Gepost op

Nieuw boek over het verzet in Biesbosch

Om de waarheid van verzinsels te scheiden heeft Bas Zijlmans uit Geertruidenberg een nieuw boek geschreven over de Biesbosch tijdens de Tweede Wereldoorlog. De titel is ‘Het geheim van de Biesbosch in de Tweede Wereldoorlog’, met als ondertitel: ‘Van onderduiker tot partizaan’. Volgens Zijlmans is er sprake van veel opgeklopte legenden over het onderduik- en verzetsverleden van de Biesbosch: "In de hand gewerkt door onzorgvuldige auteurs." De Biesbosch, het ontoegankelijke natuurgebied, bood tussen 1940 en 1945 onderdak aan honderden voor de Duitsers gevluchte onderduikers: studenten, verzetslieden, Engelse en Amerikaanse piloten en mannen die de verplichte arbeid in Duitsland ontweken. Zijlmans gebruikte geschreven bronnen maar bezocht en interviewde ook Biesbosch-veteranen. Hij wist zelfs drie in de Biesbosch gevangen Duitsers te achterhalen.

Gepost op

Van Gent: in Dommel meer explosieven

Explosieven zijn volgens de Bossche oorlogskenner L. van Gent mogelijk in het water gegooid, nadat pogingen van de Duitsers om vier bruggen tot ontploffing te brengen grotendeels waren mislukt. Van Gent heeft de gemeente Den Bosch gevraagd in elk geval in de archieven na te gaan, of na de bevrijding het oorlogstuig ooit is opgedregd en of er nog iets kan liggen. Dit naar aanleiding van de vondst van een brisantgranaat begin mei onder de Vughterbrug. Van Gent: "Tijdens de bevrijding van de stad in 1944 hebben de Duitsers de bruggen over de Zuid-Willemsvaart laten springen. Maar toen de bruggen over de Dommel aan de beurt waren, was het dynamiet op. In alle haast hebben de Duitsers daarvoor toen allerlei soorten explosieven bij elkaar gezocht. Het resultaat was echter niet wat zij wensten. Bruggen werden wel beschadigd maar niet totaal vernield."

Verslag
Van Gent wijst op het verslag van de Britse sergeant Bill Fermoy in het boek ‘Welsh Bridges tot the Elbe’. "Hij beschrijft hoe vijftig kilo bommen en mijnen die als ladingen waren bedoeld voor de Wilhelminabrug, in het water werden gegooid. Dat is misschien bij de andere bruggen ook gebeurd met onontplofte munitie."

Gepost op

Wit-Russische schrijver Bykov overleden

Bykov ging tijdens de Tweede Wereldoorlog als vrijwilliger naar het front en begon in 1955 met het schrijven van oorlogsverhalen. Met Tretja raketa (De derde raket) kreeg hij in 1962 bekendheid. Met Sotnikov en Alpine Ballad kreeg hij wereldwijd erkenning. Hij kreeg vele literaire prijzen. Bykov was een van de eerste schrijvers in de toenmalige Sovjetunie die ongezouten kritiek leverde op de gang van zaken binnen het Sovjetleger. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie trok hij ook fel van leer tegen de Wit-Russische president Loekasjenko. Bykov woonde onder meer in Finland en Duitsland. In 2000 vluchtte hij op 76-jarige leeftijd vanuit Wit-Rusland samen met zijn vrouw naar Duitsland, omdat de autoriteiten zware druk op hem uitoefenden. Naar eigen zeggen stond hij onder permanent toezicht van de Wit-Russische veiligheidsdienst en bracht de door de overheid gecontroleerde media negatieve verhalen over hem.

Gepost op

Verrekijker Enola Gay naar museum

Het museum heeft de verrekijker gekregen van een 82-jarige Japanner, die hem in 1990 op een veiling kocht voor -omgerekend- 13.400 euro. Daarvoor was het bijzondere kijkinstrument in het bezit van de vrouw van kapitein Robert Lewis, die meevloog in de Enola Gay. Na door de verrekijker de verblindende, witte flits en de enorme paddestoel van rook te hebben gezien, pakte Lewis in het vliegtuig zijn aantekenboekje. "Mijn God, wat hebben we gedaan?", noteerde hij. Het omhulsel van de verrekijker is door Lewis gesigneerd.

Het is vandaag precies 57 jaar geleden dat het bombardement plaats had. Op 6 augustus, om exact 15 seconden over 08.15 uur, liet de bemanning van de Enola Gay de bom los op Hiroshima. De bom kostte zo’n 150.000 mensen het leven. Nadat de Amerikanen drie dagen later eenzelfde allesverwoestende bom lieten vallen op Nagasaki capituleerde het al grotendeels verslagen Japan definitief. Daarmee was de Tweede Wereldoorlog beëindigd.

Gepost op

Boekenbeurs 14-06-2003

Op de tafel van de documentatiegroep stonden weer vele boeken voor een leuk prijsje die toch wel bijzonder zijn.
Helaas wordt deze tafel bij het binnenkomen vaak overgeslagen maar kijk hier toch ook eens naar de volgende keer. U verrijkt uw verzameling en natuurlijk draagt U ook bij aan de vereniging.

De mensen van de VKTV hadden ook weer leuke en interessante zaken bij zich. Rond deze tafels was het dan ook gezellig druk. Verder stonden er deze keer diverse nieuwe standhouders waar wij zeer blij mee zijn. Wanneer U nu ook eens op de beurs als standhouder wilt staan weten de meesten dat je hiervoor bij Ko Fioole moet zijn. Weet U het niet kijk dan even in de Terugblik hierin staat precies hoe je je moet aanmelden en wat de kosten en regels zijn.

Ik wil dan ook iedereen bedanken voor deze geslaagde beurs en hopelijk allemaal tot een volgende keer.
P.S.
Op de volgende beurs zullen voor de standhouders en bezoekers de toegangsregels strenger gecontroleerd worden. Hierover zal in een volgende Terugblik een stukje staan, tevens wordt dit ook op de website gepubliceerd.

Gepost op

Denker en schipper

Ekke Feldmeijer overleed zondagnacht op 64-jarige leeftijd onverwacht. Vanaf 1970 was Ekke Feldmeijer, van geboorte Fries, een bekende figuur in het Tilburgse kunstenaars- en uitgaansmilieu. Daarvoor was hij onder andere lasser, zwemleraar, vrachtwagenchaffeur, vertegenwoordiger, graveur en metaalbewerker geweest. In Tilburg, waar hij toevallig terecht kwam, ontwikkelde hij zich als fotograaf. Jarenlang begeleidde hij op maandagavonden in een zaaltje van het toenmalige caf? Marijnen aan de Korte Heuvel op slagwerk jazzmusici, die hij vaak zelf uitnodigde. Feldmeijer was een van de initiatiefnemers en oprichters van jazzpodium Paradox.

Feldmeijer borrelde over van plannen en initiatieven, waarvan de meeste overigens nooit werden gerealiseerd. Hij fulmineerde in de jaren tachtig tegen het gemeentebestuur van Tilburg, dat plannen had als Compacte Stad en Tilburg Totaal. In 1982 liet hij met vrienden tienduizenden ballonnen op bij de Oostduitse grens bij Kassel als teken van vredesbewustwording in Europa. Volgens glazenier en vriend Stef Hagemeier leed Ekke Feldmeijer zijn hele leven onder het feit dat zijn vader generaal was bij de SS. "Het maakte van Ekke een zwerver, die zich nergens kon hechten en als een gypsy door het leven ging", zegt Hagemeier. Die gypsytrekken blijken onder meer uit het feit dat Feldmeijer Tilburg jaren geleden verliet om met een schip te gaan reizen. Twee jaar geleden streek hij weer in Tilburg neer. Wederom vol plannen. Hij keek er van op, dat de stad in zijn afwezigheid zo was veranderd en besloot al die veranderingen op film vast te leggen.

Gepost op

Russische verzamelaars herontdekken eigen kunst

Al eerder had het Russische ministerie van Cultuur Russische galeriehouders en particulier verzamelaars ertoe opgeroepen actief Russische kunst op internationale veilingen te verwerven. „Laten priv?-personen de schilderijen kopen. Wij zullen hen op alle manieren aanmoedigen ze naar Rusland te brengen”, aldus woordvoerder Anatoly Vilkov. „Op deze manier zullen al onze meesterwerken uiteindelijk weer hun plaatsje herkrijgen in het domein van de Russische cultuur.”

Door revoluties en oorlogen is veel Russische kunst de afgelopen eeuw vaak ongewenst in het buitenland terechtgekomen. Zo zag het grootste deel van de vroegere aristocratie zich na de communistische omwenteling van 1917 gedwongen het land te verlaten. Deze vaak fervente kunstverzamelaars namen het grootste deel van hun collecties met zich mee.

Ook de Russische schilderijen die deze week door Sotheby’s werden geveild, zijn op deze wijze in het Westen terechtgekomen. Ze behoorden toe aan de beroemde Russische operazanger Fjodr Sjaljapin, die tijdens een buitenlandse tournee in 1922 besloot niet meer naar zijn vaderland terug te keren.

Deze ’kunstemigratie’ werd verder gestimuleerd door de rigoureuze cultuurpolitiek van de communisten. Feitelijk lag er vanaf begin jaren dertig vorige eeuw tot eind jaren tachtig een taboe op het tentoonstellen van moderne Russische schilderijen in Rusland, met uitzondering van werken in de socialistisch-realistische traditie.

Sinds de val van het communisme is in Rusland de interesse voor negentiende- en twintigste-eeuwse schilderijen van eigen bodem snel toegenomen. Musea en galerieën organiseren steeds vaker tentoonstellingen van eigentijdse werken, die kunnen rekenen op een snel groeiend aantal bezoekers.

Het Russische ministerie van Cultuur juicht deze herwaardering voor eigen kunst toe en steunt waar mogelijk initiatieven op dit gebied. Maar het beschikt over een zeer beperkt financieel budget waardoor het moeilijk is tentoonstellingen te organiseren, laat staan schilderijen aan te kopen. Hierdoor bevindt zich nog steeds een aanzienlijk deel van Russische schilderijen uit het begin van de twintigste eeuw -de grootste bloeitijd van de Russische schilderkunst- in het buitenland.

Maar de afgelopen paar jaar lijkt het tij zich te keren. Ruslands nieuwe kapitaalkrachtige elite, de zogeheten Nieuwe Russen, is steeds meer bereid om veel geld te investeren in moderne Russische schilderkunst. En grote Russische bedrijven en banken werpen zich steeds vaker op als sponsor van grote schilderijententoonstellingen, zowel in binnen- als in buitenland.

Kunstanaliste Tatjana Markina zegt in de Russische krant Kommersant dat deze Russische nouveaux riches helaas niet altijd kunstwerken van de beste kwaliteit aankopen. Ze zorgen er volgens haar zo wel voor dat de prijzen van Russische kunst op internationale veilingen aanzienlijk stijging.

Haar collega Nikolaj Molok meent zelfs dat Russische moderne schilderijen inmiddels een „ware triomftocht” over de wereldmarkten maken. En dat is volgens hem mede te danken aan het stimulerende kunstbeleid van cultuurminister Michail Svydkoj.

Die heeft deze week nog bij Sotheby’s met succes de verkoop weten tegen te houden van vier Russische schilderijen die op de lijst van gestolen Russische kunstwerken prijken. Op deze lijst staan meer dan 40.000 items. De door Svydkoj aangemerkte schilderijen, waaronder het bekende portret van groothertogin Aleksandra Pavlovana van Fjodor Bognevski, zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers buitgemaakt.

Saillant detail is dat dezelfde Svydkoj nog vorige maand door het Russische openbaar ministerie op het matje is geroepen vanwege zijn voornemen de Duitse kunstcollectie ”Baldin” terug te geven aan de rechtmatige eigenaar, de Kunsthalle in de Duitse stad Bremen.

De in de Tweede Wereldoorlog door de Russen buitgemaakte Duitse kunstcollectie bevat 364 werken van onder anderen Rembrandt, Van Gogh, Rubens, Veronese, Van Dyke, Titiaan, Monet, Delacroix, Manet, Goya, Renoir en Toulouse-Lautrec.

Het OM acht niet bewezen dat het museum de rechtmatige eigenaar is van de kunstverzameling. Bovendien zou teruggave van de tekeningen en schilderijen in strijd zijn met een in 1997 aangenomen wet op roofkunst. Wel is de collectie onlangs te zien geweest tijdens een tentoonstelling in het Moskouse Architectuurmuseum, voor het eerst sinds ze in 1945 naar Rusland was gehaald. Maar de restitutie zelf blijft uiterst onzeker.

Reden is dat veel Russen de door het Sovjet-leger buitgemaakte kunstwerken in Duitsland als compensatie beschouwen voor de grote schade die hun land heeft geleden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Meer dan 20 miljoen burgers vonden toen de dood, terwijl grote delen van het Russisch cultuurerfgoed verloren zijn gegaan.

Overigens heeft Duitsland de afgelopen jaren wel een aantal van de door nazi’s gestolen Russische kunstwerken teruggegeven aan Rusland. Ook heeft het financieel bijgedragen aan restauratie van door nazi’s vernield Russisch cultuurerfgoed, zoals de Barnstenen Kamer in het 18e-eeuwse Catherinapaleis nabij Sint-Petersburg, die onlangs is geopend in het kader van de 300e verjaardag van de vroegere Russische hoofdstad.

Rusland is ook nog altijd in het bezit van roofkunst uit Nederland. Deze naar kunstverzamelaar Franz Koenigs genoemde Koenigs-collectie bevat 307 tekeningen van onder anderen Rembrandt, Tintoretto en Durer. Ze bevinden zich in het Moskouse Poesjkinmuseum en zijn daar een aantal jaren geleden ook tentoongesteld.

Hoewel er tijdens het bezoek van koningin Beatrix aan Rusland in 2001 signalen waren dat de Russen bereid zouden zijn te praten over teruggave van de collectie, liggen deze onderhandelingen inmiddels volledig stil. „Er zit geen enkele schot in de zaak”, aldus een medewerker van de Nederlandse ambassade in Moskou. „En de discussie rond de Baldin-collectie heeft maar weinig invloed hierop, aangezien het om een ander type collectie gaat.”

Toen de Sovjets de Koenigs-collectie aan het einde van de oorlog in beslag namen, waren de tekeningen namelijk al formeel in Duits bezit. Directrice van het Moskouse Poesjkinmuseum Irina Antonova heeft zich altijd op het standpunt gesteld dat de Koenigs-collectie onvervreemdbaar Russisch eigendom is.

Gepost op

?Zwarte weduwe? ziet af van proces tegen film

Net als in werkelijkheid probeert in de film de weduwe van een voormalige NSB-leider haar man, die in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog onder mysterieuze omstandigheden stierf, te rehabiliteren. In de film wordt gesteld dat de man zelfmoord gepleegd heeft, zoals ook de officiële lezing van de doodsoorzaak van de echte Rost van Tonningen luidt. Zijn weduwe is er sinds de dood van haar man echter van overtuigd dat hij in de dagen na de capitulatie van Duitsland in de gevangenis van Scheveningen is vermoord.

Na overleg met een advocaat ziet Rost van Tonningen van een proces af. De maatschappij Egmond Film, die de film produceert, heeft haar te kennen gegeven dat er niets meer aan het script kan worden veranderd. „Ik vind niet dat je zo met mensen om kan gaan”, stelt de weduwe wel. „Maar juridisch valt er weinig tegen te ondernemen. Ze hebben zich volledig ingedekt door mij in de film een andere naam te geven.”

De zwarte weduwe hoopt echter wel te worden uitgenodigd voor de première van de film op het Nederlands Filmfestival in Utrecht. Producent Egmond Film kan nog niet zeggen of aan dit verzoek wordt voldaan.

Meinoud Rost van Tonningen (1894-1945) was hoofdredacteur van het Nationale Dagblad, het partijorgaan van de NSB. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werd hij benoemd tot president van de Nederlandsche Bank en waarnemend secretaris-generaal van Financiën. Na de bevrijding pleegde hij zelfmoord in de gevangenis van Scheveningen.

Tot op de dag van vandaag tracht zijn weduwe het gedachtegoed van haar man in ere te houden. In haar huis vinden nog geregeld bijeenkomsten van rechts-radicalen plaats. Zij onderhield onder meer contacten met het Vlaams Blok en was bevriend met de dochter van Heinrich Himmler, de leider van de Gestapo en de Waffen-SS.

Gepost op

Een hakenkruis op een meisjeshoofd

Moffenmeiden en NSB’ers werden meer dan eens een speelbal van het volk, zo blijkt uit een expositie die tot eind deze maand te zien is in het Oorlogsverzetsmuseum in Rotterdam.

Bij het verhoren van foute Nederlanders ging het er kort na de bevrijding niet zachtzinnig aan toe. „In een soort oude kazerne moesten we wachten voor een onderzoek”, zegt een man die zich had aangesloten bij de Waffen-SS. „Toen was ik aan de beurt. Ze keken onder je arm of je een bloedgroepteken had gekregen (SS’ers hadden zo’n teken, JV). Ja. Nou, toen maakte ik kennis met alle hoeken van de kamer en werd ik gevangengenomen en steeds mishandeld.”

Diefstal
Chaos typeerde de eerste dagen na de Bevrijding. „Er was even sprake van een soort machtsvacuüm”, weet directeur C. Endenburg van het Rotterdamse Oorlogsverzetsmuseum. Zo was de positie van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) in de begintijd na de oorlog niet helder. Mochten ze wel of niet met armband en wapens de straat op? Werden ze wel of niet ingezet bij de ontwapening van Duitsers? Sommige leden van de BS, zo valt te lezen op de expositie, maakten zich schuldig aan diefstal en „onbehoorlijk optreden.” „De situatie is te vergelijken met de dagen na de bevrijding van Irak”, zegt Endenburg.

De Politieke Opsporingsdienst (POD), onderdeel van het vanuit Londen geïnstalleerde militair gezag, spoorde na de Tweede Wereldoorlog 120.000 collaborateurs op, van wie ongeveer 90.000 NSB’ers. Ongeveer 15.000 verdachten werden tot een straf veroordeeld; 190 oorlogsmisdadigers kregen de doodstraf. De zaak van circa 90.000 mensen werd administratief afgehandeld. Dat betekent dat hun burgerrechten werden ontnomen; zo werd bijvoorbeeld -tijdelijk- hun stemrecht ingetrokken.

Grimmig
Menig NSB’er wachtte na de Bevrijding een grimmig onthaal. „Als iemand lid van de NSB was geweest, kon hij zijn huis worden uitgezet”, zegt Endenburg. „Gezinnen raakten uit elkaar. Spullen werden in beslag genomen.” Bij oproer greep de BS niet echt in. „Ze lieten ongeregeldheden oogluikend toe, zonder het te laten uitdraaien op een bijltjesdag.”

De museumdirecteur kan de woede bij het volk wel begrijpen. „Emoties kwamen tot ontlading. De redenering was: Eigen schuld, dikke bult.” Toch praat ze volksgerichten niet goed. „Het is terecht dat iemand wordt gestraft voor zijn wandaden, maar lang niet altijd stonden de straffen in de verhouding tot wat iemand misdaan had. Ik vind het te ver gaan dat iemand die alleen voor de NSB het blad Volk en Vaderland bezorgde na de oorlog al zijn bezittingen werden ontnomen.”

Nederlandse Schaak Bond
Dat arrestatieteams de opsporing niet altijd even zorgvuldig uitvoerden, blijkt uit het feit dat ongeveer 5000 Nederlanders ten onrechte voor collaborateurs werden versleten. „Zo gaf een secretaresse door dat haar baas in de oorlog een kwitantie naar de NSB had gestuurd. Het bleek echter om de Nederlandse Schaak Bond te gaan. Intussen duurde het wel maanden voordat de man uit een kamp werd ontslagen.”

De omstandigheden waaronder collaborateurs in diverse kampen (Vught, Westerbork, Duindorp bij Scheveningen) werden gevangengehouden, waren niet geriefelijk.

„In Duindorp, waar na de oorlog duizenden mensen gevangenzaten, zagen de onderkomens er zwaar verwaarloosd uit. Dat NSB’ers voor straf de huizen moesten opknappen, vind ik trouwens niet verkeerd.”

Tot 1946 namen bewakers in veel interneringskampen het „niet nauw” met de regels, zo valt op de expositie te vernemen. Ze gingen zich te buiten aan mishandelingen en treiterijen. De bewakers werden daarvoor, een uitzondering daargelaten, niet gestraft.

Oud-landwachter Van der Veen meldt over een kamp in Veenhuizen: „Medische verzorging hadden we in Veenhuizen helemaal niet. Die ging hier dood, die ging daar dood. Dat heb ik tweemaal meegemaakt. Die had een kleine wonde en daar ontstond bloedvergiftiging door.”

Kaal
Niet alleen NSB’ers, ook vrouwen die in de oorlog contacten onderhielden met de Duitsers viel hoon ten deel. Zo werden onder toeziend oog van rijen belangstellenden moffenmeiden kaalgeknipt. Hun haar werd verbrand. Soms kregen de vrouwen met teer een hakenkruis op het hoofd geschilderd. „Achteraf heeft de bevolking zich voor dat soort praktijken geschaamd”, zegt Endenburg. Vrouwen die ten onrechte werden aangezien voor moffenmeiden en werden kaalgeknipt, kregen 200 gulden schadevergoeding.

Achteraf bezien oordeelde het Nederlandse volk na de oorlog te veel in simpele goed-foutschema’s, signaleert Endenburg. „Moet je een vrouw voor een publiekstribunaal slepen omdat ze contacten onderhield met een Duitser in een poging voedsel voor haar kinderen te bemachtigen? Hoe waren we als Nederlanders zelf? In een stad als Rotterdam waren niet zo veel onderduikadressen. En wat moeten we vinden van het feit dat duizenden binnenvaartschippers oorlogsmateriaal voor de Duitsers vervoerden?”