Gepost op

Maurice Papon (1910-2007)

Papon werd in 1998 door het hof van assisen in Bordeaux veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens misdaden tegen de mensheid.
Dat proces plaatste niet alleen Papon, maar het gehele Vichyregime inclusief het naoorlogse Frankrijk voor het voetlicht.
Papon stond terecht wegens collaboratie.

Als politiechef van de prefectuur Gironde zette hij zijn handtekening onder de deportatielijsten van bijna 1600 Joden.
Zij werden tussen juni 1942 en augustus 1944 op transport gesteld naar het doorgangskamp Drancy bij Parijs, om van daaruit naar Duitsland te worden afgevoerd.

Na de Tweede Wereldoorlog wist Papon ongestraft promotie te maken.
Dat kon onder meer doordat hij zich tegen het einde van de oorlog alsnog bij het verzet had aangesloten.
Onder president Charles de Gaulle werd Papon politiechef in Parijs.
In die functie was hij in 1961 verantwoordelijk voor de brute onderdrukking van Algerijns protest in Parijs.
Onder president Giscard d’Estaing werd Papon minister van Begroting (1978-1981).

Pas in 1981 viel het doek voor Papon.
Het satirische blad Le Canard Enchaîn?e publiceerde toen deportatieorders die hij als hoge ambtenaar van het Vichyregime had getekend.

Na een juridische marathon van zeventien jaar stond Papon in 1998 daadwerkelijk terecht.
Een van de redenen dat het zolang duurde was dat de verwerking van de oorlog in Frankrijk sowieso opvallend laat op gang kwam.
Dat had ongetwijfeld te maken met de naoorlogse politieke constellatie en met de manier waarop de Fransen tegen hun land aankijken.
Hun land, ”la patrie”, had alleen uit helden bestaan en niet uit verliezers.
Daarbij was het een gegeven dat oud-president Mitterrand (president van 1981-1995) Papon altijd de hand boven het hoofd heeft gehouden.

Het werd een historisch proces daar in Bordeaux, omdat tal van Fransen geloofden dat de deportaties voornamelijk het werk en de verantwoordelijkheid van de bezetter waren geweest.
Maar het proces en de veroordeling van Papon ondermijnden definitief die mythe en onderstreepten de eigen Franse verantwoordelijkheid.
Niet Papon, maar Vichy en het naoorlogse Frankrijk werden veroordeeld.

De decoratie van het Legioen van Eer die Papon in 1961 door De Gaulle was toegekend, werd hem in 1999 afgenomen.
In 1999 ging Papon daadwerkelijk de gevangenis in, nadat de Zwitserse regering hem aan Frankrijk had uitgeleverd.
In 2002 gelastte een hof van beroep in Parijs zijn vrijlating omdat hij ernstig ziek zou zijn.
Een jaar later kreeg hij zelfs zijn pensioen terug, dat hem bij zijn veroordeling was afgenomen, dit vanwege een wet die oude en zieke gedetineerden vervroegde invrijheidstelling toekent.
Gerard Boulanger, advocaat namens de burgerpartijen tegen Papon, criticaster en schrijver van een boek over de zaak-Papon, verklaarde dat de affaire-Papon aangaf dat er in zijn land „een diepe solidariteit bestond tussen alle processen tegen misdaden tegen de mensheid.”
Met andere woorden: de Franse staat heeft jaren eerlijke berechting van oorlogsmisdadigers getraineerd.

Papon heeft nooit berouw getoond over zijn daden.
Integendeel, volgens hem moesten de rechters die hem hadden veroordeeld zich schamen.
Hij was er trots op dat hij zijn land tijdens de oorlog zo goed had gediend.
Hij was niet te vergelijken geweest, zei hij, met de Gestapobeul Klaus Barbie (chef van de Gestapo in Lyon. Barbie werd in 1983 in Bolivia door de Franse nazi-jagers Serge en Beate Klarsfeld opgespoord, opgepakt en in 1987 in Lyon tot levenslang veroordeeld wegens misdaden tegen de mensheid. Barbie overleed in 1991 in de gevangenis).
Noch met de staatssecretaris tijdens het Vichybewind Ren? Bousquet (in 1993 vermoord, kort voordat een proces tegen hem van start zou gaan) of met Paul Touvier (in 1994 tot levenslang veroordeeld, in 1996 overleden in een gevangenisziekenhuis).
Na Barbie, Bousquet en Touvier, is met het overlijden van Papon het laatste symbool van Vichy verdwenen.

Gepost op

Geroofd, maar van wie?

Het rapport van de Commissie Ekkart in 1998 toonde aan dat het mogelijk was om een deel van de eigenaren alsnog te traceren. De Nederlandse overheid gaf daarom opdracht aan Bureau Herkomst Gezocht om de oorspronkelijke eigenaren van de kunstvoorwerpen op te sporen. Dankzij deze omslag in de houding van de Nederlandse overheid werd na vele jaren een hernieuwde poging in gang gezet om gedaan onrecht te herstellen.

Geroofd, maar van wie? vertelt aan de hand van een veertigtal schilderijen en objecten over het intensieve speurwerk van Bureau Herkomst Gezocht en het resultaat van deze zoektocht.

De expositie is gratis toegankelijk

Gepost op

lezing prof. dr. Bob de Graaf ten dienste Velser Affaire

Wij nodigen u graag uit voor de “aftrap”van de lezingencyclus mede ten dienste van het onderzoek van de Velser Affaire.
uw aanmelding kunt U zenden naar:
SOVA Postbus 361 2240 aj Wassenaar
Of sova@velseraffaire.nl   T 070 5119760
De heer/mevrouw:
Straat
Woonplaats
Emailadres
Telefoon
Aantal personen
Zal op woensdagavond 25 april 2007 aanwezig zijn bij de lezing over
 “de beleving en verwerking van oorlogstijd in een lokale gemeenschap”
door Prof. dr. Bob de Graaff.
Locatie: Velsen  aanvang  20.00 uur
Wij verzoeken U zo spoedig mogelijk aan te melden i.v..m zaalcapaciteit

Gepost op

Otto Frank dacht vooral aan gezin

Bijna twee jaar geleden werd de brief ontdekt in het archief van het Instituut voor Joods Onderzoek in New York (YIVO).
De vondst is eind januari bekendgemaakt.

„Het is vooral het belang van de kinderen waar we aan moeten denken. Ons eigen lot is minder belangrijk”, schreef een wanhopige Frank aan zijn vriend Nathan Straus.
Alle smeekbedes om hulp bleken uiteindelijk tevergeefs.
Otto Frank overleefde als enige van de familie de Tweede Wereldoorlog.

De correspondentie stamt uit de periode tussen 30 april en 11 december 1941, de dag dat Duitsland de oorlog verklaarde aan de Verenigde Staten.
De brieven zijn ontdekt door Estelle Guzik, vrijwilliger bij het YIVO Instituut voor Joods Onderzoek.

De vondst is lang stilgehouden omdat het YIVO auteursrechtelijke kwesties onderzocht in verband met publicatie van de brieven.

bron:www.reformatorischdagblad.nl

Gepost op

Ook echte dagboeken Mussolini niet interessant

„We kunnen en moeten niet de wapens opnemen die we toch niet hebben.”
Dat zou Benito Mussolini aan de vooravond van het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog hebben geschreven.
Wat de Duitsers betreft, zou hij hebben voorzien: „De geallieerden van nu kunnen de vijanden van morgen worden.”

De Italiaanse dictator komt er in zijn vermeende teruggevonden dagboeken, waarvan zaterdag in Triëste citaten zijn vrijgegeven, anders op te staan.
Hij zou het onverstandig vinden de oorlog in te gaan, hij zou kritiek op het fascistisch topkader hebben (Achille Starace, secretaris van de fascistische partij, wordt als „idioot” omschreven) en hij spreekt lovende woorden over paus Pius XI (terwijl uit de historiografie blijkt dat beide mannen elkaar niet lagen).

Veel bladzijden gaan over alledaagse zaken.
Ook komt Mussolini naar voren als een tedere familieman.
Het nageslacht van Mussolini is dan ook in zijn nopjes met de vondst van de dagboeken. „Het is zo mooi. De dagboeken zijn een emotionele ontdekking. Er verschijnt een hele andere Benito”, verklaarde Alessandra Mussolini, kleindochter en politicus.
„Het is precies mijn opa zoals mijn grootmoeder hem mij beschreven heeft toen ik klein was.”

Oma Rachelle
Het zal wel niet zo zijn dat oma Rachelle (in 1979 overleden op 88-jarige leeftijd) achter deze mogelijk valse dagboeken zit, maar het is hoe dan ook moeilijk te geloven dat de zaterdag gepresenteerde dagboeken van Mussolini werkelijk door ”Il Duce” zijn geschreven.
Het is niet voor het eerst dat er in Italië dagboeken van Mussolini opduiken.

De eerste kwamen in 1957 op de markt en een belangrijke uitgever gaf ze prompt uit. Tien jaar later kwamen er weer dagboeken boven water.
In de nasleep van de affaire van Hitlers dagboeken in 1983 doken ook Mussolinidagboeken op.
Het laatste dagboek dateert van 1994.
Alle vier de keren betroffen het vervalsingen.
Het heeft er volgens Mussolinibiograaf Renzo De Felice toe geleid dat „in het collectieve beeld de dagboeken van Mussolini vals zijn.
Mochten de echte toch boven water komen, dan zal men met veel moeite de authenticiteit moeten aantonen.”

Het was geen aanbeveling dat het nieuws afgelopen weekend werd gebracht door Marcello Dell’Utri, een van de grondleggers van Berlusconi’s partij Forza Italia en een ex-parlementariër die met een leger aan advocaten zijn veroordeling in eerste instantie (negen jaar gevangenisstraf) wegens betrokkenheid met de maffia aanvecht.
Dell’Utri, die als bibliofiel een imposante priv?collectie boeken en manuscripten bezit, verklaarde tegen La Stampa dat er vijf dagboeken zijn, bestaande uit bladen met het Rode Kruislogo.

Ze beslaan de periode tussen 1935 en 1939, een politiek belangrijke tijd waarin Mussolini onder meer de rassenwetten introduceerde en partij koos voor Hitler.
Dell’Utri toonde de pers zaterdag alleen enkele kopieën.
Daarin stonden geen opmerkingen over de rassenwetgeving.
De originelen liggen, vertelde Dell’Utri, in de kluis van een Zwitserse advocaat, en zijn afkomstig van de kinderen van een partizaan die deel uitmaakte van het commando dat Mussolini in Donga arresteerde.

In dit plaatsje aan het Comomeer werden Mussolini en zijn maîtresse op 27 april 1945 gevangengenomen. Een dag later werden beiden geëxecuteerd.

Handschrift
Ondanks de sceptische ontvangst van de ontdekking is het niet onmogelijk dat ze toch authentiek zijn.
Het staat vrijwel vast dat Mussolini dagboeken heeft geschreven.
Er zouden enkele pagina’s in priv?bezit zijn, zoals van Mussolini’s (in 2006 overleden) zoon Romano.

De Engelse historicus Denis Mack Smith, autoriteit op het gebied van de geschiedenis van het fascisme, vertelde maandag aan La Repubblica dat hij jaren geleden ook stukken uit Mussolini’s dagboek te lezen heeft gekregen.
„De kalligrafie leek me origineel”, zegt hij.
Ook Dell’Utri meent dat op basis van deskundigenrapporten het handschrift dat van ”Il Duce” is.
Ook de gebruikte inkt is onderzocht, en zou meer dan zestig jaar geleden voor het laatst hebben gevloeid.

Ook als de dagboeken origineel zijn, zijn ze volgens Denis Mack Smith niet interessant. „De dingen die erin staan veranderen niet onze kijk op de geschiedenis”, zegt de 86-jarige historicus in La Repubblica. „Ik heb sterk de indruk dat Mussolini aan het eind van zijn leven dagboeken schreef met de bedoeling ze na de oorlog in de Verenigde Staten te verkopen.”

Gepost op

Belgische overheid werkte mee aan jodenvervolging

,,De Belgische overheid heeft een gewillige houding aangenomen (tegenover de jodenvervolging) door op zeer diverse en cruciale terreinen een voor een democratie onwaardige medewerking te verlenen aan een voor de Joodse (vreemdelingen-)bevolking desastreuze politiek”, luidt de belangrijkste conclusie van het rapport van Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (SOMA).

bron: www.brabantsdagblad.nl

Gepost op

Nederlands ‘troostmeisje’ getuigt voor Congres VS

De hoorzitting vindt plaats op initiatief van Congreslid Michael Honda.
De Democraat, zelf van Japanse komaf, hoopt dat de Amerikaanse volksvertegenwoordiging eind maart een resolutie aanneemt waarin Japan wordt opgeroepen zich ,,formeel en ondubbelzinnig” te verontschuldigen voor het leed dat de seksslavinnen in dienst van het Japanse leger ondergingen.

Zo’n erkenning van een van de zwartste bladzijden uit de Tweede Wereldoorlog is volgens Honda urgent.
,,Elk jaar worden deze dames ouder en ouder en ze beginnen uit te sterven”, aldus het Democratische lid van het Huis van Afgevaardigden.
Behalve Ruff doen onder andere ook twee Zuid-Koreaanse vrouwen op 15 februari in Washington hun verhaal.
Ruff vertelde zelfs haar familie niet over haar verleden tot zij er begin jaren ’90 het boekje Cry of the Raped (Vijftig jaar zwijgen) over uitbracht.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zou Japan circa 200.000 vrouwen hebben gebruikt om Japanse militairen ‘troost’ te bieden.
De regering in Tokio heeft daarover nooit volmondig schuld erkend.
Wel richtte het in 1996 het particuliere Asian Womens Fund op waaruit bedragen van omgerekend 25.000 euro zijn betaald aan 285 voormalige seksslavinnen uit gebieden die het keizerrijk in de Tweede Wereldoorlog bezette.
Bijna tachtig Nederlandse vrouwen uit voormalig Nederlands-Indië hebben daaruit geld ontvangen.
bron: www.brabantsdagblad.nl

Gepost op

Fotografen tonen opbouw van hun haven uit puin

 Uit de foto’s van Cas Oorthuys en Walter Lüden spreekt de dynamiek van een havenstad, het optimisme en de nostalgie van de jaren vijftig.
Een fototentoonstelling in het Maritiem Museum in Rotterdam maakt de overeenkomsten zichtbaar van beide havensteden in de tijd van de wederopbouw.
 ,,Deze zijn markant te noemen, zeker in het licht van de naoorlogse geschiedenis”, aldus het museum dinsdag.

De tentoonstelling is van 17 februari tot en met 24 juni 2007 te zien.
bron: www.brabantsdagblad.nl

Gepost op

Vliegtuigwrak met bommen blijft in de grond

Het college van Woubrugge blijft bij dit zes jaar geleden genomen besluit. De kans dat na zestig jaar eventueel aanwezige bommen in de grond alsnog ontploffen, is verwaarloosbaar klein. Dat heeft het college van burgemeesters en wethouders in een brief aan het Explosieve Opruimingscommando (EOC) van de Koninklijke Landmacht laten weten.

De brief is een antwoord op de brief van de EOC van medio vorig jaar. De opruimingsdienst vraagt daarin of de gemeente Jacobswoude, waar Woubrugge onder valt, alsnog tot berging van het vliegtuigwrak wil overgaan. Uit onderzoek is nu gebleken dat de ondergrondse bommen niet gevaarlijk zijn zolang ze op een diepte van meer dan een halve meter blijven liggen. Op de desbetreffende plek mag echter niet wordt gegraven en niet met drilboren worden gewerkt. Zo hebben deskundigen het gemeentebestuur verteld.