Trots op zijn eerde

Oud-redactiechef Rien van der Steen herinnert zich Van Geffen als ‘een communicatieve mens’. "Hij was heel precies, maar ook heel trots. Vooral trots op ‘zijn’ Eerde. Dat moest zoveel mogelijk in de krant." Van der Steen herinnert zich hoe toenmalig burgemeester Van Weegen van Veghel bij de hoofdredacteur van het Brabants Dagblad klaagde dat Eerde vaker in de krant kwam dan Veghel. "Eerde was voor Jan toen het centrum van de wereld", zegt Van der Steen.

Johan van Geffen werkte bij de CHV, waar hij zich bezig hield met verzekeringen. Vanuit die achtergrond werd hij door veel inwoners van Eerde beschouwd als een vraagbaak op het gebied van verzekeringen en belastingen. In het dorp zat Van Geffen in het kerkbestuur, fungeerde hij in de kerk als collectant en hij stond aan de wieg van het Airborne-comit?. In dat comit? was hij penningmeester/secretaris. Vijftien jaar geleden werd Van Geffen voor zijn inzet voor het Airborne-comit? door de 101e Airborne Division Association USA geëerd met de Presidents Award in goud. Ook was hij drager van de eremedaille van de Orde van Oranje Nassau in zilver.

Dorpsraadvoorzitter Bertus van Berkel noemt Jan van Geffen ‘een nauwkeurig man’. "Hij heeft zich verdiept in de bevrijding van Eerde en het is dan ook jammer dat hij de viering van zestig jaar bevrijding niet meer kan meemaken." Van Geffen ontwierp en vervaardigde mede het bevrijdingsmonument van Eerde. En hij was degene die de schooljeugd betrok bij de herdenkingen.

Bron: Brabants Dagblad

Twaalf witte bloemen bij een graf

Een diepe stilte treedt in onder de verzengende zon als de twee adjudanten van de hofhouding, Van Leeuwen en Dijkstra, naar het monument lopen, de krans op de houder plaatsen, waarna Koningin en prins een eerbetoon brengen aan de gevallen landgenoten in de Tweede Wereldoorlog op het Aziatische slagveld. Daarna lopen zij het oorlogskerkhof over tot aan de gedenksteen waarbij verse paarswitte orchideeën in een vaasje zijn geplaatst. Hier ligt sergeant artillerie J. M. Monod de Froideville, geboren op 30 januari 1910 en overleden op 8 september 1944.
 
Zijn zoon, ceremoniemeester G. H. A. Monod de Froideville, kan er goed over praten. Hij vond het bijzonder dat hij de Koningin en haar zoon aan het graf van zijn vader kon brengen. Uw vader kijkt vast op ons neer, zoiets heeft de Koningin tegen hem gezegd toen ze daar zo stonden.
 
Zelf had hij al een paar keer aan de groeve van zijn vader gestaan, meestal op doorreis. De allereerste keer was het emotioneelst. Monod de Froideville senior was theeplanter op Java. Hij werd gemobiliseerd toen de oorlog in het Oosten uitbrak. Zijn zwangere vrouw bleef met drie kinderen achter in Nederlands-Indië. Al snel erna werd hij als krijgsgevangene tewerkgesteld aan de Birma-spoorweg in Thailand.
 
Het enige dat Monod de Froideville sr. nog kon meegeven aan zijn zwangere vrouw was een naam voor een zoon of dochter die hij nooit zou zien. Het werd Gilbert. Een ’goede’ Jap heeft hem in het kamp nog een foto van zijn zoontje overhandigd, weet Monod de Froideville. Zijn vader wist de kamparbeid redelijk goed te doorstaan. Tragisch genoeg kwam hij in 1944 om het leven bij een bombardement van de geallieerden. „Mijn moeder heeft intuïtief gevoeld wanneer dat gebeurde.”
 
Zelf werd de ceremoniemeester geboren in een jappenkamp in de buurt van Bandung. Zijn moeder vertrok na de oorlog met de boot naar Nederland, waar ze met haar viertal een bestaan opbouwde. Haat heeft zijn inmiddels overleden moeder de Japanners nooit toegedragen. „Ook toen ik in 1991 meeging met het hof voor het staatsbezoek aan Japan, kon ze daar goed mee overweg”, aldus Monod de Froideville.
 .
Elk lid van de hofhouding laat een witte bloem achter bij het graf van de vader van hun collega, samen zijn dat er twaalf, zes aan weerszijden.
 
Het verhaal van Monod de Froideville is er een van de vele. Zijn vader behoorde tot een van de naar officieuze schattingen 275.000 slachtoffers aan wie de aanleg en het onderhoud van de beruchte Birma-spoorweg het leven kostten. De Japanse bezetters lieten de verbinding van Nong Pladuk in Thailand tot Thanbuyazayat in Birma onder erbarmelijke omstandigheden aanleggen.
 .
Deels loopt de rails langs en over de rivier Kwai (Mae Nam Khwae Noi). Ontelbare dwangarbeiders en krijgsgevangenen uit verschillende landen, waaronder Nederland, werden ingeschakeld. Repareren was telkens noodzakelijk na de geallieerde bombardementen, waarvan de tewerkgestelden net als Monod de Froideville senior nogal eens het slachtoffer werden.
 
Bijna 3000 Nederlanders vonden de dood, een fractie van het totale, nooit helemaal vastgestelde aantal slachtoffers. Ze stierven als gevolg van uitputting, voedseltekort en ziektes als malaria en beri beri. Behalve Nederlanders vielen er doden onder de Britten, Australiërs, Amerikanen, Thai, Birmezen, Maleisiërs en oorspronkelijke inwoners van Nederlands-Indië. Herdenkingsboeken vragen ook aandacht voor het vergeten lot van de ontelbare anonieme doden, onder wie Tamils.
 
Een aantal van de doden vond na de oorlog de definitieve rustplaats op de twee erevelden waar koningin Beatrix met prins Willem-Alexander woensdag na een rit per trein over de brug over de rivier de Kwai, een krans legden: Kanchanaburi (1895 Nederlandse graven) en Chungkai (314 Nederlandse graven).
 
Het eerbetoon van de Koningin en de prins maakt veel nabestaanden gelukkig. Onder wie de familie van Melis van de Ree, links vooraan op Chungkai, in vak 7, rij B, nummer 10. Deze man kwam op 18 juni 1943 als 35-jarige jongeman om het leven in Thailand, nadat hij in 1929 naar Nederlands-Indië was vertrokken om er een bestaan op te bouwen.
 
De directeur van de Commonwealth War Cemeteries in Thailand, Rod Beattie, weet vrijwel zeker dat Van de Ree aan de overkant in het kamp is overleden. Chungkai werd namelijk door de krijgsgevangenen zelf als begraafplaats in gebruik genomen, op 200 meter afstand van de rivier. Beattie: „We kunnen nog wel meer over hem te weten komen als we dat zouden willen.”
 
Van de Ree’s nicht, Corrie van Ravensberg-van de Ree uit Nijkerk, vindt het desgevraagd „erg bijzonder” dat de Koningin en de prins langs het graf van haar oom zijn gelopen. „Heel ontroerend. Deze oom, van wie ik nog niet veel weet, komt dan opeens veel dichterbij. Ik ben nu op een leeftijd gekomen dat ik meer wil weten van de man in dat verre graf in Azië.”

06-03-2004: Militaria- en Documentatiebeurs

Ook op onze website willen we graag Ko bedanken voor zijn vele werk en zijn enthousiasme, waarmee hij zich altijd voor de vereniging inzet. Hij geeft nu het stokje door aan Jan Ploeg, die vanaf heden de beursorganisatie op zich gaat nemen. Ook wordt er een nieuwe stand ingericht door hem gericht op alle facetten van de Tweede Wereldoorlog.

Bij deze willen we Ko heel hartelijk danken en Jan veel succes wensen in de toekomst!

Peter Krans

Foto’s: Herman van Benthem

Vijf miljoen oorlogsfoto?s op internet

Een luchtfotoarchief op de Keele Universiteit heeft de website waarop de foto’s te zien zijn, gemaakt. Volgens projectleider Allan Williams tonen ze een goede kijk in de keuken. „Deze foto’s laten ons de echte oorlog vanuit de eerste hand zien, alsof we zelf piloten van de Royal Air Force (RAF) zijn."

De foto’s van zeer goede kwaliteit zijn te zien op www.evidenceincamera.co.uk.

Dokter Kolff: ook verzetsman

Kolff was heel creatief in zijn verzetswerk, blijkt uit de biografie ”Dokter Kolff, kunstenaar in hart en nieren” van journalist Herman Broers. Het boek wordt dinsdag, in aanwezigheid van de inmiddels 92-jarige hoofdpersoon, gepresenteerd in museum Boerhaave in Leiden.

Kolff was tijdens de oorlog internist in Kampen. Hij kreeg de Duitsers zover dat hij met andere Nederlandse artsen de zieke gevangenen mocht onderzoeken die per rijnaak op transport waren gesteld naar Duitsland en een tussenstop maakten in Kampen. Zij loodsten in totaal 1200 gezonde mensen naar noodhospitalen, omdat zij zogenaamd griep hadden, aan zenuwtoevallen of andere kwalen leden waardoor zij niet verder konden. Ruim 800 ontsnapten er uiteindelijk aan de Duitsers.

Geen kans bleef onbenut om de Duitsers Nederlandse werkkrachten te onthouden. Een ingenieur die weigerde in de Noordoostpolder sleuven te graven en bang was doodgeschoten te worden, kreeg van Kolff picrinezuur toegediend, zodat hij een gele huidskleur kreeg. ’Geelzucht’ redde de man het leven.

Bij de aanvoerder van het verzet in Kampen, Jo Oudshoorn, fingeerde Kolff een maagbloeding. Hij nam Oudshoorn een liter bloed af en gaf hem een middeltje waardoor zijn ontlasting pikzwart werd. De diagnose werd gesteld: bloedarmoede en zwarte ontlasting, dat moet een maagbloeding zijn. Oudshoorn lag een tijdje in het ziekenhuis tot het gevaar geweken was.

Kolff werkte in Kampen van 1941 tot 1950. Toen emigreerde hij naar de Verenigde Staten, waar hij nog altijd woont.