Gepost op

Aart Alblas: Geheim Agent

Nu weet je natuurlijk dat er geen schijn van kans was dat het goed kon af lopen. Maar daar denk je dan niet aan.
Nu dat er zelfs een museum is opgericht, speciaal voor hem, moet het vreemd zijn voor haar om alles te horen met zijn werkelijke naam, niet als Klaas, zo als zij hem toen kende.

Natuurlijk wist ik wel dat Klaas zijn schuil naam was.
Voor mij zal hij echter altijd Klaas zijn. Niet dat ik toen veel aandacht aan gaf wat zijn werkelijke naam was. Er waren zoveel meer belangrijke dingen aan de hand. Ook waren er zovelen die onder schuil namen gingen.
Het was haast gewoon toen.

De eerste keer dat ik zijn echte naam hoorde was tijdens een verhoor.


Ik was op gepakt door twee wel bekende verraders, Slachter en Poos en opgesloten in einzenhaft in het Oranje Hotel en werd verscheidene malen naar het Binnen Hof gebracht om verhoord te worden.
Tijdens een van de eerste verhoren vroeg Herr Bartels van de Sicherheit Dienst mij of ik Aart kende.
“ Je moet hem kennen. Hij komt regelmatig bij jouw thuis!”
“Nooit van gehoord” was mijn antwoord. Dit ging zo een tijdje voort.
Hij in het Duits. Ik houd mij stom als of ik er niets van kan verstaan terwijl hij mij ondervraagt.
Een secretaresse of zoiets, vertaald het in het Nederlands. Dan is het mijn beurt, in het Nederlands.
Ik heb verteld dat ik praktisch geen Duits versta, nog kan spreken.
Dat heeft zijn voordelen in dat het mij meer tijd geeft om over mijn antwoord na te denken.
Een nadeel is dat ik niet moet laten zien dat ik wel degelijk Duits kan verstaan.
Ook is het moeilijk wanneer de vertaling niet helemaal juist is. Ik moet dan antwoord geven op het vertaalde en ik kan niets verbeteren wanneer mijn antwoord verhaspeld wordt.

Uit eindelijk zegt Bartels. “ Aart Alblas, de verloofde van je zuster.”
Dit is de eerste keer dat ik zijn werkelijke naam hoor.

Wat ik wil schrijven is mijn verhaal over Aart Alblas.
Zoals ik hem kende en wat wij samen hebben doormaakt.
Het is ook mijn manier om te vertellen van mijn bewondering voor een jonge man die bereidt was om alles op te offeren voor zijn Vaderland. Iemand zonder enige pretenties.
Een voorbeeld voor ons allemaal.

Het is nu een lange tijd geleden, ik was toen zestien, dat is nu meer dan zestig jaar geleden. Sinds dien is er zoveel gebeurd in mijn leven. Veel namen ben ik volledig kwijt. Sommige episodes zijn klaar helder. Maar dan kan ik mij niet herinneren wat er direct voor of na gebeurde. Misschien worden mijn herinneringen helderder wanneer ik begin te schrijven.

Aart Alblas, maar zo als ik zei, ik kan alleen maar denken over hem als Klaas. Klaas de Waard of Klaas de Jong.

 

Kennismaken


Het was winter, 1941. Mijn Moeder en ik woonden alleen in ons huis, aan de voet van de duinen, Laan van Poot 214 in Den Haag.
Pum mijn zuster, vijf jaren ouder, was verpleegster in het stads ziekenhuis en kwam alleen maar thuis wanneer zij een vrije dag had.
Vader was sinds de Zomer opgesloten in de Gevangenis in Scheveningen.

Het was een extra koude winter. Hopen sneeuw en ijs op de weg.
Ik kwam op de fiets van de gevangenis terug. Het Oranje Hotel noemde men het, omdat er zoveel mensen opgesloten waren die voor hun Vaderland en voor Oranje hun leven waagden.
Al lang mochten wij Vader niet meer bezoeken.
Wel mochten wij hem zo nu en dan schoon ondergoed brengen, soms vruchten, boeken en dergelijks.
Dat is waar ik van terug kwam.
Het was niet makkelijk fietsen met een koffertje met de vuile was achterop en de weg zo spiegel glad met overal richels, zo dat je van de ene kant naar de andere kant glibberde. Gelukkig was er bijna niemand anders op straat. Praktisch geen auto te zien.
Thuis komende vond ik daar Vas Dias, samen met een jonge man, op bezoek bij mijn Moeder.
Klaas, zo stelde Vas Dias hem voor. Hij had onderdak nodig en ook wat kleren, zo vroeg hij Moeder.
Nu weet ik niet of wij toen al direct werden verteld dat Klaas een agent was, over gekomen van uit Engeland.
Waarschijnlijk wel, waarom anders had hij andere kleren nodig?
Ik nam hem mee naar boven, naar mijn kamer, waar hij het een en ander uitzocht. Hij kon ook van mij een das kiezen, welke maar ook. Hij koos de enige das die ik op prijs stelde.
Ik zei niets.


Vas Dias kwam vrij vaak bij ons thuis aan sinds mijn Vader gearresteerd was. Veel weet ik niet van hem.
Hij was een typische Jood van uiterlijk. Een journalist bij de krant “het Parool”. Nu een ondergrondse krant.
Hij kon veel amusante verhalen vertellen van zijn werk als verslaggever.
Ook weet ik dat hij met Vader veel samen gewerkt had met het verzamelen van inlichtingen. Dat was voor dat Vader gepakt werd.

Van af die dag gebruikte Klaas ons huis als basis. Hij kwam en ging zoals het hem schikte.
Mijn Moeder moedigde hem aan en gaf hem een te huis. Als gevolg hier van werd het bij ons een verzamel plaats voor velen die op stonden tegen het Duitse bezet.
Broer- Moonen, Goedhart, van Heuven-Goedhart, Dogger, Peter Tazelaar, Hazelhoff, Jan Iedema en Krediet, zijn namen en gezichten die bij mij opkomen.

Hoe kon mijn Moeder dit toelaten? Zij wist zeker wel het gevaar dat wij liepen. Een uittreksel van de laatste brief van Vader van uit de Kriegswehrmachtsgefangnis in Utrecht geeft een beetje een idee. Deze brief schreef hij direct voor zijn executie.
Wanneer hij dit schreef werd Klaas gevangen gehouden in Haarlen, Moeder, Pum en ik in Scheveningen.

“Nog enige uren en dan moet ik van je voor dit leven afscheid nemen. Ik wil niet veel woorden gebruiken en sentimenteel zijn we nooit geweest”
en wat verder op in deze brief,
“Het deed me leed bij je jongste bezoek te horen dat jullie drieen nu ook in banden bent, maar ik ken ook je sterke karakters en ik vertrouw dat jullie hier ongeschonden door komt. Jullie lijdt voor je volk en vaderland, voor het geen “goed” is in deze wereld. Ik ben er van overtuigd dat dit goede eenmaal zal zegevieren en dan is jullie en mijn offer niet vergeefs geweest.”

Beide mijn ouders waren zeer sterke karakters. Van Gereformeerde huize. Modern in opvattingen. Dans lessen en Engelse conversatie lessen. Lazen veel.
Vader werkte bij de Nederlandse Inlichtingen Dienst en had verschillende onderscheideningen voor speciaal diensten bewezen, was vloeiend in Scandinavische talen en studeerde Spaans en Italiaans.
Mijn ouders waren voor de oorlog vaak op reis voor Vaders werk.
Zij waren fel tegen de Duitse Nazi’s en zo waren Pum en ik.
Om een voorbeeld te geven.
Een Duitse soldaat werd ingekwartierd bij ons.
Onmiddellijk toen wij daar van hoorden werd alles, behalve een bed en een stoel uit de logeer kamer gehaald, de traploper weggenomen en de Duitse soldaat volkomen genegeerd toen hij aanbelde.
De deur geopend, hij mompelt een groet, wij kijken langs hem heen, hij klotst de trap op, naar zijn kamer.
Soms wil hij een praatje te maken, wij geven geen antwoord. Voor een week houdt hij het uit.
Wij krijgen nooit meer inkwartiering.

Meer over Klaas

Zo vond Klaas dan een tehuis waarvan hij wist dat hij altijd welkom was.
Met een open gezicht, gemakkelijk van doen, zich overal aanpassend en waarschijnlijk erg aantrekkelijk voor de meisjes.
Moeder zag tenminste mogelijke problemen toen zij mij in vertrouwen nam en voorstelde maar niets over Klaas aan Pum te vertellen.
‘t Was beter dat zij hem maar niet leerde kennen!
Natuurlijk ging dat mis. Pum kwam onverwacht thuis terwijl Klaas er ook was.
Liefde op het eerste gezicht!

Klaas had een geboorte defect. Een oor was dubbelgevouwen en niet helemaal normaal. Dit was een handicap en de Duitse SD wist hier van. ’t Ergste was dat het was het linker oor. Het oor dat op het persoon’s bewijs zichtbaar moest zijn.
Door verschillende touwtjes te trekken wisten wij een privé operatie te bewerkstellen in het ziekenhuis Bronovo in Den Haag.
De chirurg was van de omstandigheden op de hoogte. Pum kon verpleegster zijn. Dit kwam goed uit, wij waren bang dat Klaas onder narcose misschien te veel zou vertellen.
De operatie was een volledig succes. Nu was in ieder geval een kenmerk dat hem kon verraden uit de weg. Met een nieuw vervalst persoon’s bewijs was er een gevaar van de weg.
Maar ik heb ook het idee dat de liefde van Pum en Klaas nog meer opbloeide.

Al gauw vond ik manieren waarin ik Klaas kon helpen met zijn werk.
Hij had verscheidene kontakten al over Nederland die hem inlichtingen konden geven over troepen verplaatsingen en andere militaire informatie van belang voor de geallieerden.
Een of meermalen per week ging ik er dan op uit met de trein naar Zwolle, Deventer, Haarlem enz.
Aanbellen op het mij gegeven adres, een envelop met informatie in mijn hand geduwd en dan door naar het volgende adres of door naar waar Klaas zijn zender opereerde.
Soms helpen met het opzetten van de zender en de berichten coderen en decoderen, terwijl Klaas met koptelefoon op en met een morse code sleutel onder zijn hand contact houdt met Engeland.


Klaas vertelde over zijn opleiding in Engeland.
Hij was met een vriend in een gestolen motorboot naar Engeland overgestoken en na een tijd van ondervragingen en wantrouwen de keuze gegeven wat hij wilde.
Dit was wat hij koos, inlichtingen verzamelen in bezet gebied.
Daar dacht hij dat hij zijn vaderland het beste mee kon dienen.

Het moet een intense opleiding geweest zijn.
Voor parachute training moest hij van uit een lucht versperring ballon springen. Ook werd veel tijd besteed om te leren morse zenden.
Eindelijk dan kwam de nacht dat hij terug naar Nederland vloog.

Ik meen dat Klaas vertelde dat er een ander agent samen met een marconist op dezelfde vlucht waren. Maar het is ook mogelijk dat dit een eerdere vlucht was.
Ik geloof dat de marconist om kwam bij het neer komen, in ieder geval was de zender kapot en de agent kon dus niet zijn werk doen.
Klaas zelf kwam heel ergens anders op ferme aarde dan het plan was. Hij wist zijn parachute te verbergen en met nog al wat moeite zijn contact adres te bereiken.

Klaas was een van de eerste agenten in Nederland en zeker was hij voor een tijd de enigste werkende agent.
Later kwamen er meer en begon, wat later het Engeland Spiel werd genoemd.
Een van de verhalen die toen in omloop waren was:
Een agent springt uit het vliegtuig in de buurt van Utrecht.
Hij is op een heel belangrijke opdracht.
Alles is georganiseerd.
Persoon’s bewijs, geld en hij heeft een sleuteltje voor het slot op de fiets die voor hem klaarstaat bij de Dom toren.
Op het juiste moment trekt hij aan het koord om de parachute te openen.
Er gebeurt niets, hij blijft vallen. Hij trekt dan aan het koord voor de reserve parachute. Weer mis.
Omdat het zo’n belangrijke opdracht is heeft hij zelfs een extra reserve parachute.
Ook mis, waarop de ongelukkige agent in zich zelf mompelt; “Zal je zien dat het sleuteltje ook niet past.”

Er was voor lang, heel weinig vertrouwen in de organisatie van het verzet. Er waren veel enthousiaste amateurs, maar heel weinig professionals. Vader was daar een slachtoffer van geweest.

Klaas wist een kring van medewerkers op te bouwen die hem regelmatig informatie gaven. Een van zijn zend adressen was in het Bezuidenhout in Den Haag. Hij vertelde hoe op een dag dat hij aan het zenden was, zittend op de rand van zijn bed in zijn pyjama, plotseling de elektriciteit uit viel.
Hij riep luid wat er aan de hand was en kreeg toen te horen dat hij vlug moest maken dat hij weg kwam, de Duitsers hadden hem uit gepeild.


Het is moeilijk vooral tussen de huizen, een precieze uitpeiling te maken.
Daarom hadden de Duitsers in het midden van de straat de speciaal uit geruste vrachtauto geparkeerd om radio peilingen te doen. Terwijl zij luisterden naar de uitzending van Klaas stuurden zij iemand er op uit om van huis tot huis de elektriciteit uit te schakelen.
Toen zij dit deden waar Klaas aan het zenden was en de uit zending stopte wisten zij precies waar zij hem konden vinden.
Klaas wist op het nippertje via de achter deur weg te ontsnappen.

Zijn helpers waren minder gelukkig en werden gevangen genomen. Toen ik Klaas leerde kennen waren zij inmiddels vrij gelaten en woonden nu in Zandvoort.
Ik herinner mij dat zij weer bereid waren Klaas te helpen.

Daar Klaas allen maar een of twee frequenties had voor het zenden en de Duitse instanties dit nu wisten werd het nog meer gevaarlijk.
Ik zou na het MULO eind examen naar de MTS in Rotterdam gegaan zijn, maar daar er niet genoeg plaats was en mijn rapport niet zo geweldig was, viste ik er naast en vulde dit jaar in door naar een radio school te gaan.
Dit kwam goed uit, een van mijn mede leerlingen werkte op een fabriek waar zij kristallen sleepten.
Zo doende wist ik een kristal voor Klaas te krijgen zodat hij nu op een andere frequentie kon zenden.

De zender en ontvanger was nogal een primitief geval.
In gebouwd in een houten kastje dat paste in een leren koffertje van ongeveer 60 bij 40 cm.
Het kristal in de rechter boven hoek. Een grote bakelieten knop voor de frequentie afstelling.
Voeding alleen 240 volt, dat was jammer. Als het ook accu voeding had gehad, zou het zoveel makkelijker zijn geweest.
Een kop telefoon en morse sleutel. De antenne was ongeveer 25 meter lang (was het 12 meter?), in ieder geval behoorlijk lang en moest ergens buiten gespannen worden.

Door vaak van zend plaats te veranderen was het moeilijker om uit gepeild te worden. Maar Klaas heeft nooit ons huis aan de Laan van Poot gebruikt voor zenden.
Een van zijn zend adressen was bij mijn Oom Han en Tante Riek de Pree in Bosch en Duin, dicht bij Den Dolder.
Een van de toiletten in hun huis was halverwege de twee verdiepingen. Dit was ideaal voor het zenden, de antenne kon daar door het raampje naar een van de bomen gespannen worden.

Vaak liep het gesprek van die genen die probeerden tegen het bezet te werken, over de gevaren die zij liepen.
Zo werd Klaas gevraagd;
“Wat doe je nou als je aan het zenden bent en de Duitsers vallen het huis binnen?”
Waarop typisch Klaas, antwoordde:
“Dat is OK, ik doe gewoon het haakje op de deur van de WC!”
Dit werd toen in zijn kring een soort van gevleugeld gezegde.

 

Over Pistolen, Revolvers en Geheimschriften.

Bijna iedereen die iets met het verzet had te maken scheen meestal een pistool of een revolver te bezitten die zij te pas en te onpas te voorschijnt haalden.
Dan ging het gesprek over de voor en nadelen van de diverse kalibers en types.

Niet lang na de Duitse bezetting had Vader mij van alles geleerd over het gebruik van lichte wapens. Als jongen vond ik dat wel erg intersant, ook had ik mij een luchtdruk geweer en pistool aan geschaft.
Ik weet dat Moeder dat allemaal niet zo prettig vond.
In ieder geval was ik een goed schot en toen ik later na de bevrijding als vrijwilliger naar Indie met vuurwapen oefeningen mee deed was ik zeker een van de besten.

In de tijd dat ik met Klaas samen werkte wisten de meeste verzet’s mensen echter niet veel van hun wapens af.
Een keer was ik voor het een of ander aan huis bij Dokter en Mevrouw Krediet in Wassenaar. Hier waren vier of vijf ondergedoken leger officieren verborgen. Het gesprek ging over vuurwapens. Al gauw werd het hele arsenaal bij elkaar gehaald. Toen bleek dat sommigen niet eens wisten hoe hun wapen uit elkaar te halen, schoon te maken en weer in elkaar zetten Dit kon ik hun toen demonstreren.
Ik voelde mij wel aardig belangrijk.

Klaas had ook een pistool, ik kende dit model niet.
Hij wilde het een goede beurt geven. Op zolder haalden wij het uit elkaar, alles goed in de olie en toen weer in elkaar.
Helaas niet in de goede volgorde.
Een van de onderdelen was een lange stalen stang met aan beiden uiteinden een soort van knobbel.
Een kant ietsje langer dan de andere.
Zo als dat dan gaat, de staaf ging er fout in. ‘t Ergste was dat wij met geen manier de staaf er weer uit konden krijgen.
Uiteindelijk het pistool in een bankschroef en met geweld en verbuiging van de stang, tenslotte er uit.
De stang konden wij niet meer helemaal recht krijgen en ik ben bang dat het niet meer goed kwam.
Gelukkig heeft Klaas dit pistool nooit hoeven te gebruiken. Ik weet echt niet wat er zou kunnen gebeuren als het er op aan kwam.

Vaak gingen de verhalen over wat men zou doen als ze in de val liepen.
Dan was het altijd dat ze hun leven zo duur mogelijk zouden verkopen.
Blijven schieten tot de laatste kogel!
De werkelijkheid was wel heel anders.
Velen werden uiteindelijk gevangen genomen en bijna allen waar ik van weet zijn uiteindelijk geëxecuteerd.
Allemaal zonder een schot te leveren.

Er was echter een uitzondering.
Een politie man in Monster. Een klein plaatsje aan de duinen net bezuiden Den Haag.
Waarschijnlijk had hij een vrij hoge rang, want hij kon persoon’s bewijzen verschaffen, kon aan benzine komen en zo voort.
Alles wat hij deed was letterlijk voor Koningin en Vaderland.
Altijd stond hij bereidt om te helpen, hoe dan ook en hoe gevaarlijk ook.
Ik hoorde veel later hoe hij inderdaad, toen zijn tijd kwam, hij zich tot de laatste kogel verdedigde en verschillende van de vijand van zijn vaderland had dood geschoten tot hij zelf dodelijk verwond werd.

Klaas had nooit zulke heldhaftige verhalen.
Trouwens zijn instructies waren volkomen duidelijk.
In het geval dat hij gevangen werd genomen moest hij meewerken met de Duitsers, maar tijdens de zending een kleinigheid veranderen bij het begin van de zending.
Dit kon niet ontdekt worden door de Duitsers maar wel in Engeland.
Dan zouden de geallieerden weten dat hun agent niet meer te vertrouwen was.
Voor de Duitse kant was het essentieel dat de agent zelf bleef door zenden. Iedere agent zijn eigen “handschrift” heeft wanneer hij morse zendt. Niemand anders kan het “handschrift” vervalsen.
De agent moest nu onder hun directie werken.
Op deze manier had de agent een kans om in het leven te blijven, zolang als de Duitsers dachten dat hij voor hen van nut was.
Maar in theorie kon men van Engeland uit dan valse berichten sturen.
Cross-, double cross.

De codering van de berichten was nog al een omslachtig geval.
Eerst het bericht uitschrijven, dan een bladzijde uit een special gekozen boek kiezen, dit gaf dan een nummer en dan de letters van het bericht omzetten in nummers naar de plaatsing op de volgende regels in het boek.
Dit gaf dan een series van nummers die nog verder werden verwerkt. Ik meen via vierkanten van vijf bij vijf blokken?
Het geheel leek een beetje op een bladzijde van een puzzel boek.
Veel van Klaas zijn tijd bracht hij door in de trein van de ene plaats naar de andere te reizen en soms gebruikte hij die tijd om zijn berichten te coderen.
Zijn mede passagiers dachten dan dat hij aan het puzzelen was.

Al was Klaas een uiterst nuchter iemand, toch was hij altijd onder spanning, hoewel hij dat zelden liet merken.
Hij vertelde een keer, hoe hij in de rij stond bij de bank. Iemand stond achter hem en tikte hem op de schouder, totaal onschuldig, om zijn aandacht te krijgen.
Klaas reactie was een volkomen verrassing, hij draaide zich met een ruk om en hij wist zich nog net bijtijds in te houden en de realiteit te zien.
Maar hij had bijna de man achter hem neer geslagen en weg gerend. Dit was wel een schrik voor hem, dat hij zo kon reageren.

Natuurlijk was het niet altijd serieus en was er heus wel een hoop humor. Waarschijnlijk was dit wel nodig.
Ergens in Amsterdam, aan een van de grachten was er een geheime bijeenkomst. Ik denk van het Parool.
Dit was op een boven verdieping.
Beneden was een garage waar de Duitsers drank en andere lekkerheden hadden opgeslagen.
Op de een of andere manier wist een van de bijeenkomst de garage binnen te breken en zo het gezelschap van de beste drank en eten te voorzien. Tot grote hilariteit van allen.
Voor lang was dit een onderwerp van gesprek.

 

De Engeland Vaarders en Soldaat van Oranje.

Kerstmis 1941, Nieuwjaar. Het waren zeker geen feestdagen voor ons. Ik kan me daar dan ook niets meer van herinneren.
De opdracht voor Klaas was om militaire inlichtingen te winnen. Geen politiek. Maar hij had nauw contact met Vas Dias en Frans Goedhart bijden nauw betrokken bij de ondergrondse krant het Parool.
Moeilijk voor hem wanneer hem gevraagd werd om politieke berichten te verzenden.
Frans Goedhart en Wiarda Beckman waren bij voorbeeld er van overtuigd dat de Nederlandse Regering in Engeland geen idee had van de werkelijke toestand in het bezette gebied. Zij hadden meermalen geprobeerd om dit duidelijk te maken en ten einde raad besloten zij zelf de overtocht naar Engeland te wagen.
Vas Dias ook nauw betrokken met het Parool, was een van Klaas’ belangrijkste helpers en er was toen niemand anders die contact had met Engeland.

Zo werd Klaas toch de middelman om dit te organiseren.
Veel van wat er in de volgende dagen gebeurde is nog al verward en bestaat in mijn geheugen uit episodes.
Een ding weet ik wel heel zeker, de werkelijkheid totaal anders was dan uitgebeeld in de film “Soldaat van Oranje”.
Ik denk echt niet dat Roeloff Hazelhof nadat hij tot z’n nek in de ijskoude Noordzee was geweest om zich te verschuilen van een Duitse patrouille, hij veel zin had om de tango te dansen.
Misschien wel grappig, maar niet geloofwaardig.


De ochtend na deze bewuste landing fietste ik naar het huis van Dr. Krediet om uit te vinden hoe de operatie van de vorige nacht verlopen was.
Alle drie, Chris Krediet, Peter Tazelaar en Roeloff Hazelhoff waren in bed.
Onder behandeling van Dr. Krediet.
De operatie was volkomen misgelopen, zij waren gelukkig door de duinen weten te ontsnappen.
De familie Krediet woonde in Wassenaar aan de rand van de duinen en daar Chris met het terrein bekend was, hoewel erg uit geput, nat en koud, waren zij in staat geweest het ouderlijk tehuis van Chris te bereiken.
Dat laat de film echter niet zien.

In het begin van deze Januari 1942 is het behoorlijk koud. Het strand bij Scheveningen volkomen bevroren met sneeuw en ijs. Ik zie nog duidelijk de palen en het ijzerwerk onder de pier. Dik onder het ijs!

Na veel heen en weer seinen over wanneer en wie naar Engeland kunnen overkomen krijgt Klaas het bericht dat een kleine groep naar Engeland kan komen. Onder andere Frans Goedhart en Wiarda Beckman.
De boot zal hen ophalen op het strand net boven de Scheveningse Pier.
De eerste keer ging wegens een of ander misverstand niet door.
Het is nu nodig om een code vast te stellen, zo dat wij in Nederland weten of de landing door gaat of niet.
In latere jaren was dat een normaal iets en werd iedere nieuws radio omroep uitzending van uit Engeland voor de bezette gebieden voor af gegaan met allerlei code berichten. Maar dat is veel later, nu proberen wij zelf iets te bedenken.

Ik stel voor om te vragen, dat in plaats van het spelen van het volkslied “Wilhelmus van Oranje”, het zal worden voorgelezen.
Dit zou dan zijn bij het begin van de Nederlandse uitzending van het nieuws uit Engeland.
Achter af geen erg goed idee van mij.
Waarschijnlijk hadden zij in Engeland niemand in de studio om het “Wilhelmus” voor te lezen.
In ieder geval, hier staan wij allemaal in onze huis kamer, om de radio geschaard. Diegenen die zullen over varen in dikke jassen, luisterend naar het nieuws op de 25 meter band korte golf.

Het nieuws begint met het zingen van het Wilhelmus! Niet het normale spelen, nog het voorlezen.
Wat nu? Gaat het door of niet?
Men waagt het er op. Iedereen vertrekt de nacht in.
Klaas, moeder en ik blijven alleen achter. Hoe zal dat aflopen?


De volgende morgen ga ik op de fiets naar Wassenaar, waar ik hoor dat het mislukt is.
Broer had gezien wat er gebeurde.
Een Duitse patrouille ontdekte de Engeland vaarders. Frans Goedhart en Wiarda Beckman waren gevangen en naar de Scheveningse gevangenis genomen.
De boot om hen op te halen was veel noordelijker aan land gekomen dan verwacht.
In de volgende weken weet Peter Tazelaar naar Zwitserland te ontsnappen. Wij horen dat hij niet direct door kon gaan naar Engeland. Hij had zijn been gebroken met skiën.
Frans wist te onsnappen toen hij werd weg gevoerd naar een andere gevangenis. Hij werd voor een tijdje alleen gelaten op een politie bureau. Hij wandelde de straat op en was vrij.
Gelukkig waren er maar weinig van de politie op Duitse hand.
Maar wie kan je vertrouwen?

Vas Dias besloot veel later naar Engeland te ontvluchten, via Parijs en Portugal.
Dit was een bekende route.
Te laat voor hem.
Hij liep in Parijs in de val.
Maar dat hoorde ik pas toen Klaas al maanden lang in de handen was van de Sicherheit Dienst.
Was Vas Dias tijdens de verhoringen bezweken. Had hij verteld waar ze Klaas konden vinden?


Ik zelf was maanden lang gevangen geweest. Ik wist hoe de Joden in de gevangenis en bij de verhoren behandeld werden. Tegen over en naast mijn cel was een verhoor kamer en ik kon alles horen.
Kan ik Vas Dias veroordelen?

 

Uitstapjes met een doel.

Het was nu voorjaar. Mijn ouders bezaten een vakantie huis halverwege Dalfsen en Ommen.
Het werd tijd om te zien of alles nog wel in orde is.
Klaas en ik besloten om voor een verzetje van Den Haag daar heen te fietsen.
Wij nemen er verschillende dagen voor.
Het idee was om tegelijk te zien of wij onderweg meer informatie kunnen vinden van nut voor Klaas om door te geven naar Engeland.

Onderweg komen wij langs het concentratie kamp in Amersfoort.
Hoge muren en prikkeldraad.
Vader is daar ergens op gesloten. Hier fiets ik, ik ben vrij en ik kan niets doen.
In een van de briefjes uitgesmokkeld vandaar, schreef vader hoe het hele kamp gestraft werd. Een van hen had eten gestolen. Nu moesten ze allen de hele dag in de houding staan.
Daar na werd hun verteld dat ze nu zelf de “misdadiger” moesten straffen! Dit moet verschrikkelijk geweest zijn.

Het is kersen tijd en wij kopen van een boomgaard twee mandjes met kersen. De mandjes voorop aan het stuur gehangen. Nooit weer heb ik zoveel en zulke lekkere kersen gegeten. Waarschijnlijk staan er nu nog veel kersen bomen langs de weg die wij fietsten.

In een van de plaatsen waar wij in een hotelletje overnachten gaan wij naar de bioscoop. Ik ben sinds de Duitse bezetting nooit meer naar de film geweest. Er zijn alleen maar Duitse films te zien en uit protest ging mijn familie daar niet naar kijken.
De film die Klaas en ik zien is een oorlog film met Stukas die van hoog uit met hun bommen duiken naar geallieerde schepen. Het is een typische propaganda film. Wij hebben er veel plezier in om de film te bekritiseren.

Bij het aankomen bij ons vakantie huis gaan wij eerst de buren bezoeken.
Bij Boer Timmermans krijgen wij melk en boter en bij Mijerink eieren. Hoewel het in 1942 nog geen hongersnood is, is dit toch wel luxe.
Wij maken pannenkoeken.
Alleen nog maar wat meel nodig. Ik zoek in alle laden en kasten. Eindelijk vind ik een zak met meel op de grond van een keuken kast. Nu is het helemaal niet zo moeilijk om pannenkoeken beslag te maken. Maar dit maal wil het echt niet lukken.
Meer eieren in het beslag, werkt niet.
Meer meel. Ook niet.
Tenslotte geven wij het maar op.
Later thuis gekomen verteld mijn moeder waarom het beslag niet wilde bakken. Het bleek dat er geen meel was maar wel witsel om tennis schoenen weer wit te maken.

Maanden later ben ik gevangen in het Oranje Hotel.
Ik ben koud en heb honger.
De pannetjes met dunne soep of gestampte aardappelen met brandnetels kan ik niet erg waarderen.
Telkens moet ik terug denken aan al die eieren, melk en boter die wij verknoeiden met het pannenkoeken bakken.

Zondags wil Klaas naar de kerk in Ommen.
Voor mij is dit een eerste maal, ben nog nooit in een kerk geweest. Klaas komt uit een christelijk gezin en voelt zich thuis in deze omgeving.
Bij het uitgaan van de kerk staat de dominee om een praatje te maken met de bezoekers.
Dit is kennelijk onprettig voor Klaas om te liegen over wie hij is en waarvoor wij hier met vakantie zijn.

Hij is daarna stil en in zich zelf gekeerd.
Waarschijnlijk voelt hij wel heimwee en moet het moeilijk zijn voor hem dat hij geen contact kan opnemen met zijn eigen familie.
Hij heeft andere malen hier wel over gepraat.
Voelt hij nu aan wat er in het verschiet ligt?
Hij is een optimist maar ook een realist.

Mijn nicht Jenny was verloofd met Piet de Vlieger een machinist op een van de schepen die voor de oorlog op Indie vaarden.
Dit schip ligt nu aan de wal ergens bij Rotterdam. Of is het Schiedam? In ieder geval is daar een hoop bedrijvigheid met scheepsbouw.
Het Duitse opperbevel heeft nog steeds plannen voor een invasie van Engeland en is druk bezig een invasie vloot te organiseren.
Zo worden er veel platte landing boten geproduceerd, gemaakt van beton.
Het schip waar Piet nu aan boord is heeft een goed uitzicht op de vele werven en ook weet Piet veel informatie te geven.
Hoewel wij hem niets vertellen waarom wij zo nieuwsgierig zijn over alle scheep’s bedrijvigheid, vermoed ik wel dat hij een goed idee heeft waar het over gaat.
Klaas is natuurlijk volkomen thuis in deze omgeving. Hij was immers zelf een stuurman.

Wij woonden aan de voet van de duinen.
Een gedeelte boven op het hoogste duin, precies tegen over ons werd afgezet met prikkeldraad.
Duitse soldaten op wacht.
Eerst werd een nogal behoorlijke betonnen fundatie gestort en toen daarop een groot vierkant raamwerk geconstrueerd.
Daar ik op de radio school wel het een en ander had geleerd over korte golf radio techniek begreep ik dat dit waarschijnlijk een soort van radio peiling is.
Zo kon Klaas precieze gegevens door geven over wat later een “radar” antenne zou worden genoemd.

Om beter en meer van dichtbij te kunnen zien kruip ik op een dag, op een plaats waar de wacht mij niet kan zien, een eindje onder het prikkeldraad.
Ik vind daar in het zand tussen het helmgras een vulpen.
Dit is wel een hele tijd voor de uitvinding van de balpunt pen. Een vulpen van de beste Duitse kwaliteit, jaren lang heeft die mij veel dienst bewezen.
Ik verloor deze pen in 1950 aan boord van het immigranten schip waar ik mee naar Nieuw Zeeland vaarde.

Over uitpuilingen gesproken.
Klaas wilde nog eenmaal werken van een zend adres in de polder ergens in Zuid Holland. Bij Woerden misschien? In ieder geval was het een twee verdieping’s verhuis plus een zolder met een uitzicht over de hele polder. Dit zou de laatste keer zijn om dit adres te gebruiken.

Klaas heeft het idee dat het te gevaarlijk wordt.
Te lang in een plaats is dom. Dat geeft de Duitsers de kans om precies de zend plaats uit te peilen. Hij heeft volkomen gelijk.
Op weg naar de zendplaats fietsen wij over de dijk langs een Duitse militaire auto en een soort van gecamoufleerde meubelwagen met een raam antenne erbovenop.
Het is duidelijk te zien wat er aan de hand is.
Kennelijk zijn ze net aangekomen, er word veel geschreeuwd en gecommandeerd.
Het lijkt niet dat ze voorlopig nog klaar komen om het met het pijlen te beginnen.
De berichten die Klaas te verzenden heeft zijn belangrijk en al vooraf gecodeerd dus hoeft het niet lang te duren.
Wij wagen het er op.
Wij fietsen langs de militairen zonder gestopt te worden.
Boven op zolder waar Klaas zijn zender heeft, hebben wij direct uitzicht op de pijlwagen en de bedrijvigheid daar.
Klaas zendt zijn eerste bericht.
Wat hij niet verwacht is dat hij om meer informatie wordt gevraagd, dit moet dus gedecodeerd worden.
Engeland wil onmiddellijk antwoord.
Zo codeer en decodeer ik terwijl Klaas aan het zenden is.
Al die tijd angstig het oog houdend op wat er gebeurd op de dijk.
Klaar, zo vlug mogelijk de boel opgepakt en via de achter deur, die niet te zien was van de dijk, op vlucht.
Zeker makend dat het huis ons verscholen houdt.

Maar niet altijd was er zoveel spanning. Klaas had een zend adres in Loosdrecht. Hier kon hij zijn werk doen en tegelijkertijd wat ontspanning hebben. Hij was dol op boten en zeilen. Pum kon vakantie krijgen van haar werk als verpleegster en zo hadden zij samen een zeil vakantie. Ik kwam ook over voor een paar dagen om te zeilen. Dit waren de goede tijden en fijne herinneringen.

 

 

Verraad.

Een van de groep van helpers van Klaas had gehoord dat een andere agent, over gekomen van Engeland, met hem in contact wilde komen daar deze zijn zender had verloren.
Was dit een poging van de Duitse Sicherheit Dienst om te infiltreren?
Er waren de laatste dagen verschillende vreemde gebeurtenissen, zo als wanneer de telefoon belde en er was niemand aan de lijn.
Uiteindelijk besluiten enkelen zo als Broer-Moonen en ongeveer drie anderen een bepaald nummer op te bellen.
Maar niet van ons huis, te gevaarlijk!
Kan misschien nagevolgd worden!

Dit groepje gaat in het centrum van Den Haag naar een Publieke Telefoon om van daar op te bellen.
Veiliger?
Ze werden allen op gepakt.
De S.D. schijnt wel goed georganiseerd te zijn. Is er verraad bij de Nederlandse politie?

Was dit een voorspel van wat er ging komen?

Wij waren allen er nu wel van overtuigd van de gevaren die wij liepen.
Toch hadden wij geen goede afspraak van wat te doen als een of meer van ons gepakt zou worden.
Hoe konden wij het duidelijk maken als ons huis niet meer veilig is?

Ik denk hier vaak aan terug.
Hadden wij maar!

Klaas zei een keer toen wij het hier over hadden, meer uit een grap dan in ernst, dat als een van ons gepakt werd, dan maar de voorruit in te slaan.
De voorkamer aan de Laan van Poot had een raam over de hele breedte van de kamer en keek uit over de voor tuin en straat naar de duinen. Niemand had een beter idee en er werd nooit meer over gesproken.

Ondanks alle spionage, geheime bijeenkomsten, illegale kranten en gevaren liep het leven toch gewoon door.
Ik was op een radio school, zou binnenkort examen doen voor de MTS en speelde tennis als ik er tijd voor had.

Op een middag, een middag die ik nooit zal vergeten.

Fietsend kom ik thuis van tennis. Een paar huizen voor ons huis is een auto geparkeerd.
Hoewel er niet zo veel auto’s meer rijden, zijn er toch nog genoeg op de weg om geen bijzonderheid te zijn. Niets vreemd dus.
Ik voel mij echter erg onbehagelijk.
Twee mannen voorin. Een leest de krant.


Waarom voel ik gevaar? Er is niets, het is allemaal heel gewoon. Toch besluit ik niet te stoppen bij ons huis.
Ik fiets door en dan vind ik mij zelf stom. Ik overtuig mij zelf er van dat er niets aan de hand is.
Ik rijd rond het blok en kom weer langs de auto, ik neem alles in mij op, maar er is niets opmerkelijks.
Ik rijd voorbij, bij huis stap ik van de fiets af, doe het hekje open en duw mijn fiets naar de voordeur.
Klik! Ik hoor het hekje achter mij openen.
Ik draai mij om.
Direct achter mij staan twee mannen, een heeft een pistool op mij gericht, recht op mijn borst.
Het zijn Nederlanders en vertellen mij dat ze mij willen spreken en dat ik met hen mee moet komen.

Hoe moet ik nu Klaas en mijn Moeder waarschuwen?
Ik zeg, dat ik mijn fiets voor het raam wil zetten, zodat die niet gestolen zal worden.
Ik wacht niet op antwoord maar doe dit onmiddellijk
Ze stoppen mij niet.
Nu moet ik mijn fiets zo hard tegen de ruit laten vallen dat de ruit zal breken.
De ruit breekt niet. Ik had die fiets harder tegen de ruit moeten smakken.
Was ik te bang?
Dit is nu meer dan zestig jaar geleden en nog steeds gaan mijn gedachten over en over, al mijn handelingen.
Was ik bang dat de man met het pistool mij zou neer schieten als ik duidelijk opzettelijk de ruit brak?
Als het mij gelukt was de ruit te breken, zou Klaas dan niet in de handen van de S.D. zijn gelopen?
Heeft hij dan niet gezien dat mijn fiets daar stond, waar anders nooit een fiets stond?
Hoe hard moet je een fiets tegen een ruit gooien zodat de ruit breekt? Deze gedachten gaan nog steeds door mijn hoofd.

Ook vraag ik me af waarom ik niet naar mijn voorgevoel heb geluisterd.
Sinds dien heb ik tweemaal dezelfde dreigende voorgevoelens gehad. Deze keren gaf ik er wel gevolg aan en het bleek later dat als ik dat niet gedaan had, ik het zeker niet overleefd zou hebben.

Pas veel later toen wij drieen Moeder, Pum en ik vrijgelaten werden, hoorde ik hoe Pum als lokaas werd gebruikt.
Moeder was het eerst op gepakt.
Toen Pum. Zij werd eerst naar het station gebracht met de hoop dat Klaas met de trein zou komen en naar haar toe zou komen rennen.
Dit lukte niet.
Dan maar als patiënt bij ons thuis in haar eigen bed met een pseudo verpleegster als bewaakster.
De val stond klaar.

Intussen heeft Klaas gevaar geroken. Hij is bij familie van ons in de Irisstraat, ongeveer een kwartier lopen van ons adres.
Besloten wordt dat mijn tante eens zal kijken wat er aan de hand is. Terug gekomen vertelt zij dat ze Pum in bed zag en er was een verpleegster. Klaas is nu helemaal ongerust en tegen alle advies in gaat hij zelf kijken.
De val klapt dicht.

 

 

Verhoren

De eerste weken in de gevangenis werd ik verscheidene malen verhoord. Een Duitse bewaker vertelde me dan klaar te maken en dan moest ik door de gangen rennen met de bewaker achter mij op z’n fiets, “ Schnell mensch, laufs, laufs!”

Met een auto naar het Binnen Hof.
Soms bewaakt door de twee mannen die mij gearresteerd hebben, Slachter en Poos, politie rechercheurs en verraders. Andere keren, Herr Bartels of Schneider.


De verhoren zijn in het algemeen meer een verzetje dan dreigend. Nooit word ik lichamelijk mishandeld. De eerste malen word ik gevraagd over Klaas en dit was makkelijk te beantwoorden. Ik kende hem nauwelijks, was mijn zusters verloofde. “ Nee niet officieel, maar ze zijn wel erg verliefd op elkaar.” Verder weet ik niets. “Nee, ik kan me niet herinneren wanneer hij voor het eerst bij ons thuis kwam”.
Weet niets van de andere namen, nooit van gehoord.
Tijdens een van de verhoren haalt Bartels een pistool uit een bureau. Het is een Luger. Een lange loop en met een knik actie. Dit wapen heeft ook een geluid demper.
Hij speelt er zo een beetje mee.
Moet dit mij bang maken? Zeker niet, ik weet heus wel dat hij me hier niet op z’n mooie karpet zal dood schieten.
Ik laat belangstelling zien in het wapen. Vraag hem hoe nauwkeurig het kan schieten, hoe ver? Is het geladen. Jawel!

Plotseling zegt hij. “ Jij weet dat Klaas een spion is, voor de Engelsen!”
Dit in het Duits. De vertaalster vertaalt het in het Nederlands.
Ik acteer geschrokken.
Bartels blaft dan “ Zie, daar schrik je van, je bloost, nu weet je dat wij alles weten. Dit bewijst voor mij dat je met hem samen hebt gewerkt.”
Ik laat hem weten dat ik natuurlijk geschrokken ben.
Als het waar is wat hij mij verteld, hebben wij een spion onderdak gegeven. Dit belooft alleen maar narigheid.
Daar heeft Bartels geen antwoord voor.

Hij probeert mij over te halen alles te bekennen. Klaas en mijn moeder hebben ook alles bekend.
Maar ik weet zeker dat mijn moeder, Pum nog Klaas zullen verraden. Ook weet ik zeker dat zij mij vertrouwen.
Ik zal nooit iets zeggen. Net als zij.
Zo sterk was het vertrouwen tussen ons vieren. Klaas, Moeder, Pum en ik.
Er was nooit spraken van in geven.

Ongeveer een veertien dagen na mijn arrestatie, nog een maal een verhoor. Veel van die genen die in Einzelhaft worden gehouden geven na een paar weken in.
Gelukkig kan ik vertrouwen hebben.
Daarna komt een lange tijd van geen verhoren.
De tijd gaat zo langzaam wanneer je met niemand kan praten.
Ook ziet alles donkerder, wanneer je het alleen moet verwerken.
Elke dag weer een streepje op de kalender op de muur gekrast.
Zijn ze mij vergeten?

 

De Gevangenis het ”Oranje Hotel”

De cel heeft weinig meubilair. Een kruk, een tafel blad en krib beiden van planken gemaakt en een tonnetje.
Aan de muur, net naast de deur hangt een lijst.
Het is in het Duits.
Es ist nicht genemigt, es ist verboten, man darf nicht, man sollst nicht enz. Ongeveer twaalf of dertien verboden in een cel van twee bij drie meter. Hoe is het mogelijk.
Het is ook opvallend op hoeveel manieren men in het Duits kan zeggen dat je niets mag.


De dagen zijn lang. Vooral met eenzame opsluiting. Ik heb een obsessie om de tijd te weten.
Ik probeer een zonnewijzer, maar de zon schijnt maar voor een korte tijd op de cel muur en niet elke dag.
Te moeilijk.
Er is een kartonnen bekertje. Een gaatje in de bodem en de beker met water vullen. Geen zand loper maar een water loper.
Lukt ook niet, loopt te snel leeg.
Tenslotte begin ik een erg ambitieuze onderneming.
Elke dag spaar ik een beetje van mijn brood.
Niet makkelijk, als je honger hebt!
Dit kneed ik tot het een soort van dikke pap wordt.
Dan kan het gevormd worden en wanneer droog, is het kei hard.
Ik heb al twee dobbelstenen gefabriceerd.
Nu maak ik een tandwiel plus een slinger! Het tandwiel is het moeilijkste.
Voor assen vind ik stukjes stro in de stromatras. Het bekertje komt nu ook weer van pas. De gewichten, stukjes cement uit de muur gepeuterd. Alles erg vernuftig. Het idee is om de tijd te meten naar de lengte van de “ketting”.
Het heeft nooit langer dan een paar seconden gelopen maar het hielp de tijd door te komen.

Hoe bracht ik een typische dag door?
‘s Morgens bij het ontwaken probeer ik zoveel mogelijk al mijn dromen te herinneren. Dat neemt wel een tijdje.
Dan aankleden. Dat was vlug gedaan, ik sliep in mijn ondergoed.
Mijn korte tennis broek over m’n lange witte onderbroek (uitgifte van de gevangenis) overhemd en tennis schoenen. Moet een fraai gezicht zijn geweest.
Dan mij wassen. Geen zeep, geen tandpasta of tandenborstel. Water in een kruik en een klein teiltje.
In de hoek staat een tonnetje met deksel, dat is het toilet. Het stinkt.
In de verte hoor ik het gerammel van de etenskarretjes.
Een bewaker loopt langs alle cellen en opent de klep in elke deur. Dit geeft mij de kans de gang in te kijken, maar dat mag niet. De bewaker snauwt dat ik weg moet van de opening.
Daar komt het karretje, een stuk brood wordt naar binnen geduwd, daarna mag ik een geëmailleerde kroes voorhouden, die wordt gevuld met een warme drank.
Het luik gaat dicht tot de middag maaltijd, daarna nog een keer open voor de avond en dan is het geweest voor deze dag.
‘s Morgens is ook het legen van de toilet tonnetjes. Mijn deur word op een kier geopend, mijn emmer naar buiten en de deur gaat weer dicht. Ik mag niet uit mijn cel.
Einzelhaft staat er op mijn cel deur, ik zag het toen ik terug kwam van een van de verhoren.
Dat is niet zo erg als de man aan de overkant van de gang.
Niet alleen einzelhaft maar ook Swein Jude.
Dat betekent dat wanneer de dronken Duitse bewakers een pretje willen hebben, hem kunnen mishandelen.
Zondagen schijnen speciaal aantrekkelijk te zijn om er op los te slaan.
Ik zelf heb maar een paar keren bezoek gehad. Gelukkig niet lang en lang niet zo erg als de man van de overkant. Meer een lolletje voor de twee Duitse soldaten.

Een keer vergat de bewaker mijn deur te vergrendelen, nadat ik het tonnetje buiten had gezet.
Ik m’n cel uit en sluit mij aan in de rij van gevangenen, ieder met een tonnetje in de hand. Ik ook.
Zo lopen wij allemaal achter elkaar door de gangen, de buiten plaats op.
Een voor een het tonnetje legen.
Boven op de muren staan soldaten met het geweer in de aanslag.
Een paar rondjes rond een plein met boerenkool en terug naar de cel.
De bewaker die vergeten had mijn cel te sluiten, is kennelijk bang dat zijn superieur het te weten zal komen en doet en zegt niks.
Zulk een kans krijg ik niet meer.

Ik heb mij een spel gemaakt van een velletje WC papier in de vorm van een dam bord.
Geen potlood om lijnen te trekken dus maar vouwen maken. Het is een wedstrijd tussen de soldaten en tanks, stukjes stro en de vijand andere stukjes stro. Mijn zijde moet ik kiezen waar ik de stukken zet, de vijand stelling is geregeld door de dobbelstenen te werpen.
Het spel is zo goed gebalanceerd dat het uren duurt voordat er uitslag is.

In de avond is het stil en mijn buren in de cel naast mij horen mijn dobbelstenen en kunnen niet begrijpen wat ik doe.
Soms kunnen wij praten door de spleet in de muur boven het tafelblad.
Het is net te horen als ik mijn oor dicht tegen de muur houdt.
Meestal luister ik alleen maar.
Daar zijn drie gevangenen. Zij praten veel onder elkaar.
Speciaal een er van, schijnbaar een schizofreen, hij verteld over een zenuwgesticht waar hij veel tijd heeft door gebracht.
Ook hoor ik z’n seksuele ervaringen, ik was net achttien en nog erg onschuldig op dit gebied.
Ik kan alleen ‘s nachts luisteren.
Overdag was er te veel lawaai en ook kunnen de bewakers mij daar op betrappen wanneer ze door het piepgaatje mij bespioneren.
Meestal kan ik horen wanneer ze aan komen lopen.
Stoppen, klik, het dopje omhoog en je wordt bekeken.
Klik dopje dicht.
Doorlopen naar de volgende cel.
Sommige bewakers echter zijn er op uit om je te verrassen. Die sluipen op hun tenen van cel tot cel.
Hopende een reden te vinden om je cel binnen te gaan en er op los te slaan.

Meeste dagen waren een repetitie van alle vorige dagen.
Daar ik geen boek mocht hebben, verzond ik mijn eigen geïllustreerde verhalen. Elke dag voegde ik er een paar bladzijden toe. Alles alleen in gedachten.
Zo waren er zo veel manieren om mij bezig te houden, de moed er in te houden en niet ingeven.
Ik leerde mij zelf de wortels van alle kwadraten. Ik kon onmiddellijk het kwadraat geven, van elk nummer ook en omgekeerd.
Ik trok draden uit het beddenlaken, knoopte die allemaal aan elkaar en bestede daarna uren om het in een verwarde knoop te maken. De volgende weken was ik dan bezig dit weer uit elkaar te pluizen.
Uiteindelijk kreeg ik ook wat kleren en toilet spul en kon ik mij een beetje beter verzorgen.
Ik kreeg een oog ontsteking, waarschijnlijk een ooghaar naar binnen gevouwen. Maar ik had geen spiegel en kon er niets tegen doen. Weken lang had ik een erg zeer oog.

Na enige maanden werd ik naar een andere cel gebracht, hier deelde ik een cel met twee andere gevangenen.
Ik mocht boeken lezen, ik mocht zelfs iedere drie dagen uit de cel om ons sloppende, overvolle tonnetje te legen.
Maar het was voor mij allemaal zo veel beter.

Een paar dagen voor deze overplaatsing waren er twee belangrijke gebeurtenissen. De tweede gebeurtenis was weer een verhoor op het Binnen Hof, maar kort daar voor heb ik afscheid van mij vader mogen nemen.

 

Afscheid van mijn Vader.

Dit was een meest onwerkelijke ervaring.
Mij was gezegd mijn beste kleren aan te trekken en mij in’t algemeen netjes te maken. Een kapper kwam zelfs om mijn haar te knippen.
Daarna werd ik naar de hoofd ingang van de gevangenis gebracht.
Daar waren Moeder en Pum.
Ook een auto met chauffeur en of Bartels of Schneider. Ik weet niet meer wie.
Papieren werden ingevuld en handtekeningen geplaatst. De grote deuren gingen open en wij reden naar buiten.

Wij waren onder weg naar mijn Vader.
Vader die via allerlei gevangenissen en rechtspraken uit eindelijk ter dood veroordeeld was.
Nu was hij in de gevangenis in Utrecht gehouden, wachtend voor zijn executie.

Onderweg konden wij voor het eerst onze ervaringen uitwisselen. Niemand van ons drieen had ingegeven of ook maar iets bekent.

Het afscheidt van Vader was diep ontroerend.
Hij wist niets af van onze arrestatie en tijdens deze voor hem hele moeilijke tijden had hij van ons geen steun kunnen krijgen en zich natuurlijk erg ongerust gemaakt over het gebrek van nieuws.

Gedurende de hele reis naar Utrecht en terug en tijdens het afscheid waren wij er erg van bewust dat alles voortkwam van de Duitse overheersing.
Dit was onze vijand. Wij lieten dit zien.
Maar ook waren wij dankbaar dat ons de kans was gegeven om afscheid te nemen.
Allemaal erg tegenstrijdige gevoelens.

Op de terug weg stopte onze begeleider de auto en liet de chauffeur een zak kersen kopen.
Het kersen seizoen was bijna afgelopen.
Hoe lang was het geleden dat Klaas en ik langs de dijken fietste met een maandje met kersen aan het stuur?

Vrijlating

Na de maanden van eenzame opsluiting was het vreemd om weer mensen om me heen te hebben en te kunnen praten.
Maar het was niet makkelijk om in zo’n kleine cel met drie mannen samen te leven.
Bovendien waren zij van totaal verschillend milieu.
Een cel genoot zei dat hij een baron was, NSB-er gedeserteerd van het Russische Front.
Waar of niet waar? Ik weet het niet.
In ieder geval vertelde ik hem niets meer dan wat ik tijdens mijn verhoren had gezegd.
De andere cel genoot was van een arbeid milleu, lid van een ondergrondse groep en gepakt tijdens een sabotage poging.
Hij heeft dit met zijn leven moeten betalen, een jong gezin achter latend.

Dagelijks moest het tonnetje geleegd worden. Dit deden wij om de beurt.
Ik had gezien dat er een kruispunt van gangen was waar de soldaten op wacht mij niet konden zien.
De volgende beurt voor mij nam ik de kans.
Bij de hoek komende, na het legen van het tonnetje, loop ik recht door in plaats van rechts af. Niemand merkt het.
Daar loop ik nu met een leeg tonnetje door de gevangenis. Niemand houdt mij aan. Gang in gang uit.
Ik waag mij niet bij de bewaakte uitgangen maar weet wel de vrouwen afdeling te bereiken.
Hopende contact met Moeder of Puim te maken.
Ik kan hun cel echte niet vinden.
Uiteindelijk ga ik terug naar mijn eigen cel. Ik zie geen echte kans om te ontsnappen.
Geduldig sta ik te wachten tot een bewaker mij tot zijn grote verwondering mij daar vindt. Hij durft ook niets te zeggen, maar sluit mij gauw op, bang voor gedisciplineerd te worden.
Ik krijg echter geen kans meer voor dergelijke escapades.

Eerder had ik geprobeerd via het met tralies beschermde raam hoog boven de deur op het dak te komen. Dat was toen ik nog in einzelhaft was.
De cel was ongeveer twee meter breed, zo kon ik mij tussen de twee muren spannen.
De voeten op een muur en mijn handen op de andere.
Zo kon ik naar boven schuifelen. De moeilijkheid was om de tralies los te werken. Door mijn rechterarm te gebruiken om de spanning te houden, had ik mijn linker arm en hand vrij. Maar ik kon dit niet erg lang volhouden. Ik had ook geen ander gereedschap dan een spijker die ik uit de houten krib had weten los te werken.
Een keer kon ik het niet langer volhouden en viel hard en ongelukkig neer en bezeerde mij behoorlijk.

Tenslotte werden wij vrij gelaten.
Zo stonden wij op straat voor het Oranje Hotel. Moeder, Pum en ik.
Het was een wilde najaar’s middag donker met regen en wind en overal blaren van de bomen.
De meeste bezittingen waren ons terug gegeven. Wij namen de tram naar huis. Maar het bleek dat wij geen huis meer hadden.
Bij toeval was de zoon van onze buurman ook op de tram. Van hem hoorden wij dat onze hele buurt door de Duitse instanties geëvacueerd was.
Dus brachten wij de nacht door bij mijn Oom en Tante in de Iris straat.
Wij horen dat Vader inderdaad is gedood.
Van Klaas weten wij nog niets.
Die nacht kan ik niet in slaap komen.

 

Laatste Hoofdstuk

Nog een maal moet ik naar de gevangenis.
Hoewel wij de meeste bezittingen waren terug gegeven had Moeder een foto niet terug gekregen.
In deze foto waren een paar duizend Amerikaanse dollars verborgen. Keurig netjes in geplakt en te gebruiken in geval van nood.

Dit was niet makkelijk voor mij om terug te gaan, aanbellen bij de poort en binnen gelaten te worden.
‘t Liep goed af en het geld was veilig.

Nog een andere tocht naar een andere gevangenis.
Met Pum naar Haarlen. Pum had het voor elkaar gekregen om Klaas voor een laatste maal op te mogen zoeken. Ik ging mee voor steun.
Haarlen is een groot landhuis.
Hier was het hoofd kwartier van het England Spiel.
Ik wachtte in de receptie zaal, terwijl Pum werd weg geleid om van Klaas afscheid te nemen.

Velen hebben onder grote druk bezweken en anderen mee gesleept naar hun doem. Ik kan het begrijpen en veroordeel niet.

Maar ik weet ook dat wij onze vrijheid aan Klaas te danken hebben.
Aart Alblas, alias Klaas. Engeland Vaarder, geheim agent, mijn zusters geliefde en mijn vriend.

Ook denk ik aan de laatste woorden van mijn Vader in zijn brief aan Moeder, Pum en mij:

Ik vertrouw dat jullie hier ongeschonden door komt. Jullie lijdt voor je volk en vaderland, voor het geen “goed” is in deze wereld. Ik ben er van overtuigd dat dit goede eenmaal zal zegevieren en dan is jullie en mijn offer niet vergeefs geweest.”

Gerard, 24 Juni – 2005