Gepost op

Monument Roma en Sinti onthuld

Burgemeester W. Deetman van Den Haag stond in een toespraak stil bij een zwarte bladzijde in de geschiedenis van zijn gemeente. „Op 16 mei precies 62 jaar geleden werden hier op last van de Duitse bezetter Sinti en Roma opgepakt om op 19 mei op transport naar Auschwitz-Birkenau te worden gezet. Wrang is dat bij deze razzia de Nederlandse politie een actieve rol heeft gespeeld. Weliswaar in opdracht van de bezetter, maar voor de slachtoffers een extra grote schok”, zo memoreerde de burgemeester.

Hoeveel Sinti en Roma er die nacht en de dagen erna in Den Haag precies zijn opgepakt en naar de vernietigingskampen afgevoerd, is onbekend. Maar vaststaat dat hele families werden uiteengereten en velen het niet overleefden.

Deetman herinnerde eraan dat Duitsers het voor elkaar kregen om in ??n nacht 3000 Sinti en Roma uit te roeien. Zij waren volgens de Duitsers net als Joden en homoseksuelen „inferieure mensen.” Schattingen over het totale aantal slachtoffers onder Sinti en Roma lopen uiteen van 500.000 tot 1 miljoen mensen.

„Het is beschamend dat het heel erg lang heeft geduurd voordat de Sinti en de Roma als oorlogsslachtoffers werden erkend”, zei Deetman. „Persoonlijk heb ik dat altijd als een grote onrechtvaardigheid ervaren.”

De burgemeester zei het belangrijk te vinden dat de herinnering aan dit „beschamende en trieste hoofdstuk uit de geschiedenis van Den Haag” ook voor komende generaties levend wordt gehouden. „Zodat het nooit meer gebeurt.”

Bij de Bilderdijkstraat in Den Haag was voor de Sinti en de Roma al eerder een plaquette onthuld door de toenmalige burgemeester Havermans. Die plek voldeed echter niet als een waardige gedenkplaats. In 1999 was het gedenkteken aan restauratie toe, waarna meteen werd besloten een nieuw monument te maken. Op verzoek van de Sinti en de Roma is dat nu op het pleintje van de Vondelstraat geplaatst. De oude plaquette is erin verwerkt. Het monument bevindt zich op een steenworp afstand van de plek waar de razzia begon, het inmiddels verdwenen hofje aan de Bilderdijkstraat.

Voor Sani, een van de laatste reizigers die nog met paard en wagen door Nederland trekken, is het monument van groot belang. Met zwarte gleufhoed op en gehuld in een stemmig pak, luistert hij naar de toespraak van de burgemeester.

Sani herinnert zich nog goed hoe zijn familie in de oorlogsjaren in de nabijgelegen Westerbaenstraat woonde. „We gingen in de chique buurten op zoek naar voedsel. In de vuilniszakken van de rijken vond je nog wel eens een klokhuis van een appeltje of een ander restje.”

Over de razzia praat Sani liever niet, dus blijft het onduidelijk of hij zelf in de nacht van het geweld slachtoffer was. Hij wil wel kwijt dat hij gedurende de Tweede Wereldoorlog „vele neefjes, nichtjes, oudtantes en ooms” heeft verloren. „Dat mijn vader een Hollander was, heeft waarschijnlijk mijn leven gered.”

Bron: www.refdag.nl

Gepost op

Kennis over de Tweede Wereldoorlog

De feiten rondom de jodenvervolging zijn over het algemeen erg goed bekend. Hierbij moet worden opgemerkt dat een belangrijke vraag over dit onderwerp bestond uit een herkennings-vraag, wat een zekere overschatting van het kennisniveau tot gevolg kan hebben. Niettemin lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat dit onderwerp goed bekend is. Het lijkt er zelfs op alsof voor veel mensen de jodenvervolging en de Tweede Wereldoorlog elkaars synoniemen zijn.

Ook de ideeën waarop Hitler zijn regime baseerde en waarmee hij aan de macht kwam zijn goed bekend bij de mensen. In tegenstelling tot de herkenningsvraag waaraan we net refereerden, betrof het hier een open vraag waarin de ondervraagde geen enkel handvat werd aangereikt. Velen noemen desalniettemin de belangrijkste uitgangspunten, waarbij de jodenvervolging overigens het meest wordt genoemd.

De precieze oorzaken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zijn niet bij iedereen bekend, zeker niet wanneer het gaat om het uitbreken van de oorlog in Azië. Toch valt ook het kennisniveau hier mee, net als bij de vraag waarin men een aantal gebeurtenissen in de goede volgorde moet zetten. Dat meer dan de helft het antwoord goed heeft mag opmerkelijk worden genoemd. De kennis over de gebeurtenissen in eigen land is van redelijk niveau, maar zou wellicht beter moeten.

Ook minder bekend is men met de schaal en de omvang die de oorlog had. Veel mensen onderschatten het aantal landen dat bij de oorlog betrokken was, en weten niet goed wie aan welke kant stond. Verder dan dat Groot Britannië, de Verenigde Staten en Canada ons hebben bevrijd en dus tot de gealllieerden behoorden, en wellicht dat de Sovjet-Unie Europa vanaf de andere kant bevrijdde komen veel mensen niet.

Het minst goed beantwoord zijn de vragen over de internationale verdragen en organisaties. Het meest valt op dat de duidelijke lijn die in de resultaten voor de onderscheiden groepen zit hier ver te zoeken is. Groepen die eigenlijk overal het goede antwoord geven, gaan hier opeens ‘de mist in’ en andersom. Hierbij moet worden opgemerkt dat over het wanneer en waarom van bijna elke organisatie ook door mensen die er verstand van hebben kan worden gediscussieerd. De antwoorden en dus de resultaten zijn daarom simpelweg niet eenduidig. Wellicht moet ook worden geconcludeerd dat de vraag niet adequaat is gesteld.

Mannen weten meer over de Tweede Wereldoorlog dan vrouwen
Dit gedeelte van het onderzoek toont ontegenzeggelijk aan dat mannen beter op de hoogte zijn van de feiten van de Tweede Wereldoorlog dan vrouwen. Deels kan hiervoor de reden zijn dat vrouwen sneller toegeven of denken dat ze het antwoord niet weten en mannen sneller een gokje wagen, hoewel er geen wetenschappelijk onderzoek bekend is dat een dergelijk fenomeen aantoont. Het is heel goed denkbaar dat mannen daadwerkelijk meer weten over de Tweede en wellicht andere oorlogen, omdat het fenomeen oorlog ze meer aanspreekt dan vrouwen.

Hoger opgeleiden veel beter op de hoogte dan middelbaar en lager opgeleiden
Er blijkt een groot effect van opleiding te zijn waar het kennis van de Tweede Wereldoorlog betreft. Opvallend is hierbij dat niet alleen de lager opgeleiden, maar ook de middelbaar opgeleiden telkens minder goed op de hoogte blijken te zijn. Het ligt voor de hand te veronderstellen dat hoger opgeleiden nu eenmaal ‘beter kunnen leren’ en dus ook meer feiten over de Tweede Wereldoorlog hebben geleerd ?n onthouden. Het is echter ook mogelijk dat bepaalde schooltypen meer of minder of op een andere manier aandacht besteden aan de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, waardoor de hier gevonden verschillen eventueel ook te verklaren zijn.

65-plussers hebben veel meer feitenkennis, kennis jongeren is beduidend minder
De mensen van 65 jaar en ouder onderscheiden zich bij bijna elke vraag door in veel grotere getale de goede antwoorden te geven. Dit is niet verrassend; velen van hen hebben de Tweede Wereldoorlog zelf nog bewust meegemaakt. Opvallend is wel dat men beneden de 65 jaar gemiddeld minder goed op de hoogte is van de feiten van de Tweede Wereldoorlog, waarbij het kennisniveau steeds verder afneemt naarmate men jonger wordt. Vooral het kennisniveau van de jongeren beneden de 25 jaar kan zorgelijk worden genoemd. Wel moet worden opgemerkt dat met name de jongeren tussen de 13 en de 18 jaar soms ook verrassend uit de hoek komen met goede antwoorden, wat er wellicht op duidt dat zij recent opgedane kennis nog vers in het geheugen hebben. Niettemin moet er meer aandacht worden besteed aan het onderwijzen van Tweede Wereldoorlog kennis, wil het kennisniveau van de Nederlandse bevolking in de toekomst adequaat blijven.

 
 
Nationaal Vrijheidsonderzoek Rapport 2006 – kennisdeel.pdf

Bron: www.4en5mei.nl

Gepost op

Operatie Manna

De hongerwinter heeft dan al aan circa 15.000 mensen het leven gekost en de regering in Londen wil iets doen voor de 3.5 miljoen mensen die dan nog niet bevrijd zijn. En vanaf 29 april tot 9 mei 1945 (vandaag/morgen 61 jaar geleden) storten ruim 5.000 geallieerde vliegtuigen 11.000 ton voedsel uit boven speciaal uitgekozen velden. Vlees, meel, gist, suiker, chocola, sardines. Na maanden van intense honger is er plotseling eten in overvloed maar door bureaucratie is het voedsel pas na tien dagen, dus ruim na de bevrijding verkrijgbaar in de winkels. Manna uit de hemel is dus misschien meer psychologisch geweest dan levensreddend.
 
Levensreddend was wel de uitgifte van het beroemde Zweedse Wittebrood een paar maanden eerder. Meel aangevoerd via Zweden werd naar bakkers in het land werd gebracht die er brood van bakten. Brood dat zo lekker was dat mensen nog steeds claimen dat het lekkerder was dan cake.
In de herinnering zijn operatie Manna en de uitgifte van Zweeds wittebrood door elkaar gaan lopen en velen zijn zelfs gaan geloven dat brood uit vliegtuigen werd gegooid,aan parachutes zelfs.
 
Andere Tijden over brood uit de hemel, brood uit Zweden en de vermenging van deze twee. Met bakkers die het brood bakten, piloten die het voedsel uitgooiden en mensen die het stervend van de honger verzamelden en er niet van mochten snoepen.
 
Redactie: Femke Veltman/Hein Hoffmann

Gepost op

Andere Tijden over de grootste puinhoop uit onze historie

Het geschiedenisprogramma behandelt de ramp die Rotterdam overkwam naar aanleiding van het op 27 april  te  verschijnen  boek Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog van de historicus Hans van der Pauw. Andere Tijden grijpt de presentatie van het boek aan om na te gaan hoe het oude  centrum van Rotterdam van de kaart verdween. Na het bombardement van 14 mei 1940 was het eerst de dagenlange brand, die, bij gebrek aan voldoende druk op de waterleiding, niet te blussen was en de binnenstad in de as legde. Daarna kwamen de puinruimers die met de zegen van de rijksoverheid vrijwel alles wat nog overeind stond, met de grond gelijk maakten. Daarmee zijn meer historische gebouwen tegen de vlakte gegaan dan noodzakelijk was.

 

Na de kaalslag heeft toenmalig stadsarchitect Witteveen nog geprobeerd de binnenstad langs vooroorlogse lijnen te herbouwen. Maar hij stuitte uiteindelijk op het in Rotterdam oppermachtige bedrijfsleven, dat een moderne stad voor ogen had met grootse kantoren. Andere Tijden sprak onder andere met de zoon van de verdreven stadsarchitect, oud-minister van Financiën Witteveen, met journalist Henk Hofland en met enige overlevenden van het bombardement over hoe Rotterdam veranderde van stad van kleine steegjes in de hedendaagse betonkolos.

Na de uitzending is de aflevering ook online te zien via www.anderetijden.nl

Gepost op

Bedrukt Landschap/Imprinted Landscape

Met zijn foto’s zet Van der Bij ons aan het denken over onze verbondenheid met het verleden, met onze geboortegrond, met Europa. Zijn werk roept vragen op: wat weten wij van de geschiedenis van onze omgeving? Wat is de functie van conserveren en herdenken? Hoe gaan we om met ons cultureel erfgoed? Van der Bij reisde al jaren naar de sporen van oorlogsdaden voordat de samenwerking met NM Kamp Vught in gang was gezet. Hij zegt over zijn werk: ‘Het fenomeen oorlog fascineert mij. De Tweede Wereldoorlog is voor ons de meest nabije en tastbare oorlog. Ik zie het als mijn opdracht de aandacht op deze oorlog te vestigen. Ik breng gebieden en objecten, die met rampzalige gebeurtenissen uit die tijd in verband staan, in hun huidige toestand in beeld. Zo creëer ik een actuele collectieve herinnering aan een periode die voor veel mensen alleen vanuit overlevering bekend is. Op deze manier hoop ik dat de oorlog geen abstractie in de geschiedenisboeken wordt, maar als een waarschuwing blijft gelden. Ik wil het verleden onttrekken aan de vergetelheid met mijn fotografie.’

Van der Bij kiest niet voor het gebruikelijke persoonlijke of historische perspectief. Door middel van zijn fotografische interpretatie van het landschap geeft hij een andere betekenis aan bewustmaken. Met deze tweetalige expositie wil Nationaal Monument Kamp Vught op een onverwachte manier de Tweede Wereldoorlog en de hiermee verbonden thema’s dichterbij brengen.

Robin van der Bij (Woerden, 1976) is woonachtig in Rotterdam. Hij is opgeleid aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht en sinds 2002 werkzaam als fotograaf. Voor meer foto’s zie ook www.photobij.com. Robin van der Bij vertelt aan de hand van foto’s over zijn werk op 7 mei.

Aan de tweetalige expositie is een educatief aanbod gekoppeld voor groep 8 van het basisonderwijs, de derde klas van het vmbo en havo/vwo. Het lesmateriaal is op de doelgroep aangepast en is gratis beschikbaar.

De tentoonstelling wordt financieel mogelijk gemaakt door het Slingsby van Hoven Fonds, beheerd door het Prins Bernhard Cultuurfonds, het VSBfonds, de stichting SFMO en de BankgiroLoterij. Het gebruik maken van het educatieve project door Vughtse scholen wordt financieel mogelijk gemaakt door de gemeente Vught.

Gepost op

Lutherse Kerk Zweden paste wetten nazi?s toe

Dat blijkt uit een onderzoek van een wetenschapper van de universiteit van Lund. Onderzoeker Anders Jarlert schrijft dat de kerk handelde op verzoek van het Zweedse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat trachtte een inval te voorkomen en de Zweedse neutraliteit in de oorlog te behouden door de Duitsers tevreden te houden.

De Zweedse staatskerk heeft direct een stokje gestoken voor zeker vijf voorgenomen huwelijken tussen Joden en Duitsers. Daarnaast hebben ten minste 400 Zweden die tussen 1937 en 1945 met een Duitse of Duitser „van Arische komaf” wilden trouwen schriftelijk moeten bevestigen dat hun ouders of grootouders niet van Joodse origine waren, aldus Jarlert.

Het optreden van de Lutherse Kerk was geen geheim, maar werd tot nog toe met stilte omhuld.

In 2000 gaf de Zweedse premier Goran Persson opdracht het oorlogsverleden van zijn land beter te onderzoeken. Dit resulteerde behalve in die van Jarlert in nog een aantal andere studies. Onder meer wordt daarin ingegaan op zelfcensuur in de Zweedse media bij berichtgeving over de Holocaust.

Bron: www.refdag.nl

Gepost op

Franse Joden eisen schadevergoeding van staat

De nabestaanden eisen namens 75.000 Franse Joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vermoord schadevergoeding en teruggave van eigendommen die tijdens de oorlog door de Duitsers en de toenmalige Franse autoriteiten in beslag zijn genomen.

Van de tijdens de oorlog afgevoerde 75.000 Franse Joden keerden er na de oorlog slechts een kleine 2000 levend terug. Nabestaanden in de Verenigde Staten eisen nu dat de Franse staat zich verantwoordelijk stelt voor het door de slachtoffers van de nazi’s ondergane leed en de geleden materiële verliezen. De hoogte van de claim is nog niet bepaald, maar waarschijnlijk zullen miljarden dollars worden geëist.

Behalve de Franse staat zijn ook de Franse spoorwegen in New York gedagvaard, omdat die verantwoordelijk waren voor het transporteren van vrijwel alle Franse Joden naar vernietigingskampen in Duitsland, Oostenrijk en Oost-Europa. Ook de ”Caisse des Depots en Consignations”, die eigendommen van Joden en andere slachtoffers van de nazi’s in bewaring hield, wordt in de claim genoemd.

Vanuit Frankrijk is nog niet gereageerd op de claim. De Amerikaanse eisers zeggen hun claim te baseren op de conclusies van een Franse onderzoekscommissie, die in 1997 een rapport uitbracht over wat er is gebeurd met de eigendommen van vermoorde Franse Joden. Deze zogenoemde Matteoli Commissie stelt dat de Franse Vichyregering en de lokale autoriteiten in het door Duitsland bezette deel van Frankrijk hebben meegewerkt aan de onteigening van bezittingen van tienduizenden Franse Joden en dat daar nooit een afdoende schadevergoeding voor is betaald.

Bron: www.refdag.nl