Themadag 27 mei 2006 naar de Grebbeberg.

Na binnenkomst in het restaurant kregen we allemaal een informatiemap, waarin achtergrondinformatie met kaarten en foto’s van de slag op de Grebbeberg.
Helaas moest voor aanvang al een ambulance gewaarschuwd worden voor een themaganger met hartklachten. Uit voorzorg werd hij naar het ziekenhuis in Ede vervoerd.

 Na het welkomstwoord door de vice-voorzitter werd door  de Stichting de Greb een boeiende inleiding over de slag om de Grebbeberg gegeven.

De Grebbelinie bestond uit
1. de frontlijn – hier moest gevochten worden, lag achter riviertje Grift of Grebbe
2. de stoplijn – kwam alleen in actie als de frontlijn doorbroken werd , lag dwars over de Grebbeberg

Een totaal misplaatste Nederlandse inschatting was dat men de vijand tussen 4 weken en 4 maanden bij de Grebbelinie kon tegenhouden.
De Duitsers rekenden erop binnen ??n dag door te breken. Zij loofden na afloop de dappere Nederlandse verdediging en spraken over “Teufelsberg” – Duivelsberg.

Vanaf 10 mei 1940 om 3.55u. overschreden de Duitse troepen de Nederlands- Duitse grens.
In de avond van de 10e mei bereikten de Duitsers Wageningen en begonnen in de morgen van de 11e mei met artilleriebeschietingen van de Grebbeberg.
Tijdens de gevechten vielen 420 Nederlandse soldaten Op 13 mei bezweek de Nederlandse stoplijn op de Grebbeberg.

Zes jaar geleden werd de Stichting de Greb opgericht om de Nederlandse hardnekkige weerstand en de verliezen tijdens de slag om de Grebbeberg het respect te geven, die het verdient.

Na de lezing volgt een uitstekende lunch, waarna iedereen zich per auto naar de begraafplaats op de Grebbeberg begeeft.

Op de begraafplaats wordt stilgestaan bij enkele graven en het persoonlijke verhaal van betrokken militair.

Hierna gaan we de bossen op de Grebbeberg in met de Stichting de Greb en vinden daar kazematten en zelfs een ijskelder, die als commandopost gebruikt werd.
Ook heeft de Stichting de Greb een stuk van de loopgraven herbouwd om een indruk te geven onder welke omstandigheden de Nederlandse militairen de strijd in gingen.

Van de voorposten is weinig terug te vinden.
Na het oversteken van de weg beklimmen we de trap van 170 treden naar de uitkijkpost op de Grebbeberg. Ondanks de steeds harder vallende regen krijgen we hier een goed zicht op het hoornwerk en het uitzicht wat de verdedigers van de Grebbeberg hadden op de naderende Duitsers.

 
Verschillende leden van de  Stichting Menno van Coehoorn gingen voor het eerst mee met een themadag van de Documentatiegroep ’40-‘45.
We zullen hen beslist vaker terugzien, want zo’n themadag is een prima visitekaartje van de Documentatiegroep ’40-’45.

© Dirk Docter

Excursie Operatie Amherst Drenthe

Begin april 1945 staan twee Canadese Infanteriedivisies, een Canadese en een Poolse Tank divisie plus een Belgisch regiment van de Special Air Service aan de grens van Drenthe klaar om Noord Nederland te bevrijden.

Om de Duitsers in verwarring te brengen en om belangrijke bruggen in Drenthe veilig te stellen voor de geallieerde opmars wordt besloten om twee regimenten Franse parachutisten achter de linies te droppen. Ze moeten daarbij ook nog de vliegvelden van Steenwijk, Eelde en Leeuwarden veroveren, het plaatselijke verzet stimuleren en organiseren en inlichtingen verstrekken aan de Canadezen. De codenaam voor deze actie is AMHERST.

In de nacht van 7 op 8 april worden 702 Fransen, verdeeld over 47 groepen (sticks), gedropt bij Meppel, Beilen, Westerbork, Gieten-Borger, Appelscha en Assen. De parachutisten komen echter verspreid over heel Drenthe en zelfs in Friesland neer. De daaropvolgende dagen leggen de Fransen overal in Drente en Friesland hinderlagen en leveren gevechten met de Duitsers waarbij ze ondersteund worden door het Verzet. Geïsoleerde groepjes parachutisten proberen vaak alleen maar te overleven en moeten zich met hulp van de bevolking schuilhouden. Bij de gevechten sneuvelen 33 Fransen en komen 33 burgers om.

Tijdens de excursie wordt per bus diverse plaatsen in Drenthe, waar de Fransen in actie zijn geweest, bezocht. Deskundige gidsen geven daarbij uitleg. In Appelscha zal ook een bezoek gebracht worden aan de expositie “Amherst, de laatste geallieerde luchtlanding”. Deze expositie, waar uniek beeldmateriaal te zien is, wordt georganiseerd door het Airborne museum
Zie ook: www.airbornemuseum.com

En het boek “Operatie Amherst, van J.H.Jansen. Uitgeverij Boom, Amsterdam ISBN 90 5352 770 2.

Ondergedoken Joden gingen over tot christendom

Dat bleek woensdagmorgen uit een uitzending van het EO-radioprogramma De Ochtenden. De Joodse christenen vonden steun bij elkaar in de vereniging Hadderech (De Weg). De vereniging houdt nog steeds bijeenkomsten.

Volgens de nu 92-jarige Marjorie Eberl?-Gotlib werden bekeerde Joden maar moeilijk geaccepteerd. „De Joden vinden dat we een schandelijke daad hebben gedaan. Ze begrijpen ons niet en moeten niets van Jezus weten. En de christenen vinden het maar raar dat we met dat Jood-zijn zitten te klooien: „Je bent nu christen geworden”.”

Kerkhistoricus dr. G. van Klinken, verbonden aan de Theologische Universiteit Kampen (Oudestraat), wees erop dat Joden vooral hulp ontvingen van gereformeerden en rooms-katholieken. Druk op Joodse onderduikers om het christelijk geloof aan te nemen, kwam volgens hem vrijwel nooit voor. „Het was wel zo dat de meeste onderduikverleners een duidelijke huisorde hanteerden: de gasten zaten erbij wanneer aan tafel werd gebeden en uit de Bijbel werd gelezen.”

Bron: www.refdag.nl

Strijdtoneel uit WO II in Brabantse bossen

De zon schijnt uitbundig op de eerste warme voorjaarsdag van het jaar. Onder de bomen van het Liberty Park heffen de vogels hun gezang aan. Het is nauwelijks voor te stellen dat bijna 2000 geallieerde soldaten op deze plaats hun leven gaven in hun strijd tegen de Duitse bezetters. De tekst op een steen bij de ingang van het park drukt de bezoeker echter wel met de neus op die feiten. Aan weerszijden van het pad dat naar de hoofdingang van beide musea leidt, staan diverse stukken geschut opgesteld. Als stille getuigen van de bloedige strijd die zich vlak na de zomer van 1944 op deze plek afspeelde.


Machtige machines

De loop van een Duitse Panthertank steekt dreigend uit de vernieuwde Overloonhal, de welkomstruimte bij de entree van beide musea. Aan ??n kant ontbreekt een rupsband. „De tanks zijn wel geconserveerd, maar niet gerestaureerd”, zegt interim-manager Stef Heiltjes. „Zoals de voertuigen hier staan, zijn ze op het slagveld hier in de buurt aangetroffen. Wij willen laten zien wat oorlog doet met dit soort machtige machines.”

Aan een Britse Churchilltank -in dezelfde hal- zit volgens Heiltjes een schrijnend verhaal. Aan de onderkant van het voertuig is in het midden een zware beschadiging zichtbaar. „De tank reed op een mijn. Zes militairen die in het voertuig zaten, kwamen om. De commandant, die op de koepel zat, overleefde het. Hij leeft nog en is hier enkele keren geweest. De man verwijt zichzelf tot op de dag van vandaag dat hij niet heeft gezien dat er gevaar dreigde.”


Strijdtoneel

De voertuigen in de welkomsthal zijn slechts een opwarmertje voor de niet minder dan 300 stuks materieel binnen de muren van het Marshallmuseum. De bezoeker waant zich in het strijdtoneel van de oorlog. „De collectie is afkomstig van voormalig industrieel Jaap de Groot uit Zwijndrecht”, vertelt Heiltjes. „Hij had al deze spullen opgesteld in een grote loods op het industrieterrein in zijn woonplaats, maar zocht naar een nieuwe locatie. Wij zochten naar nieuwe impulsen om weer meer bezoekers te trekken. Al snel kregen we de handen op elkaar.”

Op papier was een dergelijke overeenkomst snel getekend, maar de praktijk was ingewikkelder. Van vorig jaar zomer tot ver in de herfst moest al het materieel van Zwijndrecht naar Overloon worden overgebracht. De grootste klus was zonder twijfel de verhuizing van de BARC, een 90 ton wegend amfibievoertuig dat pas recent in Overloon arriveerde.

Het Amerikaanse leger gebruikte de BARC in de Korea- en de Vietnamoorlog om 200 militairen tegelijk op de stranden te droppen. Het voertuig van (is0(

20 meter lang, 8 meter breed en 6 meter hoog was ook in staat twee tanks tegelijk aan land zetten. „Voor het vervoer moesten de wielen van elk 2,5 ton er af”, zegt Heiltjes. „Die zijn er pas hier weer aangezet, omdat de BARC het laatste stukje op eigen kracht de hal in reed.”(is2m(


Koude Oorlog

De aanwezigheid van het immense voertuig laat zien dat de hal niet alleen wapentuig uit de Tweede Wereldoorlog herbergt. „In bepaalde hoeken staat materieel gegroepeerd rondom een ander thema of land”, zegt Heiltjes. Met zijn hand wijst hij naar een Russische tank en een straaljager, een Mig, die er dreigend boven hangt. „De periode van de Koude Oorlog komt ook aan bod. Vandaar dit Russische materieel.”

Het overgrote deel van de objecten in het Marshallmuseum heeft echter de Tweede Wereldoorlog als gemeenschappelijke deler. Een gedetailleerd diorama verbeeldt de Slag om Arnhem. Op de achtergrond is de in puin geschoten Eusebiuskerk te zien. „Wapens, kogels en zelfs de hulzen zijn volledig authentiek”, legt Heiltjes uit.

Indrukwekkend is de verbeelding van Omaha Beach, het strijdtoneel waar de geallieerde troepenmacht in het Franse Normandië aan land ging. De bezoeker waant zich als het ware op het slagveld tussen de twee kampen, omdat aan de overzijde de Duitse stellingen zichtbaar zijn.

Verderop trekt een imponerende B-25 Mitchellbommenwerper de aandacht. Zo ver het oog reikt staan vrachtwagens en mobiele artilleriestukken in een levensechte opstelling. „Het geeft een indruk van de enorme logistieke operatie die met de bevrijding van West-Europa gepaard ging”, zegt Heiltjes. „Voor de meeste West-Europeanen moet zo’n grote aanvoer van materieel, soldaten en wapens een nauwelijks te bevatten schouwspel zijn geweest.”

Bron: www.refdag.nl