Gepost op

Film laat bombardement Rotterdam herleven

Met de 3D-film ”Het Bombardement van Rotterdam 14 mei 1940” heeft initiatiefnemer Los geprobeerd de catastrofale gebeurtenis bij de opmaat van de Tweede Wereldoorlog in Nederland levensecht te reconstrueren. De voorstelling gaat zaterdag in het Museum Johannes Postschool in het Ridderkerkse Rijsoord in première. „Ik wilde de gebeurtenis zo levensecht mogelijk weergeven”, schetst de Ridderkerker. „Dus zoals mensen het toen hebben beleefd.”

De 3D-film is te zien in het planetarium van het oorlogs- en verzetsmuseum. Doordat de beelden digitaal op een koepel worden geprojecteerd, lijkt het alsof de toeschouwer zich in Rotterdam anno 1940 waant. „Een primeur”, zegt Los. „Het unieke van deze techniek is dat we het bombardement vanuit alle hoeken kunnen belichten. Je kunt bijvoorbeeld over de vleugel van een oorlogsvliegtuig een blik in het toestel werpen. De bommen aan boord kun je zowat tellen. Maar ook uit welk luik ze vallen.”

De Coolsingel dient in de film grotendeels als decor. Het zwaartepunt van het bombardement lag namelijk in het stadshart. Te zien zijn de kraterinslagen van bommen, in puin gebombardeerde gebouwen en passanten die in paniek vluchten.

Met name het zogenaamde Dolby Surround geluidseffect maakt de gebeurtenis „levensecht”, omschrijft Los. „Je hoort een knarsende tram langzaam naderen en weer verdwijnen, terwijl de bommen langs je oren suizen. Alsof je midden op de Coolsingel staat. Het is z? levensecht, dat mensen die het bombardement hebben meegemaakt, de film mogelijk liever niet willen zien.”

Los produceerde de documentaire met technici van het Omniversum in Den Haag. Het proces verliep niet van een leien dakje. Vooral het bewerken van de filmbeelden vergde veel improvisatie. „Het digitale filmbestand is enorm. We hadden 200 computers nodig om de beelden te bewerken. Ze moesten namelijk geschikt worden gemaakt voor een bolprojectie op de koepel.”

Los gebruikte voor de film zeldzame en nooit vertoonde beelden die hij opdook in stoffige archieven en op beurzen in binnen- en buitenland. De Ridderkerker bezit ruim 300 oorlogsdocumentaires. „Vooral de Duitsers maakten veel opnamen. Ze hadden zelfs een cineast in dienst.”

De productie van de 17 minuten durende documentaire ”Het Bombardement van Rotterdam 14 mei 1940” was geen sinecure. Vooral het omzetten van platte beelden naar een driedimensionale projectie vergde veel tijd en beeldmateriaal. „Om ??n vliegtuig vanuit verschillende posities te projecteren, zijn ongeveer 160 foto’s nodig. Bovendien waren bouwtekeningen en modellen onmisbare hulpmiddelen.”

Om de gebeurtenis zo waarheidsgetrouw te reproduceren, gingen Los en zijn technici niet over ??n nacht ijs. Informatie haalden ze uit alle uithoeken. Los: „Via via kwam ik in contact met een fanaat die in detail alles wist over Heinkels, de oorlogsvliegtuigen van de Wehrmacht. Hij wist bijvoorbeeld precies uit welk luik de bommen vielen. En op welke plekken de inslagen plaatshadden.”

Los meent dat hij met zijn productie de Rotterdamse oorlogs- en verzetsmusea niet de loef afsteekt. Wel betoogt hij dat de film in het Rijsoordse museum thuishoort, aangezien de capitulatie van Nederland kort na het Rotterdamse bombardement daar werd ondertekend. „Bovendien wilde ik altijd al oorlogsdocumentaires produceren en vertonen.”

Bron: www.refdag.nl

Gepost op

Boem!

Zwartboek vertelt over een joodse onderduikster die in de Tweede Wereldoorlog als dubbelspion bij de Duitsers infiltreert. Filmmaker Verhoeven had eerder toestemming gekregen om een boerderij in de Biesbosch op te blazen, maar de aanwezige vleermuizen gooiden uiteindelijk roet in het eten. De filmploeg kwam uiteindelijk uit bij een uit 1915 stammende boerderij in Hardenberg die op de nominatie stond om gesloopt te worden.

Bron: www.brabantsdagblad.nl

Gepost op

Duitsland herdenkt Neurenberg-processen

De ceremonie werd bijgewoond door enkele mensen die ook zestig jaar geleden bij de processen aanwezig waren, onder meer de Amerikaanse aanklager Whitney Harris en de Duitse journaliste Susanne von Paczensky.

Van november 1945 tot oktober 1946 werden in Neurenberg door de Geallieerde mogendheden 22 topfiguren van het nazi-regime ter verantwoording geroepen voor de misdaden van het Duitse Derde Rijk (1933-1945). Twaalf kregen er de doodstraf. Drie beklaagden werden vrijgesproken en anderen kregen lange gevangenisstraffen opgelegd.

Von Paczensky herinnerde zich zondag hoe ,,klein en onbelangrijk” de mannen hadden geleken die daar zonder hun uniform in de beklaagdenbank hadden gezeten. ,,Zij leken meer op daklozen die op de hoek zitten te bedelen.”

Historisch belang

Neurenberg neemt een belangrijke plaats in bij de historische ontwikkeling die onder meer heeft geleid tot de oprichting van het Internationaal Strafhof (ICC). Tijdens het proces zijn juridische begrippen als misdaden tegen de vrede, het voeren van een oorlog van agressie, oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid geïntroduceerd. Ook het plegen van genocide werd toen voor het eerst als een misdrijf voor de rechtbank gebracht.

Deze dagen wordt in de stad ook een conferentie over het historisch belang van de processen gehouden. Een Duitse topambtenaar van het ministerie van Justitie, Alfred Hartenbach, zei het te betreuren dat de Verenigde Staten het ICC niet erkennen. Alle staten zouden de jurisdictie van het strafhof moeten erkennen ten einde misdaden zoals door de Duitse nationaalsocialisten gepleegd, niet opnieuw kunnen worden begaan, aluds Hartenbach.

Gepost op

Oorlogsboek Rosmalen blijft boeien

De eerste druk dateert al weer van 1994. Vrijwel de hele oplage – van zo’n duizend exemplaren – vloog toen snel de deur uit. Het had tot gevolg dat Ad Hermens, auteur van Rosmalen in de vuurlinie, een boek over de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog in het dorp, jarenlang de vraag kreeg: wanneer komt het boek nog weer eens te koop? Sinds afgelopen weekeinde is dat het geval en kunnen geïnteresseerden terecht bij vier boekhandels. Voor Rosmalen in de vuurlinie deed Hermens uitvoerig onderzoek en interviewde hij talloze Rosmalenaren.
De treinsabotage bij de Vliert, de bevrijding van Kruisstraat, Rosmalen -centrum, Maliskamp, Hintham, het komt allemaal aan bod. Het boek bevat vanzelfsprekend ook veel tragiek. Zo beschrijft Hermens – zelf geboren en getogen in Rosmalen – wat zich afspeelde bij het oorspronkelijke pand van Mariaoord, aan de Graafsebaan. Toen daar gelegerde Duitsers in september ’44 op de vlucht sloegen, ontfermden omwonenden zich over een achtergebleven baby het pand diende tevens als onderkomen voor ongehuwde moeders. Ook werden achtergelaten spullen er weggehaald. Maar toen de Duitsers plotsklaps terugkeerden, liep het fout. Voor drie jongens uit het dorp – Piet Voets, Jan van Zoggel en Piet Ketelaars – wachtte het vuurpeloton. Jan van Zoggel zag nog kans, zij het met verwondingen, te ontkomen, maar zijn metgezellen lieten het leven.

Auteur Hermens zelf werd in die dagen eveneens opgepakt. "Maar dat verliep heel anders”, blikt hij terug. "Met vriendjes waren we geregeld te vinden in een Rode Kruistrein van de Duitsers, die maandenlang geparkeerd stond ter hoogte van de Molenstraat. De Hollandse machinist was er, tijdens de landelijke spoorwegstaking, met de locomotief vandoor gegaan.”

Rusland
"Als avontuurlijke jochies werden we aangehouden en tot de orde geroepen door de Duitsers. Tot angst van m’n moeder. Maar echt in levensgevaar, dat ben ik absoluut niet geweest.”
Rosmalen in de vuurlinie belicht het allemaal, en laat ook foto’s en andere afbeeldingen zien. Zoals ook bijzondere foto’s, afkomstig uit een rolletje dat achterbleef in de trein. Ze werden diep in Rusland genomen, waar de trein en de Duitse militair die de foto’s nam, tevoren dienst deden. En stel dat er ooit nog eens een derde druk verschijnt, dan kan Hermens nog iets saillants toevoegen. Heel recentelijk – de herdruk rolde al van de persen – kwam hij in contact met de dochter van een Amerikaanse militair met de oer-Hollandse naam Ed Jansen, die zich als gewonde krijgsgevangene in de betreffende trein bevond. Jansen werd destijds per boerenwagen vanuit de trein vervoerd naar Coudewater, waar z’n been moest worden afgezet.
Hermens: "Hij stierf in 1994, maar z’n vrouw leeft nog. En met hun dochter heb ik sinds kort contact. Ze is van plan volgend jaar met haar moeder naar Nederland te komen.”

Rosmalen in de vuurlinie, tweede druk. In Rosmalen te koop bij De Omslag, Robben, en Bruna. En in Den Bosch bij Adr.Heinen. Prijs: 35 euro. Bij Bruna in Rosmalen signeert Hermens zaterdag – van 14.00 tot 17.00 uur – de uitgave.

Bron: www.brabantsdagblad.nl

Gepost op

Loopgraafvlonders na 65 jaar boven water

Ontdekker van de vlonderplanken is Veenendaler C. Cramer. Hij is onderwijzer aan de plaatselijke ds. C. Steenblokschool. Tijdens lessen over de Tweede Wereldoorlog kwam een van de leerlingen met de melding dat er bij hen thuis nog vlonderplanken uit loopgraven lagen. Cramer: „Ik ben gaan kijken en het bleek inderdaad te kloppen. Dit is een zeer unieke vondst.”

De vlonders bleken te liggen in hoeve van de familie Van Ravenhorst uit Renswoude. Boer J. M. van Ravenhorst (49) zegt dat zijn vader de vlonders na de meidagen van 1940 bewaarde. „Het waren er zo’n zestig. Vroeger bewaarden we het hooi erop. Een aantal jaren geleden hebben we een deel van de vlonders opgestookt. Nu zijn er nog zo’n vijftien over.” De boerderij van de familie lag tijdens de oorlog in de vuurlinie en werd in brand geschoten.

Bijzonder aan de vlonders zijn volgens Cramer, die een boek schreef over de meidagen van 1940 rond Renswoude, de ijzerdraden die er overheen gespannen zijn. „Tot op heden waren voor verzamelaars alleen die draadjes al een relikwie. Nu hebben we zomaar een aantal complete vlonders. De ijzerdraden voorkwamen dat je kon uitglijden. Ze waren er met krammetjes aan vast gemaakt. Tot op heden waren daar geen originele exemplaren van bekend. Wel zijn er replica’s gemaakt. Die blijken nu verrassend goed overeen te komen met de originele.”

Diverse musea ontfermen zich nu over de loopgraafvlonders. Het Betuws Mobilisatie Museum, het Brabants Mobilisatiemuseum, het Cavaleriemuseum in Amersfoort en het Infanteriemuseum in Harskamp krijgen allen een of meerdere vlonders. Ook een aantal oudheidkundige verenigingen krijgt een vlonder. In totaal zijn er zo’n 15 vlonders, die elk 1,5 meter lang zijn.

Bron: www.refdag.nl

Gepost op

Dat het zo lang moest duren

In de Meistaking van 1943, de tweede grote staking tijdens de Tweede Wereldoorlog, werden 60

onschuldige burgers uit de provincies Friesland, Groningen en Drenthe gefusilleerd door de Duitse

bezetters. Van 34 slachtoffers werden de lichamen door de bezetters meegenomen en ‘op een

onbekende plaats’ begraven. Dit, om de stakende bevolking extra te intimideren en weer in het gareel

te dwingen. Een half jaar na de bevrijding zijn 19 van deze slachtoffers in een massagraf in militair

oefenterrein de Appèlbergen (Haren, Groningen) gevonden. Van hen werden er 18 geïdentificeerd en

in hun woonplaats herbegraven. De 19e werd als ‘onbekende’ herbegraven. De andere 16 bleven

vermist.

In bijlage 1 worden alle 34 slachtoffers genoemd en beschreven.

Sinds 1993 is de Appèlbergen als natuurgebied eigendom van Staatsbosbeheer.

Download het volledige onderzoek via www.documentatiegroep40-45.nl/dathetzolangmoestduren.pdf

Gepost op

‘Tot de laatste man, doorgaan!’

Empel

Flip van Zuijlen was tientallen jaren getrouwd, maar zijn vrouw heeft hij nooit gezien. Flip was blind. Rietje: „Hij was in de oorlog gewond geraakt aan zijn hoofd, ze hebben toen bewust zijn oogzenuwen door moeten snijden om erbij te kunnen tijdens de operaties. Dat verhaal heb ik pas veel later gehoord, hij praatte nooit over de oorlog.“ Rietje werkte op de Steffenberg in Vught, waar Flip van Zuijlen terechtkwam. Er woonden daar na de oorlog een stuk of honderd blinden. Daar werden Rietje en Flip verliefd.
Flip is intussen gestorven, maar op deze prachtige dinsdagmiddag schuift Rietje weer aan in De Lachende Vis in Empel, voor de jaarlijkse reünie van Moveo: Meer Ontspanning Voor Ernstige Oorlogsgewonden. Zo heet de vereniging trouwens niet meer, het is nu Samen Verder Gaan. Negen jaar geleden werd Moveo, door particulieren opgericht in 1950, ontbonden er waren niet meer genoeg oorlogsslachtoffers over. De reünie bleef, ook sedertdien georganiseerd door Ton Boogmans uit Den Bosch. Gisteren stelde Boogmans de overblijvers een ernstige vraag: moeten we ook niet eens ophouden met deze reünie? „Nee dus. Hoewel we nog maar met een man of twintig over zijn.“ Die twintig zijn oorlogsslachtoffers, weduwen en chauffeurs. De laatste categorie was essentieel voor Moveo, zij stelden na de oorlog hun auto en tijd ter beschikking om de oorlogsgewonden een paar dagjes uit te bezorgen. Zo toerden ze jarenlang door het land en door Italië, Engeland, Frankrijk, België. Nee, niet door Duitsland.
Stan Baudoin, vanaf de eerste chauffeur: „Ik had een zaak en vroeg Rietje, m’n vrouw, wel eens: ’Wat zal ik doen, meiske?’ Dan zei ze: ’Ga maar, jongen’. Want het was altijd weer heel plezierig, heel dankbaar om die mensen te rijden.’’
Het wordt gemakkelijk onderschat wat een uitje betekende voor de in meerdere opzichten getraumatiseerde groep oorlogsslachtoffers. Aan een tafeltje zitten er een paar bijeen, ze struikelen over elkaar heen om te mogen vertellen hoe ze door alles en iedereen, de overheid voorop, in de maling zijn genomen. Het ene verhaal is nog tragischer dan het andere. Ze voelen zich allemaal tekortgedaan, misdeeld, vergeten. Kleine uitkerinkjes, de plicht tot werken. Jan Luijten uit Veldhoven schreeuwt ronduit: „We zijn besodemieterd!“
Luijten mist zijn rechterarm. „Ge komt oe eige elken dag un paor keer tegen.“ Hij soms op wat hij allemaal links heeft moeten leren doen, schrijven, eten, werken. „En oe kont afvegen“, roept Stan Baudoin met een vette grijns. Want gelukkig wordt er ook nog heel wat gelachen bij de reünies.
Henk Wielens uit Tilburg was het lachen 65 jaar geleden ineens vergaan. Oorlog, direct de pineut. „Op de eerste dag van de oorlog, 10 mei, hebben ze me meteen te pakken gehad.“ Het kostte hem zijn rechterbeen. En nog een hoop meer.
Wielens was daarom na de oorlog flink in zijn nopjes met Moveo. „Ik vind het de mooiste instelling die er ooit geweest is. Heerlijke buitenlandse reisjes hebben we gemaakt – en allemaal gratis.’’
Toon Hoes uit Den Bosch was de districts-commissaris in de regio zuid, hij moest het allemaal regelen. „Moveo is afgekeken van de Belgen, daar hebben ze de slachtoffers na de Eerste Wereldoorlog niet alleen geholpen met bijvoorbeeld de noodzakelijke verbouwing van huizen, maar ook door ze ontspanning te bieden.“ De tripjes gaf de oorlogsslachtoffers warmte, een identiteit. Maar de wrok blijft. Ton Boogmans: „Als je ziet hoe ze met ons omgingen, na drie jaar verplichte dienst in Indië? En als je dan ziet hoe de heren nu met alle egards worden behandeld als ze drie maanden vrijwillig in het buitenland hebben gezeten?“ Daarom is de oorlog niet afgelopen, niet voor hen. En daarom kan er nog geen einde komen aan de reünies. „Tot de laatste man, doorgaan!“

Bron: www.brabantsdagblad.nl

Gepost op

‘Een boek vol bergingen in mijn hoofd’

„Je begint zo’n berging met maar ??n vraag: zijn er bommen? Bommen, dat is risico, gevaar. Dat zit altijd in je hoofd. Net als de gevallen bemanningen, hun lot. Dat is een hele harde schijf vol met beelden van bergingen. Stof voor een heel boek. Hank? Ja, Hank en de Halifax zitten ook in dat boek. Ook omdat het een heel goed georganiseerde operatie is. Zo heb ik het nooit eerder meegemaakt, nergens in Nederland.“
Aan het woord de 56-jarige kapitein Hans Spierings, bergingsofficier van de Koninklijke Luchtmacht. Zijn specialisme: het bergen van verongelukte militaire vliegtuigen. Geen berging of Spierings is ter plaatse.
Bijna vijf weken ploeterde hij met zijn vaste ploeg mensen in de natte, onwillige bodem van de Hankse Oranjepolder. Op zoek naar de resten van een in 1944 neergeschoten Halifax-bommenwerper.
De klus zit erop, de luchtmacht ruimt op. Dit is het werkterrein van bergingsleider Spierings: modder, laarzen, uiteengescheurde stukken aluminium, verwrongen propellers, schoongespoten vliegtuigmotoren. Hank is zijn dertigste berging geweest.

Biggles
Bergingen van vliegtuigen? Misschien begon het met Biggles, de onsterfelijke gevechtspiloot uit een aloude jongensboekenserie. Of met de eerste vliegtuigmodellen die hij ooit bouwde.
Hoe dan ook, hij trad in 1970 toe tot de Koninklijke Luchtmacht: als vliegtuigtechnicus. In 1996 keek hij in de spiegel. Hij zag een ijverige, organiserende militair met veertig man onder zich en besloot dat hij toe was aan iets anders: „Weet je, mijn vader was ook beroepsmilitair. Na de oorlog werd hij politieman. Die man ging te vaak met tegenzin naar zijn werk. Ik wilde niet zo eindigen, maar op tijd veranderen. Ik solliciteerde als bergingsman, wist niet eens wat de bergingsdienst was, maar had natuurlijk wel een grote technische bagage.“
Zijn mobiele telefoon zingt een doordringende ringtone. „Hallo met Spierings? ja, heb je interesse? ik heb hier een heel motorblok compleet met serienummer. Weet je wat, de luchtmacht gaat jullie een dienst bewijzen. Als je een aanhanger hebt, mag je die motor meenemen? ok? tot ziens.“ Hij legt neer en verduidelijkt: „Iemand van het museum Fort Vijfhuizen bij Heemstede, enthousiaste mensen.“
Peinzend: „Tja, al die bergingen. De ontmoetingen, de emotie. Mensen die pas meer dan vijftig jaar na de Tweede Wereldoorlog kunnen verwerken als er stoffelijke resten van familieleden boven komen.“
Hij herinnert aan de 68-jarige Canadees Roy Peterson: „Die stond hier op de plek waar zijn broer gesneuveld is. Hij nam bij onze werkkuil afscheid. Heel emotioneel, na 56 jaar. Niet op het erekerkhof bij Nijmegen waar de bemanning formeel begraven is. Nee, hij nam hier afscheid. Hij zei: het is tijd dat mijn broer thuiskomt, het is tijd dat de oorlog eindelijk afgelopen is.“
Vermist is erger dan dood. Of de vermiste vliegers bij Hank via de gevonden botresten een gezicht krijgen, moet uit verder onderzoek blijken.

Emoties
Mensen begeleiden bij hun emoties, verhalen aanhoren van ooggetuigen, af en toe een lezing met Powerpointpresentatie, overleg met burgemeesters en met aannemers en op de bergingslocatie schoolklassen vertellen waarom het vliegtuig uit de lucht is gevallen. Spierings: „Het hoort er allemaal bij.“
Hij kan uren vertellen, gedreven, betrokken. Over de molensteen uit 1815 die ze tussen de wrakstukken vonden en dat hier misschien nog wel muren van een oud klooster zitten van voor de St.Elisabethsvloed: „Als je dat hoort, gaan je antennes uit, dan gaat er een heel nieuwe wereld open.“

Werk genoeg
In Nederland liggen nog genoeg vliegtuigwrakken, met naar schatting zo’n 250 vermiste vlieger. Werk genoeg, maar in 2007 houdt Spierings ermee op. Het is mooi geweest: „Het werk bij de luchtmacht is 35 jaar mijn hobby geweest.“ Officieel had hij al moeten stoppen, maar hij moet nog een opvolger inwerken. Kan hij al die kennis die hij in zijn hoofd opgeslagen heeft overbrengen? Hij zwijgt, haalt de schouders op: „Ik weet het niet“.

Bron: www.brabantsdagblad.nl

Gepost op

?Help, ik heb een granaat! Wie haalt ?m op??

De politie staat twintig minuten later op de stoep. Ze horen van Martijn dat hij schatgraver is. Met een metaaldetector struint hij het nog braakliggende bouwterrein van’ t Ven in Veghel af, op zoek naar mooie muntjes. Maar hij vindt een explosief uit de Tweede Wereldoorlog.

Niets
De politie neemt hem serieus, maar er gebeurt verder niets. „Eigenlijk onverantwoord. Het is nu donderdag. Gisteren hebben hier kinderen gespeeld. Die zijn dol op bergen zand. Ze kunnen zo op die granaat lopen. Ze is niet eens afgezet. Ik heb er nu een boomwortel op gelegd om hem te markeren.“ Amper heeft hij het gezegd, of twee politiewagens stoppen wat verderop. Ze komen poolshoogte nemen. „U bent de vinder? Waar ligt ’ie precies?“, vraagt een agent. Martijn wijst naar de boomstronk, vanaf een veilige afstand. „Ik hoop dat de Explosieve Opruimingsdienst (EOD) morgen tijd heeft“, zegt de agent zorgelijk. Even later rijden ze weer weg. Martijn schudt het hoofd. „Snap je dat nou? Waarom laten ze die granaat liggen? Levensgevaarlijk.“ Hij mijdt het gebied voortaan. „Ik heb hier prachtige muntjes gevonden, een Rijdersschelling en een zesstuiverstuk. Maar ik blijf voortaan weg.“

Bron: www.brabantsdagblad.nl

De politie neemt hem serieus, maar er gebeurt verder niets. „Eigenlijk onverantwoord. Het is nu donderdag. Gisteren hebben hier kinderen gespeeld. Die zijn dol op bergen zand. Ze kunnen zo op die granaat lopen. Ze is niet eens afgezet. Ik heb er nu een boomwortel op gelegd om hem te markeren.“ Amper heeft hij het gezegd, of twee politiewagens stoppen wat verderop. Ze komen poolshoogte nemen. „U bent de vinder? Waar ligt ’ie precies?“, vraagt een agent. Martijn wijst naar de boomstronk, vanaf een veilige afstand. „Ik hoop dat de Explosieve Opruimingsdienst (EOD) morgen tijd heeft“, zegt de agent zorgelijk. Even later rijden ze weer weg. Martijn schudt het hoofd. „Snap je dat nou? Waarom laten ze die granaat liggen? Levensgevaarlijk.“ Hij mijdt het gebied voortaan. „Ik heb hier prachtige muntjes gevonden, een Rijdersschelling en een zesstuiverstuk. Maar ik blijf voortaan weg.“Bron: