Gepost op

Historici blijven verdeeld over ‘het Auschwitz van de Balkan’

Ruim een halve eeuw later zeggen de Serviërs dat het gras in Jasenovac sneller groeit dan waar ook op de Balkan, omdat er een miljoen lichamen in de aarde liggen. Maar de Kroaten, die tijdens de oorlog het kamp bestierden, betitelen dat als ,,Servische propaganda”. Volgens hen hield de teller op bij 60.000, en dat waren grotendeels Servische Çetniks.

Vandaag is er van het kamp weinig meer over. Er is een monument voor de doden en een klein museum, maar de barakken zijn verdwenen. Slechts de trein die de gevangenen aanvoerde, staat nog bij de ingang. Jasenovac is geen schim van Auschwitz, dat werd getransformeerd in een wereldmuseum van nazi-misdaden. Weinigen betwisten nog dat Jasenovac een oord van verschrikkingen was. De slachting van Joden, zigeuners en Serviërs was er zo barbaars, dat zelfs de nazi’s er bezwaar tegen maakten. Maar hoeveel mensen er in Jasenovac – en elders op de Balkan – werden vermoord, blijft duister.

De Friedrich Neumann Stichting besloot vier jaar geleden dat de tijd gekomen was om het mysterie te ontrafelen. De stichting rekruteerde in Belgrado en Zagreb twintig historici, en bracht hen in het Hongaarse Pec bijeen. Doel: overeenstemming te bereiken over wat zich tijdens de Tweede Wereldoorlog had afgespeeld.

Dr. Moma Pavlovic, ??n van de Servische historici, was aanvankelijk enthousiast over het project. ,,Een van de redenen voor de oorlog in 1991 was, dat Serviërs en Kroaten geen eensluidende lezing hadden over de geschiedenis”, zegt hij, ,,Dat stelde extremisten aan beide zijden in staat, de geschiedenis op een onverantwoordelijke wijze te interpreteren, zodat er een klimaat van oorlog ontstond”.

Overhemd
Maar zeven conferenties later heeft Pavlovic alle moed opgegeven dat er nog iets constructiefs uit de zittingen komt. ,,Als we bijeenkomen, zingen wij Dalmatische liederen en de Kroaten Çetnik-songs”, zegt Pavlovic. ,,De sfeer is goed, maar de historische uitgangspunten zijn fout. De geschiedenis is als een overhemd. Als je de eerste knoop verkeerd hebt gedaan, moet je het hele overhemd weer losknopen, en opnieuw beginnen. Ik zie dat niet meer gebeuren.”

Voor de Kroatische historici was het fascistische Ustashe-regime een stap op weg naar de onafhankelijkheid, die zij uiteindelijk in 1991 verwierven. ,,Zij zeiden vanaf het begin dat Joegoslavië een gevangenis was voor de niet-Servische naties. Maar dat was een uitgangspunt dat wij, Serviërs, absoluut verwierpen.”

Pavlovic erkent dat ook de Serviërs met de cijfers hebben geknoeid. ,,Iedere natie heeft de neiging zijn burgerverliezen te overdrijven”, zegt hij. ,,Bij ons staat het geallieerde bombardement van Leskovic op 6 september 1944 te boek als een misdaad die aan duizenden burgers het leven kostte. Afhankelijk van welk handboek je opslaat, varieert het dodental van drieduizend tot zevenduizend. Maar toen ik er ter plekke een onderzoek naar deed, kwam ik tot een veel lager cijfer. Ik consulteerde de kerkelijke archieven en telde de graven, maar kwam niet verder dan 819 doden.”

Herstelbetalingen
Een van de problemen waarop de historici stuitten, was dat veel van de archieven verdwenen zijn. Jasenovac werd door de partizanen gebombardeerd, en na de oorlog kon een halve eeuw lang niemand het cijfer van maarschalk Tito aanvechten. Tito stelde het totale aantal slachtoffers in het land op 1,7 miljoen, van wie een miljoen alleen al in Jasenovac was omgekomen. Maar vrijwel zeker had hij de cijfers opgeschroefd, om hogere herstelbetalingen te kunnen bedingen.

Pavlovic gelooft het cijfer van Tito niet, maar evenmin dat van de latere Kroatische leider Tudjman, die claimde dat Jasenovac ‘slechts’ 60.000 levens had geëist. Afgaande op de kerkelijke archieven kom je op een totaal van 300.000”, zegt hij. ,,Maar veel Servisch-Orthodoxe kerken waren na de oorlog vernietigd, zodat het cijfer hoger moet zijn.”

Maar zelfs 300.000 kan in Kroatië niet worden genoemd, meent Pavlovic. ,,Als onze Kroatische collega’s dat cijfer zouden accepteren, zouden ze in eigen land als anti-Kroatisch worden beschouwd.”(10 mei 2002)

Gepost op

Hitler was een rijke asceet

Hitler, die zichzelf als een miskend genie beschouwde, vereenzelvigde geld en macht met elkaar, aldus Helm (47). ,,Geld, macht en aanzien, het was balsem voor de geplaagde ziel van de gekwetste kunstschilder”, zei Helm tegen Spiegel Online. De documentaire ‘Hitlers geld’ wordt op 28 augustus uitgezonden (ARD, 21.45 uur).

Geen scrupules
Volgens Helm wordt in het grote aantal Hitler-biografieën te weinig aandacht besteed aan de manier waarop de nazi-leider zijn vermogen vergaarde. Hitler bleek ook in dit opzicht geen scrupules te hebben. Zo maakte hij geen verschil tussen zijn priv?-rekening, de partijkas en de staatsbegroting.

Hitler graaide uit de kas van de NSDAP, hij maakte zich persoonlijk meester van royale schenkingen uit het bedrijfsleven, schafte zich op rijkskosten een kunstcollectie aan en liet de staat eveneens opdraaien voor de aanleg van zijn zomerresidentie in Obersalzberg. Bovendien ontving hij talrijke erfenissen van partijgenoten.

Over zijn inkomsten betaalde de Führer, uit hoofde van zijn uitzonderlijke positie, geen belasting. Uit Helms film blijkt dat Hitler in het geheim 20 miljoen Reichsmark spendeerde aan de reconstructie van een paleis in Poznan, in het huidige Polen, waaronder twee miljoen mark eigen geld. Het paleis, dat als nieuwe residentie dienst moest doen, was oorspronkelijk gebouwd voor keizer Wilhelm II.

Na zijn mislukte poging tot een staatsgreep en een verblijf in de gevangenis midden jaren twintig verklaarde Hitler dat hij arm en berooid was. Maar hij had 45.000 Duitse mark op de bank, hem gegeven door Elena Bruckmann, echtgenote van een vooraanstaande uitgever, stelt Helm. Net als tal van andere gefortuneerde vrouwen had Bruckman zich door Hitler laten inpalmen. Ook Richard Wagners schoondochter Winifred schonk de nazileider forse sommen geld.

Hitler heeft uitgebreid teruggeblikt op die armoedige periode in zijn leven, voorafgaande aan de Eerste Wereldoorlog, toen hij als onbekend kunstschilder in Wenen het hoofd boven water probeerde te houden. In ‘Mein Kampf’, dat in Duitsland nog altijd is verboden, beschrijft hij die harde strijd om het bestaan.

Mededogen met de zwakkeren zwoer hij af omdat zijn eigen ervaring hem leerde dat een mens door hard te werken veel kan bereiken. ‘Die wetenschap vernietigt ieder medelijden of gevoel voor de ellende van degenen die achterblijven’, schrijft Hitler.

Helm was verrast door Hitlers obsessie met geld en materie. ,,Beïnvloed door zijn propaganda dacht ik dat Hitler weliswaar een crimineel was, maar niet iemand die zichzelf op zo’n grote schaal verrijkte.” Na de oorlog werd Hitlers vermogen door de geallieerden aan de Vrijstaat Beieren overgedragen.

Gepost op

Golfholes op graven

Elke dag lopen de golfers met hun karretjes over de graven van Nederlandse verzetshelden. Een frontale aanval van de Amersfoortse Courant bracht de golfclub onlangs ernstig in verlegenheid. Een golfbaan aanleggen over de rustplaatsen van nazi-slachtoffers: dat is tekenend voor de onverschilligheid waarmee Amersfoort en Leusden hun oorlogsverleden bejegenden, vond de krant. Een reeks artikelen dwong de twee gemeenteraden met geld over de brug te komen. Maar, vinden de overlevenden, er moet nog veel meer gebeuren.

Gisteren herdachten ze de bevrijding van het kamp, en wijdden ze het nieuwe herinneringscentrum in. Honderden ex-gevangenen stonden gisteren bij elkaar op het voormalige kampterrein. Precies zoals ze 55 jaar geleden op appèl stonden.

Duizenden stierven in ‘Amersfoort’
Ze zijn verbonden door de speciale behandeling die ze als jonge mannen kregen van de sadistische knuppelaar Oberle, de Nederlandse SD’er Westerveld (voor de oorlog rijwielhersteller in Zutphen), de nazi’s Berg (een Keulse politieman) en kampcommandant Joseph Kotalla (al voor de oorlog krankzinnig verklaard in Duitsland). Veertigduizend gevangenen gingen via ‘Amersfoort’, 20.000 gingen verder naar Duitsland, duizenden vonden in Amersfoort de marteldood. Onder hen waren honderden Joden en 77 Russische krijgsgevangenen. Volgens ooggetuigen onderscheidde het kamp zich van andere Nederlandse kampen door het plezier van de beulen in sadisme, willekeur en zware mishandeling.

De Amersfoortse rabbijn J. Jacobs leest een zelfgemaakt gedicht voor: ,,Vrijheid is een goed, waarvoor wij streden./ Toen, nu, in de toekomst, in het heden./ Maar als die vrijheid leidt tot alles kan en alles mag,/ als normen en waarden overstijgen het G’ddelijk Gezag,/ dan kunnen de tijden wederkeren,/ die wij nu gedenken, om hen te eren./ Zij die de prooi werden van beesten,/ die heersten over de toekijkende meesten./ Terwijl die meesten geschokt, verbaasd en wellicht koud,/ zich voornamelijk bekommerden om het eigen behoud.” Voor inspecteur C. Biezeveld, officieel ‘bewaarder’ van de kampresten is de herdenking een hoogtepunt: ,,Maandenlang hebben we tevergeefs bij de gemeenten om geld gevraagd, omdat het laatste restant van ‘Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort’ werd bedreigd: de twee muurschilderingen van Laszlo Weiss, op een muur van het kantoortje van Kotalla. Het geld kwam er, en in twee maanden tijd is er rondom deze muur een modern gebouwtje opgetrokken met een speciale klimaat-regeling, om de schilderijen te beschermen. Nu is dit eindelijk een plaats voor rouwverwerking en herdenking.”

De Hongaarse Jood Weiss heeft met de muurschilderingen zijn leven niet kunnen redden. Toen het kunstwerk af was, ging hij alsnog op transport. De man die voor hem de verf mocht mengen, Sjors Kopinsky, was er wel. Pas onlangs maakte hij zijn familie voor het eerst deelgenoot van de ondergane martelingen. Hij had ze tot dan toe zelfs niet kunnen vertellen dat hij Joods is. Veel bejaarde bezoekers zijn vandaag samen met hun kinderen gekomen. Veertigers en vijftigers zoeken naar sporen van de vermoorde vader, die men nooit gekend heeft. ,,Ik zoek mensen die hem gekend hebben. En hoe ouder ik wordt, hoe groter die aandrang”, zegt Frederik Bolks. Zijn vader is op 29-jarige leeftijd gefusilleerd ter vergelding van de moord op Rauter.

Politie-inspecteur Biezeveld is tevens bestuurslid van de Vereniging Kinderen van Verzetsdeelnemers, samen met verzetsman Gerrit Kleinveld. De laatste is de enige gevangene die ooit ontsnapte uit de beruchte ‘Bunker’ (Het verhaal is in 1992 verfilmd met Thom Hofman in de rol van Kleinveld.) Het Johan van Oldenbarnevelt Gymnasium en de politieschool boden de bezoekers gisteren boekjes over het kamp aan. En de gemeentebesturen veranderen hun nonchalante houding, te oordelen naar de witte borden langs de toegangswegen, waar met grote zwarte letters ‘Kamp Amersfoort’ op staat. Twee hoofdrolspelers in de affaire-Kamp Amersfoort zijn echter nog niet overtuigd van een innerlijke verandering bij de betrokken bestuurders. Inspecteur Biezeveld zou wel graag zien, dat de fusilladeplaats met het nationaal monument ‘De Stenen Man’ netjes werd bijgehouden. Hij vindt het verschrikkelijk, dat onwetende mensen er hun honden hun behoefte laten doen. ,,En ik probeer de muurschilderingen van Laszlo Weiss een monument te maken, maar de gemeente en de Rijksdienst voor Monumentenzorg nemen niet eens de moeite om te reageren.”

Ook hoofdredacteur Jaap Lodewijks van de Amersfoortse Courant wil dat er alsnog ,,recht wordt gedaan aan hen die met hun bloed Amersfoortse grond hebben geheiligd”.

Gepost op

Hannah Arendt gaf nieuwe interpretatie aan het verschijnsel kwaad

De naam Eichmann was toen al bij velen bekend. Hij had een sleutelrol vervuld in de uitvoering van de Endlösung – de massamoord op Joden. Hij had zijn taak uitgeoefend met grote ijver en bureaucratische doeltreffendheid. Zelfs toen de nazi’s de oorlog begonnen te verliezen aan het westelijk en oostelijk front, ging hij ijverig door met het regelen van transporten van honderdduizenden Joden naar de dodenkampen.Het Eichmann-proces beloofde sensationeler en belangrijker te worden dan de Neurenberg-processen in 1945 en 1946. Ben Goerion zei dat het proces een aantal doelen zou dienen. Het zou in details tonen hoe de nazi’s de Endlösung uitvoerden, wat de gevolgen van antisemitisme zijn, en dat Israël van vitaal belang is voor de voortbestaan van het Joodse volk.

Kritische houding
Toen Hannah Arendt (1906-1975) hoorde dat Eichmann in Jeruzalem berecht zou worden, besloot ze erheen te gaan om er verslag van te doen voor de Amerikaanse krant The New Yorker. Ze werd in 1906 in een Joods gezin in Hannover geboren en studeerde aan de universiteiten van Heidelberg, Marburg en Freiburg. In 1933 vluchtte ze voor de nazi’s naar in Parijs. Daar werd ze actief in de zionistische beweging en ze hielp jongeren naar Palestina te emigreren.In 1940 werd ze gevangengezet in het concentratiekamp Gurs. Ze slaagde er echter in te ontkomen en de Verenigde Staten te bereiken. Ze werd gekozen tot researchdirecteur van de Conferentie voor Joodse Betrekkingen en ze gaf les aan de Universiteit van Chicago. Haar bekende werk The Origins of Totalitarianism werd in 1951 gepubliceerd. Het was duidelijk dat ze als politiek denker door zowel haar Joodse identiteit als de jodenvervolging was beïnvloed.

Het Eichmann-proces zou een nieuwe gelegenheid bieden om na te denken over het verschijnsel ‘kwaad’.Maar de Duitse filosoof Karl Jaspers, met wie ze van 1926 tot 1969 een correspondentie voerde, voorzag problemen. Op 14 oktober 1960 schreef hij haar: ,,Het Eichmann-proces zal niet plezierig voor je zijn. Ik ben bang dat het niet goed zal gaan. Ik ben bezorgd over je kritische houding.” Zijn voorspelling zou later blijken uit te komen.

Jaspers had er trouwens twijfels over, dat het Eichmann-proces in Israël gehouden zou worden. Eichmanns misdaden gingen immers de hele mensheid aan. Zijn mening: ,,Vonnissen die door overwinnaars uitgesproken worden over overwonnenen, zijn in het verleden beschouwd als politieke acties, die gescheiden dienen te worden van juridische acties.”Hoewel Arendt gedurende lange tijd niet meer expliciet over Joodse kwesties had gepubliceerd, had ze de ontwikkelingen in Israël nauwgezet gevolgd. Ze had het bestaan van de staat geaccepteerd en was trots op zijn verworvenheden. Maar ze stond ook kritisch tegenover Israël. Ze ergerde zich aan Israëlisch chauvinisme, propaganda en het gebrek aan belangstelling bij de politieke leiders voor het lot van de Palestijnse Arabieren.

Gehoorzaamheid
Op 11 april 1961 begon het Eichmann-proces in Beth Ha’am in Jeruzalem. Arendt was een van de vele leden van de pers die de rechtszaak bijwoonden. De zittingen duurden tot augustus. Eichmann zei dat hij nooit een jodenhater was geweest en hij ontkende dat hij ooit de moord op menselijke wezens had gewild. Maar hij was wel degelijk het brein achter de wat eufemistisch heette ,,gedwongen evacuatie” van honderdduizenden Joden.Hij zei steeds weer dat hij zijn plicht deed. Hij gehoorzaamde niet alleen orders, maar ook de wet. Hij beriep zich zelfs op de filosofie van Immanuel Kant, maar hij verdraaide deze op een ziekelijke manier en maakte er klakkeloze gehoorzaamheid aan de staat van.

Ook toen tegen het einde van de oorlog bij de nazi-leider Heinrich Himmler het idee van ‘gematigdheid’ op kwam, verzette Eichmann zich tegen vermindering van de jodenvervolging, want hij wist dat hij anders tegen de wensen van de Führer zou ingaan. Na de bevrijding van Hongarije ging Eichmann terug naar Berlijn, waar hij belast werd met de ‘strijd tegen de kerken’.

Schandaal
Op 16 februari 1963 verscheen het eerste deel van Arendts vijfdelig verslag in de The New Yorker. Maar al voor het eerste artikel uitkwam, was er een schandaal ontstaan. Er deden geruchten de ronde dat Arendt de daden van Eichmann vergoelijkte en dat ze de Joden ervan beschuldigde hun eigen ondergang te hebben gecreëerd. Ze werd beschuldigd van antizionisme en zelfs antisemitisme. Ze had de hele Holocaust platvloers gemaakt met het gebruik van de term ,,banaliteit van het kwaad”. De ophef zou jaren voortduren.De artikelen werden gebundeld in het inmiddels klassiek geworden boek Eichmann in Jerusalem: A Report on the Banality of Evil. Arendt doet daarin niet alleen uitgebreid verslag van het proces, maar ook van allerlei andere factoren die met de Holocaust te maken hebben.

Aan het verschijnsel ‘kwaad’ gaf ze een nieuwe interpretatie. Ze schreef in het voorwoord van haar boek The Life of the Mind (gepubliceerd in 1978), dat achter de frase ‘de banaliteit van kwaad’ geen thesis of doctrine steekt. Maar ze was zich er wel vaag van bewust was dat ze inging tegen de traditie van het denken – literair, theologisch of filosofisch – betreffende het verschijnsel kwaad.

Gedachteloosheid
,,Kwaad, hebben we geleerd, is iets demonisch; het is de belichaming van satan”, schreef ze. Maar tijdens het Eichmann-proces werd ze geconfronteerd met iets volslagen anders: ,,Ik werd getroffen door een duidelijke oppervlakkigheid van de dader. Deze oppervlakkigheid maakte het onmogelijk, het onbetwistbare kwaad van zijn daden te herleiden naar een dieper niveau van wortels of motieven. De daden waren monsterlijk, maar de dader (…) was nogal ordinair, alledaags, en demonisch noch monsterlijk.” Het ,,geheel negatieve” was volgens haar niet zijn domheid, maar zijn gedachteloosheid of onnadenkendheid.Richard J. Bernstein, een hoogleraar de filosofie die een uitgebreide studie maakte naar de Joodse identiteit van Arendt, wijst erop dat het centrale concept in haar eerdere boek The Origin of Totalitarianism overtolligheid was. De totalitaire staat poogt menselijke wezens overtollig te maken.

Nu Arendt het Eichmann-proces heeft bijgewoond, richt zij haar aandacht op het concept gedachteloosheid of onnadenkendheid. Beide concepten staan met elkaar in verband. Het totalitarisme opent de afgrond van het radicale kwaad, dat ernaar streeft de menselijkheid uit te schakelen. Als de menselijkheid is uitgeschakeld, zijn er geen monsterlijke of ,,kwade motieven” meer nodig om gruweldaden te bedrijven. Het kan resulteren uit gedachteloosheid – het onvermogen om te denken – van gewone, normale mensen.”

Holheid
Waar Arendt in Jeruzalem zo geschokt van raakte, is dat ze een persoon tegenkwam die niet zelfstandig kon denken of oordelen. Eichmann kom slechts clich?’s uiten. Hij had er geen moeite mee, snel over te springen van de ene stelsel van regels naar een andere stelsel. Arendt was het eens met de rechters, dat wat Eichmann zei slechts ,,leeg gepraat” was. Maar ze was het niet eens met hun stelling dat hij dat deed om zijn misdaden goed te praten. Er bestond volgens haar geen diepte bij Eichmann, maar slechts holheid en oppervlakkigheid.Ook levert ze in het boek kritiek op de Joodse Raden die de Duitsers in het leven hadden geroepen, hoewel deze weinig met het Eichmann-proces te maken hadden. Als de Joodse Raden niet hadden gefunctioneerd, zou het aantal slachtoffers geringer geweest zijn. De Raden echter lieten op de meest treffende wijze de totaliteit zien ,,van de morele ineenstorting die de nazi’s veroorzaakten in de respectabele Europese maatschappij – niet alleen in Duitsland, maar in bijna alle landen, niet alleen onder de vervolgers maar ook onder de slachtoffers”.

Voor Arendt was het probleem het gebrek aan moraliteit. Ze zei dat het dominante geloof in haar generatie is geweest, dat ,,moreel gedrag vanzelfsprekend is”. Maar, zo voegde ze er aan toe, ,,niemand met gezond verstand kan daar nog in geloven”. Voor haar vloeiden de moeilijkste morele vragen niet voort uit het gedrag van de nazi’s, maar ook het gedrag van gewone, respectabele mensen.Verder uit ze in het boek kritiek op het proces zelf. Ze ergerde zich er bijvoorbeeld aan, dat in het proces het euthanasieprogramma niet ter sprake kwam. Hitler begon de massamoorden met het toedienen van de ,,genadedood” aan ,,ongeneeslijken” en ,,genetisch beschadigden” (lijders aan hart- en longziekten).

Het is volgens Arendt duidelijk dat zo’n euthanasieprogramma op den duur tegen elke groep gebruikt kan worden. Het principe van de selectie hangt af van de omstandigheden. ,,Het is”, zo schrijft ze, ,,heel goed denkbaar dat in de geautomatiseerde economie in de niet te verre toekomst mensen in de verleiding worden gebracht, al degenen te vernietigen wier intelligentiequotiënt beneden een bepaald niveau ligt.”Dat het boek van Arendt veel ophef veroorzaakte, was geen wonder. Ook nu nog zullen velen moeite hebben met de suggestie dat een demonische aanzet bij Eichmann ontbrak. Ook al zou er bij Eichmann onnadenkendheid en gedachteloosheid hebben bestaan, dan sluit dat nog niet de aanwezigheid van een geestelijke werkelijkheid uit. Maar Arendt heeft gelijk met haar stelling dat het opzij zetten van het oordeelsvermogen onnoemelijk veel leed kan veroorzaken. In een maatschappij die zich in technologisch opzicht steeds verder ontwikkeld is verstandelijke oppervlakkigheid en onvermogen zedelijk te denken des te gevaarlijker.

Eichmann verliest ook niet zijn verantwoordelijkheid. Nergens echter in haar werk worden zijn daden vergoelijkt. Integendeel, het boek is juist een grote aanklacht tegen de nazi-misdadiger.

Ophanging
De verdediging zei dat Eichmann slechts een ,,klein radertje” was in de machinerie van de Endlösung, en niet de eigenlijke motor, zoals de aanklagers zeiden. Het hof oordeelde dat zo’n misdaad alleen uitgevoerd kon worden met de hulp van een enorme bureaucratie, die de middelen van de regering gebruikte. Eichmann verdiende dan ook zijn straf.Op 11 december 1961 deed het hof uitsprak. Eichmann werd veroordeeld tot de doodstraf door ophanging. Er kwam een beroep, maar op 29 mei 1962 werd de uitspraak bevestigd door het Hooggerechtshof. President Itzhak Ben-Zvi wees gratieverzoeken van zowel Eichmann als een aantal rabbijnen en professoren van de Hebreeuwse Universiteit onder leiding van Martin Buber, van de hand.

Op donderdag 31 mei 1962, vlak voor middernacht, werd Eichmann uit de dodencel gehaald. Hij weigerde de bijstand van dominee William Hull. Hij zei dat hij een Göttglaubiger was, waarmee hij in nazi-jargon wildeuitdrukken dat hij geen christen was en niet in enig leven na de dood geloofde. Hij prees Duitsland, Argentinië en Oostenrijk, waarvan hij zei: Ik zal hen niet vergeten. ,,In het aangezicht van de dood vond hij een clich? dat gebruikt werd in begrafenisretoriek”, aldus Arendt.

Na de ophanging werd Eichmanns lichaam verbrand; de as werd uitgestrooid op de Middellandse Zee, buiten de territoriale wateren van Israël.

De belangrijkste bronnen voor dit artikel zijn: Hannah Arendt: Eichmann in Jerusalem: A Report on the Banality of Evil (Penguin Books), Richard J. Bernstein: Hannah Arendt and the Jewish Question (The MIT Press), en Correspondence Hannah Arendt – Karl Jaspers 1926-1969 (Harcourt Brace).
 

Gepost op

Een oorlogsverhaal achter de spiegel

Gewoon een elegante spiegel, van een vooroorlogs model, met een grijsblauwe lijst, die ze nog wel eens zou overschilderen. Maar voorlopig hing ze hem op.

Het gebeurde tijdens een dineetje. Ze was nog even in de keuken. Het eten stond al op tafel en de gasten zaten klaar. Opeens hoorde ze een klap. Midden op tafel, bovenop het eten, lag de spiegel. De lijst was losgesprongen. Bij het opruimen van de ravage merkte Patricia iets bijzonders. Verstopt tussen spiegel, achterwand en lijst zat iets diks: een kleine bruine enveloppe van pakpapier. Nieuwsgierig en met kloppend hart maakte ze de enveloppe open. Er zaten dunne velletjes briefpapier in, verkleurd door de tijd, in een taal die ze niet kon thuisbrengen. Ze bewaarde ze.

Tot vele jaren later iemand zei: het lijkt wel Nederlands. En: ik ken wel iemand die dat zeker weet. Zo raakte er een BBC-verslaggeefster bij betrokken die getrouwd was met een Nederlander.

Liz Barns, de BBC-journaliste: ,,Toen ik die envelop in handen kreeg, ging er een rilling door me heen. Er was iets griezeligs aan.” Ze vond een persoonsbewijs uit 1941 van ene Jan Hemelrijk, die blijkens de identiteitskaart gedeeltelijk joods bloed had. En ze las onder meer een brief, gericht aan de heer en mevrouw J. Hemelrijk te Amsterdam, gedateerd 12 september 1944. Ze ontcijferde: ,,Lieve kinderen. Het ziet er naar uit dat alles over is. Vader is dood. Gisteren vond Dieneke eindelijk iemand van de Joodsche Raad in Arnhem bereid het politiebureau te bellen. Of ze een meneer Hemelrijk daar hadden gehad. Otter zei: Ja, we hebben hem gedood.” Het briefje was ondertekend met ‘moeder’.

In een andere brief, vier dagen eerder geschreven vanuit Putten – in een ander handschrift – las ze: ,,Beste Jan. Otter kwam langs met een zekere Feenstra uit Arnhem, een andere slechte appel. Hij sloeg moeder in het gezicht. Noemde haar een vuile jood. Wat hem betreft was iemand die met een jood was getrouwd zelf ook een jood.”

Op het laatste velletje las ze onder meer: ,,Kennelijk heeft vader onmiddellijk bekend jood te zijn.” Getekend: Leo.

Reconstructie
Het angstige voorgevoel had de BBC-journaliste niet bedrogen. Ze recapituleerde: moeder getrouwd met een jood. Jan en Leo zoons. Vader dood. Samen met haar man vertaalde ze alle brieven, want de treurige lotgevallen van die Nederlandse familie lieten haar niet los. Ze wist wat er met Nederlandse joden in de oorlog was gebeurd. De plaatsnaam Putten zei haar echter nog niets.

Een Nederlandse schoonzus benaderde de gemeente Putten. Zo kwamen ze er achter dat er nog twee andere kinderen Hemelrijk waren: naast Leo (de oudste) en Jan ook Dina (Dieneke) en de jongste zoon Jaap. Korte tijd later kregen ze contact met Leo Hemelrijk, schrijver van enkele gevonden brieven. Leo, nu 85 jaar, is journalist in ruste. Decennia lang werkte bij voor het ANP, onder meer als ‘luchtvaartverslaggever’ op Schiphol.

Met Leo en zijn andere familieleden reconstrueerde Liz Barns de oorlogsgebeurtenissen, hetgeen een boeiende aflevering opleverde in de radioserie Document van BBC 4.

De vader uit de brieven was dr. Jacob Hemelrijk, geboren in 1888, honderd jaar voordat de spiegel in Londen opdook. Als armeluiskind had hij zich opgewerkt in het onderwijs. Hij studeerde klassieke talen en werd ten slotte rector van het gymnasium in Alkmaar. Omdat hij niet groot van gestalte was en een linkse politieke voorkeur had werd hij ‘de kleine rode rector’ genoemd. Hij was jood en woonde met zijn gezin in Bergen (NH), vlakbij zee. Voor de oorlog verleenden hij en zijn vrouw al onderdak aan vluchtelingen uit Duitsland en ze maakten zich dus weinig illusies over wat er zou gebeuren als Nederland bij de oorlog betrokken zou raken.

Dat kwam uit. In het eerste oorlogsjaar werd de vader ontslagen. Hij kreeg opdracht zich te melden in Amsterdam, rook lont en dook onder. Zoon Jan, aan wie de brieven achter de spiegel gericht waren, zat in Amsterdam in het verzet. Hij regelde onderduikadressen voor joden, zorgde voor voedselbonen en valse persoonsbewijzen. Via hem kreeg zijn vader een perfect vervalste identiteitskaart toen hij moest onderduiken.

Gestapo
In de zomer van 1944 wilde Leo, inmiddels getrouwd en zelf net vader geworden, zijn dochter Mirjam aan zijn moeder laten zien. Die bleek naar familie in Putten getrokken. Vandaar dat ook Leo – met valse identiteitskaart – en zijn trotse jonge gezin naar Putten gingen, de plaats aan de westelijke Veluwerand waar het noodlot zou toeslaan en van waar de dramatische brieven zouden worden geschreven.

De eerste septemberdag van 1944 begon voor Leo met een mooie verrassing: ook de ondergedoken vader Jacob bleek in Putten te zitten. Maar de eerste de beste nacht ging het fout: een overval. De pro-Duitse politieman Otter en zes Gestapo’s bleken op zoek naar ‘een jood met een radio op de Prins Hendriklaan 59’, zoals een anonieme tip luidde. Het valse persoonsbewijs van de vader leek prima. Maar een andere foto in huis onthulde zijn ware identiteit. Hij moest mee naar de politiecel.

Vrienden van zijn jongste zoon Jaap bedoelden het goed toen ze de volgende dag met een revolver in de hand vader Hemelrijk probeerden te bevrijden, maar het mislukte. Vader Hemelrijk werd naar Arnhem getransporteerd. Door die mislukte bevrijdingspoging dachten de Duitsers een hoge pief van het verzet in handen te hebben.

Hemelrijk werd naar het huis van overste Feenstra, politiecommandant van het district Gelderland, gebracht en daar ongenadig met gummiknuppels in elkaar geslagen tot zijn hele rug bloedde en zijn gezicht onherkenbaar gezwollen was. In de Arnhemse gevangenis nam hij twintig aspirines en tien slaappillen in, samen met pruimen die zijn vrouw hem nog had toegestopt. Die zelfmoordpoging mislukte, evenals de tweede, waarbij hij met een nagelschaartje in z’n polsen sneed.

Gedichten
Een dag later moest ook de moeder mee, omdat zij wellicht achter de bevrijdingspoging zat. Het toeval speelde weer mee: ze belandde in dezelfde politiecel als waarin haar man op doorreis had gezeten. Daar vond ze vier pruimen in papier gewikkeld met een briefje erbij voor haar: ,,Ik wist dat je zou komen.” Op de muur had hij zeven gedichten geschreven waaruit bleek dat hij zich verzoend had met zijn lot en terugkeek op een mooi leven. ,,Wie weet of leven beter is dan sterven…” heette er een. En die voor h??r begon met: ,,Jij bent de vlam…”

De moeder had geluk. De bevrijding leek ophanden. Een goede politieman liet haar vrij. Maar een paar dagen later kreeg haar dochter Dieneke te horen dat vader dood was, zoals vervolgens aan Jan in Amsterdam werd geschreven in een van de later in Londen opgedoken brieven. Het doodsbericht zou echter onjuist blijken. Vader Jacob Hemelrijk was niet in Arnhem gedood, maar naar Vught overgebracht. Vandaar uit werd hij op transport gesteld naar het concentratiekamp Sachsenhausen en vervolgens naar het kamp Buchenwald.

In Putten wisten de achtergebleven leden van de familie Hemelrijk de bossen in te vluchten toen de Duitsers op 1 oktober 1944 wraak namen voor een aanslag op een Duitse auto met officieren. De Duitsers verzamelden alle mannelijke inwoners van Putten tussen de 18 en 50 jaar en voerden hen weg: 589 belandden uiteindelijk in Duitsland. Een half jaar later, na de oorlog, keerden er slechts 44 terug.

Heel Putten huilde. Maar er gebeurde ook een klein wonder. Vader Hemelrijk keerde levend en wel terug uit de concentratiekampen. Hij had er een oude kennis ontmoet, Koos Vorrink, de leider van de socialistische partij SDAP. Voor de Duitsers was Vorrink een kostbare gevangene. Ze dachten hem na de oorlog nog te kunnen gebruiken bij vredesbesprekingen. Vorrink steunde Hemelrijk bij diens bewering geen jood te zijn. Hij mocht in het niet-joodse deel van het kamp blijven en ontkwam zo aan de vernietigingsmachine.

Boek
Zo kwam er aan dit verhaal vol toevalligheden toch nog een ‘happy ending’. Vader Hemelrijk leefde nog lang (hij werd 85) en gelukkig en schreef een sober maar indrukwekkend boek over zijn kampervaringen, getiteld ‘Er is een weg naar de vrijheid’. Die spreuk stond, cynisch genoeg, op de poort van Sachsenhausen.

Overste Feenstra kreeg na de oorlog van het Bijzonder gerechtshof de doodstraf en werd gefusilleerd. Ook wachtmeester Otter wachtte de doodstraf, maar die werd niet uitgevoerd. Vader Hemelrijk kon in het proces optreden als kroongetuige.

Jan Hemelrijk in Amsterdam had de brieven van zijn familie uit Putten achter de spiegel verstopt en was ze later glad vergeten. Totdat ze opdoken in Londen. En Leo Hemelrijk kan nog steeds verbaasd terugdenken aan die nacht: ,,Zeven man Gestapo en een bouvier om een kleine onschuldige jood midden in de nacht op te pakken. Dat geloof je toch niet?” (4 mei 2002)

Gepost op

Rau prijst verzet tegen nazi?s

Rau sprak in München tijdens een lezing ter nagedachtenis aan de Weisse Rose, een verzetsgroep van studenten aan de universiteit van de Beierse hoofdstad. Sophie Scholl en haar broer Hans werden op 22 februari 1943 geëxecuteerd, nadat zij pamfletten tegen de nazi’s hadden uitgedeeld.

Volgens Rau zijn misdaden van de nazi’s na 1945 te vaak ontkend. Verzetsstrijders werden genegeerd of in een kwaad daglicht gesteld. De gebrekkige verwerking van het verleden had ermee te maken dat nazi-gezagsdragers na de oorlog al snel weer sleutelposities bekleedden.

Duitsland moet voortaan twee keer nadenken alvorens vergelijkingen te trekken met de nazi-tijd. Dat heeft parlementsvoorzitter Wolfgang Thierse donderdag gezegd, zeventig jaar na de benoeming van Adolf Hitler tot rijkskanselier.

Vergelijkingen tussen de huidige situatie in Duitsland en de nadagen van de Republiek van Weimar of de nazi-tijd zijn een gevaar voor de democratie, aldus Thierse, omdat zij leiden tot een klimaat waarin de roep om een ’verlosser’ steeds luider wordt.

In de Duitse politiek leiden vergelijkingen met de nazi-tijd steeds weer tot opschudding. Het laatste incident deed zich vorig jaar voor: toen moest minister van Justitie Helga Däubler-Gmelin aftreden omdat zij in een interview de Amerikaanse president George Bush met Hitler had vergeleken.

Ook de kracht van extreem rechts in het Duitsland van nu moet volgens Thierse niet worden overdreven. Het aantal misdaden door neonazi’s neemt weliswaar niet af, maar extreem rechts maakt bij verkiezingen nog steeds geen enkele kans, aldus de voorzitter van de Bondsdag.

Gepost op

Duitse regering sluit verdrag met joodse gemeenschap

De ondertekening, door bondskanselier Gerhard Schröder en voorzitter Paul Spiegel van de Centrale Joodse Raad, vormde het hoogtepunt van de herdenking van de bevrijding van het vernietigingskamp Auschwitz, maandag 58 jaar geleden. Sinds 1996 geldt deze Dag van de Holocaust in Duitsland als officiële herdenkingsdag.

„Niemand, maar dan ook niemand zou in 1945 hebben geloofd dat er ooit weer een joods leven in Duitsland zou kunnen zijn”, zei Spiegel op een persconferentie. „Vandaag zijn we zelfs geneigd te spreken van een aanstaande renaissance van het jodendom in Duitsland.”

De ooit bloeiende joodse gemeenschap in Duitsland, die ongeveer 500.000 zielen telde, werd in de Tweede Wereldoorlog gedecimeerd. Na de oorlog waren in Duitsland nog maar 15.000 joden over. Tien jaar geleden was dat aantal verdubbeld tot 30.000. Inmiddels telt de gemeenschap 100.000 leden, vooral door immigratie vanuit de voormalige Sovjetunie.

Het verdrag zorgt ervoor dat de jaarlijkse financiële bijdrage aan de 83 joodse gemeenten conform haar toegenomen omvang wordt verdrievoudigd tot drie miljoen euro. Het geld zal onder andere worden gebruikt om meer rabbijnen aan te stellen en de joodse riten bij te brengen aan immigranten die onder het communisme verstoken zijn geweest van religieus onderwijs.

Gepost op

Bankkluisjes-actie verlengd

Nazi’s hebben in de Tweede Wereldoorlog bij Nederlandse banken de kluisjes van joden opgebroken om te kijken wat daar te halen viel. De kosten voor het openbreken werd ook nog eens bij de slachtoffers in rekening gebracht. De Stichting heeft nu een potje van onder meer banken om alle geleden schade te vergoeden.

De termijn om te claimen liep eigenlijk eind december af, maar juist in die periode kwam de Stichting in bezit van een lijst met namen en adressen van safehouders van toen. Waar die lijst vandaan kwam, kan de Stichting niet uitleggen: „Het was kennelijk iemand in een vertrouwenspositie die het nodig vond ons te informeren”, aldus een zegsman vrijdag.

De lijst staat nu op internet (www.sie-sjoa.nl). Wie zichzelf of familie daarop meent te herkennen, kan alsnog claimen.

Tot nog toe zijn er nauwelijks claims ingediend. Het is moeilijk de schade aannemelijk te maken. De lijst kan nu een oplossing betekenen.

Gepost op

Langere termijn voor schadeclaims bankkluisjes

Nazi’s hebben in de Tweede Wereldoorlog bij Nederlandse banken de kluisjes van Joden opengebroken om te kijken wat daar te halen viel. De kosten voor het openbreken werd ook nog eens bij de slachtoffers in rekening gebracht. De Stichting Individuele Effectenaanspraken Sjoa beheert geld dat onder meer door banken beschikbaar gesteld is om alle geleden schade te vergoeden.

De termijn om te claimen liep eigenlijk eind december af, maar juist in die periode kwam de stichting in bezit van een lijst met namen en adressen van safehouders van toen. Waar die lijst vandaan kwam, kan de stichting niet uitleggen. De lijst staat nu op internet (www.sie-sjoa.nl). Wie zichzelf of familie daarop meent te herkennen, kan alsnog claimen.

Totnogtoe zijn er nauwelijks claims ingediend. Het is moeilijk de schade aannemelijk te maken. De lijst kan nu een oplossing betekenen.

Gepost op

Hongarije krijgt open universiteit Joodse studies

De universiteit moet een trekpleister worden voor mensen die het Jodendom weer willen ontdekken, aldus rabbijn Baruch Oberlander. Er zijn al vijftig studenten ingeschreven, van wie de meeste dertigers of veertigers zijn.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn ongeveer 600.000 Hongaarse Joden in concentratiekampen omgekomen. Ook onder het communisme hadden de Joden het niet makkelijk in Hongarije.

Oberlander verwacht niet dat er veel gevluchte Joden zullen terugkeren naar Hongarije. De situatie van het Jodendom is er slechter dan in New York, Antwerpen, Amsterdam of Londen, aldus de rabbijn.

Kortgeleden kreeg Hongarije voor het eerst sinds de holocaust een eigen orthodoxe rabbijn. Na Rusland heeft Hongarije met ongeveer 100.000 Joden de op een na grootste Joodse gemeenschap in Oost-Europa.