Het Brits-Duitse radiospel tijdens de Tweede Wereldoorlog
door B.C.W. van Albeslo, vanaf september 1995 Het Brits-Duitse radiospel gedurende de Tweede Wereldoorlog (1) 'Germany calling...Germany calling' (vrij vertaald: dit is radio Duitsland) - de oproep van de Duitse Reichszender die op 6 september 1939 via de radiostations Hamburg en Bremen kon worden beluisterd. En vervolgens in het Engels: 'Luisteraars, weet u waar de Ark Royal (een Brits slagschip - aut.) zich bevindt? Vraag het aan de Royal Navy!' Engelse luisteraars die dit bericht ontvingen dachten dat het schip was vergaan of op zijn minst een aanvaring had gehad en gingen her en der informeren wat er aan de hand was. Na enige uren was er een flinke chaos ontstaan. Dat was nu precies de opzet van het Propagandaministerie van Goebbels, want juist deze instantie zat achter de hele geschiedenis. Duitsland en Engeland waren sinds enige dagen in oorlog en dit incident was de inleiding tot een Funkkrieg oftewel radio-oorlog welke de hele oorlogsperiode voortduurde. De spreker achter de Duitse microfoon was iemand die de Engelse taal zo goed meester was, dat de Engelsen dachten dat het zijn moedertaal was. De stem had iets aparts, een nasale klank, waarvan de Britten vonden dat het een haw-haw karakter had, 'hum-hum' zouden we in het Hollands zeggen. Het duurde niet lang of de spreker in kwestie kreeg de bijnaam Lord Haw-Haw. We zullen even in de persoon duiken om inzicht te krijgen in het propagandagebeuren van Duitse zijde. Lord Haw-Haw stond bekend onder de naam William Joyce en werd op 24 april 1906 in New York uit lerse ouders geboren. Hij was een wonderlijke figuur waarover in een aan hem gewijd boek werd geschreven dat het onmogelijk zou zijn de Tweede Wereldoorlog in te denken zonder hem. Na zijn jeugdjaren in New York ging het gezin Joyce in 1909 weer terug naar Ierland en vestigde zich in Mayo (Galway) alwaar William naar het door Jesuiten beheerde St. Ignatius van Loyola College ging. Hij had een goede talenknobbel en studeerde Latijn, Frans en Duits. Hij was geen gemakkelijk heerschap, integendeel. Geregeld lag hij met andere leerlingen overhoop. Op een keer kreeg hij ruzie omdat hij voor 'Orangist' werd uitgemaakt, iets dat voor een lerse katholiek niet te accepteren is. Hij sloeg er dan ook onmiddellijk op los met als resultaat een gebroken neus wat hem zijn latere bekendheid opleverde door de nasale klank die hij er aan overhield. Op nog maar net zestienjarige leeftijd gaf hij zijn studie op - hij wilde liever in het leger maar zijn leeftijd zou een beletsel kunnen zijn. Dus loog hij bij de recrutering en vertelde dat hij achttien was; zijn geboortebewijs zou helaas zijn zoekgeraakt. Het plan lukte, William werd bij de landmacht ingelijfd en gelegerd in de plaats Worcester. Hij was echter niet bestand tegen het harde legerbestaan hetgeen in ziekte resulteerde. In het militaire hospitaal kwam men er al gauw achter dat hij nog maar zestien jaar was zodat hij gelijk werd ontslagen . Joyce had op die leeftijd al zeer rechtse ideeen, zoals vaak gepaard gaande met anti-semitisme; zijn mede-recruten hadden hem om zijn gedrag al als een vreemde eend in de bijt bestempeld. In zijn boekwerk 'Dammerung uber England' (Schemering over Engeland) wijdt hij een hoofdstuk aan het zogenaamde 'Jodenprobleem'. Later komt hij in contact met Oswald Mosley, de Britse fascistenleider,maar tot samenwerking is het nooit gekomen. Na in 1939 te zijn getrouwd, vertrekt hij naar Keulen waar hij in contact komt met een zekere Walter Kamm, een medewerker van de Reichs-Rundfunk. Deze houdt zich bezig met het bijeenbrengen van buitenlanders die voor de staatsomroep zouden moeten gaan werken. Dat was wel iets voor Joyce! Hij wordt dan ook aangenomen bij de Engelssprekende afdeling waar hij later grote invloed zou krijgen. In die groep ontmoet hij Baillie Stewart, een Engelsman, en samen zullen zij in de komende jaren Engeland overspoelen met Duitse propaganda van de meest weerzinwekkende aard. Vooral in het begin, tijdens de Slag om Engeland, wordt er ogenschijnlijk nogal wat onzin uitgezonden. Als voorbeeld moge dienen dat de toehoorders werd medegedeeld dat in een of ander klein plaatsje in Engeland de torenklok niet op tijd liep. Maar wat voor de Britten nogal vervelend was, was het feit dat deze onzin nog waar was ook! Zoiets schiep natuurlijk enorme verwarring over het feit hoe de Duitsers aan deze gegevens kwamen. De oplossing was, achteraf gezien, nogal eenvoudig. Engelse kranten waren in het neutrale Portugal vrij verkrijgbaar, dus ook voor Duits ambassadepersoneel dat ze per diplomatieke post naar Hamburg zond. Aldaar werden ze van A tot Z doorgelezen en, waar nodig, voor propagandadoeleinden gebruikt. Ook werden geregeld krijgsgevangen Britse militairen voor de microfoon gehaald. Dezen waren vooraf door de Gestapo geselecteerd en werden gebruikt om te vertellen hoe goed ze het wel in Duitsland hadden. De Duitse omroep bracht echter niet alleen gesproken woord ten gehore. Ook muziek, meestal van Amerikaanse en Engelse origine, behoorde tot het repertoire. Het was de reguliere Duitse zenders echter niet toegestaan deze 'entartete' (ontaarde) muziek uit te zenden en op straffe van concentratiekamp mocht de Duitser geen buitenlandse zenders beluisteren. (Overigens was gedurende de oorlog in besloten kring in Berlijn soms jazz-muziek te horen en wel in het Berlijnse Musikpalast met onder andere de uit Nederland afkomstige band van Ernst van 't Hoff. Als de Reichsmusikkammer (Reimuka) evenwel controle hield, werden de muziekstukken nagezien en de niet toegestane teksten overplakt. Zo is het bekende nummer Tiger Rag door de Reimuka veranderd in Schwarzer Panther en het bekende Saint Louis Blues werd Das Lied von Blauen Ludwig.) In het Duitsland van '33-'45 was recente muziek moeilijk verkrijgbaar. Geen nood, daar wist Goebbels wel raad op. Hij gaf de Reimuka eenvoudigweg opdracht tot het vormen van een band. Via allerlei kanalen werden muzikanten geronseld, waaronder diverse buitenlanders. De werkzaamheden gingen onder de grootste geheimhouding van start, want de Duitse burger mocht er niets van vernemen terwijl de geronselde muzikanten onder bedreiging van de zwaarste straffen hun mond moesten houden. De band kreeg de naam 'Charlie and his Orchestra', afgeleid van de Duitse vocalist Charlie Schwedler. De samenstelling van deze band was: Ninolmpallomeni-ltalie (trompet), Primo Angeli-ltalie (jazzpianist), Bennie de Weille-Belgie (klarinet), Josse Breyre-Belgie (trombone), Meg Tevelian-Belgie (gitaar), Willy Berking-Duitsland (trombone), Eugen Henkel-Duitsland (tenorsax), Fritz Brocksieper-Duitsland (slagwerk) en tenslotte Charlie Schwedler-Duitsland (zang). De muziek die zij ten gehore brachten was in de stijl van Glenn Miller en leek zeer veel op die van VARA's dansband De Ramblers van Theo Uden Masman. Van de uitzendingen werden door de Reichsmusikkammer platen gesneden waarvan vervolgens een oplaag van zo'n honderd kopieen werden geperst, waarschijnlijk door de Deutsche Grammophon. De kopieen werden onder strikte geheimhouding aan nevenzenders verstrekt zoals Belgrado, Parijs en Athene. Deze platen zijn momenteel ware verzamelobjecten en de verzamelaar die een exemplaar te pakken kan krijgen zal diep in de beurs moeten tasten. Aan de liedjes die ten gehore werden gebracht, werden wijzigingen aangebracht; meestal werd een couplet in de originele te tekst gelaten en werd het volgende in antipropaganda gezongen. Het volgende voorbeeld, een couplet van het bekende liedje Little Sir Echo geeft hiervan een idee. De gewijzigde tekst luidt: Navrant detail is dat de na beëindiging van de oorlog Amerikaanse GI's op zoek gingen naar goede muzikanten en dat de band van Charlie, nu onder leiding van Fritz Brocksieper voor de Amerikanen ging spelen. Onder de naam The we got Goebbels band traden ze door geheel Duitsland op. Later werden de Brocksiepermusici geleidelijk opgenomen in de band van de gezamenlijke Duitse omroep, de ARD. Terugkomend op Lord Haw-Haw kan tot slot worden vermeld dat hij na de oorlog tot de strop werd veroordeeld welk vonnis ook inderdaad is voltrokken. 'Collegasprekers' die eveneens tegen hun vaderland gerichte propaganda voor de microfoon brachten (zoals Mildred Gillars alias Axis Sally en Norman Baillie Stewart kwamen er met gevangenisstraf beter vanaf .) In dit artikel ging het over radio-uitzendingen van Duitsland naar Engeland. Veel opzienbarender waren echter de Engelse uitzendingen naar Duitsland waar een organisatie onder leiding van Sefton Delmer mee was belast. In een volgend artikel worden de zender Gustaf Siegfried Eins en de zender Calais onder de loupe genomen . Het Brits-Duitse radiospel gedurende de Tweede Wereldoorlog (2, slot) Het is vrijdag 19 juli 1940. Voor de Duitse Reichstag houdt Adolf Hitler een rede ter ere van de grote overwinning op Frankrijk en de daarop volgende capitulatie. Hij doet in deze rede een beroep op Groot-Brittannie, de andere geallieerde die Hitler op het punt staat aan te vallen, en tevens een beroep op het gezonde verstand van de Britten zich bij voorbaat over te geven. In Engeland wordt deze rede ook gehoord, en nog dezelfde dag wordt door iemand die de Duitse taal machtig is en in Berlijn is geboren, voor de BBC het antwoord gegeven. De spreker in kwestie is Sefton Delmer. Zijn antwoord luidt letterlijk als volgt: 'Heer Hitler, ik zeg u in mijn vleiendste en meest eerbiedige Duits, u geeft mij een aanleiding in de raadgeving van u, de gedachte te geven van het Britse publiek. Zo permitteer mij te geven Uw Excellentie en Reichskanzler deze kleine dienst op deze avond. Laat mij u zeggen wat wij hier in Brittannie denken van deze oproep van u, in welk u een beroep doet op ons gezond verstand. Heer Fuhrer, wij smijten deze oproep recht in het gezicht terug in uw smerige tanden'. Dit waren niet mis te verstane woorden, gesproken door een pas aangestelde spreker bij de Engelse nationale omroep, de BBC. Churchill was niet op de hoogte van deze door Delmer uitgesproken tekst, maar moest er wel erg om lachen en was als eerste-minister het er volkomen mee eens al vond hij de manier waarop het was gezegd wel erg grof. Op het moment dat Tom Delmer, zoals hij door zijn collega's werd genoemd, de woorden had uitgesproken, had hij er al een enerverend leven op zitten. Het feit dat ik hier Delmer zo belicht, is omdat hij later in de oorlog een zeer belangrijke rol speelde in het radiospel met de Duitsers en wat hij zelf omschreef als de 'Zwarte Propaganda'. Die was ontstaan als reactie op wat het Propagandaministerium van Goebbels had opgezet. In vergelijking met Duitsland, is het vormingsproces in Engeland voor wat de oorlogspropaganda betreft, een vrij ondoorzichtig gebeuren geweest. Meerdere instellingen waren er mee gemoeid, maar de uiteindelijke verantwoording lag bij het PWE (Political Warfare Executive) dat een onderdeel was van het Foreign Office (Ministerie van Buitenlandse Zaken) en zetelde in het Electra House in Londen. Naast de zwarte propaganda bestond ook 'witte propaganda' die meer de papieren oorlog omvatte. De bekende, in grote getale gedropte pamfletten werden hoofdzakelijk onder de verantwoording van Electra House verspreid. Het zwarte deel van de propaganda werd gevormd door de bureaus MIR (militaire inlichtingendienst) en verder door de sectie D van de gewone inlichtingendienst die onder de naam SIS bekend stond. Beide afdelingen werden samengevoegd en onder de naam Special Operations Executive werd dat de verantwoordelijke afdeling voor de radiopropaganda. In het begin had deze afdeling enkele radio-units tot haar beschikking met een zenderpark met een betrekkelijk laag vermogen terwijl ook de nationale omroep BBC nog werd gebruikt. In Gawcott, Birkingham, stond een kortegolfzender met een vermogen van 7,5 kilowatt. Door de bouw van het zenderpark Aspidistra werd het vermogen van de zender geleidelijk opgevoerd. De zender, die geleverd was door het Amerikaanse RCA, kwam met zijn 90 meter hoge antennes te staan in het Ashdown Forest bij Crowborough en was toendertijd de grootste zender qua vermogen en uitvoering. Met deze zender kon men de frequenties binnen de kortst mogelijke tijd omschakelen en tevens inbreken op bestaande Duitse golflengten. Heel Europa was met deze zender te bestrijken. Het bijbehorende studiocomplex stond in het dorpje Milton Brijan. Tot ver na de oorlog bestond er grote onduidelijkheid over hetgeen zich daar had afgespeeld. Dit werd mede in de hand gewerkt door het feit dat de medewerkers aan dit project op straffe van de dood tot geheimhouding waren verplicht. Net als bij het Enigmaproject dat zich in Bletchey Park afspeelde. Dit laatste project was supergeheim en had te maken met het gebruik dat de Duitse Wehrmacht ervan maakte die alle berichten in code omzette. In het boek 'The black game' van Ellic Howe (1982) wordt echter een tipje van de sluier opgelicht. Voordien bestond er grote onduidelijkheid, zelfs bij hen die in de directe omgeving ervan werkzaam waren. Ook Denis Sefton Delmer schreef een boek onder de titel 'Black Boomerang', maar dat is meer autobiografisch. Delmer werd op 24 mei 1904 uit Australische ouders in Berlijn geboren en waarvan de vader verbonden was aan de Engelse faculteit van de Universiteit van Berlijn. Bij de geboorte van Sefton stonden de ouders er op dat hij de Britse nationaliteit zou krijgen en gaven daarom de geboorte aan bij het Britse consulaat in Berlijn. Sefton vertrok op jeugdige leeftijd naar Engeland om Moderne Geschiedenis te studeren aan het Lincoln College. Na zijn studie kwam hij op 27jarige leeftijd als journalist voor de Daily Express weer terug in Berlijn en kreeg daar de contacten die hem later zo van pas kwamen. Hij werd bekend bij Goebbels, Goring, Hess, Himmler en Hitler. Als journalist maakte hij zelfs een verkiezingstournee van Adolf Hitler mee. Zijn kennis van de Duitse taal zou voor hem later van groot belang blijken te zijn. Voor de BBC gaf hij in 1940 Duitse les aan toekomstige Engelandvaarders en het is grappig te zien op welke wijze hij dat deed. Hier een weergave van een stuk uit de Duitse les omstreeks augustus 1940. ...and so it will be best, mein Herrn Engelandfahrer, if you learn a few useful English phrases before visiting us (en zo mijne heren Engelandvaarders zult u leren enige regels gebruikelijk Engels alvorens, ons bezoekt) For your first lesson we will take: Die Kanaluberfahrt.. . (Voor uw eerste les willen we de Kanaaloversteek nemen...) Now just repeat after me: Das Boot sinkt. . . the boat is sinking... (Nu, herhaal mij: De boot zinkt... de boot zinkt...) Das Wasser ist kalt... The water is cold. Sehr kalt... very cold (het water is koud... zeer koud). Now, I will give you a verb that should come in useful. Again please repeat after me: (Nu geef ik enige woorden dat u zult kunnen gebruiken, spreekt u mij na). Ich brenne... I burn (ik brand) Du brennst... you burn (jij brandt) Er brennt... he burns (hij brandt) Wir brennen... we burn (wij branden) Ihr brennt... you are burning (u zult branden) Tot zover dit stukje cynische propaganda. Hieruit krijgt u een indruk op welke wijze via het medium radio de Duitsers in 1940 werden voorgelicht door de BBC. Later ging de BBC, en het bureau PWE, aparte wegen nadat PWE over zelfstandige zenders kon beschikken. Via de BBC werden toen radiouitzendingen verzorgd voor de bezette landen waarbij o.a. het Nederlandstalige programma van Radio Oranje was ondergebracht. Dit werd echter geen Zwarte Propaganda genoemd omdat niet aan misleidingsacties werd gedaan hetgeen op de andere zenders wel het geval was. Enige zenders uit die tijd waren: GUSTAV SIEGFRIED EINS, hoofdzakelijk voor het Europese vasteland en de Wehrmacht. SENDER ANTLANTIK, bedoeld voor het personeel van de Kriegsmarine en met als hoofdtaak misleiding. SOLDATENSENDER CALAIS, de latere opvolger van Gustav Siegfried Eins, met dezelfde doelstelling. WEHRMACHTSSENDER NORD, die na de invasie belangrijk werd voor dat deel van Europa dat was bevrijd. Er heeft voorts nog een heel scala aan zenders bestaan, gericht op diverse Europese landen, maar die zijn voor het verdere beeld niet van belang. Op welke manier kwam nu PWE aan haar gegevens voor de uitzendingen die gericht waren op het vasteland? Op. de eerste plaats waren dat gedeserteerde Duitse soldaten die naar En gel an d waren overgebracht om doo r de Intelligence Service te worden verhoord. Voorts Engelandvaarders en ontvangen inlichtingen van in Duitsland gestationeerde geheime zenders. In het boek 'Soldatensender Calais' van Michael Mohr (uitgave van Schweizer Druck und Verlagshaus Zurich 1962, in Nederland uitgegeven door het Nederlandse Boekhuis, Tilburg) wordt hier dieper op ingegaan. In dit boek worden de belevenissen van twee Duitse broers beschreven die in het propagandawerk zitten. Een zit in Engeland waar hij voor de zender Calais werkt, de andere broer doet als officier verzetswerk in Duitsland. Delmer benutte de mogelijkheid om zelf een soort psychologische oorlogvoering te bedrijven. Hij stichtte grote verwarring in Duitsland door via de zenders Gustav Siegfried Eins en de zender Calais zijn toehoorders de vreemdste verhalen te vertellen. Het was Delmer ter ore gekomen dat partijbonzen van verschillende organisaties in Duitsland corrupt waren. Zo wist hij van iemand die Gouwleider was bij de NSDAP, dat deze man tijdens een bombardement op een grote stad in het Roergebied, in een bunker tijdens dit bombardement een feest had gegeven met veel drank en vrouwen. Hij wist zelfs de naam van die man. Tijdens een uitzending van de Soldatensender Calais, vroeg hij aan zijn toehoorders of het bij hen bekend was dat dergelijke feesten werden gehouden. Men mag aannemen dat de partij op zijn kop stond toen dit in Duitsland bekend werd. De Gestapo is er zeer druk mee geweest. Dat dit alles bedoeld was om verwarring te stichten is duidelijk. Ook het verhaal van de zender Calais van een afspraak van een zekere Karl op een bepaalde tijd voor de bioscoop Odeon, met als doel spionagegegevens uit te wisselen, zette heel Duitsland op zijn kop omdat er niet bij verteld was in welke plaats de bioscoop stond. Want in iedere grote plaats was er wel een Odeonbiscoop. De Gestapo had ook hier handenvol werk. Al met al heeft de radio gedurende de oorlog een zeer belangrijke rol gespeeld in het propagandaspel. Van dit hele gebeuren merkten wij in Nederland hiervan natuurlijk weinig. De bezetter had ons immers gedwongen het zogenaamde 'eigen toestel' in te leveren. Zo ook bij de auteur van dit artikel met als gevolg dat men was aangewezen op een aansluiting van wat men toen noemde 'de radiocentrale'. Dit was eigenlijk de voorloper van wat we thans het kabelnet noemen, maar toen werden er alleen pro-Duitse radioprogramma's uitgezonden. Het is opmerkelijk dat eind 1944, begin 1945 op het derde programma, op bepaalde uren, diverse buitenlandse zenders gehoord konden worden zoals b.v. Brussel of Berlijn. Zo herinner ik mij op een gegeven ogenblik een zender op het derde net als volgt te hebben horen aankondigen: Hier ist der Deutsche Reichssender, angeschlossen sind die Sender Friesland, Holland und Calais, mit einem Soldatenprogramm. Dus ook hier de zender Calais maar dit was de vastelandzender die zich in Frankrijk bevond. Tenslotte moet nog worden opgemerkt dat via dit derde programma van de radiocentrale ook het zogenaamde 'Wunschconcert fur die Deutsche Wehrmacht' van Heinz Goedecke werd uitgezonden. Omdat er vrijwel geen andere goede uitzendingen waren te horen, werd ook in Nederland hier zeer veel naar geluisterd en in die tijd was Duitse muziek bij veel Nederlanders dan ook zeer geliefd. Bekende zangers en zangeressen van toen zijn hedentendage nog altijd bekend. Om er enige te noemen: Johannes Heesters, Zarah Leander, Peter Kreuder, Hans Albers, Heinz Ruhmann. Ook Nederlandse orkesten waren te horen zoals Ernst van 't Hof, Dick Willebrandts, Boyd Bachman en niet te vergeten de Ramblers. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar propaganda via de radio in de Tweede Wereldoorlog was een zeer indrukwekkend gebeuren en heeft aan weerszijden van de Noordzee veel bijgedragen om, zowel positief als negatief, de toenmalige tijd te beinvloeden. Denk daarbij alleen maar aan de enorme invloed die de Glenn Millerband had bij de bevrijding en de omschakeling van Duitse naar EngelsAmerikaanse muziek en andere programma's. Geraadpleegde literatuur: Ellic Howe: The Black Game; uitgave Michael Joseph, Londen 1982. Sefton Delmer: Black Boomerang; uitgave Secker en Warburg, Londen 1962 Michael Mohr: Soldatensender Calais; Schweizer Druck und Verlag, Zurich 1962. William Joyce: Dammerung uber England; Internationaler Verlag, Berlin 1940. J.A. Cole; Lord Haw Haw, The full story of William Joyce; uitgave Faber en Faber Londen 1964. Heinz Goedecke; Wir beginnen das Wunschkonzert fur die Wehrmacht; uitgave Nibbelungen Verlag, Berlin 1940.


