Geplaatst op

Helga Deen-tuin in Tilburg

"Bijzonder is dat het parkje, dat binnenkort heringericht wordt tot tuin, naast de synagoge ligt", zegt wethouder Jan Hamming (PvdA, ruimtelijke ordening). "Ook de synagoge wil de oorlog markeren. Helga Deen is de personificatie van alles wat de joodse gemeenschap in Tilburg tijdens die periode heeft meegemaakt."
Het parkje ligt er al jarenlang verwaarloosd bij en trekt veel overlastgevende hangjeugd aan. Het groen is de bewoners en ondernemers in de straat al die tijd al een doorn in het oog. De herinrichting is volgens Hamming in nauw overleg met hen tot stand gekomen.
Het was burgemeester Ruud Vreeman die met het idee kwam om Helga Deen een gedenkteken in de stad te geven. Hij opperde het in maart van dit jaar tijdens de presentatie van het in boekvorm uitgebrachte dagboek dat Helga Deen in juni 1943 bijhield in Kamp Vught. In juli van dat jaar vond ze op 18-jarige leeftijd de dood in het vernietigingskamp Sobibor.
Helga Deen schreef haar dagboek voor haar geliefde, Kees van den Berg. Ze schreef haar zinnen op 21 dichtbeschreven velletjes in een schriftje.
Het dagboek kwam in 2004 boven water toen Conrad van den Berg, zoon van Kees, na het overlijden van zijn vader het dagboek en de bewaard gebleven briefwisseling naar het Regionaal Archief Tilburg bracht.
bron: www.brabantsdagblad.nl

Geplaatst op

Wiesenthalcentrum jaagt op laatste nazi’s

Het Wiesenthalcentrum zet haast achter zijn zoektocht naar de verantwoordelijken voor de dood van talloze Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog. De tijd dringt, want de gezochten zijn ondertussen zeer oud, en dat geldt ook voor de eventuele getuigen van hun misdaden.Het Wiesenthalcentrum looft 10.000 dollar (6800 euro) uit per nazikopstuk dat voor de rechter gebracht wordt, en 520.000 dollar (350.000 euro) voor wie de tip levert die naar de Oostenrijkse kamparts Aribert Heim leidt. Historicus en nazi-jager Efraín Zuroff, directeur van het Wiesenthalcentrum, kondigde dat begin deze week aan in Buenos Aires.

Als Aribert Heim nog leeft, dan is hij 94. Voor Zuroff is hij het op een na meest gezochte nazikopstuk. Boven aan Zuroffs lijst staat de Oostenrijker Alois Brunner, die 128.000 Joden naar de gaskamers stuurde. Brunner was de rechterhand van Adolf Eichmann. Zijn laatste bekende schuilplaats was Syrië.

Heim was arts in de concentratiekampen van Sachsenhausen, Buchenwald en Mauthausen. Hij wordt ervan beschuldigd honderden Joodse gevangenen vermoord te hebben door giftige stoffen recht in het hart te injecteren. Hij werd nooit veroordeeld.

„Alle sporen leiden naar Zuid-Amerika”, verzekert Zuroff. Heim kan zich in Chili of Argentinië schuilhouden. „We weten dat een dochter van hem in Chili woont en ook in Argentinië heeft hij familie.” In 2004 werd bekend dat Heim op een Berlijnse bankrekening meer dan 1 miljoen euro heeft staan, geld dat niemand opeist.

Zuroff sluit niet uit dat Heims eigen familie hem aangeeft, zoals in andere zaken gebeurd is. „Dat zijn kind of kleinkind hem aangeeft, zou de grootste morele straf zijn voor zo’n crimineel.” Professor Zuroff ontving al een eerste tip over een verdacht persoon. „De beste informatie komt gewoonlijk van mensen die geen beloning willen”, zegt de nazi-jager.

Operatie Laatste Kans ging in 2002 van start in Litouwen, Letland en Estland. In 2003 werd ze uitgebreid naar Polen, Roemenië en Oostenrijk, in 2004 naar Kroatië en Hongarije en in 2005 naar Duitsland. Zuid-Amerika is de laatste etappe. Veel nazikopstukken vluchtten na de Tweede Wereldoorlog naar Argentinië, waar ze een andere identiteit aannamen.

Volgens het Wiesenthalcentrum is de operatie zeer efficiënt. Het afgelopen jaar werden 21 naziverantwoordelijken veroordeeld, vijfmaal meer dan het jaar daarvoor. Er zijn ook 63 nieuwe onderzoeken geopend.

Het Wiesenthalcentrum wil de beloning slechts uitbetalen na een eventuele veroordeling. Zo wil het vermijden dat mensen informatie aanbieden die nadien vals blijkt te zijn.

Zuroff had deze week een ontmoeting met de Argentijnse minister van Binnenlandse Zaken, Aníbal Fernández. Hij heeft er alle vertrouwen in dat de Zuid-Amerikaanse regeringen meewerken, zo niet actief dan toch bij de eventuele uitlevering.

De afgelopen twintig jaar leverde Argentinië al enkele nazicriminelen uit. De bekendste waren Erich Priebke, in 1995 veroordeeld voor de moord op 335 personen in Italië, en Josef Schwammberger, in 1987 uitgeleverd aan Duitsland.

In 1960 ontvoerde de Israëlische geheime dienst Mossad Adolf Eichmann uit Argentinië. Er bestaan aanwijzingen dat ook kamparts Joseph Mengele en Hitlers secretaris Martin Bormann in Argentinië onderdoken.

Geplaatst op

NIOD: Debye met reden opportunist genoemd

Het ministerie van Onderwijs gaf het NIOD vorig jaar opdracht onderzoek te doen naar de houding voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog van Peter Debye. De Universiteit Utrecht besloot het Debye Instituut niet langer zo te noemen na het verschijnen van een boek van historicus Sybe Rispens waaruit zou blijken dat de chemicus collaboreerde met het naziregime. Debyes geboortestad Maastricht wilde ook niet langer de Peter Debyeprijs uitreiken.Rispens schreef in zijn boek ”Einstein in Nederland” onder meer dat de wetenschapper als voorzitter van de Duitse Natuurkundige Vereniging in 1938 een brief had ondertekend waarin Joodse leden werd verzocht terug te treden.

Het NIOD stelde eerder al dat de bronnen voor deze gegevens goed waren, maar voegde eraan toe dat voor een evenwichtig oordeel over Debyes houding diepgaander onderzoek nodig was. Volgens het NIOD bevat het boek van Rispens onjuistheden en is de typering van de hoofdpersoon ook karikaturaal.

Het NIOD concludeert: „Op basis van dit rapport, waarin voor het eerst zowel Duitse, Amerikaanse als Nederlandse bronnen zijn geraadpleegd, kan geconstateerd worden dat Debye na 1939 met reden een opportunist is genoemd. Vastgesteld kan worden dat hij in iedere situatie een achterdeur openhield. In het Derde Rijk deed hij dit via zijn Nederlandse staatsburgerschap. In de Verenigde Staten probeerde hij via het Auswärtige Amt in het geheim de contacten met nazi-Duitsland aan te houden, een handelwijze die mede was ingegeven door loyaliteit aan zijn in Berlijn achtergebleven dochter. Maar Debye was meer dan een opportunist”, aldus het NIOD. „In de loop van zijn carrière verbond hij de wetenschapsbeoefening aan verschillende idealen, zoals het internationalisme. Dit leidt tot de vraag of Debye werkelijk in de ban was van zijn idealen of er hoofdzakelijk calculerend mee omging. Een historicus kan hier geen gefundeerd antwoord op geven”, erkent het NIOD.

Geplaatst op

Themadag Westerbork 5 april 2008

Kamp Westerbork werd voor de oorlog door de Nederlandse regering opgericht als opvangkamp voor vluchtelingen uit Duitsland. Tijdens de oorlog werd het kamp ingericht door de Duitse bezetter als
Polizeiliches Durchgangslager Westerbork. Van hier werden 107.000 Joden, Zigeuners en verzetsmensen naar
concentratiekampen en vernietigingskampen gedeporteerd.

De themadag begint om 10:30 uur.
Daarvoor wordt u vanaf 09:30 met koffie ontvangen. Na het welkomstwoord volgt een lezing van een ooggetuige, waarna het museum wordt bezocht.

Na de lunch zal een rondleiding worden verzorgd over het voormalig kampterrein met enkele unieke onderdelen, waaronder een bezoek aan het verzetsgraf en een SD-bunker, die gewoonlijk niet voor bezoekers toegankelijk is.

Kosten voor deze themadag bedragen voor leden EUR 30,00 en voor niet-leden EUR 32,50. Dit is inclusief ontvangst met koffie/thee, lezing, lunch, bezoekersgids, museumbezoek en rondleiding over het voormalig kampterrein.

Het voormalig Kamp Westerbork en Herinneringscentrum zijn gelegen vlakbij de A28 in de plaats Hooghalen.
De dichtstbijzijnde NS stations zijn Assen en Beilen. Treintaxi’s rijden alleen vanuit Beilen naar Hooghalen. Vanaf Assen kan ook de bus worden genomen, lijn 22 naar Hooghalen (halte Hooghalen-centrum).

Wij willen proberen om mensen zonder eigen vervoer in contact te brengen  met leden die met de auto komen en bereid zijn mensen mee te nemen of af  te halen vanaf station Beilen. Meldt u uw extra vragen zo spoedig mogelijk.

Opgave is mogelijk door een mail te zenden aan info@documentatiegroep40-45.nl of schriftelijk bij het secretariaat.

Deelname wordt definitief na overmaking op ING Rek. 6637.63.487 t.n.v. Penningmeester Documentatiegroep ’40-’45 o.v.v. themadag Westerbork . Inschrijving sluit 15 maart 2008.

Maximaal kunnen 50 mensen deelnemen.

Inschrijving op volgorde van binnenkomst betaling. Bij te veel deelnemers krijgt u bericht en uw geld teruggestort.

Geplaatst op

Berlijners willen Gedächtniskirche behouden

Met een benefietconcert vorige week probeerden de inwoners van de hoofdstad geld bijeen te brengen voor de restauratie van de oude kerktoren, meldden Duitse media. De torenruïne is het enige restant van de in de Tweede Wereldoorlog verwoeste neoromaanse kerk uit het einde van de negentiende eeuw.Volgens de predikant staat de toren op instorten. Het stadsbestuur stelde al 1,5 miljoen euro beschikbaar voor de opknapbeurt, die naar schatting 3,5 miljoen euro gaat kosten.

De architect Egon Eiermann wilde eind jaren vijftig de ruïne laten afbreken en vervangen door nieuwbouw. Berlijners reageerden verbolgen. Als compromis bouwde Eiermann bij het restant van de Gedächtniskirche onder meer een zeshoekige toren en een achthoekige gebedsruimte, die in 1961 werden ingewijd. Sommige Berlijners noemen de oude toren, waarvan de spits ontbreekt, Holle Kies. De moderne toren en kerkgebouw kregen de bijnamen Lippenstift en Poederdoos.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Geplaatst op

PS Zeeland geven geld aan museum in Nieuwdorp

Dat bleek vrijdag tijdens de vergadering van Provinciale Staten van Zeeland. Met de subsidie wordt het museum vergroot met onder meer een filmzaal.Het museum heeft een „uitgebreide en unieke collectie”, oordeelden PS vrijdag. Het Zeeuwse museumbestel wordt met een volwaardig museum over Zeeland in en direct na de Tweede Wereldoorlog „substantieel versterkt”, verwachten zij.

Centraal thema van het Nieuwdorps museum is de Slag om de Schelde. Die had plaats in 1944 en was een tweede massale landing op het bezette Europa, enigszins vergelijkbaar met de invasie in Normandië. Bij de Slag om de Schelde werd onder meer de dijk bij Westkapelle gebombardeerd. Het dorp raakte, mede door de daaropvolgende overstroming, grotendeels verwoest, waarbij een aanzienlijk aantal dodelijke slachtoffers viel.
bron: www.reformatorischdagblad.nl

Geplaatst op

Kruizen, rij aan rij

In de straatjes van Ieper, een Vlaams stadje in het zuidwesten van België, lopen veel mensen richting de Menempoort, het imposante gedenkteken van de Eerste Wereldoorlog. Het is rond halfacht ’s avonds. Een paar agenten houden het verkeer bij de poort -die wat lijkt op de Arc de Triomphe in Parijs- tegen. Er staan een paar honderd belangstellenden van verschillende nationaliteiten: burgers en militairen en zelfs klassen met schoolkinderen.Tegen achten komen vier klaroenblazers in uniform aangemarcheerd. Het wordt stil, doodstil. In de poort stellen ze zich strak naast elkaar op en zetten ze hun instrument aan de mond. Klokslag acht uur spelen de mannen de ”Last Post” als eerbetoon aan de honderdduizenden in deze omgeving gesneuvelde soldaten. Als de laatste klagelijke tonen zijn weggestorven, spreekt een aalmoezenier enkele woorden, waarna enkele militairen en jongeren kransen leggen. Om halfnegen is de plechtigheid bij de in 1927 ingehuldigde Menempoort afgelopen. Al sinds 1928 wordt deze dodenherdenking hier iedere avond gehouden.

Gifgas
Ieper anno 2007 lijkt met zijn monumentale gebouwen een historische stad, maar in werkelijkheid is geen enkel pand hier ouder dan negentig jaar, zegt Wouter Sinaeve van het ”In Flanders Fields Museum”. „Alles is hier zo veel mogelijk weer in de oorspronkelijke stijl herbouwd. Na afloop van de Eerste Wereldoorlog stond hier geen huis of gebouw meer overeind. Alles was kapotgeschoten.” Een grauwe overzichtsfoto uit die tijd laat het troosteloze beeld zien van puinhopen, enkele stukken muur, vele bomkraters en boomstronken met nog een paar bladerloze takken, die als opgeheven wijsvingers lijken te waarschuwen voor de vernietigingsoorlog die hier heeft gewoed.

Op 4 augustus 1914 valt het Duitse leger België binnen. De bedoeling is om snel op te rukken richting Frankrijk en naar de kust. Maar in oktober valt de opmars al stil door het heftige verzet van de geallieerde legers van Frankrijk, België, Groot-Brittannië en landen die tot het vroegere Britse rijk behoren, zoals Canada en Australië. De soldaten graven zich in en bestoken elkaar vanuit hun loopgraven.

Vooral de geallieerden vechten nog op een ouderwetse manier, licht Sinaeve toe. „Ze stormden massaal op de Duitse stellingen af, maar vormden daardoor een gemakkelijk doelwit voor de modernere Duitse wapens zoals mitrailleurs, kanonnen en handgranaten.”

Het is een complete vernietigingsoorlog met wederzijds enorme bombardementen, met zelfs gifgas. Soldaten worden kanonnenvlees en de omgeving wordt volledig verwoest. De manschappen kampen bovendien met ongedierte zoals ratten, muizen en luizen.

Dal van het lijden
In de zomer van 1917 willen de Britten de patstelling aan het Vlaamse front doorbreken. Met een groot offensief proberen ze door te stoten naar de havens van Oostende en Zeebrugge. Tevens is de massale aanval bedoeld om de zwakker wordende Franse legers die meer oostelijk aan het front liggen te helpen.

De frontale aanval -die tot 10 november 1917 duurt- gaat de geschiedenis in als de ”Derde Slag bij Ieper” of de ”Slag van Passendaele”. De strijd begint op 7 juni met geweldige explosies van grote hoeveelheden mijnen die de Britten via ondergrondse gangen hebben aangebracht onder de Duitse stellingen. De schokken met de kracht van een flinke aardbeving zijn tot in Londen voelbaar.

Om het offensief kracht bij te zetten vuren de Britten in twee weken tijd ruim 4 miljoen projectielen af. Het is het meest intense bombardement uit de hele oorlog. Mede door de hevige regenval verandert de streek in een ontoegankelijke modderpoel, waarin vele soldaten omkomen. De aanval verloopt steeds moeizamer en op 10 november loopt het offensief uiteindelijk dood op de top van de heuvelkam bij het dorpje Passendaele.

In honderd dagen zijn de geallieerden slechts amper 8 kilometer opgerukt. De menselijke tol is enorm: 250.000 Britten zijn gesneuveld, gewond of vermist. Het gaat daarbij om een kwart van de ingezette manschappen. Aan Duitse zijde liggen de verliezen slechts iets lager. Niet voor niets omschrijven de Britten de ”Slag van Passendaele” als ”Passiondale”, ofwel ”dal van het lijden”. Ondanks de enorme verliezen wordt de slag toch niet als volledig mislukt beschouwd, want het offensief heeft de Duitsers zodanig verzwakt dat het heeft bijgedragen aan hun uiteindelijke nederlaag in de Eerste Wereldoorlog.

Rode klaproos
De oorlog leeft nog steeds in Ieper en omgeving. Er zijn niet alleen verschillende musea waar bezoekers een goede indruk van de strijd krijgen, maar op veel plaatsen zijn de sporen van de veldslag ook nog duidelijk zichtbaar. De vele kerkhoven springen in het oog. De Duitsers begroeven hun doden vooral in eigen land, maar ten noorden van Ieper liggen op een sober kerkhof bij Langemark ruim 44.000 Duitsers in vooral verzamelgraven, onder wie 3000 studenten van soms nog geen achttien jaar oud.

De Britten begroeven hun gesneuvelden zo veel mogelijk ter plaatse. Rond Ieper zijn meer dan 170 goed onderhouden Britse begraafplaatsen. Verreweg de grootste is Tyne Cot Cemetery, waar 12.000 militairen begraven liggen.

Vele lijken van soldaten zijn nooit teruggevonden. Nog steeds worden er jaarlijks 40 à 50 opgegraven bij bouw- of wegwerkzaamheden, zegt conservator Franky Bostyn van het oorlogsmuseum ”Passchendaele 1917”. „Soms lukt het nog om hen te identificeren aan de hand van persoonlijke bezittingen.”

Toch zijn de vele vermisten die geen eigen graf hebben niet vergeten. Bostyn: „Op de stenen panelen van de Menempoort in Ieper staan de namen van bijna 55.000 vermiste Britse soldaten die in deze omgeving tussen augustus 1914 en 15 augustus 1917 zijn gesneuveld. Maar voor de bijna 35.000 vermiste Britse soldaten die na die datum nog omkwamen was in de poort geen ruimte meer. Daarom zijn hun namen gegraveerd in een muur op Tyne Cot Cemetery.”

Ieper heeft door de vele doden een bijzondere plaats gekregen in de landen van het voormalige Britse rijk. Voor hen is de stad het middelpunt van de herdenking van de Eerste Wereldoorlog. Ieder jaar dragen veel Britten in de week voor 11 november een kunststof corsage van een rode klaproos, de zogenaamde ”poppy”. De wilde klaprozen zijn het symbool geworden van de oorlog. Het is gebaseerd op het beroemde gedicht ”In Flanders Fields” van de bij Ieper gesneuvelde Canadese arts luitenant-kolonel John McCrae, waarvan de eerste regels luiden: ”In Flanders fields the poppies blow/ Between the crosses, row on row”. (”In de Vlaamse velden bloeien de klaprozen/ tussen de kruizen, rij aan rij.”)
De klaproos is een begrip. Vele bezoekers van de oorlogskerkhoven plaatsen tegen de witte grafzerken kleine houten kruisjes met een poppy en de tekst ”in remembrance”, ”ter herinnering”.

Ook in Nederland meer interesse voor Eerste Wereldoorlog
De belangstelling voor de Eerste Wereldoorlog groeit. Er komen nu jaarlijks zo’n 330.000 mensen naar deze omgeving, aldus conservator Franky Bostyn van het museum ”Passchendaele 1917”. „Hiervan is 50 procent Brit, 40 procent Belg en zo’n 10 procent is Hollander.”

Dat laatste vind Bostyn opvallend. „Nederland was tijdens deze oorlog neutraal, maar toch neemt de interesse toe. Dat komt mede doordat er in het onderwijs meer aandacht aan wordt geschonken, maar er verschijnen ook steeds meer boeken over dit onderwerp. De grootste groep bezoekers zijn echter de Britten. „Zij willen zien waar hun familieleden en landgenoten hebben gevochten en waar velen van hen zijn omgekomen.”

Verschillende bedrijven verzorgen rondleidingen op de slagvelden. In Ieper zijn ook een paar winkels met artikelen over de Eerste Wereldoorlog. Dat varieert van boeken, loopgravenkaarten, medailles, helmen tot onklaar gemaakte granaten. Een Brits Lee-Enfield geweer met bajonet kost bijna 500 euro, een handgranaat 50 euro en een goede Duitse helm 375 euro.

Hoewel er ook namaakartikelen op de markt zijn, is het meeste toch origineel. „Door de bewoners is altijd ontzettend veel bewaard”, zegt eigenaar Patrik Indevuyst van de ”Military Bookshop”. „Vlamingen zijn echte hamsteraars. Maandelijks zijn er nog beurzen waar veel artikelen te koop worden aangeboden.”

Rond Ieper ligt nog steeds veel munitie, geweren en andere voorwerpen in de grond. „Tijdens het ploegen stoten de boeren geregeld op projectielen. Die leggen ze aan de rand van hun akkers of in de openingen van betonnen telefoonpalen. Jaarlijks gaat het om zo’n 200.000 kilo munitie. Deze wordt opgehaald door de Belgische mijnopruimingsdienst, die de granaten onschadelijk maakt.

In de omgeving zie je soms mensen bezig met een metaaldetector. „Een dagje zoeken levert altijd wel wat op”, zegt een jongeman uit Passendaele. „Gisteren vond ik nog een eierhandgranaat, enkele kogels en granaatscherven.”

Bostyn heeft het niet zo op illegale verzamelaars. „Nog ieder jaar vallen er slachtoffers als ze proberen granaten te ontmantelen. Bovendien komt het regelmatig voor dat ze de gevonden lijken plunderen door de persoonlijke bezittingen mee te nemen. Dat vind ik erg. Zo ga je niet met gesneuvelde soldaten om. Zij verdienen een echt graf.”

Meer informatie: Toerisme Vlaanderen & Brussel (tel. 070 – 4168110, www.toerismevlaanderen.nl), www.inflandersfields.be, www.passchendaele.be, www.ijzertoren.org.
bron: www.reformatorischdagblad.nl