Gepost op

Oostenrijker geweerd bij herdenking

Een aantal nabestaanden had bij de organisatie van de herdenking fel geprotesteerd tegen de komst van de ambassadevertegenwoordiger. De Oostenrijkse ambassade liet weten begrip te hebben voor het protest en bleef weg bij de bijeenkomst in het Volkspark in Enschede.

De Oostenrijkse ambassade ontving een uitnodiging van het organisatiecomit?. Bij de razzia in 1941 werd een groot aantal Joodse mannen opgepakt en gedeporteerd naar concentratiekamp Mauthausen in Oostenrijk. Ze zijn daar allen vermoord. De organisatie noch de ambassade was donderdag bereikbaar voor commentaar.

Gepost op

Poolse bommenwerper bemanning krijgt na 59 jaar laatste rustplaats

Dit vliegtuig nam in de nacht van 12 op 13 juni 1944 met 285 andere bommenwerpers deel aan een bombardement op onder meer Gelsenkirchen in het Duitse Roergebied. Van het Poolse 300 squadron namen drie vliegtuigen aan het bombardement deel. Deze Lancasters vertrokken omstreeks 23.20 vanaf de basis Faldingworth, Engeland.
Die nacht verloor het squadron negentien bemanningsleden en drie van haar toestellen.
Op de terugweg naar de veilige thuishaven werd de Lancaster DV 286 boven het IJsselmeer neergehaald door een Duits jachtvliegtuig.
Pilot/Officer Boguslaw Morski en Feliks Bladowski sprongen uit de brandende Lancaster. Het lichaam van Bladowski spoelde enkele dagen later aan in de buurt van Wijdenes, terwijl Morski uit het water werd gered door twee vissers.

Bladowski werd na de oorlog herbegraven op het Poolse Militair Ereveld in Breda.
Morski overleefde de oorlog.
De afgelopen jaar geborgen stoffelijke resten van de nog steeds vermiste bemanningsleden Franciszek Rembecki, Stanislaw Misturak, Jozef Isaak Feil, Wladyslaw Leppert en Jan Brokos hebben nu na 59 jaar hun laatste rustplaats gekregen.
 

De nu 86 jarige Luitenant-kolonel b.d. Boguslaw Morski (in het midden), tegenwoordig woonachtig in Amerika was afgelopen zaterdag aanwezig bij de indrukwekkende plechtigheid.
Onder de aanwezigen waren veertig Poolse veteranen,.alsmede een grote Poolse delegatie bestaande ondermeer uit het hoofd van het bureau van Oud-strijders, de Poolse ambassadeur J. Michalowski en een aalmoezenier van de Luchtmacht. Aanwezig waren ook Burgemeester Rutten van Breda, Burgemeester Leeuwe van Lelystad en leden van de stichting Aircraft Recovery Group 1940-1945.
Cadetten van de KMA vormden de erewacht.

 

Emeritus-Bisschop H.Ernst van Breda ging de H.Mis voor in de Martinuskerk in Prinsenhage, gemeente Breda voorafgaande aan de teraarde bestelling.

Met betrekking tot de berging van het vliegtuig verwijs ik naar een internet site te
weten: www.arg1940-1945.nl van de Atichting Aircraft Recovery group en de site www.geocities.com/skrzydla/  die gaat over de Poolse Air Force Units in WO II.

Kees van Ginneke
 

Gepost op

Berlijn verzoent zich met Praag en krijgt ruzie met Warschau

Afgelopen vrijdag bracht de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder een langverwacht bezoek aan de Tsjechische hoofdstad. Schröders komst betekende een „nieuw begin” in de Duits-Tsjechische relatie -zoals de krant Dnes het formuleerde- en het officiële einde van een ruzie, die 18 maanden heeft geduurd.
 
Begin vorig jaar barstte er een hevige polemiek los tussen de Tsjechische regering en de Sudeten-Duitsers. De van oorsprong uit Tsjechoslowakije afkomstige Duitsers -die na de Tweede Wereldoorlog wegens (vermeende) collaboratie met nazi-Duitsland massaal van hun geboortegrond in Bohemen en Moravië werden verdreven richting Duitsland- waren kwaad op Milos Zeman. Tijdens een interview had de toen zittende Tsjechische premier de Sudeten-Duitsers in de jaren voor de oorlog omschreven als „Hitlers vijfde colonne.”
 
In de commotie die daarop ontstond, besloot Schröder zijn bezoek aan Praag voor onbepaalde tijd uit te stellen. De sociaal-democraat wenste de zaak niet verder op de spits te drijven, noch tijdens de verkiezingscampagne in de flank te worden aangevallen door zijn grote rivaal Edmund Stoiber, de centrumrechtse CSU’er, die zich heeft opgeworpen als de grote pleitbezorger van de belangen van de Sudeten-Duitsers.
 
Dat Schröders bezoek uiteindelijk zo lang op zich liet wachten, had niet alleen te maken met de hardnekkige weigering van de politici in Tsjechië -waar ook parlementsverkiezingen plaatsvonden- om de Duitsers tegemoet te komen. Ook de Sudeten-Duitsers zelf stelden zich hard op. De afgelopen maanden hebben zij in het Europees Parlement een intensieve lobby gevoerd voor afschaffing van de Benes-decreten. Deze decreten, ondertekend door de toenmalige Tsjechische president Edvard Benes, vormden de juridische basis voor de onteigening en uitzetting van de Duitsers, en zijn nog altijd van kracht. Hoewel de Sudeten-Duitsers niet in hun opzet slaagden, had deze lobby wel tot gevolg dat het EU-toetredingsverdrag met Tsjechië in het Europese Parlement de minste steun kreeg in vergelijking met de andere toetredingskandidaten.
 
Afgelopen vrijdag zei Schröder in Praag vooruit te willen kijken. In de gesprekken met president Vaclav Klaus en premier Vladimir Spidla benadrukte de bondskanselier dat, wat „zo nu en dan tot misverstanden en verschillende opvattingen heeft geleid, nu eindelijk tot het verleden moet behoren.” Schröder sprak zijn waardering uit over de recente verzoenende woorden van Klaus en Spidla. De president van Tsjechië -die vorig jaar als parlementariër nog alles behalve een irenische indruk maakte- had in maart van dit jaar de verdrijving van de Sudeten-Duitsers „uit huidig oogpunt onaanvaardbaar” genoemd. Premier Spidla sprak eerder van een Tsjechische „morele verantwoording” voor de naoorlogse gebeurtenissen.
 
Deze uitspraken van Klaus en Spidla vormen samen met de Duits-Tsjechische vriendschapsverklaring uit 1997 een „goede basis om nu echt aan de toekomst te denken”, meende Schröder. Het verleden moet men niet verdringen, maar moet worden herinnerd zonder de toekomst te domineren of in de weg te staan, aldus de kanselier.
 
De vertegenwoordigers van de 75.000 slachtoffers van het nationaal-socialisme in Tsjechië leken dezelfde mening te zijn toegedaan. Zij overhandigden Schröder een bronzen medaille als dank voor zijn bijdrage aan de totstandkoming van een financiële vergoeding voor voormalige dwangarbeiders. Van de 5 miljard euro die de Bondsrepubliek aan de slachtoffers van het nazi-regime uitbetaalt, ontvangt Tsjechië ongeveer 216,5 miljoen. Schröder was „ontroerd” door dit gebaar. Na afloop verklaarde Spidla dat de Duits-Tsjechische betrekkingen nog nooit zo goed waren geweest.
 
Wat Schröder in Praag ook veel waardering oplevert, is zijn verzet tegen de bouw in Berlijn van een xxxx”Centrum tegen Verdrijvingen”. Het idee voor dit documentatiecentrum is afkomstig van de Duitse Bund der Vertriebene. Deze vereniging houdt de herinnering levend aan de 14 miljoen Duitsers die na de Tweede Wereldoorlog het Duitse grondgebied buiten de grenzen van de huidige Bondsrepubliek (in Centraal- en Oost-Europa) moesten ontvluchten. Hoewel het centrum officieel is bedoeld voor alle ontheemden die in de 20e eeuw werden gedwongen hun geboortegrond te verlaten, is wel duidelijk dat de zaak van de ”Heimatvertriebene” centraal komt te staan. Spidla heeft zich uitgesproken tegen de komst van dit centrum. „Als je zoiets doet, zou je dat beter kunnen doen in een land dat niet voorbelast is – bijvoorbeeld Zweden”, aldus de Tsjechische premier.
 
Niet alleen in Praag bestaat er weerstand tegen het plan van de Bund der Vertriebene. Uitgesproken negatieve reacties komen er vooral vanuit Polen. Ter gelegenheid van de 64e verjaardag van de Duitse inval in Polen (1 september 1939), riepen Poolse parlementariërs „parlementen van het oude continent en het Europese Parlement” ertoe op, „blijk te geven van een bijzonder respect voor de historische waarheid.”
 
De oproep kan in Polen rekenen op veel steun. Een dergelijk centrum, zei Bronislaw Geremek, historicus en oud-minister van Buitenlandse Zaken, „heeft als risico dat de verantwoordelijkheid voor de meest verschrikkelijke misdaden die door de Duitsers zijn gepleegd, verwatert” en „dat oude haat wordt aangewakkerd.”
 
De bekende Poolse intellectueel Adam Michnik, directeur van het dagblad Gazeta Wyborcza, liet zich in nog scherpere bewoordingen uit. Hij ziet in het centrum „een poging om de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog opnieuw te schrijven.” Die vrees deelt ook de Poolse premier Leszek Miller, voor wie „elk volk het recht heeft om zijn slachtoffers te eren, maar zonder de geschiedenis te vervalsen.”
 
Nu de strijdbijl met Praag lijkt te zijn begraven, dreigt Berlijn het flink aan de stok te krijgen met Warschau. En dat terwijl de Duitsers hun uitstekende relatie met Polen altijd aan de Tsjechen ten voorbeeld hebben gesteld! Een bezoek aan Warschau van CDU/CSU-parlementariërs, die het initiatief van de Bund steunen, kon de onrust in de Poolse hoofdstad vorige week niet wegnemen. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken, Joska Fischer, hoeft daarom niet over koetjes en kalfjes te praten als hij vrijdag en zaterdag te gast is in Polen.

Gepost op

Doorkijk in dissident denken

Dat is de rode draad in het boek ”Drie dissidente denkers: Bonhoeffer, Havel en Pleºu over vrijheid en verantwoordelijkheid” van dr. W. J. Lamfers. Deze hervormde predikant studeerde in de jaren zeventig in het Roemeense Sibiu en promoveerde in 1998 op een dissertatie over de gemeenschap in de theologie van Dietrich Bonhoeffer (1906-1945). Toch is dit boek geen vervolg op dat proefschrift.
 
Over Bonhoeffer is natuurlijk veel bekend. Deze lutherse theoloog kwam al in de jaren dertig al denkend, prekend en schrijvend in verzet tegen de nazi-regering in Duitsland. Uiteindelijk werd hij vlak voor het eind van de Tweede Wereldoorlog in het kamp Buchenwald gefusilleerd. Zijn boeken ”Verzet en overgave” en ”Navolging” worden ook in Nederland nog steeds in brede kring gelezen.
 
V?clav Havel (geboren 1936) is bekend als president van Tsjechoslowakije (later alleen Tsjechië) van 1990 tot 2003, waarmee hij volgens sommigen de statuur van Nelson Mandela en Michaël Gorbatsjov heeft verdiend. In Nederland is echter nog niet eerder een bespreking verschenen van Havels filosofisch getinte werk uit de communistische periode, waarvoor hij ook regelmatig is opgesloten geweest.
 
Andrei Gabriel Pleºu (geboren 1948) is hoogstens bij een enkeling bekend omdat hij eind jaren negentig kort minister van Buitenlandse Zaken van Roemenië is geweest. Volgens Lamfers hebben de filosofische geschriften die Pleºu als dissident onder het communisme heeft geschreven, in Nederland nog geen aandacht gekregen.
 
Lamfers boek moet dus iets nieuws bieden en dat doet het ook. Alle lof daarvoor. Jammer is wel dat de schrijver te weinig ruimte neemt om zijn hoofdpersonen te introduceren. In een inleidend hoofdstukje geeft hij in ??n zin een typering van alledrie de mannen. Maar van Pleºu wordt bijvoorbeeld pas op bladzijde 130 in een evaluerend hoofdstuk gezegd dat hij in de jaren negentig minister van Cultuur en van Buitenlandse Zaken is geweest. Enkele alinea’s biografische informatie zouden wonderen hebben gedaan. Ook in de inhoudelijke bespreking maakt de schrijver te abrupte sprongen en veronderstelt hij teveel dat de lezer alle hoofdpersonen uit de kerk- en ideeëngeschiedenis paraat heeft.
 
Verborgene
De overeenkomst tussen de drie denkers is dat ze dissidenten waren in een onderdrukkend systeem. Bonhoeffer is uiteindelijk door de nazi’s gedood. Havel en Pleºu hebben het communisme overleefd en zijn beloond met de hoogste politieke ambten. De basis voor alledrie ligt echter in een weldoordachte analyse van de dictatuur. De aard van de nazi-dictatuur en die van de communisten verschillen volgens Lamfers nauwelijks van elkaar.
 
De ethische gedachten die het merg van het werk van de drie dissidenten zijn, zijn christelijk, stelt Lamfers (blz. 14). Ook bij Havel en Pleºu is het christendom de „voedingsbodem voor hun maatschappijkritische houding”, ook al is dat „meer in het verborgene” vanwege de bewust atheïstische maatschappij. Vooral bij Pleºu zou het christelijke element -net als het kritische- tussen de regels staan vanwege de strenge Roemeense censuur. Toch slaagt Lamfers er te weinig in het christelijke bij Havel en Pleºu te laten oplichten.
 
Het sterkste in het boek is de analyse van de dictatuur bij de drie denkers. De dictatuur wil de maatschappij veranderen vanuit een theoretische constructie en eist van individuele mensen zich daaraan aan te passen. De mens is er zo niet meer voor de ander (het ”Dasein-für-Andere” van Bonhoeffer), maar voor het systeem. De staat is geen gemeenschap meer, maar een machtsinstituut dat blinde gehoorzaamheid eist.
 
Vooral Bonhoeffer is erin geslaagd te beschrijven dat zo’n systeem de verantwoordelijkheid doodt. Het gebrek aan een goede leefregel wordt gecompenseerd door overvloedige regelgeving. Gehoorzaamheid is volgens Bonhoeffer echter iets anders dan het nakomen van verplichtingen opgelegd door de Führer, maar iets dat spontaan uit vrijheid opborrelt. Vrijheid is voor hem dan ook geen individualistische vrijblijvendheid, maar een vrijheid die in staat stelt om burger te zijn.
 
De dictatuur is ook een systeem dat de gemeenschap tussen mensen belemmert. Burgers zonderen zich af in het priv?-leven.
 
Havel heeft zich in zijn werk geconcentreerd op de „macht van de machtelozen”, die groter is dan de macht van de zogenaamde machtigen. „E?n persoon, die schijnbaar machteloos de waarheid durft te zeggen, is machtiger dan een heel machtssysteem”, zo vat Lamfers Havel samen (blz. 9).
 
Sterke nadruk legt Lamfers erop dat de drie dissidenten een situatie-ethiek voorstaan. Hij bedoelt dat eerst in concrete situaties blijkt hoe abstracte beginselen als verantwoordelijkheid en naastenliefde „creatief” moeten worden toegepast. In deze ethiek staat de vrucht meer centraal dan de deugd. De noodleugen hoeft zo ook niet tot een gewetensconflict te leiden, want daarmee dien je de waarheid. En de pacifist Bonhoeffer is zodoende ook voor de tirannenmoord op Hitler.
 
Duidelijk is dat Lamfers zich afzet tegen een „ethisch systeem.” Nergens beschrijft hij precies wat hij daarmee bedoelt. Wel zegt hij: „Principes, beginselen, absolute onveranderlijke, traditionele waarden beogen maar al te vaak belangen, invloed of macht van bepaalde personen of een bepaalde maatschappelijke klasse ten koste van de vrijheid of het welzijn van anderen veilig te stellen. (…) Situatie-ethiek beoogt er het beste van te maken en daarom het humanum, de kwaliteit van leven en de vrijheid voor zoveel mogelijk mensen veilig te stellen” (blz. 146-147).
 
Lamfers noemt wel een voorbeeld van een ethiek die door de orthodoxe kerk in Roemenië werd uitgegeven, maar die zich beperkte tot „tijdloze casuïstiek” zonder in te gaan op de echte problemen van die tijd, laat staan vanuit de theologie aan maatschappijkritiek te doen. Als daarvoor drie dikke delen nodig zijn, is dat inderdaad in meer opzichten een „dubbele ethiek.”
 
Maar is Lamfers dan ook tegen het sterk door scheppingsordeningen doortrokken denken van de neocalvinisten in het begin van de twintigste eeuw? Het waren in Nederland juist deze antirevolutionairen die -net als Bonhoeffer- doorhadden waar het nationaal-socialisme inging tegen het bijbels christendom.
 
Ook „het humanum” als ethische norm roept vragen op. Het dienen van de naaste is zeker een bijbels beginsel, maar een ethiek die daar in opgaat, heeft vaak geen oog voor de hogere eis van Gods wet. Ook Bonhoeffer wijst het geweten als kompas af, want dat „is niet de stem van God”, maar „de mens die over zichzelf nadenkt.”
 
Dit werkt ook door in wat Lamfers zegt over de abortus en homoseksualiteit, beide in het communistisch Roemenië verboden. De schrijver verwijt de Roemeense orthodoxe kerk in die kwesties niet meer tegengas aan het regime te hebben gegeven. Hij noemt dat „on-ethisch.” Lamfers had zich wellicht beter kunnen beperken tot te zeggen dat de Roemeense kerk te ver van het leven op straat afstond. Want de christelijke kerk van alle eeuwen heeft homoseksualiteit als onbijbels afgewezen en waarschijnlijk zag ook Bonhoeffer geen reden om dit op basis van medemenselijkheid te rechtvaardigen. Het is zeker mogelijk dat de Roemeense regering homo’s op een onjuiste manier behandelde, maar het bekritiseren daarvan is iets anders dan het loslaten van een klassiek bijbels standpunt.
 
Rustdag
Soms ontstaat het gevoel dat de schrijver de drie dissidenten geforceerd met elkaar -en mogelijk met zijn eigen visie- in overeenstemming brengt. Nergens ook uit Lamfers kritiek op de drie dissidenten of legt hij de vinger bij hun zwakheden.
 
Scherp zijn wel de actuele uitstapjes naar de West-Europese welvaartsmaatschappij, die onder een alternatieve dictatuur van consumptie leeft. Van de wekelijkse rustdag wil Lamfers zelfs een universeel mensenrecht maken. In dictaturen eist de staat de zondag op om zichzelf te laten aanbidden, in onze samenleving zijn het de reclame en de commercie die de lofprijzing van de Schepper stelen.
 
Lamfers’ boek laat zich niet gemakkelijk lezen en vraagt op veel punten grote filosofische voorkennis. Het biedt echter een interessante doorkijk in het dissidente denken over vrijheid, en dat blijft actueel.

Gepost op

Grootvader Bush deed lang zaken met nazi?s

In zijn autobiografie geeft Thyssen aan veel persoonlijk contact met nazi-kopstukken als Hitler, Goebbels en Hess te hebben gehad. Pas in 1941, toen Hitler al ruim acht jaar regeerde en de Verenigde Staten bijna negen maanden offi cieel in oorlog waren, maakte de
Amerikaanse regering een eind aan Prescotts zakenbanden met Nazi-Duitsland. De opa van George Bush was sinds 1924 directeur van de Union Banking Corporation (UBC) in New York.

Volgens oude regeringsdocumenten was de bank in feite een handelshuis voor tal van duistere
zakenpraktijken die werden gecontroleerd door Thyssen. Er werden miljoenen dollars verdiend met (later verboden) handel tussen het door Duitsland geregeerde Europa en het Amerikaanse continent.


Nadat The New York Herald-Tribune op 31 juli 1941 paginagroot uitpakte met een verhaal over Hitlers miljoenen op Amerikaanse bankrekeningen, hield Bush de zaak succesvol
geheim. Zelfs de Japanse aanval op Pearl Harbor, op 7 december van dat jaar, weerhield hem er niet van door te blijven gaan.


De zaak is aan het licht gebracht door journalist John Buchanan in Amerika?s oudste krant ?The New Hampshire Gazette?. Mogelijk loopt president Bush hierdoor averij op in zijn strijd op een tweede termijn in het Witte Huis. De familie heeft nog niet gereageerd.


John van Schagen


Bron: Metro

Gepost op

Vervagende beelden levend houden

Omdat de Historische Kring Hellendoorn-Nijverdal de kennis over het verleden graag wil doorgeven aan de jeugd, werd voor het realiseren van een monument ter nagedachtenis aan de joodse mannen die op 2 oktober 1942 werden weggevoerd uit het werkkamp Twilhaar, contact opgenomen met scholengemeenschap Reggesteyn. Ter hoogte van de ingang van dit voormalige kamp tussen Nijverdal en Haarle, nabij de Paltheweg, wordt 2 oktober een monument onthuld naar het ontwerp van Marjolein Rensen. Het kunstwerk wordt gerealiseerd door Herro de Roest, docent kunstgeschiedenis en handvaardigheid van Reggesteyn. Hij liet vijftig leerlingen een maquette maken nadat Dick Houwaart van de Historische Kring de havo 4-leerlingen had verteld over de Tweede Wereldoorlog in het algemeen en het kamp Twilhaar in het bijzonder.

Burgemeester J.J. van Overbeeke mocht zaterdagmiddag blijken van waardering, in de vorm van boekenbonnen, overhandigen aan de makers van de drie als beste uitverkoren ontwerpen. De maquettes van Marjolein Rensen, Berdien van der Maat en Rachel Bulsink zijn te bewonderen op de expositie over het werkkamp Twilhaar die nog tot en met oktober te zien is in het bezoekerscentrum Sallandse Heuvelrug aan de Toeristenweg.

Plotseling ontruimd
In de periode 1940 tot begin 1947 bevond zich op de Sallandse Heuvelrug het rijkswerkkamp Twilhaar. Vanaf 10 juli 1942 verbleven hier ruim 85 joodse mannen, tot op 2 oktober van dat jaar het kamp plotseling werd ontruimd. De mannen werden overgebracht naar het doorvoerkamp Westerbork en van daaruit, veelal kort na aankomst, gedeporteerd naar de vernietingskampen in Oost Europa.

De leden Alex Alferink en Jan Fikken van de historische kring kwamen bij toeval dit Nijverdalse werkkamp op het spoor. Er werd later een werkgroep gevormd om een monument ter plaatse gerealiseerd te krijgen.

Marjolein Rensen gaf zaterdag een toelichting op haar ontwerp dat twee fotolijsten omvat. Er bestaat een foto van de joodse mannen in het kamp Twilhaar. Deze is te zien op de expositie in het bezoekerscentrum van Staatsbosbeheer. ‘Naarmate de tijd verstrijkt, vervaagt de herinnering. Daarom komt in ??n lijst een duidelijke foto en in de andere een vervaagde.’

Dankzij de medewerking van velen kan Herro de Roest zich nu gaan bezighouden met de uitvoering hiervan. Het monument krijgt een afmeting van 110 bij 150 centimeter. De foto’s worden in beton geprint, met daar omheen bronzen lijsten. "Zoals mensen foto’s van dierbaren op de schoorsteenmantel hebben staan", aldus De Roest. "Ik hoop dat het iets losmaakt bij mensen die daar langskomen."

Bron: Joods.nl

Gepost op

Franse schadevergoeding voor kinderen nazi?slachtoffers

De 8000 mensen krijgen elk 27.000 euro uitbetaald. Dat bedrag is in 2000 al toegekend aan kinderen van slachtoffers van de jodenvervolging die uit Frankrijk zijn gedeporteerd. De maatregel is nu uitgebreid met nabestaanden van mensen die bijvoorbeeld bij Duitse vergeldingsacties om het leven zijn gekomen. Volgens directeur Pierre Mayaudon van het oorlogsveteranenbureau is dat niet meer dan rechtvaardig.

Frankrijk kampt nog steeds met het verleden. In de Tweede Wereldoorlog was het grootste deel van het land door de Duitsers bezet. Het zuiden was aanvankelijk in handen van de in naam onafhankelijke regering onder leiding van de oude maarschalk P?tain, die in Vichy was gevestigd en met de nazi’s samenwerkte. Na de landing van de geallieerden in Noord–Afrika in november 1942 breidden de Duitsers hun bezetting over het gehele land uit. Sinds president Chirac in 1995 erkende dat de Fransen medeschuldig zijn aan de deportatie van joden naar de vernietigingskampen van de nazi’s, zijn er allerlei compensatieregelingen in het leven geroepen.

Gepost op

Uitstel eerste veteranendag

Dat heeft minister Kamp van Defensie zaterdag in Roermond gezegd bij de herdenking van de militairen die na de Tweede Wereldoorlog sneuvelden in Indië en Nieuw-Guinea.
 
Eind juni was de eerste veteranendag door staatssecretaris Van der Knaap aangekondigd voor 2004. Dat blijkt nu te vroeg te zijn. Kamp: „Ik vind het belangrijk dat deze dag een groot succes wordt en dat deze dag goed in onze samenleving wordt gepositioneerd. De voorbereidingen daarvoor zullen veel tijd kosten.”
 
De veteranendag wordt gehouden op 29 juni, de verjaardag van Nederlands bekendste veteraan, prins Bernhard. Het evenement moet niet verbonden zijn aan een vaste locatie. Scholen moeten actief bij de herdenking worden betrokken.
 
Landen als Groot-Brittannië en de Verenigde Staten kennen al een aparte dag voor veteranen. Nederland telt ongeveer 70.000 veteranen.