Gepost op

NIOD gelooft niet in brief prins aan Hitler

Somers reageert op de commotie over de gisteren verschenen biografie over dubbelspionne Leonie Brandt-Pütz, geschreven door historicus Gerard Aalders. In het boek Leonie – Het intrigerende leven van een Nederlandse dubbelspionne staat dat de 92-jarige prins in april 1942 een brief aan Hitler zou hebben geschreven met vredesvoorstellen en met suggesties over zijn latere rol in Nederland.

Via de Rijksvoorlichtingsdienst liet Prins Bernhard gisteren weten ‘met nadruk en bij herhaling’ te hebben verklaard dat hij een dergelijke brief nooit geschreven heeft. Hij vindt het ‘erg vervelend en beschadigend’ dat steeds opnieuw gewag wordt gemaakt van ‘een niet bestaande brief’.

Bij het NIOD, waar Aalders zelf als onderzoeker werkt, wordt dus sterk aan het bestaan van zo’n brief getwijfeld. ,,Gerard Aalders heeft zijn boek geschreven vanuit een persoonlijke fascinatie voor Leonie Pütz”, aldus het NIOD. Ooit zei Aalders dat deze Nederlandse vrouw een dubbelspionne was, waarbij de begin vorige eeuw geëxecuteerde Mata Hari ‘verbleekt’.

Leonie Brandt-Pütz (1901-1978) was een vrouw die contact had tot in de hoogste kringen. Ze werkte tijdens de oorlog voor de Nederlandse geheime dienst maar ook voor de Duitsers. Na de Tweede Wereldoorlog ging ze aan de slag bij de voorloper van de huidige AIVD en overleed onder mysterieuze omstandigheden in Amsterdam. Ze was de moeder van Loek Kessels, die landelijke bekendheid genoot als ‘Lieve Mona’ uit de gelijknamige problemenrubriek in het roddelblad Story.

Direct na de Tweede Wereldoorlog zou dubbelspionne Pütz gezegd hebben dat prins Bernhard een brief aan Hitler had geschreven. Direct daarop ging het gerucht een eigen leven leiden, zegt Erik Somers van het NIOD. ,,Omd?t Pütz sprak over de brief, moest deze in de biografie worden vermeld.”

Niet voor het eerst en waarschijnlijk ook niet voor het laatst. ,,Met grote regelmaat komt de brief terug. In 1977 berichtte Wim Klinkenberg over het schrijven, in 1995 waren het Elsevier, het Algemeen Dagblad en de Volkskrant, en nog maar een jaar geleden noemde thrillerauteur Tomas Ross de brief in zijn boek Omwille van de troon. Bij de publicatie van die roman zei Ross dat de brief in het bezit is van de Britse geheime dienst. De prins zou de brief op 24 april 1942 in de Verenigde Staten hebben geschreven en via zijn moeder prinses Armgard en Heinrich Himmler naar Hitler hebben gesmokkeld.

Het NIOD is volgens Somers geneigd dit een hardnekkige mythe te noemen. ,,Of de prins moet een geweldige black-out hebben gehad. Want Bernhard was geliefd bij de Amerikanen en de Engelsen. De Verenigde Staten hadden zich in de oorlog gemengd. Zou hij dan werkelijk zo opzichtig op het verkeerde paard gewed hebben? Als hij dat al zou hebben gedaan, dan toch niet via een brief? Want je weet nooit in wiens handen zo’n brief kan vallen.”

Bron: Nederlands Dagblad

Gepost op

Verzetsman brengt Joden om

Op 24 mei 1943 heeft hij in zijn Amsterdamse woning de Joodse onderduiker Walter Oettinger om het leven gebracht. Ruim een jaar later, op 15 juni 1944, werd hij wegens doodslag veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf. Na de oorlog, op 17 januari 1946, is hem de toen nog resterende straf kwijtgescholden.

Hoewel eraan werd getwijfeld of dat de doodslag wel een verzetsactiviteit was, heeft Louis van Gasteren dit, onder andere in een televisie-interview, altijd staande gehouden: Oettinger zou een levensbedreiging voor hem en anderen hebben gevormd. Hij heeft zich echter nooit definitief van alle blaam kunnen zuiveren. Wel lukte het hem publieke beschuldigingen in zijn richting af te weren. Daarbij kreeg hij de Hoge Raad aan zijn zijde. Nu heeft de Amsterdamse rechtbank echter uitgesproken dat er ,,geen overtuigend bewijs” voorhanden is, dat de doodslag op Oettinger een verzetsdaad betreft.

Daarmee kun je nog niet zeggen, zoals Het Parool deze week kopte, dat Van Gasteren dus ‘geen verzetsheld’ was. Wel mag zijn claim dat de doodslag een verzetsactiviteit was, weer in twijfel worden getrokken. En daarmee heeft de vrijheid van meningsuiting gewonnen.

Het was uitgerekend columniste en enfant terrible Pamela Hemelrijk die de zaak weer aan het rollen bracht. Op 6 oktober 1998 leverde zij onder de beeldende titel ‘Verzetsheld aan mijn hoela’ een column in bij haar werkgever, het Algemeen Dagblad. De krant zag af van publicatie na protest van de zijde van Van Gasteren. Op de achtergrond stond een rechterlijke uitspraak tegen Het Parool, bekrachtigd door de Hoge Raad. Deze krant was gedwongen tot een fikse schadevergoeding aan Van Gasteren. Aanleiding waren artikelen van Bart Middelburg in februari 1990, waarin Van Gasteren werd beschuldigd van roofmoord.

Pamela Hemelrijk begon op de voor haar karakteristieke wijze te koken. Van Gasteren mocht zich in de media etaleren als verzetsman. Zij kon daarentegen vanwege dreigende juridische uitspraken zijn verleden niet meer oprakelen, ook al meende ze daar goede argumenten voor te hebben. In een bijtende open brief aan de Hoge Raad maakte ze haar ongenoegen kenbaar. Ze uitte onverbloemd haar twijfels over Van Gasterens lezing van de gebeurtenissen. Van Gasteren klaagde haar daarop aan. Tevergeefs naar nu gebleken is. De rechtbank in Amsterdam heeft zijn vorderingen afgewezen.

Uiteraard is het heel vervelend voor de cineast om telkens weer lastig gevallen te worden over een gebeurtenis uit een ver verleden. De rechtbank erkent ook dat Pamela Hemelrijk – wie zou haar bij tijd en wijle niet de mond willen snoeren – inbreuk gemaakt heeft op zijn privacy en reputatie. Maar de rechtbank vindt dat een andere belang moeten prevaleren, namelijk dat van de vrijheid van meningsuiting. Daarbij is ook gelet op de gevoeligheid van het onderwerp: ,,Het ombrengen van een joodse onderduiker tijdens de tweede wereldoorlog in een televisie-interview presenteren als een verzetsdaad ligt voor nabestaanden van het slachtoffer, slachtoffers van jodenvervolging en deelnemers aan het verzet evident gevoelig”, signaleert de rechtbank.

Ten diepste zit daar de angel niet. Vaker heeft iemand op televisie uitgelegd waarom Joodse onderduikers door (gereformeerde) verzetsmensen zijn omgebracht. Hoeveel vragen dat ook opriep, het werd geen rel noch een slepende kwestie. Van Gasteren, als cineast een publiek figuur, zit met het probleem dat zijn lezing van de doodslag op Walter Oettinger niet boven alle twijfel verheven is. En dan moet het mogelijk zijn daar publiekelijk over te debatteren.

Bron: Nederlands Dagblad

Gepost op

Canadezen herdenken slachtoffers wereldoorlogen

Dit is de jaarlijkse dag waarop Canada en Groot-Brittannië de gevallenen in beide oorlogen herdenken. De herdenking in Groesbeek werd vooral bijgewoond door Canadese militairen die in Duitsland zijn gelegerd. In Groesbeek liggen meer dan 2600 Canadese soldaten die tijdens de Tweede Wereloorlog sneuvelden begraven. Tijdens de ceremonie werden kransen gelegd namens de Canadese regering en de strijdkrachten van het Noord-Amerikaanse land.

Remembrance Day staat ook wel bekend als Poppy Day. Het woord poppy is Engels voor klaproos. De bloem die uitbundig bloeide op de Franse slagvelden in de Eerste Wereldoorlog is het symbool van Remembrance Day. De herdenkingsdag wordt traditioneel rond elf november gehouden. Op die datum werd in 1918 de wapenstilstand getekend die een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog.

Gepost op

Haagse CDA-fractie wil Atlantikwallmuseum

Het CDA wil de kazematten laten renoveren, zodat delen ervan voor het publiek toegankelijk worden. De kosten hiervoor bedragen naar schatting 370.000 euro.

De ‘Atlantikwall’ werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gebouwd en bestond uit een verzameling bunkers, geschutsopstellingen, obstakels en andere verdedigingswerken die zich langs de Atlantische kust uitstrekte van Noorwegen tot Zuid-Frankrijk. Doel was een mogelijke geallieerde invasie af te slaan.

Ook bij Scheveningen kwam een omvangrijk complex van bunkers en gangenstelsels. Den Haag was het Duitse bestuurlijke centrum van Nederland en goede bescherming krijgen.

Volgens het CDA kan het Atlantikwallmuseum bijdragen aan de toegankelijkheid van de geschiedenis van Den Haag. Het Atlantikwallmuseum krijgt dan ook meerdere functies. Het is de bedoeling dat burgers door het museum meer geïnteresseerd raken in de Tweede Wereldoorlog. Ook moet het bijdragen aan de internationale signatuur van Den Haag. De stad huisvest het Internationaal Strafhof en andere internationale instellingen op het gebied van recht en vrede.

Het museum zou volgens Lont ook onderdeel van de integratiecursus moeten gaan vormen, gezien de grote instroom van migranten in Den Haag. Daarnaast kan het museum programma’s maken voor basisscholen. Het museum moet in het voorjaar van 2006 klaar zijn. Er komt als het aan het CDA ligt ook een vaste expositie over Den Haag in de Tweede Wereldoorlog. De talloze vleermuizen die momenteel de bunkers bewonen kunnen wellicht verhuizen naar andere bunkers of naar speciale vleermuizengrotten.

Bron: Nederlands Dagblad

Gepost op

Herdenking van stadhuisramp

In de Open Hof in Heusden draagt John Leddy om 19.30 uur een gedicht voor, gevolgd door een toespraak van burgemeester H. Willems. Leerlingen van groep 8 van de Johannes Paulusschool dragen daarna de adoptiesteen over aan de leerlingen van groep 7.

Stille tocht
Om 19.45 uur luiden de klokken en start de stille tocht naar het stadhuis. Daar houdt Willems een korte toespraak waarna er gelegenheid is voor de kranslegging. Om 20.00 uur worden twee minuten stilte in acht genomen, waarna hoornblazers The Last Post spelen. Het Heusdens Mannenkoor en het publiek sluiten de plechtigheid af met het zingen van het Wilhelmus.

bron brabants dagblad

Gepost op

F E E S T !: Hoe elf landen hun vrijheid en onafhankelijkheid vieren

Veertien kunstenaars hebben in het museum prachtige decors gebouwd. De zaal is omgetoverd tot een stad compleet met een plein, kiosk, billboard en draaimolen. In deze sfeervolle en kleurrijke `stad van de wereld` worden elf nationale feestdagen in beeld gebracht. Nederland viert op de nationale feestdag het einde van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een heel andere feestdag is die van Turkije. In 1922 werd Turkije onder leiding van Atatürk, na veel oorlogen, eindelijk weer ??n groot land. Atatürk riep 23 april uit tot nationale Dag van het Kind, want, zo zei Atatürk: "Het kind van vandaag is morgen de bestuurder van het land." Sindsdien krijgen kinderen op die dag de kans om eens z?lf een ambtenaar te zijn, een nieuwslezer bij een Tv-omroep, een bestuurder van ??n van de provincies, een minister of zelfs de president. Anjers zijn het symbool van de nationale feestdag in Portugal. Tijdens de geweldloze coup op 25 april 1974 droegen de militairen anjers in de loop van hun geweer. De republiek Ghana werd op 6 maart 1957 als eerste Afrikaanse kolonie een zelfstandige staat. Deze onafhankelijkheid van het Verenigd Koninkrijk vieren de Ghanezen jaarlijks op 6 maart. In de expositie krijgen, naast vieringen uit de genoemde landen, feesten uit Cuba, Hongarije, Indonesië, Marokko, Peru, Suriname en de Verenigde Staten een sfeervolle en kleurrijke plaats.

De tentoonstelling FEEST! is vormgegeven door de beeldend kunstenaars Astrid van den Brink, Ageethe Groenendaal, Barbara Hardmeier, Natascha Hesse, Susette Huwae, Koos Jansen, Eva Klee, Julio Cesar Moreno Robles, Merel Nip, Ulla Schirmbeck, Beldan Sezen, Petulia van Tiggelen, Marloes Wagemaker en Norbert Wille. FEEST! is een productie van het Verzetsmuseum Amsterdam, mede mogelijk gemaakt dankzij financiële steun van VSB Fonds, Prins Bernhard Cultuurfonds, Kunstenaars&CO, Ministerie van VWS, SNS Reaal Fonds, Provincie Noord-Holland, het Ministerie van Justitie en de NCDO.

FEEST! hoe elf landen hun vrijheid en onafhankelijkheid vieren

15 december 2003 t/m 4 april 2004
Verzetsmuseum Amsterdam
Plantage Kerklaan 61
1018 CX Amsterdam
www.verzetsmuseum.org

Gepost op

?Veel Polen dachten dat geschiedenis geen rol meer speelde?

De montagefoto op het voorlaatste nummer van Wprost (Direct) laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Gestoken in een SS-uniform is een stralend lachende Erika Steinbach, voorzitter van de Duitse Bund der Vertriebenen (BdV), aan het paardrijden op de rug van een verbeten kijkende Gerhard Schröder, de Duitse bondskanselier. Onder de foto prijkt de tekst: „Het Duitse paard van Troje.” Links van de foto staat de vermelding: „De Duitsers zijn de Polen 1 biljoen dollar voor de Tweede Wereldoorlog schuldig.”
 
Hoewel de Poolse premier Miller -tegenstander van het omstreden centrum- de foto „smakeloos” noemde en Schröder -die het standpunt van zijn collega deelt- de afbeelding afdeed als „meer dan onappetijtelijk”, verdedigde de adjunct-hoofdredacteur van het Poolse blad, Piotr Gabryel, zich met de mededeling, dat „onze titelfoto slechts een symbool is voor wat mevrouw Steinbach ons de afgelopen maanden heeft aangedaan.” Steinbach is als „een demon uit dit verschrikkelijke verleden” en de reden waarom „de vriendschap tussen Polen en Duitsers, die in de afgelopen jaren is ontstaan, in een puinhoop zou kunnen eindigen.”
 
Veel Polen zullen stilletjes -of hardop- hebben genoten van de foto op Wprost. De voorzitter van de BdV (de bond die de belangen behartigt van de Duitsers die na de oorlog uit Midden- en Oost-Europa werden verdreven naar het kleiner geworden Duitsland) is in Polen niet bepaald populair. Vorige week was ze in de Poolse hoofdstad om begrip te vragen voor het idee van een herdenkingscentrum. Die kreeg ze niet. Verontwaardiging en afkeuring waren haar deel. Meerdere keren werd ze aangesproken op het feit, dat ze bij haar geboorte in 1943 in de buurt van Gdansk (Danzig) niet het kind was van een daar wonende Duitser, maar van een bezettingssoldaat.
 
Het gekrakeel tussen Berlijn en Warschau komt voor velen als een volslagen verrassing. Na de ondergang van het communisme in Europa erkende zowel Duitsland als Polen de rivieren de Oder en de Neiße als hun definitieve, onderlinge grens. De toenmalige premiers Helmut Kohl en Tadeusz Mazowiecki sloten bovendien een vriendschapsverdrag en alle kou uit het verleden leek voorgoed uit de lucht.
 
Voor ingewijden komt de ruzie echter niet onverwachts, zegt Marek A. Cichocki van het Centrum voor Internationale Betrekkingen in Warschau. „De voortekenen van de huidige discussie waren al zichtbaar in 1998. Toen nam de Duitse Bondsdag -op aandringen van de christen-democratische CDU/CSU- een verklaring aan, waarin werd gesteld dat Polen meer moeite moest doen, om de Duitse ”Vertriebenen” bij de Duits-Poolse dialoog te betrekken. Die oproep stuitte in Polen op negatieve reacties. Vrij duidelijk was toen al dat hier een potentieel conflict lag.”
 
Cichocki is van mening dat er sindsdien te weinig is gedaan om een conflict zoals dat zich nu voordoet te voorkomen. „De verzoening tussen beide landen bleef te oppervlakkig. Het was een aangelegenheid van de culturele elite. In crisissituaties beschikken Polen en Duitsland echter niet over mechanismen die meningsverschillen snel uit de wereld kunnen helpen. Zulke structuren bestaan al wel tientallen jaren tussen Duitsland en Frankrijk.”
 
Vooral jongeren reageren heftig als het om de verhouding tussen Polen en Duitsers gaat, weet de deskundige van het Warschauer instituut. Oorzaak is volgens hem dat Polen zich na 1998 vooral heeft geconcentreerd op politieke en economische veranderingen en niet heeft nagedacht over de Poolse identiteit na het communisme. „Veel Polen dachten dat geschiedenis in de moderne politiek en het huidige Europa geen rol meer speelde. Het recente optreden van Erika Steinbach hielden ze niet meer voor mogelijk. Steinbach heeft echter het tegendeel aangetoond en laten zien dat de geschiedenis nog steeds kan worden gebruikt als een politiek instrument.”
 
Duitsland en andere landen moeten begrip kunnen opbrengen voor de Poolse gevoelens, vindt Cichocki. „De relatie tussen Duitsland en Polen is asymmetrisch. Duitsland moet daarom voorzichtig zijn met gevoelige thema’s. Dat geldt trouwens ook voor Polen en Litouwen. Het verschil in omvang tussen beide landen verklaart een zekere overdrijving in de Poolse reactie.”
 
Begrip heeft de Pool ook voor het standpunt van de Vertriebenen. „Niemand in Polen ontzegt de Duitsers het recht om over hun eigen lijden te spreken. Maar dat moet wel voorzichtig gebeuren. Je kunt niet zomaar een fragment uit de geschiedenis halen en dat vervolgens centraal stellen. In de discussie tussen Steinbach en Poolse vertegenwoordigers zei iemand: „In Polen zou niemand tegen een herdenkingscentrum zijn onder het motto ”Duitsers hebben andere Duitsers dit leed aangedaan”.”
 
Als de Duitsers willen nadenken over hun eigen leed in de oorlog, moeten ze dus ook het gesprek aangaan met Russen, Amerikanen en Engelsen, vervolgt Cichocki. „Nu hebben de Duitsers de weg van de minste weerstand gekozen. De reactie van Polen en Tsjechië kunnen ze gemakkelijk afdoen als overdreven.”
 
Om uit de huidige impasse te geraken, zou Cichocki graag zien dat Steinbach en de BdV zich uit de discussie zouden terugtrekken. „Zo ontstaat ruimte voor een nieuw gesprek tussen Polen en Duitsland. Het kan niet zo zijn, dat de BdV de volledige verantwoordelijkheid draagt voor dit thema.” Cichocki sluit overigens niet uit, dat de bond in een later stadium alsnog kan aanhaken.
 
Tegelijkertijd moeten alle betrokken partijen eens „heftig discussiëren” over de vraag hoe men kan „reflecteren” op de gemeenschappelijke geschiedenis van de 20e eeuw en daaruit lessen kan trekken voor de komende generaties. De kwestie van de ”Vertriebenen” mag geen nationale aangelegenheid zijn. Het idee om dat gesprek te voeren onder de vlag van de Raad van Europa, moet daarom serieus worden overwogen, aldus Cichocki.
 
De deskundige op het gebied van de Pools-Duitse betrekkingen denkt dat de huidige strubbelingen tussen Berlijn en Warschau niet zullen leiden tot een diepgaand conflict zoals recentelijk tussen Duitsland en Tsjechië. „Polen heeft ten eerste geen Benes-decreten (die in het toenmalige Tsjechoslowakije de juridische basis vormden voor de verdrijving van de Sudeten-Duitsers, DT). Verder is de morele achtergrond van de Poolse positie tegenover de Duitsers veel sterker, aangezien Polen in de oorlog zeer zwaar is getroffen. Ten slotte is Tsjechië veel kleiner, waardoor het meer geneigd is grote landen te vrezen. Polen staat daarentegen veel zelfbewuster tegenover de Duitsers.”
 
Het zal voor Polen dan ook veel eenvoudiger zijn om met Duitsland tot overeenstemming te komen, denkt Cichocki. Bovendien ligt er op Polen en Duitsland de nodige druk om snel tot een vergelijk te komen. „Beide landen hebben in de Europese Unie nog een aantal gezamenlijke problemen op te lossen, bijvoorbeeld op het gebied van landbouw, migratie en veiligheid. Berlijn en Warschau zullen snel een oplossing willen voor het conflict rond het Centrum voor Verdrijvingen, om zich vervolgens te kunnen wijden aan de werkelijke problemen.”

Gepost op

Airborneveteranen voor het eerst over Rijnbrug Arnhem

De stichting Airborne Herdenkingen is al druk bezig met de organisatie van de zestigste herdenking volgend jaar. Het gezamenlijk oversteken van de brug zal voor veel van de honderden veteranen die de organisatie verwacht een historisch hoogtepunt zijn, zei stichtingsvoorzitter M. van Pelt woensdagmorgen. De Rijnbrug is na de Tweede Wereldoorlog vernoemd naar de Britse overste John Frost, die de luchtlandingen in 1944 leidde.
 
Woensdag is de 59ste herdenking in Oosterbeek gestart met een kranslegging bij het Airborne Monument. De komende dagen zijn er tal van herdenkingen in de regio Arnhem. Hoogtepunten zijn de dropping op de Ginkelse Hei zaterdag en de herdenkingsplechtigheid op de Airborne Begraafplaats in Oosterbeek zondag. Van de 10.000 manschappen die in 1944 werden ingezet voor de grootste luchtlandingsoperatie uit de geschiedenis keerden er maar 2400 ongedeerd terug.
 
Dit jaar nemen tweehonderd veteranen deel aan de herdenkingen. De organisatie verwacht volgend jaar tussen de vijfhonderd en 750 oudstrijders uit alle delen van de wereld. De herdenking bevat dan een extra jubileumdag. De John Frostbrug, die wordt gerenoveerd, wordt dan officieel heropend. De brug krijgt de officiële Airbornekleuren en vormt daarmee een nieuw herdenkingsmonument.
 
Op de jubileumdag verzorgen 12.000 leerlingen uit de bovenbouw van alle basisscholen uit de regio Arnhem een programma voor de veteranen in Gelredome in Arnhem. De organisatie en begeleiding van dat programma is in handen van studenten van de HEAO en de PABO uit Arnhem en de Hogeschool voor Educatie uit Ede. De studenten gebruiken hun activiteiten komend jaar als afstudeerproject. Voor de jubileumdag in 2004 zijn staatshoofden uit alle betrokken landen uitgenodigd, maar de stichting heeft volgens Van Pelt nog geen toezeggingen gehad.

Gepost op

Yad Vashem, vijftig jaar lang herdenken, onderzoeken en documenteren

Yad Vashem kreeg de opdracht de Holocaust te herdenken, te onderzoeken en te documenteren. De memorial is inmiddels uitgespreid over ruim achttien hectare, op de Berg van Herinnering in Jeruzalem. Avner Shalev, een voormalig generaal in het Israëlische leger, is voorzitter van het directoraat van Yad Vashem. Hij noemt zijn instituut uiterst belangrijk in de strijd tegen antisemitisme en Holocaust-ontkenning. Na vijftig jaar is Yad Vashem volop in beweging. ,,Er is sprake van een paradox. Wat de tijd betreft, raken we verder van de Holocaust verwijderd. Maar we voelen dat de belangstelling voor de Holocaust bij de gewone mensen groeit. In veel landen in Oost-Europa komt de interesse nu op gang. Leerkrachten en jongeren lezen over de Holocaust. Ze stellen vragen en eisen dat de studieboeken veranderen. Toen in Oostenrijk Jorg Haider aan de macht kwam, drongen vele jongeren aan op studie van de Holocaust. Een jaar nadat Haider werd gekozen, kwamen hier drie groepen leerkrachten per jaar voor een seminar, dat twee tot drie weken duurde.” Miljoenen mensen hebben Yad Vashem bezocht sinds het museum de poorten opende in 1958. Mensen begrijpen dat de Holocaust ingrijpend is geweest in de wereldgeschiedenis. Toeristen willen zich volgens Shalev niet alleen vermaken als ze in Israël zijn. Ze willen zich ook verdiepen in de achtergronden van het volk waarbij ze op bezoek zijn. ,,Aan het einde van 1993 kwamen we tot de conclusie dat we verandering nodig hadden. We wilden het laatste historische moment niet missen waarin we getuigenissen van overlevenden nog op videotape konden vastleggen. We willen die getuigenissen aan komende generaties doorgeven. Op deze wijze bestaat er enig direct contact met een andere persoon. We begrepen dat we een betere accommodatie nodig hadden. We hadden een nieuwe behuizing nodig voor de archieven en voor de bibliotheek. Het gigantische archief bevond zich in een kelder.” Het uitbreidingsplan kreeg de naam Yad Vashem 2001. Daartoe behoort een groot, nieuw museum, dat voldoet aan de moderne eisen voor musea. ,,Leerkrachten, sociologen en historici dachten dat de belangstelling voor de Holocaust verder zou groeien”, vertelt Shalev. ,,Het oude museum werd aan het einde van de jaren zestig gebouwd. Het aantal bezoekers was toen kleiner dan nu. Het museum was niet berekend op de grote aantallen bezoekers die later zouden komen. In 1993 bezochten een miljoen mensen Yad Vashem, maar in het jaar 2000 waren het er al 2,5 miljoen. ,,In de dertig jaar nadat het eerste museum is gebouwd, is onze kennis enorm toegenomen. We hebben nu meer voorwerpen, stemmen, gezichten en getuigenissen van overlevenden, die we in het museum kunnen integreren. We hebben ook meer ruimte nodig voor de zeer interessante collectie kunst uit de periode van de Holocaust. We willen ook een paviljoen bouwen voor tijdelijke exposities, die een bepaald aspect van de Shoah of bepaalde hedendaagse kunst belichten. Dan komt er en visueel centrum, waar mensen films en getuigenissen kunnen zien. Iedereen die komt en een bepaalde documentaire wil bekijken, kan dat ter plekke doen. Al deze elementen zullen in het nieuwe museumcomplex worden geïntegreerd. Verder komt er een centrum waar mensen kunnen zitten en na kunnen denken over wat ze gezien hebben. Ze kunnen naar de cafetaria gaan en relaxen. Iemand die meer wil weten kan in de boekwinkel terecht.” De kosten van de vernieuwing van Yad Vashem bedragen honderd miljoen dollar. Het museumcomplex alleen al kost vijftig miljoen dollar. De staat Israël betaalt een deel van het bedrag. Verder betaalt de Claimsconferentie (de Duitse herstelbetalingen) mee. Particulieren geven donaties voor de ontwikkeling van Yad Vashem. ,,Yad Vashem heeft de namen verzameld van 3,3 miljoen Joodse slachtoffers. De belangstelling voor de namen is zeer groot. De namen zitten op een vernuftige wijze in de computer. Het was veel werk, die namen in te voeren. En er was veel wijsheid voor nodig. Het is niet voldoende, zomaar een naam in de computer te zetten, want de variaties die bestaan in spelling zijn immens. Op vele plaatsen hadden Joden verschillende namen. Ze gebruikten een naam voor in de Joodse gemeenschap en een formele naam voor elders. In veel gebieden, vooral in centraal Europa, veranderden de grenzen verschillende keren. De namen werden aangepast aan de nieuwe taal. Een Hongaarse naam werd een Roemeense naam. Op het ogenblik ontwikkelen we een soort reusachtige thesaurus, waarin we de gegevens van elke naam met elkaar verbinden. Voor elke roep- en familienaam, hebben we honderd of tweehonderd variaties in spelling. ,,We zijn van plan de namen in de lente van 2004 – bij de volgende Holocaust-herdenkingsdag – op internet te zetten. Als de namen op internet staan, zal dat ons helpen nieuwe namen te vinden.