Gepost op

Berlijners willen Gedächtniskirche behouden

Met een benefietconcert vorige week probeerden de inwoners van de hoofdstad geld bijeen te brengen voor de restauratie van de oude kerktoren, meldden Duitse media. De torenruïne is het enige restant van de in de Tweede Wereldoorlog verwoeste neoromaanse kerk uit het einde van de negentiende eeuw.Volgens de predikant staat de toren op instorten. Het stadsbestuur stelde al 1,5 miljoen euro beschikbaar voor de opknapbeurt, die naar schatting 3,5 miljoen euro gaat kosten.

De architect Egon Eiermann wilde eind jaren vijftig de ruïne laten afbreken en vervangen door nieuwbouw. Berlijners reageerden verbolgen. Als compromis bouwde Eiermann bij het restant van de Gedächtniskirche onder meer een zeshoekige toren en een achthoekige gebedsruimte, die in 1961 werden ingewijd. Sommige Berlijners noemen de oude toren, waarvan de spits ontbreekt, Holle Kies. De moderne toren en kerkgebouw kregen de bijnamen Lippenstift en Poederdoos.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

PS Zeeland geven geld aan museum in Nieuwdorp

Dat bleek vrijdag tijdens de vergadering van Provinciale Staten van Zeeland. Met de subsidie wordt het museum vergroot met onder meer een filmzaal.Het museum heeft een „uitgebreide en unieke collectie”, oordeelden PS vrijdag. Het Zeeuwse museumbestel wordt met een volwaardig museum over Zeeland in en direct na de Tweede Wereldoorlog „substantieel versterkt”, verwachten zij.

Centraal thema van het Nieuwdorps museum is de Slag om de Schelde. Die had plaats in 1944 en was een tweede massale landing op het bezette Europa, enigszins vergelijkbaar met de invasie in Normandië. Bij de Slag om de Schelde werd onder meer de dijk bij Westkapelle gebombardeerd. Het dorp raakte, mede door de daaropvolgende overstroming, grotendeels verwoest, waarbij een aanzienlijk aantal dodelijke slachtoffers viel.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Kruizen, rij aan rij

In de straatjes van Ieper, een Vlaams stadje in het zuidwesten van België, lopen veel mensen richting de Menempoort, het imposante gedenkteken van de Eerste Wereldoorlog. Het is rond halfacht ’s avonds. Een paar agenten houden het verkeer bij de poort -die wat lijkt op de Arc de Triomphe in Parijs- tegen. Er staan een paar honderd belangstellenden van verschillende nationaliteiten: burgers en militairen en zelfs klassen met schoolkinderen.Tegen achten komen vier klaroenblazers in uniform aangemarcheerd. Het wordt stil, doodstil. In de poort stellen ze zich strak naast elkaar op en zetten ze hun instrument aan de mond. Klokslag acht uur spelen de mannen de ”Last Post” als eerbetoon aan de honderdduizenden in deze omgeving gesneuvelde soldaten. Als de laatste klagelijke tonen zijn weggestorven, spreekt een aalmoezenier enkele woorden, waarna enkele militairen en jongeren kransen leggen. Om halfnegen is de plechtigheid bij de in 1927 ingehuldigde Menempoort afgelopen. Al sinds 1928 wordt deze dodenherdenking hier iedere avond gehouden.

Gifgas
Ieper anno 2007 lijkt met zijn monumentale gebouwen een historische stad, maar in werkelijkheid is geen enkel pand hier ouder dan negentig jaar, zegt Wouter Sinaeve van het ”In Flanders Fields Museum”. „Alles is hier zo veel mogelijk weer in de oorspronkelijke stijl herbouwd. Na afloop van de Eerste Wereldoorlog stond hier geen huis of gebouw meer overeind. Alles was kapotgeschoten.” Een grauwe overzichtsfoto uit die tijd laat het troosteloze beeld zien van puinhopen, enkele stukken muur, vele bomkraters en boomstronken met nog een paar bladerloze takken, die als opgeheven wijsvingers lijken te waarschuwen voor de vernietigingsoorlog die hier heeft gewoed.

Op 4 augustus 1914 valt het Duitse leger België binnen. De bedoeling is om snel op te rukken richting Frankrijk en naar de kust. Maar in oktober valt de opmars al stil door het heftige verzet van de geallieerde legers van Frankrijk, België, Groot-Brittannië en landen die tot het vroegere Britse rijk behoren, zoals Canada en Australië. De soldaten graven zich in en bestoken elkaar vanuit hun loopgraven.

Vooral de geallieerden vechten nog op een ouderwetse manier, licht Sinaeve toe. „Ze stormden massaal op de Duitse stellingen af, maar vormden daardoor een gemakkelijk doelwit voor de modernere Duitse wapens zoals mitrailleurs, kanonnen en handgranaten.”

Het is een complete vernietigingsoorlog met wederzijds enorme bombardementen, met zelfs gifgas. Soldaten worden kanonnenvlees en de omgeving wordt volledig verwoest. De manschappen kampen bovendien met ongedierte zoals ratten, muizen en luizen.

Dal van het lijden
In de zomer van 1917 willen de Britten de patstelling aan het Vlaamse front doorbreken. Met een groot offensief proberen ze door te stoten naar de havens van Oostende en Zeebrugge. Tevens is de massale aanval bedoeld om de zwakker wordende Franse legers die meer oostelijk aan het front liggen te helpen.

De frontale aanval -die tot 10 november 1917 duurt- gaat de geschiedenis in als de ”Derde Slag bij Ieper” of de ”Slag van Passendaele”. De strijd begint op 7 juni met geweldige explosies van grote hoeveelheden mijnen die de Britten via ondergrondse gangen hebben aangebracht onder de Duitse stellingen. De schokken met de kracht van een flinke aardbeving zijn tot in Londen voelbaar.

Om het offensief kracht bij te zetten vuren de Britten in twee weken tijd ruim 4 miljoen projectielen af. Het is het meest intense bombardement uit de hele oorlog. Mede door de hevige regenval verandert de streek in een ontoegankelijke modderpoel, waarin vele soldaten omkomen. De aanval verloopt steeds moeizamer en op 10 november loopt het offensief uiteindelijk dood op de top van de heuvelkam bij het dorpje Passendaele.

In honderd dagen zijn de geallieerden slechts amper 8 kilometer opgerukt. De menselijke tol is enorm: 250.000 Britten zijn gesneuveld, gewond of vermist. Het gaat daarbij om een kwart van de ingezette manschappen. Aan Duitse zijde liggen de verliezen slechts iets lager. Niet voor niets omschrijven de Britten de ”Slag van Passendaele” als ”Passiondale”, ofwel ”dal van het lijden”. Ondanks de enorme verliezen wordt de slag toch niet als volledig mislukt beschouwd, want het offensief heeft de Duitsers zodanig verzwakt dat het heeft bijgedragen aan hun uiteindelijke nederlaag in de Eerste Wereldoorlog.

Rode klaproos
De oorlog leeft nog steeds in Ieper en omgeving. Er zijn niet alleen verschillende musea waar bezoekers een goede indruk van de strijd krijgen, maar op veel plaatsen zijn de sporen van de veldslag ook nog duidelijk zichtbaar. De vele kerkhoven springen in het oog. De Duitsers begroeven hun doden vooral in eigen land, maar ten noorden van Ieper liggen op een sober kerkhof bij Langemark ruim 44.000 Duitsers in vooral verzamelgraven, onder wie 3000 studenten van soms nog geen achttien jaar oud.

De Britten begroeven hun gesneuvelden zo veel mogelijk ter plaatse. Rond Ieper zijn meer dan 170 goed onderhouden Britse begraafplaatsen. Verreweg de grootste is Tyne Cot Cemetery, waar 12.000 militairen begraven liggen.

Vele lijken van soldaten zijn nooit teruggevonden. Nog steeds worden er jaarlijks 40 à 50 opgegraven bij bouw- of wegwerkzaamheden, zegt conservator Franky Bostyn van het oorlogsmuseum ”Passchendaele 1917”. „Soms lukt het nog om hen te identificeren aan de hand van persoonlijke bezittingen.”

Toch zijn de vele vermisten die geen eigen graf hebben niet vergeten. Bostyn: „Op de stenen panelen van de Menempoort in Ieper staan de namen van bijna 55.000 vermiste Britse soldaten die in deze omgeving tussen augustus 1914 en 15 augustus 1917 zijn gesneuveld. Maar voor de bijna 35.000 vermiste Britse soldaten die na die datum nog omkwamen was in de poort geen ruimte meer. Daarom zijn hun namen gegraveerd in een muur op Tyne Cot Cemetery.”

Ieper heeft door de vele doden een bijzondere plaats gekregen in de landen van het voormalige Britse rijk. Voor hen is de stad het middelpunt van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Ieder jaar dragen veel Britten in de week voor 11 november een kunststof corsage van een rode klaproos, de zogenaamde ”poppy”. De wilde klaprozen zijn het symbool geworden van de oorlog. Het is gebaseerd op het beroemde gedicht ”In Flanders Fields” van de bij Ieper gesneuvelde Canadese arts luitenant-kolonel John McCrae, waarvan de eerste regels luiden: ”In Flanders fields the poppies blow/ Between the crosses, row on row”. (”In de Vlaamse velden bloeien de klaprozen/ tussen de kruizen, rij aan rij.”)
De klaproos is een begrip. Vele bezoekers van de oorlogskerkhoven plaatsen tegen de witte grafzerken kleine houten kruisjes met een poppy en de tekst ”in remembrance”, ”ter herinnering”.

Ook in Nederland meer interesse voor Eerste Wereldoorlog
De belangstelling voor de Eerste Wereldoorlog groeit. Er komen nu jaarlijks zo’n 330.000 mensen naar deze omgeving, aldus conservator Franky Bostyn van het museum ”Passchendaele 1917”. „Hiervan is 50 procent Brit, 40 procent Belg en zo’n 10 procent is Hollander.”

Dat laatste vind Bostyn opvallend. „Nederland was tijdens deze oorlog neutraal, maar toch neemt de interesse toe. Dat komt mede doordat er in het onderwijs meer aandacht aan wordt geschonken, maar er verschijnen ook steeds meer boeken over dit onderwerp. De grootste groep bezoekers zijn echter de Britten. „Zij willen zien waar hun familieleden en landgenoten hebben gevochten en waar velen van hen zijn omgekomen.”

Verschillende bedrijven verzorgen rondleidingen op de slagvelden. In Ieper zijn ook een paar winkels met artikelen over de Eerste Wereldoorlog. Dat varieert van boeken, loopgravenkaarten, medailles, helmen tot onklaar gemaakte granaten. Een Brits Lee-Enfield geweer met bajonet kost bijna 500 euro, een handgranaat 50 euro en een goede Duitse helm 375 euro.

Hoewel er ook namaakartikelen op de markt zijn, is het meeste toch origineel. „Door de bewoners is altijd ontzettend veel bewaard”, zegt eigenaar Patrik Indevuyst van de ”Military Bookshop”. „Vlamingen zijn echte hamsteraars. Maandelijks zijn er nog beurzen waar veel artikelen te koop worden aangeboden.”

Rond Ieper ligt nog steeds veel munitie, geweren en andere voorwerpen in de grond. „Tijdens het ploegen stoten de boeren geregeld op projectielen. Die leggen ze aan de rand van hun akkers of in de openingen van betonnen telefoonpalen. Jaarlijks gaat het om zo’n 200.000 kilo munitie. Deze wordt opgehaald door de Belgische mijnopruimingsdienst, die de granaten onschadelijk maakt.

In de omgeving zie je soms mensen bezig met een metaaldetector. „Een dagje zoeken levert altijd wel wat op”, zegt een jongeman uit Passendaele. „Gisteren vond ik nog een eierhandgranaat, enkele kogels en granaatscherven.”

Bostyn heeft het niet zo op illegale verzamelaars. „Nog ieder jaar vallen er slachtoffers als ze proberen granaten te ontmantelen. Bovendien komt het regelmatig voor dat ze de gevonden lijken plunderen door de persoonlijke bezittingen mee te nemen. Dat vind ik erg. Zo ga je niet met gesneuvelde soldaten om. Zij verdienen een echt graf.”

Meer informatie: Toerisme Vlaanderen & Brussel (tel. 070 – 4168110, www.toerismevlaanderen.nl), www.inflandersfields.be, www.passchendaele.be, www.ijzertoren.org.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Herdenking Jehova’s in Bevrijdingsmuseum

Volgens museumdirecteur en historicus Wiel Lenders behoort Hitlers poging de Jehova’s getuigen uit te roeien tot een nog vrijwel onbekend gebleven deel van de oorlogsgeschiedenis. De gelovigen behoorden bij de eerste slachtoffers van concentratiekampen, omdat Hitler al vroeg in de jaren dertig had gezworen dat hij hen zou verdelgen, aldus Lenders.
Tijdens de herdenking is de film ‘Jehova’s Getuigen – standvastig onder naziterreur’ te zien. De herdenking is gratis toegankelijk.
bron: www.brabantsdagblad.nl

Gepost op

Oud-directeur NIOD Hans Blom gastspreker in Nationaal Monument Kamp Vught

Aan de hand van concrete voorbeelden zal Blom (1943) spreken over de spanning tussen de beeldvorming van de Tweede Wereldoorlog en de bezettingstijd enerzijds, en de resultaten van wetenschappelijk onderzoek anderzijds. De beeldvorming over de oorlog verliep in fasen, die de historicus Blom helder beschrijft. Hij houdt een pleidooi om realistisch te zijn en te erkennen dat de maatschappelijke interesse voor deze periode altijd zeer moreel (en politiek) geladen is. Dit aspect staat op gespannen voet met grondig historisch onderzoek. “We moeten nastreven om de band tussen het herdenken en onderzoek niet te verbreken, maar op termijn kan deze strijdigheid ook de zeggingskracht van het herdenken ondergraven. Kunnen wij met dit uitgangspunt leven?” Blom geeft zijn lezing in Nationaal Monument Kamp Vught de titel: ‘Wat hebben we aan de waarheid als die ons hindert’.

Blom werd in 1983 bekend door zijn oratie ‘In de ban van goed en fout?’,  waarin hij afstand nam van het goed-fout paradigma van zijn illustere voorganger Lou de Jong. Ter gelegenheid van zijn pensioen verscheen de bundel ‘In de ban van goed en fout’ met de belangrijkste artikelen van Blom van de laatste 25 jaar. De artikelen in dit boek hebben allemaal te maken met de Tweede Wereldoorlog. Eén artikel behandelt een ander onderwerp: Srebrenica. Dat verwijst naar het grote Srebrenica-rapport, waarvoor Blom verantwoordelijk was en waarop het laatste kabinet-Kok gevallen is. Het boek is vanaf 1 december te koop in de museumwinkel (€ 19,50).

Het VPRO-programma OVT zei over de historicus: “Blom is zonder enige twijfel de enige directeur van het NIOD die uit de slagschaduw van Loe de Jong wist te treden. Zijn Srebrenicarapport en zijn bemoeienis met de kwestie-Srebrenica beïnvloedde de publieke meningsvorming over Nederlands grootste nationale trauma na de oorlog.”

De lezing begint om 14.00 uur met een inleiding van directeur Jeroen van den Eijnde. De entree is
€ 3,00 of € 2,00 voor studenten, Vrienden, met CKV of CJP. Op zondag 2 december is tevens een rondleiding om 14.00 uur voor individuele bezoekers (deelname € 2,50/€ 1,50).

Nationaal Monument Kamp Vught
Lunettenlaan 600
5263 NT Vught
www.nmkampvught.nl
(073) 6566764

Gepost op

Yad Vashem onderscheidt Nederlanders

De drie echtparen zijn Berthus en Gijsbertje Colet uit Eindhoven, Pieter en Siebregje van der Werff uit Bolsward en Cornelis en Marretje Veenhof uit Utrecht. Zij krijgen de eretitel Rechtvaardige onder de Volkeren, de hoogste onderscheiding die de staat Israël kent. Een dochter of zoon van de inmiddels overleden echtparen neemt de oorkonde en medaille die aan de onderscheiding verbonden zijn, in ontvangst.
bron www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Spiegeltje als aandenken aan oorlogsjaren

Gibbs vertelt zijn verhaal in het restaurant op het vliegveld. Naast hem staat een grote, beschadigde propeller. „Op 28 januari 1945 zaten we met z’n tienen in het vliegtuig, een B-24 Liberator. We werden beschoten boven Duitsland, vlogen door tot Zeeland, maar moesten springen boven Haamstede. Ik kwam op de grond naast een boerderij neer. Mijn maat kwam op het dak terecht. We mochten in de woning komen en kregen daar een borrel. Dat was de lekkerste drank ooit.” Na een kwartiertje werden Gibbs en zijn maat al gevangengenomen door Duitsers. „Wij hadden altijd sigaretten en chocolade bij ons voor de Nederlanders. Die Duitsers pakten het meteen af. Heel het Duitse hoofdkwartier rookte van mijn sigaretten”, lacht de veteraan. Hij werd afgevoerd naar een kamp in Duitsland. „Daar ben ik erg bang geweest. Rondom ons werden steden platgebombardeerd.” Op 29 april werd hij bevrijd. In totaal leven nog vier van de tien bemanningsleden.

Vrijdag bracht Wings to Victory hem terug bij de boerderij. „It was wonderful.” Midden in het bietenland wappert een Amerikaanse vlag. Hier stortte het vliegtuig neer. „De mensen in Nederland waren goed voor me. Ik heb hier mooie en minder mooie herinneringen”, zegt hij. Voor de oud-militair was er vrijdag ook een speciaal geschenk. Een spiegeltje, dat boordschutters van de Liberator in geval van nood gebruikten om te seinen. Na de crash werd het gered door een ooggetuige. Het blijkt het enige tastbare te zijn dat nog over is van het vliegtuig. Gibbs: „Dit betekent veel voor me. Ik bewaar het de rest van mijn leven.”

Behalve Gibbs was er vrijdag ookeen Amerikaanse op vliegveld Midden-Zeeland. Adrian Caldwell-Leist probeert helderheid te krijgen over de omstandigheden waarin haar vader om het leven kwam. Hij was bemanningslid van een bommenwerper. Tijdens de oorlogsjaren stortte het toestel in zee, vermoedelijk in de buurt van Goeree-Overflakkee. Daarna is nooit meer wat van hem vernomen. „Ik was twee toen mijn vader neerstortte. Ik herinner me niets meer van hem, maar tóch is het mijn vader. Vier bemanningsleden zijn nadien gevonden. Ik hoop op deze manier meer te weten te komen over mijn vader.”

Een donkergroen vliegtuigje komt met brullende motor uit het grijze wolkendek. Op de staart en de vleugels staat de Nederlandse vlag. „Dat is de pipercub, een verkenningsvliegtuigje”, zegt Van Weele. Gibbs en Caldwell zouden vandaag een rondvlucht krijgen over het gebied waar Gibbs neerstortte. Helaas hangen de wolken te laag en gaat de vlucht niet door. Vanuit de lucht zou er niet veel te zien zijn. Caldwell gaat nog wel een rondje mee in het oude vliegtuigje. Het scheert laag over het vliegveld en de piloot draait scherpe bochten. Als ze weer aan de grond staan, steekt Caldwell glunderend twee duimen op. „That was great.”
bron www.reformatorischdagblad.nl