Joodse vrouw zocht enkele jaren geleden een vriendje uit de oorlogstijd. Haar oproep in Libelle leverde geen reactie van hem op, maar wel van Hannie Hof-Lugtigheid, die een nichtje is van het echtpaar en altijd moest doen alsof Bep Gomperts ook haar nichtje was. Deze Hannie nam daarom vanmiddag samen met haar kleindochter de onderscheiding in ontvangst.

Weduwe en weduwnaar
Vanmiddag werden eveneens de pleegouders van onderduikkind Salo Muller onderscheidden: Pietje Heddema-Bos en Klaas Vellinga uit het Friese Drachtstercompagnie. Deze weduwe en weduwnaar hadden zelf negen kinderen en waren al behoorlijk op leeftijd toen de 7-jarige Salo, die van hot naar her was gesleept, uiteindelijk een rustig onderkomen bij hen vond. Ondanks hun goede zorgen wordt het hem te veel. Hij gaat stotteren, begint te hoesten, krijgt overal jeuk en voelt zich ziek. „Een vervreemd, angstig en nerveus Joods kind, dat niets meer van de wereld om hem heen begrijpt”, laat Muller weten in het boek dat hij over zijn ervaringen schreef.

Salo overleeft de oorlog, in tegenstelling tot zijn ouders, en wordt opgenomen in het gezin van zijn tante.

De onderscheidingen ”rechtvaardige onder de volkeren” werden in ontvangst genomen door een kleinzoon en -dochter.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Poolse verzetsheldin Sendler overleden

Sendler was maatschappelijk werkster en had als zodanig toegang tot het joodse getto. Zij gebruikte een tyfusuitbraak in het getto als voorwendsel om er regelmatig met een groep medewerkers naar toe te gaan. Samen met haar medewerkers wist zij tussen oktober 1940 en april 1943 2500 kinderen uit het getto te laten ontsnappen. In april werd het getto door de nazi’s ontruimd en platgebrand. De bewoners werden of ter plekke doodgeschoten of naar de Poolse vernietigingskampen gedeporteerd.

De kinderen kregen valse persoonsbewijzen en werden bij rooms–katholieke gezinnen ondergebracht of in kloosters, weeshuizen en ziekenhuizen.

In de hoop dat zowel de kinderen als hun ouders de oorlog zouden overleven en de ouders hun kinderen later zouden kunnen terugvinden, schreef Sendler de echte namen van de kinderen op op briefjes, die zij begroef. De meeste kinderen hebben hun ouders echter nimmer meer teruggezien.

Sendler werd in 1943 door de Gestapo opgepakt en ter dood veroordeeld. Zij belandde in de Pawiak–gevangenis waar zij werd gemarteld. De ondergrondse vezetsorganisatie Zegota wist de Duitse bewakers in Pawiak om te kopen, zodat Sendler kon vluchten.

‘Er is een groot mens gestorven –een mens met een groot hart, met grote organisatorische talenten, iemand die altijd aan de kant van de zwakken stond’, zei Marek Edelman, de enige leider van de opstand in het getto die nu nog in leven is.

In 1965 werd Sendler door het Holocaust Instituut Yad Vashem in Jeruzalem geëerd als een van de eerste zogeheten ’Righteous among the Nations’. Zij kreeg destijds van de communistische Poolse regering geen toestemming om naar Israël te reizen om de onderscheiding in ontvangst te nemen. Dat kon zij uiteindelijk pas in 1983.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Schrijf je profielwerkstuk over Het Philips-Kommando in Kamp Vught

¨       Wil je de onderdrukking, de rechteloosheid, de discriminatie en het racisme van toen vergelijken met situaties van nu, hier en elders?

¨       Wil je op originele wijze relaties leggen met verwante onderwerpen van WOII ?

 Schrijf dan je profielwerkstuk over het nieuwe onderwerp ‘Het Philips-Kommando in Kamp Vught’ en doe ook mee aan een landelijke wedstrijd met mooie prijzen!

Waar vind je meer informatie over deze oorlogsgeschiedenis ?

Kijk op www.philips-kommando.nl onder VERHAAL voor een uitvoerige schets van de geschiedenis van de Philips-werkplaats en van het Philips-Kommando op basis van persoonlijke ervaringen. Soortgelijke informatie is in een geïllustreerd informatieboekje ‘Licht in het Donker, Belevenissen en Achtergronden’ te vinden, dat te bestellen is via info@nmkampvught.nl (5 euro incl. verzendkosten). De reizende tentoonstelling. ‘Licht in het Donker, Het Philips-Kommando in Kamp Vught’ is ook een grote bron van informatie. Zie op www.philips-kommando.nl onder TENTOONSTELLING voor de bezoeklokaties,  

Waarom wordt een landelijke wedstrijd georganiseerd ?
Hoofddoel van onderstaande Stichting is om jongeren kennis te laten nemen van deze bijzondere geschiedenis met soms bizarre lotgevallen en ontwikkelingen om zo ook een andere kijk te krijgen op een concentratiekamp. Nevendoel is dat zij zich bewust  worden van de onaanvaardbare gevolgen van totalitaire systemen zoals het Nazi-regime. Om je te stimuleren je werkstuk over dit onderwerp te schrijven met zijn vele facetten en met vele verwante onderwerpen wordt voor schooljaar 2008-2009 wederom een landelijke wedstrijd met mooie prijzen georganiseerd, afzonderlijk voor HAVO- en VWO-leerlingen.

Waar vind je meer informatie over de wedstrijd ?

Kijk op www.philips-kommando.nl onder RICHTLIJNEN VOOR INHOUD EN OMVANG van het profielwerkstuk, WEDSTRIJDINFORMATIE en  WEDSTRIJDREGLEMENT

De eerste wedstrijd met het karakter van pilot project is georganiseerd in het schooljaar 2007-2008. De daarbij opgedane ervaringen zijn in de nieuwe informatie voor 2008-2009 verwerkt. Zie voor een verslag van de prijsuitreiking ook www.philips-kommando.nl.

Heb je interesse in het onderwerp en wil je ook meedoen met de wedstrijd ?

Geef je vóór 15 oktober 2008 op via het inschrijfformulier dat te downloaden is van  www.philips-kommando.nl. Het aantal deelnemende werkstukken is beperkt tot 100. Datum van inschrijving is bepalend. Derhalve hoe eerder je inschrijving binnen komt hoe beter. Uiterlijk 17 maart 2009 kun je het voltooide profielwerkstuk insturen naar het wedstrijdsecretariaat. De prijsuitreiking valt in april.

STICHTING GESCHIEDSCHRIJVING PHILIPS-KOMMANDO CONCENTRATIEKAMP VUGHT ’43-‘44

 

Gepost op

Activiteiten rond Bewogen Jaren in Hooge Mierde.

Op het plein bij café-restaurant De Bijenkorf was een parcours uitgezet over opgeworpen zandbergen, waar men zich in een jeep kon laten rondrijden.
In De Bijenkorf had ons bestuurslid André de Rijck een indrukwekkende tentoonstelling over illegale pers met daarnaast veel originele aanplakbiljetten uit oorlogstijd.
Het museum zelf trok zelf deze dag veel bezoekers die de prachtige diorama’s en ander uniek materiaal konden bewonderen over de oorlog in Nederland en Nederlands-Indië.
Een bezoek aan het museum is een echte aanrader, zie http://www.museumdebewogenjaren.nl 
Bij het Museum De Bewogen Jaren stonden twee kramen van de Documentatiegroep ’40-’45 met daarachter onze nieuwe voorzitter met zijn vrouw en ondergetekende.

’s Morgens wat moeten improviseren om de kramen te kunnen overdekken, ’s middags werden onze inspanningen beloond toen een korte maar felle regenbui ons teisterde.
Alles op de kramen bleef droog en de luifel werd een schuilplaats voor bezoekers die droog wilden blijven.
 Een dag vol spontane en enthousiaste bezoekers, één minder prettige bezoeker zag kans uit een boek een bladzij te scheuren met uniformen uit de oorlogsjaren.
Kwestie van mentaliteit zullen we maar denken.
Gelukkig waren de andere contacten zeer plezierig en konden we bezoekers soms een antwoord op al langlopende vragen geven en konden we meer bekendheid geven aan onze jubilerende Documentatiegroep ’40-’45.

De organisatoren Ad Blous en John Meulenbroeks mogen met voldoening op deze dag terugzien. Hun doel om het museum De Bewogen Jaren op de kaart te zetten is uitstekend gelukt, zij hebben de honderden bezoekers een interessante en aangename dag bezorgd.
De enige bij wie het museum niet op de kaart stond was de piloot van de Harvard die boven de menigte in Hooge Mierde een speciale editie van de Vliegende Hollander zou droppen.
Hij kwam aanvliegen via Reusel, zag daar een menigte en dropte de pamfletten boven een hippisch gebeuren. Hopelijk zijn de paarden niet geschrokken van deze onverwachte reclame voor het museum De Bewogen Jaren.
Wij hebben nog genoten toen alle voertuigen vertrokken en zijn toen gaan opruimen.
Onze hartelijk dank voor de Brabantse gastvrijheid en de organisatie van Ad en John die van deze dag een geweldig succes gemaakt hebben.

© Dirk Docter

Gepost op

Boekenbeurs Hartenstein 2008

Gelukkig was het fantastisch mooi weer voor de ruim dertig kraamhouders, elk jaar breidt de boekenbeurs uit, waardoor het aanbod zeer  divers is en de bezoekers ruimschoots aan hun trekken kunnen komen.

De Documentatiegroep ’40-’45 was ruim vertegenwoordigd en toont duidelijk ook in haar 45e jubileumjaar dat zij een springlevende en actieve vereniging is voor diegenen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.

Daarnaast bleek duidelijk dat er een echte vriendschapsband is en dat lief en leed met elkaar gedeeld wordt.
Ook de specialistische stand van de uitgevers van het blad “Toen & Nu” had een duidelijke meerwaarde op deze beurs en trok veel belangstelling om net dat ontbrekende nummer aan de verzameling toe te kunnen voegen.
Vanaf het begin zat de loop erin, al leken het meer kijkers dan kopers.

Wel leuk de vele, inhoudelijk vaak zeer interessante gesprekken.
Ook dit jaar was de catering weer prima verzorgd door de vrijwilligers van het Airbornemuseum.
“s Middags trok de muziekuitvoering van    veel belangstelling en oogstte een welverdiend applaus.
Zelf had ik het gevoel dat de dag omvloog en het veel te vroeg weer tijd was om in te pakken.
Het is en blijft een boekenbeurs om naar uit te zien, voor standhouders en bezoekers en is elk jaar weer een feest van ontmoetingen in een historische entourage.

© Dirk Docter
Gepost op

Radio’s redden Jan Kreeuwen z’n leven

"Toen mei 1940 de bommen vielen begon het verzet eigenlijk vanzelf", blikt Kreeuwen terug. "Twee dagen na de bombardementen op Rotterdam hebben mijn ouders en ik daar rondgelopen. Ik heb die ruïnes gezien, daar gelopen", wijst hij op een oude foto in een soort plakboek, dat Kreeuwen af en toe als geheugensteuntje gebruikt. "En ik was er kapot van."

Gelijktijdig had de toen 20-jarige Kreeuwen al contact met de voormalige Koninklijke Marechaussee.

Bijna luchtig, met een half verontschuldigende glimlach, blikt Kreeuwen terug op de oorlog. Hij dist z’n verhalen zonder al te veel poespas op. "Die radio’s hebben me de gevangenis in geholpen, maar hebben me ook meerdere keren het leven gered", concludeert hij nuchter in de gang van Haarendael waar de Gedenkplaats Haaren is gehuisvest. Kreeuwen is een van de zeven personen over wie de nieuwe tentoonstelling gaat, die hier zaterdag wordt geopend.

Zijn rol in het verzet behelsde het leveren van clandestiene ontvangers en de zogenoemde ‘moffenzeef’, een apparaatje waarmee de BBC storingsvrij kon worden ontvangen. Maar door zijn vele contacten rolde Kreeuwen dieper het verzet in. Zelf wuift hij zijn aandeel bescheiden weg. Toch leidde dat 31 juli 1942 tot zijn arrestatie. Een isoleercel in Scheveningen werd zijn eerste stek. December 1942 ging Kreeuwen naar de Polizeigefängnis Haaren, waar hij samen met 99 andere leden van de ordedienst terecht stond tijdens het ‘Proces van honderd’. "Dat was hier, waar nu de wasserij is. De zaal was versierd met een portret van Hitler en banieren. Er werden drie, vier mannen per dag verhoord, en het was bijna voor iedereen een feit dat we ter dood veroordeeld zouden worden. Alleen degenen met een hoge leeftijd gingen terug naar het kamp."

Kreeuwen werd veroordeeld. Zijn straf is later omgezet in Nacht und Nebel, wat volgens Kreeuwen overeenkomt met een langzame dood in een kamp. De verdere marsroute brengt Kreeuwen via Kamp Amersfoort naar het Duitse Neuengamme, Soest en Kamp Ebensee in Oostenrijk.

Kreeuwen vertelt honderduit over zijn radio’s en z’n vakmanschap, weinig over zijn acties in het verzet. Dat doe je niet, is een beetje de houding. Wel dus hoe hij, de radiotechnicus, in Kamp Amersfoort door commandant Kotälla verrot geschopt werd – met blijvende gevolgen – toen die ontdekte dat Kreeuwen maandenlang Radio Oranje had afgeluisterd, en alle nieuws had doorgegeven aan zijn medegevangenen. "We wisten dat de Engelsen successen boekten en dat was te merken in het kamp. De stemming onder de gevangenen was redelijk optimistisch."

Angst heeft hij niet echt gevoeld. "Je deed gewoon wat goed was", blijft hij nuchter. Na zijn afluisterpraktijken stond de lastige Kreeuwen hoog op de lijst voor een speciaaltransport naar Oranienburg. Dit werd voorkomen doordat een arts Kreeuwen een melkinjectie toediende. "Dat was op de dag van het transport. Ik moest na de injectie meteen naar de ziekenboeg waar ze een plek hadden vrijgehouden. Naar het deel waar mensen met besmettelijke ziekten lagen, zouden ze niet komen kijken. Nou, ik ben doodziek geweest." Het werd zijn redding. De drie anderen die klaar stonden voor transport, drie kopstukken uit het Venlose verzet, zijn nooit teruggekeerd.

Kreeuwen werd langzaam beter en belandde uiteindelijk in Kamp Neuengamme. "Ik werd meteen in een crematorium aan het werk gezet. Ik moest de kolen die nog gebruikt konden worden uit het as vissen. Verschrikkelijk", gruwt hij nog steeds.

Het duurde maar zeven dagen, daarna werd hij vervoerd naar het Duitse Soest, bij Paderborn, om spoorlijnen te repareren en bommen te verwijderen. Hij maakte er de massale Engelse bombardementen mee op dit spoorwegknooppunt. Hoewel de Engelsen dichterbij kwamen, leverde dat geen rust op. Juist niet: "We moesten te voet naar Kassel. Drie dagen en drie nachten aan één stuk. En van daaruit met de trein naar Kamp Ebensee. Maar Haaren was uiteindelijk de prettigste plek. Hier was de geest goed."

Gepost op

Vier de vrijheid festival te Barendrecht

In de tachtiger jaren verscheen van zijn hand “Schetsen uit de nacht- Barendrecht 1940-1945”.
Nu is er een heel nieuw boek verschenen, 600 pagina’s en dat voor een zwaar gesubsidieerde prijs van € 14,95! (tot vaderdag, daarna € 29,95 in de Barendrechtse boekhandels).
Natuurlijk direct gekocht en al gekeken naar de vele unieke foto’s, maar ook de bijzondere bijlagen en uitgebreide namenlijsten van slachtoffers.
Optredens van o.a. het Dagorkest brachten er de stemming al in.

Kinderen vonden het geweldig dat ze in oude militaire voertuigen mochten klimmen, terwijl de afgevuurde kanonschoten een aanslag op ieders trommelvliezen betekende.
Indrukwekkend was het enkele malen overvliegen van een B25 bommenwerper, alleen al dat geronk van de motoren.
Finalisten van de gedichtenwedstrijd over de vrijheid mochten hun werk voordragen.
Hierna werd het eerste exemplaar van het boek overhandigd aan burgemeester Jan van Belzen.
Daarna werd de burgerij in de gelegenheid gesteld om een exemplaar te kopen in de kraam van de Barendrechtse boekhandels. Als warme broodje vlogen ze over de toonbank.

Menigeen zit vanavond al te genieten van dit monumentale boek.
Onder de prominente aanwezigen ook ons lid Frank van Riet met zijn gezin, die nu dagelijks vele vragen krijgt naar aanleiding van zijn pas verschenen proefschrift over de Rotterdamse politie in oorlogstijd.

De Documentatiegroep ’40-’45 heeft niet alleen een prima maandblad De Terugblik, ook haar leden hebben ook nu weer bewezen met hun boeken belangrijke bijdragen aan de geschiedenis van Nederland in oorlogstijd te hebben toegevoegd.

Dirk Docter