Luchtgevecht boven Achterveld
door: J.M. Schouten, april 1998 Ons lid J. M. Schouten zag op de avond van 3 februari 1943 tijdens een luchtgevecht een vliegtuig brandend neerstorten en beschrijft dit in zijn dagboek. Na de oorlog doet hij samen met M. Th. P van der Steen uit Stein (L) onderzoek naar het- geen er die avond heeft plaatsgevonden. Op de avond van 3 februari 1943 vertrekt een formatie van 263 Engelse bommenwerpers voor een aanval op Hamburg. Zestien toestellen worden neergeschoten waarvan er één neerkomt in Leusbroek. Diezelfde avond wordt ook Keulen gebombardeerd. Uit deze formatie schiet nachtjagerpiloot luitenant Reinhold Knacke twee bommenwerpers af Zijn derde overwinning die avond, zijn 44e totaal, is tevens ook zijn laatste. Het is dit toestel dat Schouten heeft zien neerkomen. Na eerst een beschrijving te hebben gegeven van de Engelse aanvallen, volgen daarna de persoonlijke herinneringen van Kurt Bundrock die als boordschutter in het toestel bij Knacke het neerschieten overleefde. DAGBOEK J.M. SCHOUTEN 3 februari 1943. Mooi maanweer. Ik loop naar de varkensschuur toe om de deurgrendel dicht te doen. Dan een geknetter in de lucht op de Glinder kant aan. Een brandend vliegtuig stort neer en dan een fikse klap. Ik pak de fiets en ga richting Barneveid en zie een brand in de Helweg. Dan in de Helweg in de zeer scherpe bocht naar rechts en dan geheel links het land in, zo tegen de beek aan is het brandend gebeuren. Van de Pol en Henk Soes staan te kijken. Dan het land ingelopen en zie ik een parachute en een kronkelende lint met een piloot eraan. Die is dood, zwaar verminkt, een vreselijk gezicht met de ingewanden eruit, hij ligt voorover. Het is een Duitser. Mulder van de Walderveense Molen zegt dat iemand het pistool heeft meegenomen, zeker voor de ondergrondse. Omdat zeker de Duitsers gauw komen fiets ik gauw weer weg. DE ENGELSE AANVAL Squadron Leader William Arthus Smith uit Wanstead zal in de nacht van 3 op 4 februari 1943 het commando voeren over de R9264, MG-Love. Vertrek 19.26 uur met als doel Keulen. Aan boord zijn verder 'een navigator, een bommenrichter, een staartschutter, een radiotelegrafist, een boordwerktuigkundige en een rompschutter. Op de schermen van de supergeheime H2S-radar is spoedig de Nieuwe Waterweg-Nederland te zien. De Duitse afweer vanaf de grond is actief. De Himmelbett radarstations van Venlo geven de nadering van de Engelse vliegtuigen door. De hoogte der vliegtuigen is ongeveer 16.000 voet. De Stirlings bombarderen Keulen. De Messerschmitt Bf. 1 1 0 met nachtjager Knacke en zijn boordschutter Feldwebel Bundrock -werknummer 4683- weten de Stirling van Smith onder vuur te krijgen. Het zal dan de 42e overwinning worden voor Knacke. Het Engelse vliegtuig getekend op de staart A/RF/79OA/TR 804 UA/RH/781 UK/ HA 736 stort brandend neer op de Hoge Kade in Hendrik ldo Ambacht. Vijf bemanningsleden komen om het leven, twee hebben zich gered per parachute. Korte tijd later moet Knacke zijn 430 overwinning hebben behaald want in die nacht heeft hij drie vliegtuigen neergehaald. De 44e overwinning is voor Knacke de laatste, want direct erna wordt zijn vliegtuig neergeschoten en sneuvelt hij aan de Modderbeek in de scherpe bocht (naar rechts) van de Helweg , op het land van Zijtveld. In deze nacht van 3 op 4 februari 1943 zal niet alleen Keulen worden gebombardeerd, maar zullen ook 263 bommenwerpers een aanval uitvoeren op de havens en olie-installaties van Hamburg. De Royal Air Force trekt op met 84 Halifaxes, 66 Stirlings, 62 Lancasters en 51 Wellingtons. Zestien toestellen worden door Duitse nachtjagers neergeschoten. Hieronder is ook een toestel boven Achterveld dat neerstort in Leusbroek tegen het valleikanaal aan. Door de Duitse Messerschmitt Bf. 1 1 0 nachtjager (piloot? JMS) werd de Short Stirling serialnummer R9197, Victor van het 214e squadron, afkomstig van Chedburg neergeschoten. De Koninklijke Landmacht projectbureau Klu. 75 nr. 91/WE/dj, bericht hierover: Het vliegtuig is neergestort te 20.04 uur, 4 km ten Zuiden van Amersfoort in Leusen. De bemanning van acht man is bij deze crash omgekomen en te Oud Leusden begraven. Ze bestond uit: Pilot Off. Derek Gordon De Garis uit Guernsey, piloot; Wt. Off. 11 William Mc Kenzie Murdoch uit Brownsburg, Canada, Observer. Sergt. Ronald Frank Evans, woonplaats onbekend, werktuigkundige; Fl. Off. John lrven Mackenzie uit Belleville, Canada, navigator. Pilot Off. Daniel O'Neill, woonplaats onbekend, schutter; Wt. Off. 11 William Obediah Poweil uittoronto, Canada, telegrafist; Pilot Off. Denis Hadley Smith uit Engeland, piloot; Fit. Sergt. Arley Henry Thiessen uit Canada, schutter. Gezien de tijd van neerschieten kan aangenomen worden dat de Stirling nog op de heenvlucht was naar Hamburg en daarom nog een noodafworp van de bommenlast heeft uitgevoerd toen het werd getroffen, hetgeen klopt met de waarneming van de brandbommen. HET GEVECHT MET DE HALIFAX Nauwelijks was de Halifax neergestort en had ik hiervan mijn aantekeningen gemaakt, toen ik de volgende alweer in het vizier kreeg. Ditmaal wilde Knacke zijn nieuwe aanvalstactiek beproeven en zette de machine recht op de Engelsman aan, zodat hij links van ons weer zou moeten opduiken. Het was voor zover ik kon zien, weer een viermotorige Halifax. Knacke wisselde, zoals hij van zijn dagelijkse oefenvluchten gewend was, van rechts naar links. De garve van het boordgeschut lag ongeveer goed, want de rechter buitenmotor brandde. Nu zaten we links achter de Halifax, die nog tijdens de eerste aanval tot heftige afweermanoeuvres was overgegaan. Zijn boordschutter vuurde ononderbroken en de witte muisjes -explosiepluimpjes kwamen angstvallig op ons af. Knacke zette voor de tweede maal van links naar rechts aan, gooide de machine scheef en weer recht op de Engelsman af. Van enig resultaat viel echter niets te bespeuren, alhoewel hij toch geraakt moest zijn, want de boordschutter schoot nu niet meer. Toen ging het weer van rechts naar links, maar we misten volkomen omdat de Engelsman zo wild slingerde en steeds weer wanneer de gelegenheid zich voordeed, vuurde de achterboordschutter met zijn M.G. Kapitein, zou u niet liever volgens onze beproefde methode van onderen en achter van de onderkant erop afgaan, verzocht ik, want ik had gezien dat de brand in de rechtermotor was opgehouden en de Halifax verder geen enkele schade had opgelopen. Knacke zelf was woedend omdat wij zelf weer zoveel problemen hadden. Eén keer probeer ik het nog, zei hij. Dus weer van links er overheen naar de rechterkant maar we misten weer. Nu vloog hij onder de Halifax door tot de dwarshelling naar links en zette toen van links onder tot de 50 aanval aan. Het lichtspoor drong in de linkervleugel tussen romp en linker binnenmotor door welke ook nog geraakt werd. Daarna trok Knacke de machine aan, kwam van links achter de Halifax omhoog en op hetzelfde moment sloegen de schoten van de MG-schutter in onze Messerschmitt. Van voren op de piloot af en daarachter tot bij mij zag ik het lichtspoor komen. Pal voor mij een felle flits en vuur. Een schot moest de circulatieleiding tussen de rechter- en ]inkervleugeltank geraakt hebben. De brandende machine spoot tot helemaal bij mij omhoog. In de cabine hoorde ik Knacke roepen, het klonk als raus, eruit of aussteigen, springen maar het kan ook een soort gerochel geweest zijn. De noodgreep van de cockpit links voor mij stond reeds in vlammen. Ik keerde mij in een flits om over de zitting, toen keek ik in de helverlichte cabine en zag de achterste noodgreep aan de draad bengelen. Deze was dus al defect geraakt. In een onderdeel van een seconde dacht ik aan die situatie, die zich zou voordoen, wanneer de zuurstofflessen zouden exploderen. Ik reikte nu, in het achterste gedeelte gebukt staande, met de rechterarm door de vlammen heen naar de voorste noodgreep. Hij zat er nog waar hij hoorde te zitten, ik trok hem eruit, en huilende door de zuigkracht vloog de cockpitkoepel omhoog. De vlammen sloegen in mijn gezicht. Ik zette mij met de voeten op de bodem ai en werd eveneens door de enorme zuigkracht regelrecht uit de brandende cabine gezogen. Met de rechter bontlaars stootte ik ergens tegenaan maar hij bleef zitten en toen viel ik zacht en voortdurend buitelend in de koude nacht. De brandende Messerschmitt 1 1 0 was op dat moment al ver weg, maar rondom mij dansten de vonken. Ik zag met ontzetting dat ik ergens in brand stond. Om mijn nek, mijn sjaal brandde ook. Tegelijkertijd constateerde ik, dat ik niet in paniek raakte en niettegenstaande de doodsangsten, alles weloverwogen deed. Op mijn jack en bontkraag waren ook vuurhaarden, die door mij beklopt en uitgedrukt, telkens weer een vonkenregen veroorzaakten. Tijdens mijn buitelingen door de lucht bleef ik steeds om mij heen kijken of er nog gloeiplekken te zien waren. Tenslotte kon ik werkelijk niets meer ontdekken. Hoe het er op mijn rug uitzag en of mijn parachute ook iets meegekregen had of dat zich daar nog vuurhaarden bevonden, die zich door de luchtstroom tot felle vlammen konden ontwikkelen, ik wist het niet en kon alleen maar hoop koesteren. Toen trok ik aan mijn parachutekoord en sloot mijn benen aaneen met in gedachten de verwonding die ik bij mijn eerste noodsprong had opgelopen. Toen de parachute zich ontplooide ondervond ik een flinke ruk en ik strekte toen mijn benen weer. Nu keek ik angstig om mij heen, of het achter of boven mij zou gaan branden... gelukkig niets. Ik dankte God en haalde diep adem. Identiek aan mijn eerste noodsprong, zag ik beide vliegtuigen na elkaar brandend neerstorten: het was al tamelijk ver weg. Of Knacke er nog uitgekomen was? Gebrand had het eigenlijk alleen maar in mijn gedeelte van de cabine. Maar toen de Tommy schoot, zag ik toch duidelijk het lichtspoor eerst op hem afkomen, dacht ik. Het was overigens zijn 44e treffer. Waar zal ik dit keer terecht komen, dacht ik weer. Het moest volgens mijn berekening ergens in Nederland zijn. Naar het Noorden waren wij gevlogen, dus sloot ik de Zuiderzee (IJsselmeer) uit. Ik zou dus wel zien. Had ik eigenlijk een schot meegekregen? Terwijl de parachute licht schommelde betastte ik mij van boven naar beneden. Niets! Waarschijnlijk bespeurt men zoiets door de spanningen meestal niet meteen. Ik dacht aan mijn vorige verwonding, die ik pas ontdekt had toen mijn laars vol bloed stond. De nacht was enigszins helder en langzamerhand kreeg ik het koud. Voordien had ik van de kou niets gemerkt. De aarde kwam nader. Ik kon al donkere en lichtere plekken onderscheiden, wat het was kon ik echter niet waarnemen. Toen ineens... ik zag bossen en velden dus sloeg ik de armen voor mijn gezicht en trok mijn benen aan in hurkzit. Ik werd ergens door opgevangen en kwam op de grond terecht alsof ik van traptreden was afgegleden. Een grote berk had mijn parachute opgevangen en had zich zacht naar de aarde gebogen. Een betere landing kon men zich nooit wensen. Ik was niet eens gevallen maar stond heel eenvoudig plotseling weer op moeder aarde. Een halve meter voor mij zag ik een hoge prikkeldraadversperring. Stel je voor als ik daarop terecht gekomen was. Wat een geluk heb ik gehad. Overigens wat voor geluk was mij het laatste uur toebedeeld geweest! Ik opende het slot van mijn parachutegordel, die onmiddellijk met de zich oprichtende berk omhoog suisde. Daarna betastte ik nogmaals mijn ledematen, doch alles bleek in orde te zijn. Nu keek ik om mij heen en ontdekte ongeveer 1 00 meter links van mij een zwak licht. Dus liep ik daar naar toe. Het was een huis. Ik moest over een laag hekje klimmen en stond in de tuin. Eerst liep ik om het huis heen en pakte uit voorzorg mijn pistool. De deur was tweedelig, zoals bij een staldeur, maar het was een woonhuis, een eengezinswoning. Nu zag ik nog meer huizen vlakbij, dus moest het een dorp zijn. Ik klopte aan. Nadat ik tweemaal geklopt en 'Hallo' geroepen had werd het bovenste gedeelte van de deur geopend, daarachter zag ik een verlichte hal en aan de deur stond een vrouw. Toen zij mij in het licht zag stapte zij geschrokken achteruit. Ik borg mijn pistool weg en zei: 'Liebe Frau, ich bin deutscher Flieger, haben Sie keine Angst' ' Maar zij was bang, dat was duidelijk te merken.'Hebt u telefoon?'vroeg ik, zij knikte alleen maar en week nog verder terug toen ik de deur geheel opende en binnentrad. Rechts hing een grote spiegel aan de wand en daarnaast zag ik de telefoon. Ik keek in de spiegel en schrok hevig van mijzelf. Nu werd mij duidelijk waarom deze vrouw zo angstig keek. Mijn God, wat zag ik er uit. De haren verward en gedeeltelijk verbrand, het gezicht zwart besmeurd, de sjaal een donkerblauwe, ik zie hem nu nog, hing grotendeels buiten mijn vliegerjack vol met grote brandgaten. Het jack, vroeger tamelijk licht, ongeveer een lammetjesvacht, buitgemaakt in Bulgarije, zat vol met zwarte brandgaten, totaal besmeurd en vol roet. 'Mag ik mij misschien even een beetje wassen?'vroeg ik deze vrouw, die zich inmiddels van de schrik had hersteld, toen zij zag, hoe ik van mezelf geschrokken was, en volgde haar naar de badkamer. Nadat ik vernomen had hoe de plaats heette, belde ik daarna de 'Ortskommandanturen verzocht mij te komen halen. Toen ik het huis verliet en de vrouw bedankte, liep ik langs de nu openstaande keukendeur en raakte enigszins geschokt van wat ik daar zag. In de keuken zaten vier zwakzinnigen met glazige stompzinnige nietszeggende ogen, maar met iets grijnzende gezichten op lage schamele krukken. Met spaarzame bewegingen verrichten hun armen en handen iets van arbeid, erwten doppen of zoiets. Ik had dit niet verwacht, deze vrouw was dus waarschijnlijk een verpleegster, die hier in dit huis deze zwakzinnige vrouwen verzorgde. Op de 'Ortskommandantur', het was een kleine plaats in midden-Nederland waar ik terecht gekomen was, waren alleen een betaalmeester en de chauffeur, die mij opgehaald had aanwezig.'Wat heeft u daar aan uw hals', vroeg de betaalmeester. Ik voelde m'n keelmicrofoon en moest lachen, maar daardoor gaf ik enig bloed op. Mijn vliegermuts was weggesleurd, maar de riemen met keelmicrofonen hadden mijn hals dichtgedrukt, zonder dat ik er iets van gemerkt had. Meer dan een half uur belde ik met de Divisie, het Eskader, de groep en met een burgemeester van een Hollandse gemeente waar, in de omgeving van zijn dorp een neergestorte Duitse machine gemeld was. Eén dode zou op enige afstand ernaast liggen. Het zou Knacke kunnen zijn. Majoor Streib verzocht mij de dode te identificeren. Ik reed met de betaalmeester en de chauffeur in een personenauto naar het dorp, waar de burgemeester ons opwachtte.Tijdens de rit voelde ik mij beroerd, want de dode op de plaats van het neergekomen vliegtuig was zeer waarschijnlijk mijn piloot, kapitein Knacke. De Hollandse burgemeester begroette ons en verzocht ons hem te volgen. We gingen te voet verder het dorp uit langs veldwegen en akkers die nat en modderig waren. Het begon te motregenen en het was nog tamelijk donker. Nooit meer zal ik die gang over de akkers kunnen vergeten. Voor mij uit een op en neergaande lichtschijn van de zaklamp van onze Hollandse begeleider. Het scheen mij alsof ik op een kerkhof liep om de begrafenis van mijn gezagvoerder bij te wonen. De vochtige zwarte aarde bleef aan mijn laarzen kleven. De nacht was onaangenaam koud en ik huiverde. Mijn hoofd was suf, ik moest steeds weer aan kapitein Knacke denken. Toen zagen we eindelijk de gloed en de nog smeulende restanten van de Messerschmitt 1 1 0. Onvoorstelbaar bizar en toch majestueus staken enige scherpkantige vieugelresten af tegen de nog donkere horizon. Een grote witte vlakte lag plotseling voor ons. Toen we een paar stappen dichterbij kwamen bleek het een open parachute te zijn. Tegelijkertijd bleef de burgemeester staan en bescheen met z'n zaklantaarn de op de zwarte aarde liggende gestalte. HET WAS MIJN GEZAGVOERDER Iets gekromd lag hij daar met op zijn hoofd de wintermuts en het gezicht in de aarde gedrukt. Ik stond enige ogenblikken aan de grond genageld en ik was niet in staat mij te verroeren, Ik staarde alleen met betraande ogen op de gekromde gestalte aan mijn voeten. Enige ogenblikken later bukte ik mij en bewoog het lichaam iets om het om te draaien. Ik voelde toen onder de combinatie alleen een vormeloze weke massa. Identificeren kon ik hem alleen nog aan zijn 'Ritterkreuze'welke ik met onvoorstelbare droefenis in mijn hand nam. Het gezicht was onherkenbaar, het leek op een 'hoofdschot' maar ik kon het niet met zekerheid vaststellen. We bedekten hem met zijn parachute en stonden enige ogenblikken stil bij de plaats waar hij zijn leven had verloren. Met hem was ik een vliegerhuwelijk aangegaan met alle voor- en tegenspoed en oorlogsbelevenissen. Nog geen uur geleden was hij een bezeten 'jager'geweest, die altijd weer op zijn buit afstoof om de doden..... nu was ook hij gedood... deze verrekte oorlog. Ik keerde mij om en ging langzaam zonder om te zien de weg terug, terug naar de werkelijkheid. Bij de auto aangekomen bedankte ik die aardige burgemeester en verzocht de belaalmeester er onverbiddelijk voor te zorgen, dat een soldaat het lichaam van Knacke zou bewaken, Vertaling uit het originele Duitse verslag door J. Batinieister, Achterveld. Kurt Bundrock was een van de drie onderofficieren die begiftigd werd met het Ritterkreuz, verder verkreeg hij het Duitse Kruis in Goud, EK1, EK2, Frontflugspange in Zilver en in Goud, Fliegerabzeichen fur Bordfunker en Verwundetenabzeichen in Zilver. In 1989 woonde Bundrock in een klein dorp in Zuid-Duitsland. REINHOLD KNACKE Reinhold Knacke werd op 1 januari 1919 geboren in Alt Streilitz, provincie Mecklenburg, ten noorden van Berlijn. Op 14-jarige leeftijd trad hij toe tot de Hitierjeugd. Op 21-jarige leeftijd werd hij piloot bij de 1. Gruppe/Zerstorergeschwader. Hij werd Oberieutnant en was gestationeerd op de vliegbasis Venlo. Op 3 mei 1941 behaalde hij zijn eerste overwinning door bij Weert een Vickers Wellington van het Pooise Legioen neer te schieten. Op 1 juli 1942 had hij dertig vliegtuigen neergehaald. Hij werd onderscheiden met het Ridderkruis van het Luchtwapen. Op 17 november 1942 schoot hij vijf vliegtuigen neer. Zijn 421 overwinning op de geallieerde luchtmacht behaalde hij op 3 februari 1943 omtrent 22.00 uur te Hendrik ldo Ambacht. Als commandant van 3/NJG 1. Staffel en vliegtuig Messerschmidt ME 1 1 0 - Bf 1 1 0, werk 4683, code G9+DK vertrok hij vanaf de vliegbasis Venlo naar Midden-Nederland. Daar schoot hij een vliegtuig neer en direct erna kwam hij in gevecht met een Stirling-bommenwerper met als gevolg dat ook zijn vliegtuig werd neergeschoten. De 44e overwinning heeft hij tevens met de dood moeten bekopen. De beschrijving van deze gebeurtenis van 3 februari 1943 is te vinden in het verslag van de boordschutter Kurt Bundrock. Twee dagen later werd hij postuum onderscheiden met het Ridderkruis met het Eikenloof nr. 190. Als crashplaats wordt genoemd 3 km. ten oosten van Achterveld en noordwestelijk van Ede. De meer juiste plaats is vanuit midden-Achterveld (provincie en gemeentegrens Utrecht-Gelderland en Stoutenburg-Barneveld, bij de R.K. Kerk) in oostelijke richting ongeveer 900 meter dan rechtsaf de Helweg in en vervolgens in de eerstvolgende zeer scherpe bocht. Links het grasland op en dan tegen de Modderbeek aan. Burgemeester Westrik van de gemeente Barneveld, waaronder dit Achterveldse gebied valt, bericht in een rapport van 9 februari d.a.v. aan de Sicherheitsdienst te Arnhem dat er een tweetal gebeurtenissen hebben plaats gehad. Er staat in aangegeven dat vermoedelijk door een Engelse bommenwerper achthonderd brandstaven op het bouwland aldaar zijn afgeworpen, zonder enige vernielingen aan te richten. Boordschutter Bundrock had zich telefonisch in verbinding gesteld met de burgemeester. Nadien is de burgemeester met de Ortskommandantur majoor Streib naar de valplaats gegaan en zij troffen er de brandende resten van het vliegtuig en het lijk van de piloot aan. Aantekeningen door J.M. Schouten: Reinhold Knacke was op twee piloten na de succesvolste piloot van Duitsland. De allersuccesvolste was Egmont Prinz Zur Lippe-Weissenfeld, geboren te Oostenrijk en nachtvlieger in Duitse dienst. Hij schoot zijn eerste tegenstander neer op 17 november 1940. Hij behaalde 51 overwinningen en werd op 12 maart 1944 tijdens een dagvlucht neergeschoten boven de Belgische Ardennen waarbij hij omkwam.


