Gepost op

60 jarige viering van Operatie Market Garden. 19 september 2004

Na het middaguur gaat het museum weer open en het is al een snel een drukte van jewelste.
De middag duurt dan ook niet lang want het gaat snel voorbij.
Enkele veteranen en begeleiders komen persoonlijk afscheid nemen wat natuurlijk zeer leuk is.


Verder zijn er nog enkele familieleden van overleden veteranen die nog persoonlijke spullen aan het museum komen aanbieden.
Het is al snel 18:00 uur zodat het museum gaat sluiten.
Helaas is nu deze week voorbij.


Slot:


De avond begint te vallen over museum Hartenstein, dit na een week waarin ik heel veel heb meegemaakt.
Dit is een week geworden die ik niet zo snel zal vergeten.
Volgens mij hebben wij ons uiterste best gedaan om voor de veteranen en alle bezoekers een week te verzorgen die zeer geslaagd is geworden.


Via deze weg wil ik alle medewerkers van het museum en mijn familie thuis hartelijk bedanken.
Ik hoop dan ook dat ik het volgend jaar iedereen weer in September aanwezig zal zijn.


We?ll meet again

Gepost op

?Over tien jaar zijn we oorlog vergeten?

Den Haag – ?Elders in de wereld is nog oorlog. Daar staan we ook bij stil?, antwoordt een oudere dame enigszins verontwaardigd op de vraag of ze niet vooral naar de herdenking in Arnhem is gekomen om oude bekenden te ontmoeten. ?Het is heel belangrijk dat we herdenken en dat jongere mensen weten wat toen is gebeurd. Hoe vreselijk het was. Dat mogen we nooit vergeten.?
Bij elk lustrum wordt de vraag weer – zij het stilletjes – gesteld: hoe lang moeten we oorlog en bevrijding blijven herdenken? We leven zestig jaar later de veteranen zijn tachtigplussers en het merendeel van de toeschouwers heeft op zijn minst een grijze haardos. Een twintiger: ?Herdenking? Dit is een feestje van oude mannen die hun militaire pakje uit de kast mogen halen en hun oude maten weer eens opzoeken.?
?De bijeenkomsten met veteranen beginnen inderdaad meer en meer op een re?nie te lijken?, beaamt Dani?lle Willemse, co?rdinator bij het Nationaal Comit? 4 en 5 Mei. ?Maar wat is er verkeerd aan om de ouderen, zo lang ze nog leven, te eren voor wat ze toen hebben gedaan? Dat was nogal wat. En die buitenlandse veteranen: dat zijn mensen die huis en haard hebben verlaten om hier te vechten.?
Herdenking of re?nie, het ??n hoeft het ander niet uit te sluiten, zegt geschiedfilosoof professor Frank Ankersmit van de Rijksuniversiteit Groningen. ?De bijeenkomsten rond Market Garden hebben het karakter van een re?nie. Maar het was een belangrijke historische gebeurtenis en daarmee is het ook een herdenking.?
Herdenken zit volgens Ankersmit ?diepgeworteld in de psyche van de mens? en daarmee is het iets dat altijd blijft. ?Ieder individu of iedere groep claimt een deel van het verleden en dat wordt op een eigen manier herdacht.? De herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog hebben volgens hem echter hun langste tijd gehad. ?Als de veteranen er niet meer zijn, houdt het snel op.? Ook de viering op 4 en 5 mei wacht volgens hem eenzelfde lot. Over een paar jaar is er geen animo meer voor, denkt hij. Of hij dat als historicus erg vindt? ?Nee. Als de mensen niet meer geboeid zijn en niet meer weten waar het over gaat, kun je er beter mee stoppen.?
Als voorbeeld van hoe het historisch besef verloren kan gaan noemt Ankersmit de herdenking in Frankrijk van de bestorming van de Bastille, elk jaar op 14 juli. ?Dit is de belangrijkste gebeurtenis in de hele geschiedenis van de hele wereld. Het betekende een nieuwe fase in de politiek, het begin van democratie. Toch weten veel Fransen dit niet eens meer. Die hebben op de 14e juli een dagje vrij en gaan lekker een glaasje drinken.? Dit staat de herdenking van de Tweede Wereldoorlog ook te wachten, zegt Ankersmit. ?Over tien of twintig jaar zijn we die hele oorlog vergeten.?
Bij het Nationaal Comit? 4 en 5 Mei hebben ze zich al meer dan eens achter de oren gekrabd over de vraag, hoe het verder moet. Vijftien jaar geleden al kozen ze voor een heel andere aanpak, die er op is gericht om meer jongeren te betrekken bij de dodenherdenking en bevrijdingsdag. Maar hoe het verder moet, daarop heeft het comit? vooralsnog geen antwoord. Woordvoerster Dani?lle Willemse:?Als er geen veteranen meer zijn, blijven herdenkingen op den duur misschien beperkt tot het leggen van een krans.?

De bevrijding van de regio Veghel werd gisteren uitgebreid gevierd.
Zaterdag 18 en zondag 19 september 2004 zal de geschiedenis ingaan als een indrukwekkend weekeinde.
Een van de onderdelen van de herdenking was de skeelertocht ?Hell?s Highway? die van Eindhoven naar Veghel ging.

Vanaf de Lambertuskerk in Veghel trok een stoet misgangers, gilden en oud-strijders, vergezeld door het gemeentebestuur naar het Airbornemonument in de Kol. Johnsonstraat. Daar sprak burgemeester Frankfort de oud-strijders toe.

Bron: Brabants Dagblad

Gepost op

Omgekomen soldaten, dankbaar herinnerd

Den Bosch

Zo volgden honderden mensen, op skeelers, de route van de geallieerden door de kerkdorpen van Veghel en Uden. Overal waren festiviteiten en langs de weg stonden kinderen met rood-wit-blauwe vlaggen.

Onder de indruk

In aanwezigheid van koningin Beatrix en de Britse kroonprins Charles kwamen gisteren op de oorlogsbegraafplaats in Oosterbeek 15.000 mensen samen.
De afgelopen week werden al vele grote en kleine herdenkingen gehouden. De aandacht werd keurig verdeeld over de deelnemende landen aan de slag om de bruggen over de rivieren in Oost-Nederland. De veteranen, veelal tachtigers inmiddels, blijven onder de indruk van alle dankbaarheid.
Boven de Ginkelse Heide waagden zich zaterdag elf van hen nog eens aan de parachutesprong die zij in 1944 maakten. Drie deden dat solo, acht samen met een instructeur. Op de grond sloegen naar schatting 50.000 tot 60.000 mensen het huzarenstukje gade.
Het waren er meer dan ooit, aldus de organisatie. Meer ook dan wegen en parkeerplaatsen konden herbergen. Flinke files waren het gevolg.
Voor de zestigste achtereenvolgende keer werd zaterdag in Eindhoven de bevrijdingsvlam ontstoken. De traditie wil dat het vuur wordt opgehaald in het eerste stadje dat in juni 1944 in Normandi? in geallieerde handen viel: Bayeux. Ongeveer 1200 Engelse en Amerikaanse veteranen sloegen de plechtigheid gade vanaf een tribune in het Eindhovense centrum. De vlam ?overwintert? in het nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum in Overloon. Op 5 mei volgend jaar gaat het vuur richting Ede en Wageningen, wanneer zestig jaar bevrijding wordt gevierd.
Een Britse predikant haalde gisteren in Oosterbeek de woorden aan van de Nederlandse schrijver Johan Fabricius, die kort na de verloren slag om Arnhem tegen de BBC zou hebben gezegd dat de omgekomen soldaten niet eenzaam in koude grond zouden rusten. Zij zouden daarentegen in warme en dankbare herinnering levend blijven. Die uitspraak was de teneur van alle herdenkingen.
In Nijmegen werd daar de verzoening nadrukkelijk aan toegevoegd. In tegenstelling tot de bijeenkomst in Oosterbeek, waren in de stad aan de Waal ook voormalige Duitse strijders uitgenodigd. Zij zaten samen met circa vijfhonderd Amerikanen, Canadezen, Engelsen en Polen in de St.Stevenskerk, waar ze in hun eigen taal welkom werden geheten.
Liefst 150.000 mensen kwamen gistermiddag naar Nijmegen, waar door parades van honderden hoogbejaarde veteranen, oude voertuigen en kransleggingen de slag om de stad en met name de Waalbrug werd herdacht.

Bron Brabants Dagblad

Gepost op

Aart Alblas was uitzonderlijk geheim agent

DORDRECHT/MAUTHAUSEN – ,,Mijn moeder zat in mei 1945 -na de bevrijding van Dordrecht- elke dag zwijgend voor het venster van ons huis aan de Prinsenstraat 23. Zij hoopte dat haar zoon Aart juist op dat moment de straat weer in zou komen lopen. Alleen kwam Aart niet. Toen besloot de familie om prins Bernhard om inlichtingen te vragen om de waarheid te kunnen achterhalen.”

De zus van Aart Alblas, Jos Stegeman-Alblas (82), gaat terug in de tijd met als geheugensteun haar dochter Marianne Dekkers-Stegeman, schoonzus Lucie Alblas-Husen (90) en haar neef Janco Alblas.

De familie Alblas wil het verhaal nog ??n keer vertellen. ,,Wij vinden het passend met het oog op de zestigste sterfdag van Aart. Hij overleed op 7 september 1944 in concentratiekamp Mauthausen.”

De Dordtse Engelandvaarder, geheim agent, marineofficier en verzetsstrijder werd door SS op de vlucht doodgeschoten. Deze standaardomschrijving had de SS bedacht om de moord op Aart Alblas, Dordtenaar Hendrik Sebes en andere geheime agenten uit Nederland grondig te kunnen boekhouden.

Het overlijdensbericht van Aart Hendrik Alblas werd op 9 juli 1945 in de Dordtse kranten gepubliceerd. Met nadruk werd daarin gesteld dat de 25-jarige Aart Alblas in dienst van Koningin en Vaderland de dood vond. De familie voelde zich door zijn geloofsgetuigen in zijn gevangenschap zeer gesterkt. Via het zogeheten Oranjehotel in Scheveningen en gevangenis Haaren en Assen was hij uiteindelijk in Mauthausen terechtgekomen.

Enkele kilometers boven Mauthausen aan de Donau in Oostenrijk is in de heuvels het concentratiekamp te vinden. Plotseling wijkt de natuur. Het concentratiekamp, dat op een heuvel ligt, steekt scherp tegen de hemel af. In het kamp lijkt de tijd stil gestaan te hebben en zijn zichtbare herinneringen zeer indrukwekkend.

De familie Alblas hoopt dat de meest gedecoreerde Dordtenaar eindelijk een vaste plek krijgt in de Dordtse geschiedenis. Inmiddels zijn er plannen om in Dordrecht een straat naar Aart/Klaas Alblas te noemen.
,,Onze Aart heeft diep in het verzet gezeten en werkte onder verschillende schuilnamen, zoals Klaas. We ontdekken zijn grote rol pas echt na de oorlog. Natuurlijk wisten we al iets nadat hij met A.M. Westerhout in de nacht van 18 op 19 maart 1941 in een wrakke boot naar Engeland was overgestoken. Zij deden zich, in gestolen Duitse uniformen, in Hellevoetssluis voor als Duitsers in een plezierboot en ontsnapten.”

Niet kort daarna vonden zijn ouders in het kolenhok achter hun huis allerlei spullen van Aart. Zus Jos: ,,Zij vonden geweren met munitie. Mijn ouders hebben die wapens voor de veiligheid in de Oude Maas gegooid.”

Later bleek dat Alblas, vooral in samenwerking met de Dordtse kandidaat-notaris J.A. Idema, al volop in het verzet zat en overal contacten had, ook met de Paroolgroep. Daarnaast hielp hij in Frankrijk Britse militairen te vluchten.

Marine

In Engeland had de in 1936 voor zijn HBS B in Dordrecht geslaagde Alblas liever teruggegaan naar de marine. Hij had een jaar een officiersopleiding in Den Helder gevolgd, voordat hij nog tot 1940 de koopvaardij diende.

Volgens de stichting Vriendenkring Mauthausen, die eigen onderzoek heeft gedaan naar zijn geschiedenis, voelde de Dordtenaar in Engeland nog meer de heilige plicht om strijd te voeren tegen de Duitse bezetters. Zijn gereformeerde opvoeding – ook in de Wilhelminakerk aan de Blekersdijk – was mede bepalend.

Na een gesprek met Koningin Wilhelmina besloot hij toch geheim agent te worden en snel terug te gaan naar Nederland. Bij de Engelse inlichtingendienst werd hij onder de naam MI-6/CID* opgeleid. Hij wilde ook weg: ,,De losse zeden die hij aantrof in Engeland, stonden hem als gelovig en rechtlijnig Calvinist in hoge mate tegen”, aldus het gedenkboek Mauthausen.

Hij landde per parachute op 5 juli 1941 bij Nieuwe Schans, vijfhonderd meter van de Duitse grens. Na allerlei omzwervingen, kwam hij op 6 juli terug in Dordrecht en meldde zich aan het Vrieseplein. In kamers boven fotograaf Beerman woonde zijn vriend Idema.

Ergernis

Deze kandidaat-notaris werkte nauw met Alblas samen. Ook toen hij lange tijd tot groeiende ergernis van de Duitsers de enige zender (naam TBO) was in bezet Nederlands gebied. Zo kwam Engeland aan militaire inlichtingen, bijvoorbeeld over strategische doelen in Nederland voor de bommenwerpers van de RAF. Alblas moest volgens de Duitsers wel een agent van uitzonderlijke klasse zijn en hij wist meermalen ternauwernood te ontsnappen. Ook de Paroolgroep gaf politieke inlichtingen aan Engeland door via de verbinding van Klaas, een van de namen van Aart Alblas.

Zijn familie heeft hem, na zijn terugkeer in 1941, niet meer gezien. Aart heeft volgens het boek Englandspiel zijn familie wel eenmaal gezien op weg naar de Wilhelminakerk: ,,Alleen het tikken van de klok was te horen. Het liep tegen vijven, tijd voor Dordtenaren om weer ter kerke te gaan. Alblas stond op en liep naar de vitrages. Idema begreep waarnaar Alblas wilde kijken: zijn vader en moeder, zijn broers en zijn zusters, als die over het Vrieseplein naar de kerk liepen. Na een paar minuten kwam Alblas met natte wangen terug. Hij had ze gezien, maar zij mochten niet weten dat hij terug was, hoe graag hij hen ook had ingelicht.”

Marconist

In het eerste half jaar van 1942 kreeg Aart Alblas het steeds drukker als enige marconist die zich, ook toen het Englandspiel al was begonnen, staande wist te houden.

De lus die de vijand om Aart trok, werd wel steeds kleiner. Steeds meer verzetsmensen vielen in handen van de vijand. Volgens de getuigen van de Paroolgroep werkte hij toch gewoon door, rustig en met precisie. Volgens zijn vriend Jan Idema begon de spanning steeds meer van Aart Alblas te vergen.

Hij ontmoette ook de liefde van zijn leven. Een verpleegster van het Zuidwalziekenhuis uit Den Haag: Pum Hueting.

Na verhoor van een andere gepakte geheim agent, werden op 15 juli 1942 zijn verloofde Pum, haar moeder en broer door de Duitsers gearresteerd. Haar vader was eerder opgepakt en werd diezelfde zomer van 1942 gefusilleerd.

Op 16 juli 1942 klapte de val dicht. Aart wilde meer weten over zijn verloofde. Hij belde het ziekenhuis en vernam dat zij thuis ziek te bed lag. Uiteindelijk belde hij toch aan. Een Nederlandse verpleegster, die voor de bezetters werkte, deed open. In de slaapkamer lag zijn Pum, als een zwaar verbonden vrouw. Voordat hij zich realiseerde wat er precies aan de hand was, lag hij in de boeien. De actie werd geleid door Joseph Scheieder van de Duitse veiligheidsdienst SD, die hem persoonlijk verhoorde.

Verhoord

Alblas werd langdurig verhoord en bleef drie dagen zwijgen. De Duitsers wisten toen door alle andere aanhoudingen echter alles al.

Scheieder noemde hem na de oorlog een prachtkerel, een idealist. Maar volgens de Duitser telt idealisme niet in een oorlog.

Aarts verloofde Pum mocht hem in gevangenschap in Haaren eenmaal zien. Ze fluisterde hem in: ,,Probeer te ontsnappen”. ,,Nee”, zei hij tot zijn verloofde, ,,dan worden je ouders gefusilleerd.” Hij kon zijn verloofde nog net horen zeggen dat haar vader al de kogel had gehad. Toen maakten de Duitsers een einde aan het bezoek.

Bron: Brabants Dagblad

Gepost op

Ambassadeur Sobel heeft een band met Eerde

Eerde – Vorig jaar was de Amerikaanse ambassadeur Clifford Sobel ook al in Eerde, tijdens de 59ste herdenking van de start van operatie Market Garden. Even daarvoor was zijn vader overleden. Aan zijn sterfbed sloeg Sobel een boek open, dat handelde over de Tweede Wereldoorlog. ?Het was zo ongelooflijk toevallig. Precies op de bladzijde die ik opensloeg stond een brief van de weduwe Wingard. Zij betuigde daarin haar dankbaarheid aan de Eerdse bevolking, die het voor haar mogelijk had gemaakt om het graf van haar man te bezoeken in Margraten.? Sergeant Jake Wingard kwam in september 1944 om het leven in de Eerdse molen tijdens zware gevechten met de Duitsers.
Sobel hoorde vorig jaar van de plannen in Eerde om de molen, die in die periode onherstelbaar werd beschadigd, te restaureren en in zijn oude staat terug te brengen. Hij beloofde te gaan bekijken of er in de Verenigde Staten misschien geld los te peuteren was voor dit doel. ?Ik ben daar nog mee bezig, dus ik kan er op dit moment nog niets over zeggen.?
In zijn toespraak aan de hoogbejaarde Amerikaanse veteranen, hun familieleden, Amerikaanse militairen in actieve dienst en de Eerdse bevolking legde hij uit waarom hij Amerikaans geld wil vergaren voor de molen in Eerde. ?This place here is as much American as it is Dutch (deze plek is net zo veel Amerikaans als Nederlands).?
Bij een zonovergoten Geronimo-monument in Eerde werden vele warme woorden van dankbaarheid uitgesproken richting de nog in leven zijnde Amerikaanse veteranen die de lucht boven het dorp zestig jaar geleden zwart kleurden met hun parachutes. Een tiental oude mannen, al dan niet in rolstoel lieten zich de toespraken welgevallen. Ook toen de leerlingen van groep 8 van de Petrus en Paulusschool een voordracht in het Nederlands hielden, filterden ze eruit dat de jeugd het vuur van de bevrijding ook na zestig jaar nog brandend wil houden. Over hun hoofden vlogen een Dakota en een Mitchell. Uit het eerst genoemde toestel sprongen ze, gisteren op de kop af zestig jaar geleden. Dit jaar is waarschijnlijk de laatste grote herdenking waarbij ze aanwezig kunnen zijn.

Bron Brabants Dagblad

Gepost op

Brieven van moeder na zestig jaar

De brieven doken begin dit jaar op in het Limburgse Maasbree.

Nuland/Maasbree –
De ogen van Ken McKernan (79) vullen zich met tranen. Zojuist heeft hij in Motel Nuland zeven vergeelde brieven ontvangen. Zestig jaar oude brieven van zijn moeder, die hem verliet toen hij nog een klein manneke was. Moeder vertrok naar New York, maar bleef haar zoon gedurende de laatste jaren van de oorlog schrijven. Kens grootouders voedden hem op.

Safe

?Ik kreeg een brief van een Amerikaanse soldaat. Hij schreef dat je in Frankrijk bent. God will keep you safe. Ik hoop dat de oorlog snel over is en we elkaar weer ontmoeten. Ik kom dan naar huis en zoek je op?, schreef z?n moeder op 7 november 1944. De bejaarde Engelsman met Ierse voorouders heeft het er zichtbaar moeilijk mee. ?Ik kan me niet herinneren dat ik deze brieven ooit onder ogen heb gehad?, snikt hij. Na de oorlog heeft hij zijn moeder nog verschillende keren gezien. ?Maar dit is heel speciaal.?
Ook Jeu Henkens (72) uit Maasbree is ge?motioneerd. Als voorzitter van de lokale historische werkgroep ontdekte hij de brieven begin dit jaar in het Maasbreese museum De Brede. Ze lagen in een sigarenkistje, keurig bijeengebonden met een touwtje. Henkens begon een zoektocht naar Ken en schreef diverse instanties in Engeland die zich bezighouden met oorlogsdocumentatie. Een van de brieven belandde op een website en werd gelezen door Kens zoon. Lang bleef het toen niet meer stil.

Nederland

?Ik kom in september weer naar Nederland?, schrijft Ken het afgelopen voorjaar naar Maasbree. Hij zou daar zijn op uitnodiging van de Stichting Market Garden Veterans Association in Nijmegen. Die herdenkt net als elders in het land samen met de veteranen van 1940-1945 het feit dat Nederland zestig jaar geleden is bevrijd. Operatie Market Garden luidde immers de bevrijding van Nijmegen en omgeving in. De stichting brengt uiteindelijk Ken en Limburgse Jeu bijeen.

Codecijfers

Ken en Jeu vragen zich hardop af hoe de brieven – geadresseerd aan veldposten en voorzien van vaste codecijfers – in Maasbree terechtgekomen kunnen zijn. Ken vertelt dat hij vanaf de landing in Normandi? op D-Day tot aan het einde van de oorlog continu gevochten heeft. In de Ardennen en tijdens de operatie Market Garden. Jeu Henkens is nieuwsgierig. Hij wil weten of Ken ook in zijn dorp Maasbree is geweest. Nee, dat niet, maar wel in Blerick. En dat ligt niet ver van Maasbree. Sterker nog, tot kort voor de oorlog viel Blerick onder de gemeente Maasbree. Zou daar een verklaring liggen? Ken maakt het niet zoveel uit. Hij koestert de tastbare herinneringen aan zijn moeder. Zijn vrouw Ann zegt: ?Op 26 september wordt Ken tachtig. Dan geven we een groot feest en laten we de film en foto?s van deze dag aan iedereen zien!?

Bron: Brabants Dagblad

Gepost op

Veteranen ge?motioneerd over de Rijnbrug

De Stichting Airborne Herdenkingen heeft de laatste maanden telkens benadrukt, dat de zestigste herdenking van de Slag om Arnhem de laatste grote bijeenkomst met de Britse en Poolse veteranen is, omdat het nu echt te zwaar wordt voor de zeer oude mensen. Maar stichtingsvoorzitter M. van Pelt zette er donderdag al vraagtekens bij: ,,De jongste mannen hier zijn 78, 79 jaar. Die maken zich al ongerust dat ze over vijf jaar niet meer mogen komen. Dus we moeten maar eens met ze praten.”

Veel mensen weten niet dat de Airborne-herdenking een eigen ,,feestje” van de veteranen is. De Nederlandse organisaties verlenen grootschalige ondersteuning, maar de pelgrimage is de wens van de oudstrijders zelf.

Eerherstel

Net als prins Bernhard wil de PvdA dat de Poolse parachutisten die in september 1944 meededen aan de Slag om Arnhem alsnog een medaille krijgen. PvdA-Tweede-Kamerlid Timmermans wil dat premier Balkenende en minister Kamp van Defensie daarvoor een ministerieel besluit uit 1952 terugdraaien.

Bron: Brabants Dagblad

Gepost op

Veteranen verzamelen zich op Arnhemse brug

De naar de toenmalige bevelhebber John Frost vernoemde brug is woensdagavond door zijn weduwe en veteraan Bill Fullton heropend. Dat was na de Tweede Wereldoorlog nooit eerder officieel gebeurd.

De geallieerden kregen na de landing in Oosterbeek de Rijnbrug in eerste instantie wel in handen. Bill Fullton was een van de eerste Britten die voet op de brug zette. Na enkele dagen moesten de geallieerden de brug echter weer afstaan aan de Duitse overmacht. De strijd ging gepaard met zeer veel slachtoffers. De Slag om Arnhem was het eind van de geallieerde opmars. De rest van Nederland moest nog tot mei 1945 op de bevrijding wachten.

Trots

De Rijnbrug is in de afgelopen jaren als eerbetoon aan de oudstrijders overgeschilderd in de legerkleuren grijs en paarsrood van de 1ste Britse Airborne Divisie. Burgemeester Pauline Krikke van Arnhem zei woensdagavond, dat zij hoopte dat ,,de brug te ver uit 1944” in het vervolg een ,,brug naar de toekomst” zou zijn, die ,,volgende generaties altijd met hoop en trots zullen betreden”. Speciale verlichting zet de brug in het vervolg als een monument in de schijnwerpers.

De heropening van de John Frostbrug was de eerste bijeenkomst in een reeks van Airborne-herdenkingen tot en met zondag. In totaal 450 hoogbejaarde oudstrijders uit de hele wereld zijn naar Arnhem gekomen om waarschijnlijk voor de laatste keer te zien waar zij destijds zo zwaar gevochten hebben. Ook in de regio Nijmegen en in Eindhoven zijn honderden veteranen gearriveerd voor de zestigste herdenking van de operatie Market Garden.

Bron: Brabants Dagblad

Gepost op

?Eerste en laatste zondag van oorlog Duitsers te eten?

Zondagmorgen 17 september horen de dorpelingen in de verte al het gebulder van artillerie als ze naar de kerk lopen voor de hoogmis. Het is een stralende nazomerdag. Het geknal lijkt steeds dichterbij te komen. De pastoor houdt het bij een korte preek, waarin hij verwijst naar de nakende bevrijding.

Net als de familie Van Erp rond het middaguur aan tafel wil, komt er een Duits legervoertuig het erf oprijden. Drie militairen stappen uit, waarvan er ??n een zwart pak aanheeft, ten teken dat hij geen onderdeel uitmaakt van de wehrmacht. De Duitsers nodigen zichzelf uit voor het eten, net als de Duitsers die in mei 1940 op de eerste zondag na de inval dat hadden gedaan. ?Erg toevallig”, vindt Harrie het achteraf, ?dat we op de eerste en laatste zondag van de oorlog Duitse militairen te eten kregen.”

Aangeduwd
Maar hoewel Harrie aan die zeventiende september refereert als de laatste zondag van de oorlog, moet het ergste voor Eerde en haar inwoners dan nog komen. De drie Duitsers in hun Volkswagen vertrekken weer, nadat de mannelijke leden van de familie Van Erp de wagen hebben aangeduwd. Harrie denkt dat ze vanuit Eindhoven komen en op zoek waren naar klaarheid in de militaire situatie. ?Volgens mij zijn ze in Veghel bij de Lambertuskerk gevangen genomen door Amerikaanse parachutisten.”

Begraven in parachutes
Die parachutisten waren aan het begin van de middag met honderden tegelijk gedropt bij Eerde en Veghel. De bevrijding was inderdaad begonnen. Harrie verzamelde samen met Marinus Vermeulen parachutes die in het veld waren achtergebleven en bracht ze naar het gemeentehuis in Veghel, niet wetende dat ze gebruikt werden om gesneuvelde Amerikanen in te begraven. De Duitsers begonnen in de dagen na de dropping granaten af te vuren op Eerde en omgeving. Op dinsdagmorgen kwamen de eerste Britse tanks langs de Willibrordushoek rijden, op weg naar Arnhem. ‘s Middags spanden Harrie en zijn broers het paard in om paketten gedropte munitie te verzamelen en af te leveren bij de vrachtwagens op de Rooijseweg. Op dat moment drong het pas bij de Eerdenaren door dat ze met iets levensgevaarlijks bezig waren. ?Die paketten lagen min of meer in niemandsland er zaten geen Amerikanen of Engelsen tussen ons en de Duitsers.” Het ‘gat’ tussen Eerde en Sint-Oedenrode werd ook ontdekt door de Duitsers. Een tegenoffensief vanuit Schijndel bracht de bezetters zo op de Rooijseweg, onderdeel van de cruciale corridor van Eindhoven naar Arnhem. Alle schuren, huizen en boerderijen op de Willibrordushoek werden platgebrand. Ook de boerderij van de familie Van Erp moest eraan geloven. Alle varkens verbrandden levend in de schuur, drie van de zes koeien werden gedood en alsof dit alles nog niet genoeg was, reed een zware Duitse tank over het het veilig gestelde huisraad. ?Alleen de klok en het fornuis waren nog heel”, herinnert Harrie van Erp zich. Overal vielen nu granaten. De hele buurt vluchtte naar de zelfgegraven schuilkelders.

De lompe Duitse tank verschool zich in de boomgaard van de buren en schakelde vanaf die positie zeker zes Britse tanks uit, die over de Rooijseweg kwamen aan rijden. Op dinsdag meldde de ‘vrijer’ van zus Gerarda de familie dat de kust weer veilig was. De hele Willibrordushoek was met de grond gelijk gemaakt, op ??n boerderij na. In deze woning tegenover dat van de familie Van Erp hadden de Duitsers hun Rode Kruispost gevestigd. De terugkerende bewoners troffen er met bloed doordrenkte doeken aan en dode soldaten in de kelder. Overal lagen overigens gesneuvelde soldaten, dood vee en bergen munitie, gebruikt en ongebruikt.

De Van Erps wachtten het verdere verloop van de strijd niet af en vluchtten naar Zijtaart, met alleen de kleren die ze droegen als bagage.

Op de vraag wat zo’n ervaring doet met een 19-jarige knaap, antwoordt Harrie van Erp: ?Wie op zo’n moment niet bang is, is gek. Ik kan me in ieder geval goed inleven als ik totaal berooide vluchtelingen zie op tv.”

Bron: Brabants Dagblad

Gepost op

Boeken- en militariabeurs in Ede groot succes.

Nieuwe leden van onze vereniging kregen aan onze kraam het jubileumnummer van 2003 gratis en hadden zo dubbel plezier van hun bezoek aan Ede.
Rond het middaguur werd het echt gezellig druk, veel bezoekers met inhoudelijke vragen.
Oude bekenden, die zelfs uit Canada speciaal voor de herdenking van 60 jaar Market-Garden naar Nederland waren overgekomen.




Vanaf half twee was duidelijk dat veel mensen zaten te wachten op de voertuigen van Keep Them Rolling en na heel lang wachten was het zover.




Nog meer wagens dan vorig jaar, nu zelfs met een stoet vluchtelingen, kinderen en oude mensen, waarbij ik de opmerking hoorde dat de kleding wel klopte, maar dat het heel moeilijk is om echt een bijpassend oud gezicht uit die tijd te hebben, dat was slechts enkelen gelukt.
Ook de militaire muziek was vertegenwoordigd met twee bands, waaronder een doedelzakband.



De Documentatiegroep ?40-?45 was dit jaar vertegenwoordigd door een PR-stand , voor het eerst bemand door vrouwelijke leden van de vereniging. Het werkte wel, want deze dag leverde ons vier nieuwe leden op, terwijl de maandbladen helemaal op waren en we nog hopen op aanmeldingen van bezoekers die thuis eerst alles lezen en dan besluiten dat een lidmaatschap toch wel de moeite waard is, net als de meer dan 100 man die zich dit jaar al als lid hebben aangemeld.


Iedereen die de Ginkelse hei en Ede dit jaar bezocht zal het met mij eens zijn dat het een intense ervaring was en goed om erbij te zijn.
Heeft u het gemist, jammer, want dit jaar is misschien de laatste grote herdenking geweest.


Foto?s: Herman van Benthem en Dirk Docter
? Documentatiegroep ?40-?45