Gepost op

‘Dit is er over, dat willen we bewaren’

Aart Vos (58) uit Zaltbommel is een van de bestuursleden van stichting Mikwe, het joodse rituele bad, dat pas begin jaren negentig weer aan het licht kwam. Dat gebeurde toen in de voormalige synagoge appartementen gemaakt werden.

Tegenover het mikwe en de synagoge, op de hoek van de Minnebroederstraat en de Kloosterstraat, stond tot de jaren zeventig het nutsgebouw. Een bescheiden plaquette herinnert aan het lot dat bijna alle joden in Zaltbommel ten deel viel. "Hier moesten ze zich melden in de jaren ’42 en ’43, en hier vandaan werden ze weggevoerd", zegt Vos over deze zwarte bladzijde in de geschiedenis. Naar doorgangskampen en uiteindelijk naar de vernietigingskampen. Op de plaquette staan de namen en de leeftijden van de oudste en de jongste inwoner van Zaltbommel die werden weggevoerd: een vrouw van 86 en een meisje van vier. ‘Niemand van hen keerde terug’ is de even sobere als trieste slotregel op de koperen plaat.

Toen de oorlog begon, woonden nog tussen de vijftig en zestig joden in Zaltbommel. In tweede helft van de negentiende eeuw was de gemeenschap op z’n grootst met zo’n 250 joden.

Zij kwamen niet alleen uit Zaltbommel maar ook uit omliggende plaatsen: Brakel, Rossum, Gameren, Poederoijen, Waardenburg en Herwijnen. In het mikwe staan nog een paar overblijfselen van de inventaris van de Bommelse synagoge. Een bankje, een paar elektrisch lantaarns. Vos: "De inventaris is na de oorlog naar de synagoge in Den Bosch gegaan. Toen die verbouwd werd tot muziekcentrum, is bijna alles weggegooid. Maar een paar dingen zijn gered."

Pakhuis, naaiatelier, aardappelopslag: de synagoge in Zaltbommel kreeg na de oorlog verschillende functies. Foto’s van de synagoge door de tijden heen hangen in het mikwe. Het gebouw is in sobere vorm gehandhaafd toen er appartementen in kwamen. Toen Alex Hes, een van de laatste joodse inwoners van Zaltbommel, en Hans Keser bij de werkzaamheden keken, zagen ze het bad. Zij maakten zich sterk voor behoud ervan.

In het gebouw zijn nu twee baden te zien. Het voorste was het eigenlijke bad waarin de mensen afdaalden. Iets van het trapje is nog te zien. Het achterste bad was destijds buiten het gebouw en daarin werd het hemelwater opgevangen, want een ritueel bad nam je in hemelwater. Ook de stookplaats in het mikwe is nog te zien. "Dit is dan nog over, dit religieus erfgoed willen we bewaren", zegt Vos, in het dagelijks leven historicus bij het stadsarchief Den Bosch. In mei gaat het mikwe op zondagen weer open. Gewerkt wordt aan een fototentoonstelling over het vooroorlogse joodse Zaltbommel.
bron: www.brabantsdagblad.nl

Gepost op

Yad Vashem eert Fries echtpaar

Het echtpaar Sybrandi woonde op de hoeve Steenwijk in Deinum, op een afgelegen en moeilijk bereikbare plaats. Ondanks de gevaren die het met zich meebracht, besloot het gereformeerde echtpaar, dat ook kleine kinderen thuis had, om een Joods echtpaar te helpen. Het echtpaar bleef korte tijd op de boerderij.

Daarna kwam de Goudse Jood Marcel Leiser op de boerderij. De ouders van de in 1923 geboren jongeman werden in 1942 gearresteerd en naar Westerbork gebracht. In 1943 werden zij in Auschwitz vermoord. Kort na de arrestatie van zijn ouders dook Marcel onder. Hij kwam bij de familie Tolsma in Blessum. De ouders van het gezin waren al overleden en de vijf kinderen boden Leiser onderdak, ondanks dat drie van de vijf kinderen ziek waren.

Na enige tijd kwam Marcel bij het echtpaar Sybrandi terecht, waar hij meehielp op de boerderij. Op 28 september 1944 werd hij door twee landwachters van zijn bed gelicht en overgebracht naar het huis van bewaring in Leeuwarden.

Twee weken daarna probeerde een verzetsgroep de spoorlijn Zwolle-Leeuwarden te saboteren. De sabotagepoging mislukte. Om een voorbeeld te stellen, werden drie willekeurige personen uit het huis van bewaring gehaald. Onder hen was ook Marcel. De drie werden op de plaats van de sabotage gefusilleerd.

Het echtpaar Sybrandi is inmiddels overleden. Hun kinderen namen dinsdag de onderscheiding in ontvangst.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Rooise schuilkelder redde levens aan einde van de Tweede Wereldoorlog

Vanuit zijn huidige woonplaats Oosterhout reageert Cooymans blij verrast op het nieuws dat de bunker in de achtertuin van de vroegere dokterswoning is teruggevonden. De schuilkelder redde aan het einde van de oorlog levens. Eigenlijk precies zoals de dokter had voorzien. "Mijn vader studeerde in 1933 in Berlijn. Hij wilde internist worden. Maar na het afbranden van de Rijksdag ,is hij dat jaar teruggekeerd. Hij voorzag dat er oorlog zou komen. Zijn studie heeft hij na de oorlog pas afgerond."

Al vrij snel nadat het gezin Cooymans zich in Sint-Oedenrode vestigde, nam de oorlogsdreiging toe. Dat was het moment waarop de dokter besloot in de achtertuin een bunker te bouwen.

Maar hele­maal afgebouwd is-ie volgens Peter Cooymans nooit. "Er zit geen licht en water in. Er zou een gepantserde stalen deur in komen. Maar aan dat staal kon mijn vader niet meer komen." Veel nut had de kelder aanvankelijk niet. Na de capitulatie van Nederland in 1940 werden Duitse soldaten ingekwartierd in de tuin bij het doktershuis. "Die mannen waren best wel aardig. De kelder had eigenlijk op dat moment geen functie. Mijn zusje en ik gebruikten hem om in te spelen of kikkers te vangen."

Maar dat veranderde, gaandeweg de bezetting. Dokter Cooymans was bij de ondergrondse en de kelder werd herhaaldelijk gebruikt als tijdelijk onderdak voor gestrande geallieerde piloten. Vanaf dat moment moest de kelder geheim blijven. Zeker met de Duitsers op letterlijk een steenworp afstand.

Echt van levensbelang werd de bunker in 1944 tijdens de slag om de Hambrug. Cooymans kan zich die tijd nog heel goed herinneren, al was hij toen pas vijf jaar. " We zaten voor mijn gevoel wel een week continu in die kelder. Niet alleen wij, maar ook de buren en andere kennissen. We zaten met wel twintig of vijfentwintig man in die bunker van pak ‘m beet twee bij drie meter."

Allen overleefden de oorlog. Het gezin Cooymans verhuisde met­een na de bevrijding naar Vught. Het huis werd verkocht aan de volgende dorpsarts. De bunker werd afgedekt en raakte in de vergetelheid. Totdat Floris Postmes (16) vorige week met zijn metaaldetector ging rondsnuffelen in de tuin van zijn ouderlijk huis. Hij daalde zelf af in de bunker. Meer dan een paar lege flessen, een olielampje, wat apothekerspotjes en een fraaie kruik van aardewerk leverde dat niet op. Volgens dorpshistoricus Wim van Rooij is de bunker de enige in zijn soort in Sint-Oedenrode.
bron: www.brabantsdagblad.nl

Gepost op

Deelnemer historische uitbraak WO II begraven

In 1943 werd James overgeplaatst naar Stalag Luft III, in de buurt van het Poolse Zagan. Het was zijn taak om een grote hoeveelheid zand uit een van de ontsnappingstunnels te doen verdwijnen. In de nacht van 24 maart 1944 ontsnapte James als 39e gevangene. Met een Griekse kameraad pakte hij een trein naar de Tsjechische grens. Maar twee dagen later hadden de Duitsers hem weer te pakken. „We waren op weg, hoopten we, naar de vrijheid”, zei hij in 2004 tegen het persbureau AP. „Het pakte wat anders uit.”

James was een van de acht ontsnapte gevangenen die naar het concentratiekamp Sachsenhausen bij Berlijn werden gestuurd. Opnieuw ontsnapte hij; twee weken later werd hij opnieuw opgepakt. Tijdens zijn gevangenschap leerde James Russisch; na de oorlog werkte hij voor de Britse diplomatieke dienst. Op 18 januari overleed hij op 92-jarige leeftijd in het Engelse Shrewsbury.

De ontsnappingspoging is een van de beroemdste gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog, onder meer door de film ”Great escape”. „Een groot deel was Hollywood-fantasie. Er deden (in werkelijkheid, red.) geen Amerikanen mee aan de ontsnapping”, zei James.

Gepost op

Duitse uitgever komt met naziwoordenboek

Zo betekende ”Endlösung” ooit het vinden van een uiteindelijke oplossing. Het woord staat sinds de Tweede Wereldoorlog synoniem voor de vernietiging van de Joden. De oorspronkelijke betekenis van het woord ”Selektion” is selectie, maar wordt in die hoedanigheid niet meer gebruikt omdat het refereert aan de selectie van slachtoffers voor de gaskamers.

Het ”Wörterbuch der Vergangenheitsbewältigung” is uitgegeven door uitgeverij Georg Olms in Hildesheim. Het boek met de beladen termen kan worden gebruikt in (politieke) debatten over de Duitse taal, aldus de uitgever.

Gepost op

Omstreden kaart Anne Frank niet meer verspreid

Dat hebben de organisaties woensdag gezamenlijk bekendgemaakt. Ze stellen dat de hedendaagse situatie van de Palestijnen een heel andere is dan de situatie van de Joden in de Tweede Wereldoorlog en dat Israel en nazi-Duitsland volstrekt verschillend zijn.

Boomerang zegt het te betreuren als mensen door de afbeelding gekwetst zijn en wil juist bijdragen aan een vreedzame samenleving, ook voor Israëli’s en voor Palestijnen.

De kaartencampagne waar de omstreden kaart deel van uitmaakt, is overigens afgelopen weekeinde al gestopt. Het bedrijf heeft wel toegezegd aan het CIDI de kaart nooit te herdrukken.

Gepost op

Eerbetoon aan slachtoffers Shoah

Bezoekers van de website mogen gegevens aanreiken. Graag zelfs. Het Joods Historisch Museum ondersteunt het initiatief van Sajet, die gisteren een „oproep aan alle 70-, 80- en 90-jarigen die in de oorlog familieleden hebben verloren” deed om zo veel mogelijk correcties en aanvullingen aan te leveren. Zelf is het museum ook bezig foto’s aan de namen in de database te koppelen.

Jaap Sajet werd op 5 mei 1945, toen Nederland bevrijd werd, 12 jaar. Met zijn ouders en een ander Joods gezin -eveneens bestaand uit ouders en één kind- had hij de Tweede Wereldoorlog overleefd op een onderduikadres in Amsterdam. „Een bijzondere onderduiktijd: op hetzelfde adres als mijn ouders; dat was bij veel Joodse kinderen anders. Vader heeft me, hoewel hij geen onderwijzer was, in die periode alle leerstof van de vierde, vijfde en zesde klas bijgebracht, zodat ik nauwelijks achterliep toen ik in 1945 weer naar school kon. Onze verzorger, die zelf niet in het huis woonde, bracht ons 22 maanden lang elke dag eten.”

Na de bevrijding bleek dat er nauwelijks nog familieleden in leven waren; alleen wat neven en nichten van Sajets ouders. Grootouders, ooms en tantes waren weggevoerd en omgebracht. „En zelfs m’n zieke overgrootmoeder van 84 jaar werd gedeporteerd. Wij waren heel laat ondergedoken, in juni 1943. Toch hebben we het overleefd. M’n ouders hebben hun leven weer opgebouwd, al was vooral mijn moeder de eerste jaren heel emotioneel.”

Het Joods Historisch Museum plaatste de database op internet waarin prof. Ies Lipschits jarenlang de gegevens van de Nederlandse Holocaustslachtoffers verzameld had. Toen ir. Sajet (74) op dit Digitaal Joods Monument (DJM) zijn familieleden vond, bleken er slechts wat kale feiten over hen vermeld te zijn. „Zo is het bij veel slachtoffers: de gegevens zijn meestal wel juist, maar de mens komt er niet uit. Ik was oud genoeg om alles te beseffen. ’k Heb mijn familieleden goed gekend. Grootvader was niet een man op een namenlijstje, maar de persoon met wie ik gewandeld heb en die ik bij zijn werk hielp. Dat wilde ik terugbrengen. De slachtoffers hebben geen graf gekregen, maar op deze wijze krijgen ze toch een „bekovedlich” (eervol) graf.”

Vandaar de oproep die Sajet, ondersteund door het Joods Historisch Museum, gisteren deed uitgaan. „Als ik denk aan al die mensen, van stokoud tot heel jong, mensen die soms geen vlieg kwaad deden, maar die zijn uitgemoord, dan kan ik het drama nog altijd niet bevatten.”

Boeken over de Jodenvervolging las hij zelden, en tientallen jaren bezocht hij geen enkele herdenkingsbijeenkomst. „Dat had ik niet nodig. De herinneringen zaten in mijn hoofd; ik leef met de gedachten aan de doden. Later ben ik met mijn kinderen en kleinkinderen wel naar herdenkingen gegaan, om hen het besef bij te brengen wat er gebeurd is.”

Het bijeenbrengen van materiaal kan veel emoties oproepen. „Zelf wilde ik op het monument de gegevens opzoeken van mijn buurjongen en schoolkameraad David Koopman. Er bleken meer dan 5600 Koopmans vermoord te zijn. Toen kon ik niet meer verder zoeken.”

Toch moet het monument zoveel mogelijk worden aangevuld, aldus Sajet. „Als wij, 70-, 80-, en 90-jarigen dit niet doen, zal het nooit meer kunnen geschieden. Wij hebben deze informatie nog in ons hoofd en soms in onze fotoalbums. Aan onze kinderen kunnen we dit nauwelijks vragen. Ik reken op u."
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Kinderen van collaborateurs centraal in Kamp Vught

Kind van ‘foute ouders’ nooit bevrijd
door Ron Magnée

29 jan 2008,  Nationaal Monument Kamp Vught schenkt in de nieuwe expositie ‘Getekend geboren’ aandacht aan een vergeten groep slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog: de kinderen van zogeheten ‘foute ouders’.
 

De expositie gaat dieper in op de effecten die kinderen van collaborateurs na de oorlog ondervonden.
Over de taboes en schuldgevoelens die generaties met zich meedroegen. En meedragen, want de effecten zijn vandaag de dag nog steeds voelbaar. Tijdens de oorlog collaboreerden naar schatting zo’n 150 duizend Nederlanders.
Zij traden in dienst bij de Waffen-SS of waren lid van de NSB. Na de oorlog werden veel van hen bestraft en berecht. Een deel kwam terecht in kamp Vught. De eerste vijf jaar na de oorlog zaten duizenden collaborateurs in het voormalige concentratiekamp vast.

De straf die de omgeving hen oplegde, duurde langer en beperkte zich niet tot de collaborateurs. Kinderen en zelfs kleinkinderen droegen decennia daarna nog een zware last met zich mee. Het directe gevolg van de houding van hun ouders en grootouders. Al met al betrof het enkele honderdduizenden Nederlanders.

De expositie in Nationaal Monument Kamp Vught beslaat de periode van de oprichting van de NSB in 1931 tot de nabije toekomst. Want ook vandaag de dag worden kinderen nog gestraft voor de keuzes van hun ouders.

De zeer indringende expositie toont foto’s, citaten, teksten, voorwerpen en een film. Oorlogssymboliek zoals NSB-spelden en grammofoonplaten van Koor Nationale Jeugdstorm bijvoorbeeld.

Maar de expositie heeft ook voorwerpen die illustreren dat voor kinderen van ‘foute’ ouders de bevrijding nooit kwam. Zo maakt een fietsje deel uit van de expositie. NSB-ouders gaven de tweewieler in 1954 aan hun kind cadeau. Niet om vrolijk op te kunnen peddelen, wel om sneller te kunnen vluchten ingeval van nood.

De tentoonstelling loopt van 3 februari tot en met 30 maart. Nationaal Monument Kamp Vught is geopend van dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur en op zaterdag en zondag van 12.00 tot 17.00 uur. De toegang is gratis.

In het kader van Getekend geboren verzorgt Alie Noorlag op zondag zondag 2 maart een lezing.. Zij schreef het boek ‘Een leven lang gezwegen’ met de getuigenissen van voormalige NSB-ers en hun familie.

Gepost op

Zestig skeletten blootgelegd in Duitsland

Het zou ook om slachtoffers van gedwongen arbeid tijdens de Tweede Wereldoorlog kunnen gaan.
Destijds stond er een wapenfabriek in de buurt van de bouwplaats, aldus historici.

De skeletten lagen ’geordend’ in vier graven op twee meter diep, wat er mogelijk op wijst dat het niet om massagraven gaat.
Enkele skeletten zijn meegenomen voor onderzoek, meldde de politie.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Opstelten krijgt eerste holocaustboekje

In Onbestelbaar verhaalt Lipschits over zijn herinneringen over de jodenvervolging in Rotterdam. Het boek komt uit ter gelegenheid van de herdenking van de holocaust eind januari.

’Onbestelbaar’ is een brief in boekvorm van Lipschits gericht aan zijn moeder, die in Auschwitz is vergast. De brief, die de emiritus hoogleraar eigentijdse geschiedenis op 62-jarige leeftijd schreef, bestaat uit persoonlijke herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog in Rotterdam. Van het gezin Lipschits overleefden alleen Isaac en zijn broer Alex WOII. Lipschits is inmiddels 77 jaar en woont in Groningen. Hij was ooit adviseur van de Goudstikker-erfgename Von Saher.

Met het gratis verspreiden van het holocaustmanuscript willen de initiatiefnemers, waaronder uitgeverij Verbum en het Nederlands Auschwitz Comité, de Rotterdammers aanmoedigen om het 76 pagina’s tellende boekje te lezen en na te denken over antisemitisme en discriminatie.

In Nederland vinden rond de wereldwijde Holocaust Memorial Day op 27 januari diverse activiteiten plaats. De Verenigde Naties hebben deze dag drie jaar geleden uitgeroepen, vijftig jaar na de bevrijding van Auschwitz op 27 januari 1945.