Beurs

Beurs in Voorthuizen
Op zaterdag 2 juni 2012 is de eerstvolgende boeken- en papierbeurs van de Documentatiegroep '40-'45 van 9.00-12.00 u. in Voorthuizen samen met de vereniging van kranten- en tijdschriftverzamelaars ( VKTV)
Kijk voor meer informatie onder Vereniging.
Voor andere (externe) activiteiten, zie Persberichten.

Terugblik '40-'45

Inhoud van de Terugblik van deze maand

 

Deze maand in Terugblik

 

mei 2012

  • Van de redactie

    Rotterdamse studenten die omkwamen bij het verzet in WO II

  •  

  • Duitse militaire rangen en standen

  •  

  • Burger in de frontlijn - Rotterdam 1940


  • Boekendienst

 

OnlangsVerschenen

 

Nieuws


  • Recensies

 

Verenigingsnieuws

 

  • Leden ontvangen maandelijks  Terugblik'40-'45.

     

     

Lees meer...

Inloggen

Zestigers vertellen; de belevenissen van een bakkerszoon

door J. Brons, september 1994

 

ZONDAG: 17 SEPTEMBER 1944

Het was mooi zonnig weer en wij waren allemaal tegen koffietijd gezellig bij elkaar om de verjaardag van mijn jongere broer en die van oma te vieren, toen nog niets vermoedende van wat ons nog de komende dagen te wachten stond.

Wij woonden toen in de Rietgrachtstraat in de buurt van de Rijnbrug, waar mijn ouders een brood- en banketbakkerij hadden. Het was een groot vrijstaand huis met twee bovenverdiepingen en de bakkerij was aan het huis gebouwd.

Alle vertrekken kwamen uit in een vrij grote hal, waar wij de komende uren veel zouden zijn omdat het daar het veiligst was.

In het verleden kwam het herhaaldelijk voor dat op zondagmiddag Duitse militairen (onderdelen van de Wehrmacht en Luftwaffe) in de straat richting Rijnbrug en omgeving tegen elkaar oefenden en elkaar met losse flodders beschoten en wij als kinderen liepen dan op afstand mee om ernaar te kijken, hoe de een de ander probeerde te vinden en te beschieten en werd er dan een soldaat geraakt dan kon hij vertrekken en was dan waarschijnlijk zogenaamd dood en mocht niet meer mee doen.

Maar op deze zondag was het even anders en veel grimmiger en wij mochten natuurlijk van onze ouders niet naar buiten om te kijken.

In de namiddag tijdens het diner (exacte tijd weet ik niet meer) bleek dat er meer aan de hand moest zijn, want er werd naar ons idee van overal geschoten en wij vlogen iedere keer van tafel als het te erg werd in de hal, in het midden van het huis.

Toch zijn mijn grootouders zonder veel problemen tegen de avond naar huis kunnen komen, zij woonden toen op de Paasberg tegenover het museum Bronbeek.

Waarschijnlijk heeft zich 's avonds het gerucht verspreid, dat de brug zou worden opgeblazen en zijn onze bovenburen toen bij ons in de hal erbij gekomen omdat het boven te gevaarlijk was geworden. Wij hebben met z'n allen zittende en liggende met ramen en deuren open in het donker de nacht doorgebracht.

Er moeten die avond een aantal para's min of meer verdwaald zijn, want 's nachts was er een bij het hek van onze achtertuin en mijn vader heeft getracht hem te overtuigen van het feit dat de Duitsers bij ons aan de voorkant van het huis lagen, hij is vertrokken en de brug werd zoals bekend niet opgeblazen. Aan de overkant van de straat is naar later bleek ook een para gevangen genomen, die zich daar schuil heeft gehouden.

's Maandagsavonds stond er in de straat een tank en waren de Duitsers in de achtertuinen op zoek naar para's. Hoe dat verder is afgelopen is mij niet bekend. De nacht is verder vrij rustig verlopen.

MAANDAG. 18 SEPTEMBER 1944

Vrij vroeg bij de pinken. De situatie is niet veel beter en eigenlijk weet niemand goed wat er nu precies aan de hand is want van enige communicatie was geen sprake. Mijn vader besluit om toch maar gewoon te beginnen, hij had toen ook de leveranties aan de Koepelgevangen is en het huis van bewaring en het werd in de loop van de dag wel duidelijk dat er geen mogelijkheid meer was om daar het brood af te leveren, daarom wilde mijn vader tegen de middag naar de slager op de hoek van de Rietgrachtstraat en de Boulevard Heuvelink (die had nog wel telefoon) om te proberen erachter te komen hoe of wat.

Hij was nauwelijks buiten of er kwam een Duitse soldaat met geweer in de aanslag op hem af en dreef hem voor zich uit de straat in, dit alles zagen wij van achter de ramen gebeuren en mijn moeder was dermate geschrokken dat zij uitriep: 'die zien we nooit meer terug', maar gelukkig was dit niet het geval. Wel hebben wij uren in de rats gezeten waar hij toch bleef en aangezien niemand naar buiten durfde te gaan moesten wij maar berusten en het beste ervan hopen.

Eindelijk werd mijn vader in de namiddag in zijn bakkersplunje door dezelfde Duitse soldaat zonder het geweer in de aanslag weer thuis gebracht. Men had hem bij een officier gebracht en ondervraagd en gecontroleerd wat ervan waar was en hem toen weer laten gaan.

In ieder geval was het duidelijk dat wij niet bij de gevangenissen konden komen en bleef mijn vader met een flinke voorraad brood zitten.

Inmiddels was het schieten over en weer in alle hevigheid toegenomen en stonden de huizen die achter ons huis dichter bij de brug stonden allemaal in brand en omdat er tussen die huizen en het onze een vrij grote open ruimte was behoefden wij ons voor brand geen zorgen te maken en bleven wij binnen terwijl de bewoners van de in brand geschoten huizen langs ons huis wegtrokken.

Zo tegen 18.00 uur kwamen de Duitsers vanuit de straat ons huis binnen en begonnen te schreeuwen dat wij eruit moesten, de bovenburen die nog steeds bij ons in de hal zaten kregen niet eens meer de gelegenheid om boven nog wat op te halen en konden zo in het pak vertrekken zonder iets mee te kunnen nemen.

Duitse soldaten gingen naar boven om aan de achterkant van het huis vanaf de balkons te schieten richting brug en op de toren van de grote Eusebiuskerk. Zij konden via de straat langs ons huis die uitkwam op de Eusebiusbuitensingel (langs de Rijnbrug) een deel van het talud van de brug overzien.

Wij hebben nog kans gezien de bakfiets met houten banden te pakken er wat spullen in kunnen doen zoals een vluchtkoffertje en zijn weggegaan met de gedachte er de volgende dag weer terug te keren. De bakfiets is later op ons evacuatie adres in Ede uit de schuur 's nachts door Duitsers gestolen.

Op de hoek Rietgrachtstraat-Boulevard Heuvelink op de stoep voor de deur van de slager stond een vierloops luchtdoelgeschut opgesteld met Luftwaffe personeel en toen wij langs kwamen stond een officier afscheid te nemen van de manschappen met de bekende opgeheven arm .

Wij zijn toen via de Steenstraat en de Velperweg naar onze grootouders gelopen op de Paasberg die stom verbaasd waren ons zo te zien verschijnen, zij hadden verder daar niets van de toestand bij de brug gemerkt.

Op de Velperweg was het aan beide kanten van de weg een stroom van Duitse militairen die vol bepakt achter elkaar lopend op weg waren.

De juiste dag weet ik niet meer maar het zal waarschijnlijk donderdag geweest zijn, zijn mijn moeder, een jongere broer en ik terug gegaan om te kijken hoe een en ander ervoor stond. Toen wij in de Rietgrachtstraat aankwamen was de straat aan de kant van ons huis een grote puinhoop en alleen het huis met garage van transportbedrijf Holleman en het filiaal van Verkade stond nog overeind, de rest was kapot geschoten en verbrand.

De tank stond er nog en toen wij langs het filiaal van Verkade kwamen lopen stond in het magazijn een Duitse vrachtwagen en waren de Duitsers bezig met het inladen van de nog aanwezige voorraden. Een van de Duitsers vroeg ons wat wij moesten en wij vertelden hem dat wij iets verderop gewoond hadden en even wilden kijken. Hij liep met ons mee tot voor het afgebrande huis en liet ons aan de overkant achter de omheining van de aldaar gevestigde houthandel vol trots een gegraven kuil zien met daarin nog een de ken en een kaart: hij had daar een para weggehaald en gevangen genomen, dit moet ook een van de verdwaalde para's geweest zijn, die geen kans meer heeft gezien naar de brug terug te keren. Jaren later heb ik nog eens geprobeerd om via een oproep in het Pegasus Journaal (Het Engelse Parablad) deze para op te sporen, doch heb daarop nooit een reactie gehad.

De bakkerij die aan het huis gebouwd was stond als enige nog overeind met dien verstande dat het dak er helemaal ingezakt was en in de kelder daaronder was de gehele weck voorraad nog aanwezig die wij uiteraard hebben meegenomen.

De puinhoop van ons huis was gewoon nog heet van het vuur en gaf een trieste aanblik van een huis waar wij gewoond en gespeeld hadden en leuke herinneringen aan bewaarden.

Het moet wel haast op donderdag geweest zijn want het was er erg rustig en verder geen militairen meer behalve bij Verkade.

De volgende dagen hebben wij veel Engelse soldaten op de Velperweg als gevangenen zien afvoeren en de Duitsers reden volop met de buitgemaakte jeeps en enkele welbikes (een kleine parascooter).

Door de vele branden in de stad dwarrelden veel kleine stukjes verbrand zwart papier naar beneden.

Toen kwam het bericht dat alle Arnhemmers de stad moesten verlaten en voor zover de herinnering gaat werd het bevel op zaterdag 23 september 1944 gegeven, wij zijn toen naar Velp gegaan waar wij bij een relatie van mijn ouders een deel van hun huis konden gebruiken.

Dit heeft niet lang geduurd want door dreigende voedseltekorten werden evacués aangeraden ook uit Velp te vertrekken en wij zijn lopend via Schaarsbergen richting Ede gegaan. Op de Provinciale weg was het een lange stoet van wegtrekkende mensen met allerlei soorten van vervoer die allemaal aan de rechterkant van de weg moesten blijven lopen want aan de andere kant hadden de Duitsers inmiddels de bossen uitgekamd en veel oorlogsbuit uit de bossen aan die kant van de weg verzameld.

Een bekendmaking van het Rode Kruis

BEKENDMAKING NO. 39

Aan de bevolking van Arnhem Op bevel van de Duitse Weermacht moet de geheele bevolking van Arnhem evacueren t.w.: Beneden de spoorlijn heden (Zondag) en boven de spoorlijn uiterlijk Maandagavond 25 september. Als evacuatie richting wordt aanbevolen richting Apeldoorn en richting Ede. De bevolking wordt aangeraden om zich in kleine buurt-groepen stadswijken te organiseren en voor het vervoer van ouden van dagen, hulpbehoevenden en kinderen met eigen organisatiemiddelen te zorgen. Ook ziekenhuizen worden geevacueerd, hetgeen door het Roode Kruis wordt verzorgd, waardoor deze organisatie reeds belast is. Ieder dient zich dus binnen zijn groep zooveel mogelijk zelf te redden Van Gemeente wegen zal langs de weg naar Apeldoorn op een reeks plaatsen hulpposten worden gevestigd. Ieder neme slechts het hoognoodige mede en wel voornamelijk dekens, eetgerei en mondvoorraad . In verband met luchtgevaar wordt men aangeraden kleine groepen te vormen, voorzien van witte vlaggen. Namens de evacuatie-commissaris

De Kring-commissaris voor
Gelderland van het Roode Kruis

Deze bekendmaking heb ik letterlijk overgenomen en let op de spelling en wat dan gedacht van het feit dat aanbevolen wordt richting Ede en Apeldoorn te gaan en onderweg naar Apeldoorn hulpposten worden ingericht, dus richting Ede niet en dat was ook zo. Dat de voedselvoorziening moeilijk was blijkt b.v. uit de volgende berichten

BROOD 2e KNIP

Vrijdag 22 September 9 uur wordt 2 ons brood per persoon op de stam- of noodkaart verstrekt. Zaterdag wordt hiermee voortgegaan De knip wordt gegeven boven de letter b bovenzijde rechts, of op vakje 2 van de noodkaart.

Commissie, voor Oost-Arnhem
21 September 1944

BEKENDMAKING

Warm eten

Op de aardappelkaart voor geevacueerden kan heden een rantsoen warm voedsel worden verstrekt . Uitgifte bij School 6, Bonte Wetenng.

21 september 1944

Ook deze twee berichten zijn letterlijk overgenomen.

De Commissie voor Oost-Arnhem

In Ede aangekomen heeft mijn vader onderdak gevonden bij een houthandel in het centrum van de stad. Het kantoor werd leeggeruimd en stro in gelegd waar wij enkele dagen hebben gebivakkeerd met onze grootouders in totaal 7 personen. Buiten was een kraan waar wij ons konden wassen dus een hele toestand, om de beurt. Voor ons jongens was het daar best wel spannend er werd bescheiden gewerkt en tussen de machines en treintjes op het terrein en de stapels hout was het leuk spelen.

Na een korte tijd hebben mijn grootouders bij particulieren onderdak gevonden en zijn wij toen enkele weken bij een bakker ingekwartierd geweest.

Uiteindelijk zijn wij op een flat tegenover het station van Ede terecht gekomen, de oorspronkelijke bewoners, moeder met twee dochters, durfden niet langer meer tegenover het station te wonen en boden de ruimte bij mijn vader aan en daar is op een gegeven moment door de Duitsers onze bakfiets uit de schuur onder het flatgebouw gestolen. (Het flatgebouw is er niet meer). De spoorlijn naar Arnhem en verder door naar Duitsland werd regelmatig door de Duitsers gebruikt en dan vooral 's nachts. Het kwam wel voor dat de trein bleef staan om welke reden dan ook en dan werd de locomotief eraf gekoppeld en geparkeerd in de Aku fabriek zodat die vanuit de lucht niet zichtbaar was, de volgende nacht werd deze er weer voor gezet en weg waren ze. De wagons werden dan ook herhaaldelijk bestookt maar het is allemaal goed gegaan en we hebben daar geen problemen verder mee gehad.

Toen Ede door de Canadezen bevrijd werd zijn wij vrij snel terug kunnen keren naar Arnhem, het zal april 1945 geweest zijn. Met een klein legervoertuig, want veel spullen hadden wij niet, hebben wij onze intrek genomen op een etage op de Boulevard Heuvelink bij kennissen. Het huis van mijn moeder aan de Eusebiusbuitensingel was dermate beschadigd, de Duitsers hadden van die huizen een soort bunker gemaakt, dat mijn broers en ik eerst grote schoonmaak hebben moeten plegen. Op de benedenverdieping van dit huis lag zo'n halve meter zand en de souterrain was gestut met diverse balken van hout die daar zijn aangebracht ter versteviging. De kogel en scherf gaten werden gerepareerd en de vijf grote ramen werden dicht gemaakt met karton en in het midden een heel klein raampje, want er was niet voldoende glas. De Duitsers hadden vanaf dit huis tot aan de hoek van de Boulevard-Heuvelink de achterkanten van de souterrains de muren naar de buren doorgebroken zodat zij zonder gezien te worden aan de voorzijde van het ene naar het andere huis konden lopen. De voorkant van het huis keek richting oprit Rijnbrug.

Mijn broers en ik hebben nog het ingezakte dak van de bakkerij eruit gehakt en de deegmachine bleek nog in tact te zijn, die is nog door de fabriek in orde gemaakt en heeft nog jaren dienst gedaan, de kolenoven hebben wij ook aan de gang gekregen zij het zonder schoorsteen want die was weg, doch mijn vader heeft van de gemeente nooit vergunning gekregen om er een dak op te plaatsen om daar weer te kunnen beginnen omdat men inmiddels een heel ander bestemmingsplan had (nu staat op die plek de brandweerkazerne van de Gemeente Arnhem.).

De Rijnbrug die op woensdagmorgen ergens in januari 1935 om 6.00 uur 's morgens zonder officieel vertoon voor het verkeer weer vrijgegeven werd op 10 mei 1940 tussen 4.00 en 5.00 uur 's morgens door de Nederlandse Genie opgeblazen, en in de volgende jaren weer hersteld en omstreeks 7 oktober 1944 door de Amerikaanse Luchtmacht gebombardeerd en in 1945 weer herbouwd. In de jaren tachtig werd de brug vernoemd naar John Frost.

 

 

 

Forum

Facebook

Twitter