Pacifisme tijdens de Tweede Wereldoorlog
door A.P. van Vaalen, april 1998 Pacifisme, een beladen woord. Toch betekent het woord, volgens mijn woordenboek, niet meer, ook niet minder dan: HET STREVEN NAAR BEHOUD VAN VREDE TUSSEN DE VOLKEREN. Daar is niets mis mee zou je zo zeggen, maar toch: gebroken geweertje, zwakheid, lafheid, deserteurs, enz. Meestal wijst er dan wel een beschuldigend vingertje naar links, zoals links veel de schuld krijgt van allerlei zaken die verkeerd zijn in de ogen van de meer behoudende mensen. Onder pacifisme verstaat men ook de geweldloze strijd, geweldloos verzet, burgerlijke ongehoorzaamheid. Ghandi, die met miljoenen aanhangers de geweldloze strijd aanging tegen hun koloniale Britse onderdrukker. Of Martin Luther King die de geweldloze strijd aanging voor de Rechten van de Mens in de Verenigde Staten. En het is ze gelukt! Volgende vraag, waren er ook in de Tweede Wereldoorlog strijders voor vrede tussen de volkeren actief? Het antwoord is ja, hoewel ik lang heb moeten zoeken, niet omdat er zo weinig waren, maar wel omdat in ons grote voorbeeld, de boeken van dr. L. de Jong, verzuimd is dit te vermelden. Er bestond bijvoorbeeld de zgn. TD-groep, die hun ondergrondse werk om practische redenen geweldloos deden. Zij waren zeker niet de enigen, maar het was wel de eerste groep waar ik tijdens mijn onderzoek op stuitte. Dit wordt overigens wel in dr. de Jong beschreven. Hoe is deze groep ontstaan en vooral hoe ging ze te werk? De directe aanleiding tot dit verzet was het begin van de jodenvervolging en de basis werd gelegd in Leusden en Amersfoort. Een joods gezin moest op hoog bevel verhuizen van Leusden naar Amsterdam. Ze wilden helemaal niet naar Amsterdam en doken onder in het huis van een bevolkingsambtenaar uit Leusden. Betrekkelijk eenvoudig zorgde deze ambtenaar voor nieuwe identiteitspapieren, op een valse niet-joodse naam. Door zijn goede contacten met het distributiekantoor wist hij eveneens aan distributiebonnen te komen . Een kennis van deze ambtenaar hielp eveneens joden aan een onderduikadres. Ook deze kennis kreeg via het gemeentelijk apparaat identiteitspapieren voor zijn onderduikers. Zij begonnen meer en meer samen te werken en kwamen al snel tot de conclusie dat de gevolgde methode waterdicht was en op grotere schaal toegepast diende te worden. Dat lukte door contacten in de Achterhoek, maar nam pas echt toe na de april-meistakingen van 1 943. Zittende ambtenaren werden voor deze verzetsgroep van levensbelang, ze moesten worden benaderd, wie was te vertrouwen en ook op welke afdeling werkte de betreffende ambtenaar. Hoe dan ook, het werkte. Daar waren verschillende methoden voor en we zullen er een aantal op een rijtje zetten. Een ambtenaar, belast met de uitgifte van persoonsbewijsen (PB) paste de volgende truc toe. Hij zette een valse persoonskaart met een gefingeerde naam in het bevolkingsregister en reikte vervolgens op deze naam een PB uit. Bij een eventuele controle klopten de namen. Deze methode noemde ze 'rondzetten'. Er ontwikkelden zich al snel andere methoden. Het 'rondzetten' zat wel goed in elkaar maar men was toch beperkt in het aantal, want van ieder uitgegeven PB moest een ontvangstbewijs PB (OPB) naar Den Haag worden opgestuurd. Kinderen van vijftien jaar konden voor het eerst een PB halen, dat bood weer nieuwe mogelijkheden. De ambtenaar stuurde meer OPB's naar Den Haag dan er vijftienjarigen waren, dan was er weer wat meer speling. Nog meer verfijnd was de 'lijkjesmethode'. Overledenen werden administratief weer tot leven gewekt. De overlijdensakte moest er dan wel worden uitgelicht en de tot leven opgewekte overledene moest men laten verhuizen naar de plaats waar de onderduiker nu woonde. Ook werd gezocht naar baby's die 20, 30 of 40 jaar geleden waren overleden, afhankelijk van de leeftijd van de onderduiker. Ook hier moest natuurlijk weer worden verhuisd, waarbij de medewerking van een ambtenaar van de nieuwe gemeente was vereist. Medewerkers van de TD-groep reisden door het hele land om ambtenaren te bewerken deze methoden ook toe te passen en het moet gezegd worden, met succes. Het enige risicoprobleem was eigenlijk alleen nog de Rijksinspectie in Den Haag. Maar ook daar werden ambtenaren gevonden die bereid waren medewerking te verlenen. Er was zo een vrijwel volmaakte methode ontstaan, zeker nadat de centrale controle was weggevallen bij de Rijksinspectie van de bevolkingsregisters. Hoe kwam dat? De LO had via contacten met Engeland aan de Engelse luchtmacht gevraagd het gebouw 'Kleykamp', waarin de inspectie was gehuisvest, te bombarderen. Op dinsdag 11 april 1944 gebeurde dat. Een gedeelte van het register werd vernietigd, waardoor controle van uitgifte van persoonsbewijzen onmogelijk werd. Er vielen bij dit bombardement wel 60 doden. Een noot mijnerzijds tussendoor, dit bombardement was natuurlijk lang niet geweldloos, ik bedoel maar... Rest mij nog te vermelden hoe de TD-groep aan haar naam kwam. De distributiestamkaart was bijna volgeschreven met aantekening over de bepaalde verstrekking van inlegvellen. Er zou dus een nieuwe kaart aangemaakt moeten worden. Seyss-lnquart laat in de zomer van 1943 door Rauter een nieuwe distributieregeling ontwerpen.Waarom Rauter? Omdat de Duitsers met de invoering van deze nieuwe stamkaart onderduikers wilden dwingen tevoorschijn te komen. Het zag er gevaarlijk uit, maar ook hier wist de TD-groep uit te komen. Het was in deze spannende tijd dat hun naam geboren werd, TD stond voor Tweede Distributiestamkaart. Tot zover iets over de methode van werken van deze geweldloze verzetsgroep. Het heeft vele mensen in de oorlog geholpen en eveneens velen het leven gered. Toch was er kritiek op deze vorm van verzet, want noodzakelijk was natuurlijk dat de zittende ambtenaren hun werk bleven doen. Trouw bijvoorbeeld had een helder standpunt over de houding van de ambtenaren tijdens de bezetting. Zij moesten weigeren met de bezetter mee te werken en beriepen zich daarbij op de 'Aanwijzingen' van de regering voor ambtenaren in geval van een bezetting uit 1937. In de laatste paragraaf van dit stuk staat het volgende: 'In het algemeen kan worden gezegd, dat ambtenaren hun taak moeten neerleggen, wanneer het hun door de vijandelijke autoriteiten onmogelijk wordt gemaakt die taak te blijven vervullen in het belang van de eigen bevolking en op een wijze, die verenigbaar is met de trouw aan het eigen land.' Trouw vond dat nu aanblijven meer in het belang was van de bezetter dan van de bevolking. Daar kun je een paar vraagtekens bij zetten, het voorgaande heeft mijns inziens duidelijk aangetoond dat het aanblijven van de ambtenaren ook in het belang was van de bevolking. En wie bepaalde dan wel wat goed of niet goed was? De ambtenaar zelf, denk ik dan maar. Dit artikel probeert geen lans te breken voor het pacifisme, hoewel, de Tweede Wereldoorlog heeft miljoenen slachtoffers gekost. Was dat te voorkomen geweest? Dat blijft een hypothetische vraag, dus ook gevaarlijk. Toch is het communisme zonder geweld uit Rusland verdreven. Iedereen weet dat na de dood van Stalin het communisme is gaan afbrokkelen. Zou dat na de dood van Hitler ook gebeurd zijn met het nationaal-socialisme? Zie je nu hoe gevaarlijk een hypothese is? In een volgend artikel zal ik proberen de houding en de belevenissen van andere groepen pacifisten, zoals Jehova's Getuigen, de Quakers en de groep rond Joop Westerweel uiteen te zetten. Geraadpleegde literatuur: - 'Het geruisloze verzet' - Een uitgave van Kerk en Vrede, Amersfoort - 'De geschiedenis van het Koninkrijk Jehova’s Getuigen In Duitsland 'Bibelforscher' genoemd zijn zij pacifisten op grond van hun geloof. Overigens noemen zij zichzelf geen pacifisten, want als Jehovah hen ten strijde zou roepen zouden zij hem gehoorzamen. Waarvan akte. Zij waren na de machtsovername van Adolf Hitler in 1933, de eerste religieuze groep die te maken kreeg met het barbarisme van de nazi's. Volgens het hoofd van de politie van Maagdenburg, waar de Jehovah's Getuigen hun hoofdkwartier hadden, hielden zij zich uitsluitend bezig met bijbelse en religieuze zaken en bemoeiden zich op geen enkele manier met politiek. Van enige staatsvijandige houding was dan ook geen sprake. Dat was in 1932, dus voor de machtsovername, ten tijde van de Weimar Republiek. In 1933 telde de beweging ruim 19.000 actieve aanhangers in Duitsland en was daarmee een van de grootste groeperingen Getuigen in de wereld. Was Hitler misschien bang? Bang voor hun overtuigingskracht? Dat zal wel niet, maar toch kwamen er al in 1933 verbodsbepalingen tegen de 'Bibelforscher'. Er volgt een verbod op vergaderen en kantoren worden gesloten. Na protesten vanuit het buitenland worden de regels weer wat versoepeld, maar na een congres op 25 juni 1933 in Berlijn waar 7000 Jehovah's Getuigen bijeen komen, worden de verbodsbepalingen weer strenger. Drie dagen later op 28 juni worden alle bezittingen van het genootschap in beslag genomen. Het was het begin van een niets ontziende terreur tegen de Jehovah's getuigen. Vanuit de hele wereld werden protesttelegrammen gestuurd naar de nazi-regering, maar niets hielp. Toch deden ze niets wat met politiek te maken had, ze verzetten zich zelfs niet tegen de macht van Adolf Hitler. Waarom dan toch die haat tegen deze mensen? Doodeenvoudig omdat ze weigerden de macht van de Fuhrer als hoogste te erkennen. Voor de Jehovah's was maar een macht de hoogste en dat was God! Dat was hun misdaad. David trotseerde Goliath zeggen ze zelf en het maakte de tiran woedend. Hitler al in 1933: 'Deze zogenaamde' Ernstige Bijbelonderzoekers' zijn rustverstoorders: zij verstoren het harmonische leven onder de Duitsers; ik beschouw ze als kwakzalvers; Ik duld niet dat de Duitse katholieken op dergelijke wijze door deze Amerikaanse 'Rechter' Ruthedord (een van hun leidende figuren) bezoedeld worden; ik ontbind de 'Ernstige Bijbelonderzoekers'; hun bezittingen wijd ik aan de belangen van het volk; ik zal al hun lectuur in beslag laten nemen.' Na geconfronteerd te zijn met een stapel protesttelegrammen uit het buitenland tegen de vervolging van al die Bijbelonderzoekers, reageerde Hitler: 'wanneer zij zich niet naar ons richten, zullen wij met de krachtigste middelen tegen ze optreden,' waarna hij opsprong, zijn vuisten balde en hysterisch krijste: 'Dit gebroed zal in Duitsland worden uitgeroeid.' En de 'krachtigste middelen' werden inderdaad ingezet. Een wet op de Hitlerjugend bepaalde het volgende: 1. Alle Duitse jongeren binnen het grondgebied van das Reich worden opgenomen in de Hitlerjugend. 2. Alle Duitse jongeren dienen thuis, op school en binnen de Hitlerjugend in geestelijk en moreel opzicht in de geest van het nationaal-socialisme te worden onderwezen. Kinderen, wier ouders er een andere ideologie op na houden, zoals de Jehovah's Getuigen, worden bij hun families weggehaald en aan staatsinstellingen toevertrouwd. Inmiddels weten wij wat voor misdadige bende het was en het bleef niet bij dreigen, ze deden het ook. De Gestapo hielp, sleepte de kinderen bij hun ouders vandaan, smeet de ouders in gevangenissen of concentratiekampen en dat alles zonder enige vorm van proces. Het gezin Kusserow, vader, moeder en elf kinderen. Een gelukkig en harmonieus gezin tot Hitler aan de macht kwam, daarna: Vader was invalide tengevolge van de Eerste Wereldoorlog, raakte zijn uitkering kwijt omdat hij een Jehovah's Getuige was. Werd opgesloten, weer vrijgelaten en later toch weer opgepakt. Ze waren erg principieel, luister maar. De drie jongste kinderen werden bij hun ouders weggehaald. Het was inmiddels 1939. Elisabeth, een van die drie, vertelt: 'Op een lentedag kwam het schoolhoofd onze klas binnen en zei: ‘Elisabeth, aangezien je weigert de vlag te groeten en "Heil Hitler" te zeggen, is het duidelijk dat je ouders je geestelijke en morele ontwikkeling verwaarlozen. Ik heb het op me genomen om via de rechter regelingen te treffen, zodat je samen met je twee broertjes, van huis zal worden weggehaald. Jullie worden alle drie naar een plaats gebracht waar jullie een betere opvoeding zullen krijgen.’ Hij duwde me zijn kantoor in, waar Paul-Gerhard, die toen acht jaar oud was en Hans-Werner, negen jaar, al trillend stonden te wachten. Ik was pas dertien jaar en de betekenis van zijn woorden drong niet tot me door. ‘Onze ouders hebben ons opgevoed volgens de richtlijnen van Jehovah God,' protesteerde ik. Een politieagent nam ons mee. ‘Alstublieft, alstublieft’, smeekte ik, ‘laat me mijn moeder bellen. Ze wordt gek als we niet thuis komen.’ 'Verraders hoeven niet te weten wat er met hun kinderen gebeurt.' De moeder kwam er pas maanden later achter waar haar kinderen gebleven waren Het gezin werd pas na 1945 herenigd, op twee na. De broers Wilhelm en Wolfgang zijn beiden geexecuteerd. Wilhelm werd op 26-jarige leeftijd doodgeschoten en Wolfgang onthoofd, hij werd slechts 20 jaar oud. Het is zo maar een fragment wat de Jehovah's Getuigen boven het hoofd hing in nazi-Duitsland, alleen maar vanwege hun geloof, niet omdat ze zo opstandig waren, want dat waren ze nu juist niet. Velen, medegevangenen in de kampen, vroegen zich vaak af waarom de mannen en vrouwen met de paarse driehoek, in hun ogen ongevaarlijke burgers en politiek volstrekt neutraal, zo hevig in botsing kwamen met de machthebbers van het Derde Rijk. 'Wij waren het Christelijk geweten,' volgens de Getuigen zelf. Dat zou wel eens zo geweest kunnen zijn. Om een volledig Duits burgerschap te behouden, moesten de Getuigen hun geloof afzweren en het nazisme aanvaarden, zodat een compromis onmogelijk was. Uit alles blijkt dat de Jehovah's Getuigen geen geweldloze strijd aangingen, nee, maar ze weigerden pertinent mee te werken aan zaken die niet met hun geweten in overeenstemming waren. Het was hun standvastige weigering die ze tot helden maakte en de nazi's woedend en tegelijkertijd ook machteloos. Volgt hier nog een gruwelijk voorbeeld van een strijd van geest en geweten tegen een meedogenloze tegenstander. Een medegevangene maakte het van dichtbij mee en vertelt: De man weigerde 'Heil Hitler' te zeggen. Zijn naam was Franz, van beroep een soort ingenieur en het was in Lichtenburg. Hij zei niet veel en bekeek iedereen met een blik vol genegenheid. Zijn spaarzame blonde haar krulde licht rond zijn gladde voorhoofd. Hij zal rond de veertig zijn geweest. Onvermoeibaar veegde hij de cel en de gang, ging water halen en probeerde iedereen van dienst te zijn. MAAR HIJ WEIGERDE ZIJN ARM OPTE HEFFEN EN HEIL HITLER TE ZEGGEN. De eerste keer dat de bewaker dit opmerkte schreeuwde hij tegen hem:'Waarom heb je niet gegroet?' 'Omdat God het mij verboden heeft.' De bewaker kon zijn oren niet geloven en keek hem stomverbaasd aan. 'Houd je me voor de gek of zo?' 'Nee!' 'In welke slaapzaal ben je ingedeeld?' 'In slaapzaal nummer 3.' 's Avonds kwamen zij hem halen. Een week eenzame opsluiting! Daarna zagen zij hem terugkomen met gezwollen blauwe ogen. 'Wees nou redelijk’, zeiden zijn kameraden tegen hem, 'wat geeft het nou als je "Heil Hitler" zegt? Doe net als wij, wij zeggen het toch ook.' Hij schudde zijn hoofd. De volgende dag kwamen zij hem weer halen. Dit keer kreeg hij twee weken eenzame opsluiting. Toen hij terugkwam, was hij onherkenbaar. Maar nog steeds weigerde hij zijn arm op te heffen om te groeten. De dikke Zimmermann besloot hem toen te dwingen de groet te brengen. Met vijf andere SS'ers bracht hij hem naar de kleine binnenplaats. 'Doe je arm omhoog. Doe je arm omhoog. Doe je arm omhoog.' De commandant was hierbij aanwezig. De man werd afgeranseld, gleed uit over een bevroren plas water en viel... 'Doe je arm omhoog. HEIL HITLER, komt er nog wat van?' Zij sloegen hem tot hij bewusteloos was. Zijn bloed bevroor op de grond. Wij smeekten hem toe te geven. Tevergeefs. Zijn gelaat verhardde zich en kreeg een koppige uitdrukking van een kind. Hij wilde niet groeten. Het was hopeloos. Hij werd van ons gescheiden en in een cel met 'onverbeterlijke criminelen' geplaatst. Hij moest hun uniform dragen. Elke dag moest hij in looppas de beerput leegmaken. Zijn handen bloedden van het dragen van de emmers. En als het dat niet was kreeg hij eenzame opsluiting of slaag. Als wij hem tegenkwamen, groetten wij hem discreet en deden onze arm omhoog om hem aan te moedigen hetzelfde te doen. De SS sloot weddenschappen op hem af: 'Hij groet wel, hij groet niet..' Na verscheidene weken keerde hij op de slaapzaal terug. Hij leunde tegen de muur om overeind te blijven. Hij kwam een SS'er tegen in de gang. Zijn rechterarm ging onhandig omhoog. Zijn hand, overdekt met gestold bloed, strekte zich en hij fluisterde: 'HEIL HITLER...' Voorgaande voorbeelden tonen overduidelijk aan hoe standvastig de Jehovah's Getuigen hun geloof beleden. Maar zij boden geen verzet, ook niet passief. Dat vinden zij overigens zelf ook. Zij vinden zelf dat een verzet door weigering een beroep doet op alle krachten die de mens in zich heeft. Dat is natuurlijk ook zo, maar dat geldt ook voor andere vormen van verzet, hulp aan onderduikers bijvoorbeeld. Wat weigerden zij? In het voorgaande zijn daar al twee voorbeelden van genoemd, maar er is meer. De vrouwelijke Getuigen in Ravensbruck weigerden bepaalde arbeid. 'Hun overtuiging verbood hen arbeid te verrichten die de oorlog diende... Hoewel zij zonder jassen of dekens werden opgesloten in een volkomen leeg vertrek, geslagen werden en vier dagen lang alleen water en brood kregen hielden zij vast aan hun weigering.' De volgende keer het verhaal van een dienstweigeraar. A. van Vaalen. Geraadpleegde literatuur: Uitgave van Cercle Europeen de Temoins de Jehova Anciens Deportes et Internes.
Waren dit allemaal lafaards?
Hoe gingen de ambtenaren te werk?
Een Getuigen- verslag 1933-1945.


