Gepost op

Mussolini waakt weer over de toekomst van Italië

Zeg het met bomen. Dat lijkt het idee te zijn achter het plan van een kleine gemeente in het gewest Latium, op een uur rijden van Rome. Zij gaf afgelopen week de opdracht aan een groep bosbouwers om een pijnbomenbos op de berg Monte Giano (Janusberg) opnieuw in te richten. De bosbouwers moeten op zodanige wijze kappen en bijplanten dat het bos gaat bestaan uit de gigantische woorden DVX. Dat staat voor Duce, de titel van Benito Mussolini toen hij het in de jaren twintig en dertig voor het zeggen had in Italië.
 
Het idee is niet nieuw. Precies op dezelfde plek op de Janusberg en op exact dezelfde manier verschenen in 1939 in opdracht van Staatsbosbeheer dezelfde letters. Het was een huldebetoon aan de fascistenleider, die zich hier, als hij rust vond in de bergen, kon wentelen in narcisme.
 
In 1943, na de val van Mussolini, stopte Staatsbosbeheer met het onderhoud van het bos, zodat na verloop van tijd niets meer van het woord te zien was. Drie jaar geleden verdween het bos bijna door een brand, maar opmerkelijk attent ingrijpen van de brandweer voorkwam dat lot. De letters zullen binnen afzienbare tijd weer van grote afstand te zien zijn vanaf de doorgaande weg tussen Rieti en L’Aquila in Midden-Italië.
 
Het project wordt gefinancierd door het gewest Latium, dat ongeveer 130.000 euro beschikbaar stelt. Het gewestelijk bestuur is in handen van een coalitie van centrumrechtse partijen. De gouverneur is Francesco Storace, een exponent van de voormalige postfascistische partij. In tegenstelling tot zijn partijleider, Fini, heeft hij moeite afscheid te nemen van het fascisme. Storace kwam een paar jaar geleden in het nieuws met zijn voorstel de schoolboeken aan te passen wat betreft het fascistische verleden. Het bos op de Janusberg is echter geen inzet van een politieke strijd. De belangrijkste oppositiepartij in de provinciehoofdstad, de voormalig communistische partij, is er ook voor dat het bos op deze manier wordt bijgewerkt.
 
Ongeveer 200 kilometer noordelijker wordt in de bergen ter hoogte van Ancona de hulp van steenhouwers ingeroepen. Aan een zijde van een rotsige bergkloof moet het profiel van Benito Mussolini verschijnen.
 
Ook dit is niets nieuws. In 1936 eerde de boswachterij de fascistische leider met dit beeldhouwwerk in zijn natuurlijke omgeving. Hier kwam Mussolini vaak uitrusten als hij onderweg was van Rome naar zijn geboortedorp Predappio, dat 150 kilometer noordwaarts ligt.
 
Het beeld doet aan de uitgehouwen portretkoppen van Amerikaanse presidenten op Mount Rushmore denken, ware het niet dat Mussolini hier met zijn hoofd achterover in de rots vastzit en naar boven tuurt. Zijn trekken -de geprononceerde kaak, lippen en voorhoofd- zijn onmiskenbaar des Mussolini’s, maar ze blijven verbonden met de rots. Mussolini had destijds zijn twijfels over de ligging. Het leek net of hij uitgestrekt lag te slapen. Maar dat kon toch zeker niet, vond de volksleider, die over zichzelf zei: „Mussolini slaapt nooit, maar waakt over de toekomst van Italië.” De architect stelde hem gerust met de woorden: „U slaapt niet, maar vorst de hemel af en waakt over de luchtmacht die ons land beschermd.” Na de wapenstilstand die Italië tekende met de geallieerden in september 1943, vernielden de partizanen het beeld door het afvuren van kanonschoten.
 
Het idee om Mussolini opnieuw op dezelfde plek uit te houwen komt van de eigenaar van een restaurant vlak bij de bergkloof. Het restaurant was in de jaren twintig en dertig de herberg waar Mussolini vaak kwam. Ook in de gemeente waartoe de rots behoort zijn rechts en links in de gemeenteraad het broederlijk met elkaar eens.
 
Tegenstanders van de Italiaanse Mount Rushmore en het Janusbos wijzen op de grondwet, die het propageren van het fascisme verbiedt. „De huidige conservatieve regering legitimeert uitingen van nostalgie over het fascisme”, zegt Bruno Tobia, hoogleraar aan de La Sapienza-universiteit in Rome.
 
Maar de heimwee naar de twintig jaar dat Mussolini over Italië regeerde, heeft oudere papieren. Al sinds de Tweede Wereldoorlog kan een klein deel van de Italiaanse bevolking maar geen afscheid nemen van Mussolini.
 
De laatste tien jaar, sinds de christen-democratische pacificatiepolitiek sneuvelde, wordt die nostalgie openlijker geuit. De jaarlijkse ’processie’ naar het geboortedorp van Mussolini trekt elk jaar meer belangstellenden. Er zijn daar drie toeristenwinkels die leven van fascistische prullaria. Van de Mussolini-kalender komen elk jaar meerdere versies uit, en ze zijn bij elke kiosk in Italië te koop.
 
De nostalgen tappen uit een ander vaatje. „Het restaureren van het profiel van Mussolini in de bergkloof”, zegt de restauranteigenaar, „betekent het aantrekken van honderden toeristen.” Een lokale politicus van de voormalige postfascistische partij meent: „Mussolini restaureren is niet hem bejubelen, maar het terughalen van een deel van de geschiedenis.”

Gepost op

Rechtbank beëindigt proces Bikker

De oud–SS’er was bewaker van kamp Erica in Ommen. Hij werd ervan verdacht in november 1944 verzetsman Jan Houtman te hebben doodgeschoten. Het leek er op of Bikker de beslissing van de rechter zelf niet had meegekregen. Op het moment dat de rechter die uitsprak, had hij zijn hoofd in zijn linkerhand gelegd en zijn ogen gesloten.
 
Toen zijn advocaten hem na de uitspraak over de uitkomst informeerden, kwam er een glimlach op zijn gezicht. Dit keer keerde hij zich niet tegen de camera’s en journalisten, maar antwoordde op de vraag of hij blij is dat de rechtszaak tegen hem niet meer verder gaat: „ja, ja”. Verder ging Bikker niet in op vragen of leek het of hij ze niet begreep.
 
Officier van justitie U. Maass zei het stopzetten van het proces niet als een nederlaag te beschouwen. „Maar het is treurig dat het vlak voor het einde op deze manier moet stoppen. Het is net of een marathonloper vlak voor de finish moet stoppen. Dat is frustrerend. Sinds 1996 hebben we met de Nederlandse collega’s heel veel inspanning geleverd en werk verzet.” Maass is vanaf 1996 bezig geweest om Bikker opnieuw veroordeeld te krijgen.
 
Maandag kwam de zoveelste deskundige, die tijdens deze rechtszaak Bikker heeft onderzocht, de rechtbank zijn bevindingen vertellen. Deze meende dat Bikker geestelijk de informatie over zijn proces niet meer kan verwerken. Maass was er na de uitkomst van dit onderzoek, waar hij zelf om had gevraagd, niet meer zo zeker van als in het begin van dit proces dat Bikker zijn zwakke geestelijke en lichamelijke conditie simuleert. „Dit proces is ook voor mij een leerproces geweest”, stelde Maass.
 
„Er zijn eerder heel veel van dergelijke onderzoeken geweest. Daaruit bleek dat Bikker deze rechtszaak wel aankon. De ziekte kan zich hebben voortgeschreden. Als hij de informatie niet meer kan omzetten, is er een belangrijk verdedigingsgrondrecht van Bikker in het geding”, aldus Maass. Bikker kon alleen worden veroordeeld voor moord. Alle andere misdaden, zoals doodslag, waren inmiddels verjaard.
 
De advocaat van Bikker, K. Kniffka, vindt dat de rechtbank de juiste beslissing heeft genomen. Hij had er met zijn collega B. Eisenhuth al menig maal voor gepleit om het proces tegen Bikker om deze reden te stoppen. „Ik heb altijd al gezegd dat dit vroeg of laat zou gebeuren”, reageerde Kniffka na afloop. „Ik wil niet zeggen dat deze beslissing van de rechter te laat is. Zo’n beslissing is altijd goed.”
 
Bikker die in Hagen nabij Dortmund woont, is geboren en getogen in de Alblasserwaard. Op zijn 24e meldde hij zich aan bij de NSB. De Duitse bezetters bevrijdden hem in mei 1940 uit een kelder, waar de Nederlandse politie hem na de Duitse invasie gevangen had gezet. Hij vocht als lid van de Waffen–SS aan het Duitse oostfront en raakte meerdere keren gewond. In 1943 werd hij in het kamp Erica als bewaker aangesteld.
 
Na de Tweede Wereldoorlog werd hij in Nederland veroordeeld tot levenslang, onder meer voor de doodslag op Houtman. Hij wist echter in 1952 te ontsnappen uit de Koepelgevangenis in Breda en vluchtte naar Duitsland.
 
De Duitse justitie begon het onderzoek naar aanleiding van interviews met Bikker in de media waarin nieuwe belastende informatie over de man aan het licht kwam.
 
De Friese journalist en nazi–jager Jack Kooistra (73) uit Leeuwarden, noemde het in een reactie bijzonder tragisch dat de zaak is stopgezet. „Vooral voor nabestaanden en slachtoffers is het een klap in het gezicht. Ik kreeg veel reacties van mensen die blij waren dat deze oorlogsmisdadiger eindelijk terecht moest staan”, aldus Kooistra.
 
Hij heeft de indruk dat hij zijn slechte gezondheidstoestand simuleert. „Bikker is een goede toneelspeler. Dat was hij al toen hij in dienst van de Duitsers was. Hij neemt zijn medicijnen niet meer in. Dat zegt al genoeg.” Kooistra vindt dat de rechtbank in dit geval geen rekening had hoeven houden met de gezondheid van Bikker. „Met dit soort figuren hoef je geen medelijden te hebben.”
 
Een woordvoerder van het Centraal Orgaan van Verzets– en Vervolgingsslachtoffers zei woensdag „totaal verbijsterd” te zijn dat de rechtszaak tegen Bikker is stopgezet. „Als je de beelden op televisie van hem ziet dan denk ik dat hij deze rechtszaak wel aankon. Ik denk ook niet dat het wijs is om een rechtszaak tegen oorlogsmisdadigers te stoppen op grond van of de verdachte het wel of niet aankan. Daar heeft Bikker bij het doden van Jan Houtman toch ook geen rekening meegehouden.”
 
De woordvoerder weet niet of Bikker zijn slechte gezondheidstoestand heeft gesimuleerd. „Hij heeft de kwestie in ieder geval uitgebuit.”

Gepost op

Verloren gewaande notulen ARP terecht

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het grootste deel van het archief van de ARP door de Duitse bezetter in beslag genomen en sindsdien wordt het als verloren beschouwd. Het Historisch Documentatie Centrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam was dan ook blij verrast, toen deze maand een particulier het notulenboek aanbood. Het gaat om een band die notulen bevat uit 1879 ?n van vergaderingen uit de periode van 1881 tot en met 1933.

Gepost op

Overleven op mengsel van bloem en zaagsel

Vera Ljoedino was een van degenen die in de tijd na het beleg aan den lijve de onmenselijkheid van Stalins regime ondervonden. Omdat zij een dagboek had bijgehouden waarin zij niet alleen verslag deed van het heroïsche verzet, maar ook van de gruwelen van het beleg, werd zij naar een werkkamp gestuurd waar haar nieuwe kwellingen wachtten.
 
„In dat dagboek beschreef ik alles wat ik zag: beangstigende honger, bombardementen, de bevroren lichamen van dode mensen die tegen gebouwen waren geplaatst om de indruk te wekken dat de stad werd verdedigd, vrachtwagens vol doden die door de stad reden”, zegt Ljoedino.
 
De stad, die inmiddels Sint-Petersburg heet, herdacht dinsdag het einde van het beleg. Ongetwijfeld doen opnieuw verhalen de ronde over heroïsche verzetsdaden en opofferingen. Maar geleidelijk komt er ook ruimte voor verhalen als die van Ljoedino, over ontberingen en onmenselijkheid.
 
Ljoedino was zeventien toen de Duitse legers de stad in september 1941 omsingelden. Leningrad werd afgesneden van de rest van het land. Het grootste voedselpakhuis, Badajevski, werd gebombardeerd. De hongersnood die volgde zou ongeveer een half miljoen mensen het leven kosten.
 
Het dagelijkse rantsoen bedroeg 125 tot 250 gram brood, een zwart mengsel van bloem en zaagsel. De bevolking verzon van alles om in leven te blijven. Er werd soep gekookt van lijm, leren riemen en aardappelschillen. Thee trok men van dennennaalden, in de hoop enige vitaminen binnen te krijgen. De grond onder het pakhuis Badajevski werd opgegraven omdat er suikerresten in de modder zaten.
 .
Ondertussen deden de militaire censors hun werk. Er mochten geen foto’s van meer dan drie doden worden genomen om de Russen buiten Leningrad niet te ontmoedigen.
 
Ljoedino werd geboren met vergroeide ledematen. Door vooroorlogse operaties zaten haar benen in het gips. Daardoor kon ze weinig anders doen dan uit het raam kijken en opschrijven wat ze zag.
 
Een van haar buren, een zanger, placht zijn hele rantsoen van 200 gram in ??n keer op te eten uit angst dat het gestolen zou worden. Een buurvrouw droeg een zakje op haar borst waarin zij haar rantsoen verborg, uit vrees dat haar dochter of kleinkinderen het zouden stelen. „Die vrouw stierf met het zakje nog op haar borst”, aldus Ljoedino.
 
Er deden zich plunderingen en kannibalisme voor. Van een groot gezin in haar flatgebouw verdwenen een voor een de kinderen. Hun kleren en beenderen werden later gevonden in het appartement van een vioolspelende buurman. Ook het 5-jarige zoontje van de violist verdween.
 
Het gezin van Ljoedino overleefde deels op soep van gelatine, die werd getrokken van leren riemen. „Als je het had gegeten, stond je maag in vuur en vlam en kreeg je grote dorst”, aldus Ljoedino. „Maar de truc was om niets te drinken teneinde het gevoel van bevrediging zo lang mogelijk te laten duren.”
 
Vanwege haar handicap en het gips kon Ljoedino bij luchtalarm niet naar de schuilkelder. Haar vader bleef bij haar en ze verdreven de tijd met schaken. Haar vader stierf in 1942 door voedselgebrek.
 
In februari 1944, een maand na het einde van het beleg, werd zij gearresteerd. Het eerste wat haar ondervragers vroegen was: „Waar is het dagboek?” Ljoedino is ervan overtuigd dat het dagboek, dat enkele dagen daarvoor was verdwenen, de reden was van haar arrestatie. Zij werd veroordeeld wegens anti-Sovjetpropaganda. Zij zou Duitse pamfletten hebben opgepikt, Hitlers ”Mein Kampf” hebben gelezen en hebben gezegd dat zij niet op een kolchoz, een collectieve boerderij, wilde werken. Zij bekende dat zij wellicht ooit had gezegd dat zij niet op een boerderij wilde werken omdat zij dat door haar handicap niet kon. Zij kreeg zes jaar werkkamp in Kazachstan.
 
Ljoedino noemt de gevangenis- en werkkampervaringen zwaarder dan het beleg. „Als je ziet hoe de geheime politie iemand doodschopt, is dat toch iets anders dan mensen zien sterven van de honger.”

Gepost op

Weemoed met een kartelrandje

Sebald heeft de naam een schrijver van de postholocaustgeneratie te zijn. Hij werd in 1944 in Beieren geboren en emigreerde in 1966 naar Groot-Brittannië, waar hij professor in de Europese literatuur werd. Naar eigen zeggen was hij ontevreden op de manier waarop de Tweede Wereldoorlog in de eerste twintig jaar na de oorlog werd verwerkt en gethematiseerd. Zijn eigen vader was soldaat in Polen geweest, maar de familie zweeg daarover als het graf. In zijn eerdere romans voerde Sebald rusteloze personen op die met hun benarde herinneringen worstelen. In ”Austerlitz” wordt pas gaandeweg duidelijk wat er met de hoofdpersoon aan de hand is.
 
De roman roept veel vragen op. Is het wel een roman? De naamloze verteller presenteert zijn opmerkingen als een verhaal. Maar het boek heeft een hybride vorm. Het is een mengelmoes van reisgids, memoires en geschiedschrijving. De door het boek gestrooide foto’s en plaatjes suggereren een plakboek. Maar wie zijn de mensen op de plaatjes? Willekeurige personen? Horen ze bij het verhaal? De grofkorrelige zwartwitfoto’s roepen een nostalgische en weemoedige sfeer op. Maar de weemoed heeft een kartelrandje. Een gevoel van beklemming bekruipt je, eenzelfde soort gevoel dat oude Polygoon-journaals kunnen opwekken wanneer er beelden voorbijkomen van reeds lang geleden vernietigde steden en gebouwen.
 
Joodse vluchteling
Sebalds naamloze verteller beschrijft het levensverhaal van een merkwaardige man, Jacques Austerlitz. Austerlitz is een professor in de architectuur- en cultuurgeschiedenis en woont in Engeland. Maar hij kan niet aarden en zwerft regelmatig eenzaam door Europa. Af en toe ontmoet hij de verteller. Die krijgt te horen dat zijn raadselachtige gesprekspartner pas op latere leeftijd ontdekte dat hij een Joodse vluchteling uit het Duitse Rijk was. De pastorie in Wales waarin hij opgroeide, was zijn thuis niet. Hij is als kind beroofd van zijn vaderland, taal en naam en kwam op vierenhalfjarige leeftijd naar Groot-Brittannië. Langzaam hervindt hij zijn herinnering. Hij onderneemt een zoektocht om de resterende gegevens over zijn familiegeschiedenis boven tafel te krijgen en een nieuwe identiteit te vinden.
 
De roman is zodanig opgebouwd dat de onbekende verteller op cruciale momenten Austerlitz tijdens zijn zoektocht tegen het lijf loopt. De eerste keer ontmoeten ze elkaar onder de immense koepel in de ”Salle des pas perdus” (!) van het Antwerpse Centraal Station. Hun gemeenschappelijke liefde is de architectuurgeschiedenis. Vervolgens ontrafelt de verteller in een dertig jaar durend gesprek Austerlitz’ geschiedenis. Die geschiedenis blijken de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging te zijn. De plaats van de handeling is het Duitse Rijk. Dat heeft Austerlitz altijd verdrongen: „Duitsland was dus, zei Austerlitz, voor mij het meest onbekende land ter wereld, nog vreemder dan Afghanistan of Paraguay.”
 
Verdrongen trauma’s
Op dit punt aangekomen krijgt de lezer een aha-erlebnis. De bespiegelingen over de wereldgeschiedenis en architectuur van zomaar een vreemdeling blijken uit te lopen op een holocaustroman. Het stramien is bekend. Een kind van Joodse ouders ontdekt dat, hoe en waar zijn familie om het leven is gekomen. De voorspelbaarheid van het verhaal dat volgt levert in eerste instantie een lichte teleurstelling op. Austerlitz ontdekt dat hij in Praag geboren is. Zijn oude kindermeisje woont nog in de woning van zijn jeugd. Samen reconstrueren ze het lot van zijn ouders: zijn moeder is omgekomen in Theresienstadt, de sporen van zijn vader voeren naar Parijs.
 
Sebald zet de lezer echter op het verkeerde been. Het vervolg van de roman levert geen standaardholocaustroman op, maar het verslag van een schijnbaar aangepaste vluchteling die geconfronteerd wordt met verdrongen trauma’s. De gekwelde Austerlitz probeert herinneringen en feiten uit geschiedenisboeken met elkaar te verbinden om zijn jeugd te reconstrueren. Die pogingen worden monologen die Austerlitz tegen de verteller afsteekt. Zijn verteldrang blijkt voor hem van levensbelang te zijn. Zijn geschiedenis krijgt immers pas in het narratieve vorm. Elk woord heeft een functie en een gewicht. De zinnen zijn lange aaneenschakelingen van meditatieve gedachten, associaties en hallucinaties. Een buffetjuffrouw wordt „de godin van de voorbije tijd”, vlinders doen hem aan de doodsstrijd en de vergankelijkheid denken. De vertaalster is er uitstekend in geslaagd die ”stream of consciousness” soepel in het Nederlands om te zetten.
 
Misleidend
Om zijn trauma’s te verwerken evoceert Austerlitz het verleden. Het verlies van zijn jeugd en de wanhopige pogingen tot de herinnering daaraan zijn de voortzetting van de holocaust in het heden, zo maakt Sebald de lezer duidelijk. Maar de coherentie en de zingeving die Austerlitz in die beelden aan probeert te brengen, is misleidend. De verteller vindt Austerlitz terug in een vrijwel lege woning. Daar brengt de eeuwige emigrant zijn tijd door met het ordenen van versleten foto’s. Hij is nog steeds bezig met het zoeken naar zijn vader. De verteller deelt ons het einde van die speurtocht niet meer mee. Austerlitz en de verteller verdwijnen uit het beeld.

Gepost op

Film ontdekt over Putten in WO II

Volgens het Nationaal Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) zijn dergelijke beelden zeldzaam.
 
De lengte van de film is ongeveer twintig minuten. Op de film is te zien hoe Duitse tanks aan het begin van de oorlog Putten binnenrijden. „Verder veel familiebeelden, zoals kinderen die wipwappen met lege bommen en bijvoorbeeld familieleden die schapen voeren”, zegt R. van den Berg, bestuurslid van de Stichting Oktober 44. Ook zijn vluchtende Duitse soldaten, gevolgd door de intocht van de bevrijders, gefilmd.
 
Volgens historicus E. Somers van het NIOD duiken af en toe filmbeelden uit de oorlogstijd op. Vooral van de bevrijding zijn wel bewegende beelden bekend. „Jammer genoeg ontbreken vaak beelden van het alledaagse leven uit die tijd. Dat kan ook liggen aan het feit dat in de oorlog vanaf september 1944 in Nederland fotografie verboden werd. Dat was omdat het land toen als frontgebied werd gezien.”
 
De stichting overlegt met de familie om de hele film vrij te geven. De stichting zet zich in om de gebeurtenissen in Putten gedurende de bezettingsjaren voor het nageslacht te behouden. De makers van de filmbeelden zijn inmiddels overleden.

Gepost op

Oorlogsveteranen krijgen borrelplek in Amsterdam

Veteranenorganisaties van de verschillende defensieonderdelen bestaan al, maar die hebben onderling weinig contact. „Nu kunnen oude maten elkaar weer zien en oorlogservaringen uitwisselen", aldus initiatiefnemer en Nieuw–Guineaveteraan W. Janssen. „Thuis konden ze hun verhaal niet kwijt, daar was weinig begrip voor."

De „praatclub" komt twee keer per maand bij elkaar in Karpershoek, met 1606 als oprichtingsjaar het oudste caf? van Amsterdam. Indië–gangers vertoefden hier al in de dertiger jaren om liederen te zingen over hun tijd in de toenmalige kolonie.

Ook veteranen van recente vredesmissies in bijvoorbeeld Bosnië of Afghanistan zijn welkom. Ongeveer driekwart van de veteranen zal uit oud–marinemensen bestaan, verwacht Janssen.

Een ontmoetingsplek voor oud–militairen is niet nieuw in Nederland. Er zijn al veteranencaf?s in onder meer Delft en Hilversum.

Gepost op

Museum voor Titus Brandsma geopend

De Friese karmeliet Titus Brandsma, geboren in Oegeklooster bij Bolsward, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog in concentratiekamp Dachau vermoord wegens zijn antinazistische houding.

Tijdens de opening werden twee nieuwe relieken van Titus Brandsma getoond. Het gaat om de hoed waarin hij in Kleef de kladversie van zijn rekest om vrijlating verborgen zou hebben, en een door de pater vervaardigde Christusfiguur aan een kruis.

Het museum, dat vorig jaar op Hemelvaartsdag al werd opengesteld voor bezoekers, wil de inspiratie van Titus Brandsma overdragen op een breed publiek. „Heiligen zijn er niet enkel om te bewonderen”, zei Chalmers. „Titus Brandsma is aan ons gegeven als een voorbeeld hoe wij voortdurend Christus moeten volgen, zelfs in de meest moeilijke omstandigheden. Hij gaf er de voorkeur aan zijn leven te verliezen, liever dan het te redden ten koste van zijn geweten.”

Commissaris van de Koningin E. Nijpels benadrukte in een toespraak het maatschappelijk engagement van Titus Brandsma. De pater was onder meer oprichter van het Roomsk Frysk Bn, een vereniging van katholieke Friezen, die bijdroeg aan de emancipatie van de rooms-katholieken in de provincie. Ook maakte hij zich sterk voor onderwijs in het Fries en was hij een van de oprichters van de Fryske Akademy. „Frysln is grote dank verschuldigd aan professor Titus Brandsma als een van de grote zonen van Frysln die trouw gebleven zijn aan zichzelf en aan de Friese taal en cultuur”, aldus Nijpels.
 
Titus Brandsma werd in 1881 geboren op een boerderij in Oegeklooster, een gehucht bij Bolsward. Hij was onder meer hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Zijn strijd voor de persvrijheid in nazi-tijd leidde uiteindelijk tot zijn wegvoering. Als kerkelijk adviseur van de rooms-katholieke journalistenvereniging droeg hij actief het standpunt uit dat kranten NSB-propaganda moesten weigeren. In 1942 werd hij gearresteerd en naar Dachau getransporteerd. Paus Johannes Paulus II verklaarde hem in 1985 zalig. In Nederland wordt al een paar jaar gespeculeerd over een ophanden zijnde heiligverklaring, maar die bleef tot nu toe uit.

Gepost op

Eenvijfde Britten hoeft geen Joodse premier

LONDEN (AP) – Bijna 20 procent van de Britten wil liever geen Jood als premier en 15 procent denkt dat de omvang van de holocaust wordt overdreven.

Dat blijkt uit een opiniepeiling die is uitgevoerd in opdracht van het weekblad Jewish Chronicle. Minister van Binnenlandse Zaken David Blunkett noemde de uitkomst van de peiling gisteren verontrustend.

Als de Conservatieven de eerstvolgende verkiezingen winnen krijgt Groot-Brittannië in de persoon van partijleider Michael Howard een Joodse premier. Het land heeft ??n keer eerder een Joodse premier gehad: Benjamin Disraeli. Hij was premier in de jaren ’70 van de 19e eeuw.

Voor de opiniepeiling werden 1007 volwassen Britten ondervraagd. Ze moesten zeggen of ze het ermee eens waren dat een Joodse premier net zo acceptabel zou zijn als een premier met een ander geloof.

De laatste vraag in het onderzoek betrof de vraag in hoeverre de omvang van de Jodenvervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt overdreven. Een op de zeven Britten is van mening dat dat het geval is; 70 procent van de ondervraagden is van het tegendeel overtuigd.

„Dit betekent dat mensen bereid zijn niet alleen de harde bewijzen te negeren, maar ook de overweldigende emotie die met dit onderwerp is verbonden. Zij brengen zichzelf op een dwaalspoor door te geloven dat de nazi’s niet zijn wat we weten dat ze zijn. Dat is heel deprimerend”, aldus minister Blunkett.

Desondanks toont het onderzoek volgens Joodse wetenschappers aan dat antisemitisme in Groot-Brittannië minder sterk aanwezig is dan bijvoorbeeld in de Verenigde Staten en Europa.